Bijsluiter-info.nl

Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
15 microgram/ml
Werkzame stof:
Vergelijkbare geneesmiddelen:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie bevat 15 microgram desmopressineacetaat per ml, overeenkomend met 13,4 microgram desmopressine per ml.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Oplossing voor injectie

De oplossing voor injectie is helder en kleurloos.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Profylactisch:

Ter vermindering van bloedverlies en het gebruik van bloedprodukten kan Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie vóór een invasieve, therapeutische of diagnostische ingreep worden toegediend aan patiënten met:

  • uremie
  • congenitale of door geneesmiddelen geïnduceerde bloedplaatjesdysfunctie
  • een verlengde bloedingstijd van onbekende oorsprong
  • lichte vormen van hemofilie A
  • lichte vormen van de ziekte van Von Willebrand type I

Therapeutisch:

Behandeling van bloedingen bij uremische patiënten en van niet-levensbedreigende bloedingen bij patiënten met lichte vormen van hemofilie A of de ziekte van Von Willebrand type I.

Indien nodig dient cryoprecipitaat te worden gebruikt.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Profylactisch (gebruik voorafgaand aan chirurgische ingrepen):

  • Subcutaan: 0,3 microgram/kg lichaamsgewicht onmiddellijk vóór de ingreep
  • Intraveneus: 0,3 -0,4 microgram/kg lichaamsgewicht opgelost in 50-100 ml fysiologische zoutoplossing voor injectie onmiddellijk vóór de ingreep. Bij kinderen lichter dan 10 kg wordt aanbevolen de totale dosis op te lossen in 10 ml fysiologische zoutoplossing voor injectie. Het infuus over een periode van 20-30 minuten laten inlopen.

De toediening kan eventueel 1-2 keer worden herhaald met een interval van 12-24 uur, indien de factor VIII activiteit of bloedingstijd hiertoe aanleiding geeft. Vaker toedienen kan tot tachyfylaxie (uitdoving van effect) leiden (zie rubriek 4.4).

Therapeutisch (behandeling van bloedingen bij uremische patiënten en bij patiënten met lichte vormen van hemofilie A of de ziekte van Von Willebrand type I).

  • Subcutaan: 0,3 microgram/kg lichaamsgewicht
  • Intraveneus: 0,3 -0,4 microgram/kg lichaamsgewicht opgelost in 50-100 ml fysiologische zoutoplossing. Bij kinderen lichter dan 10 kg wordt aanbevolen de totale dosis op te lossen in 10 ml fysiologische zoutoplossing voor injectie. Het infuus over een periode van 20-30 minuten laten inlopen.

De toediening kan eventueel 1-2 keer worden herhaald met een interval van 12-24 uur. Vaker toedienen kan tot tachyfylaxie leiden (zie rubriek 4.4).

Daar het effect op de bloedstolling individueel sterk kan verschillen wordt aangeraden om, alvorens over te gaan op therapeutisch of profylactisch gebruik, een proefdosis toe te dienen. Het verdient hierbij de voorkeur om het effect op de bloedingstijd na te gaan, omdat er geen correlatie bestaat tussen de dosis Octostim en factor VIII.

De toediening van een proefdosis in verband met een chirurgische ingreep dient enkele dagen vóór de ingreep plaats te vinden.

4.3 Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen)
  • habituele of psychogene polydipsie (die leidt tot een urineproductie hoger dan 40 ml/kg/24 uur)
  • voorgeschiedenis van instabiele angina en/of bekende of vermoede hartinsufficiëntie, of andere aandoeningen die het gebruik van diuretica vereisen.
  • vastgestelde hyponatriëmie
  • Syndroom van inadequate ADH-secretie (SIADH)
  • ziekte van Von Willebrand type IIB

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Wanneer wordt behandeld met Octostim injectie, wordt aanbevolen om de vocht- en elektrolytenbalans te bewaken. Behandeling zonder gelijktijdige verlaging van de vochtinname kan leiden tot vochtretentie en/of hyponatriëmie met of zonder bijbehorende waarschuwingssignalen en symptomen, (zie rubriek 4.8).

Desmopressine mag in geval van een actieve bloeding, niet langer dan 2 dagen worden toegediend voor ondersteuning van de bloedstelping, omdat langdurig gebruik kan leiden tot tachyfylaxie en verminderde therapeutische werkzaamheid.

Er moeten maatregelen worden genomen om vochtophoping te voorkomen bij patiënten die behandeld moeten worden met diuretica.

Er moet speciale aandacht worden besteed aan het risico van vochtretentie/hyponatriëmie (zie rubriek 4.8). De vochtinname moet zo veel mogelijk beperkt worden en het lichaamsgewicht moet regelmatig worden gecontroleerd. Als er een geleidelijke toename van het lichaamsgewicht is, een daling van het natriumgehalte in het bloed tot onder 130 mmol/l of van de plasma-osmolaliteit tot onder 270 mOsm/kg lichaamsgewicht, moet de vochtinname drastisch worden verminderd en het toedienen van Octostim worden onderbroken.

Octostim-injectie verkort de langere bloedingstijd bij trombocytopenie niet.

Vanwege postmarketing rapportages van zowel veneuze als arteriële trombo-embolische gebeurtenissen, zoals diep veneuze trombose, cerebrale trombose, acuut myocardinfarct en ischemische beroerte in relatie met desmopressine injecties voor hematologische indicaties, moet er voorzichtigheid worden betracht voordat Octostim injectie wordt gebruikt bij patiënten met risicofactoren voor, of een voorgeschiedenis van, trombose, atherosclerotische cardiovasculaire aandoeningen, atherosclerotische cerebrovasculaire aandoeningen of angioplastiek.

Er moeten voorzorgsmaatregelen worden genomen bij patiënten die risico lopen op verhoogde intracraniale druk.

Baby's, oudere mensen en patiënten met natriumwaarden aan de lage kant van het normaal, kunnen een verhoogd risico op hyponatriëmie hebben.

Behandeling met Octostim injectie moet worden onderbroken of zorgvuldig aangepast tijdens acute bijkomende ziekten die worden gekenmerkt door een vocht- en/of elektrolytenstoornis (zoals systemische infecties, koorts, gastro-enteritis) evenals bij overmatig bloeden, en het vocht- en elektrolytenevenwicht moet zorgvuldig worden gecontroleerd.

Er moet speciale aandacht worden besteed wanneer desmopressine gelijktijdig wordt toegediend met andere geneesmiddelen die de water- en/of natriumhuishouding beïnvloeden (zie rubriek 4.5). Bij patiënten die chronisch behandeld worden met geneesmiddel(en) die de water- en/of natriumhuishouding beïnvloeden, moet de Octostim-injectie pas worden gegeven nadat is bevestigd dat het natriumgehalte normaal is.

Voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen bij patiënten met matige en ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring lager dan 50 ml/min), omdat het antidiuretische effect langer kan aanhouden. Een langdurig antidiuretisch effect kan het risico op hyponatriëmie verhogen als de richtlijnen voor vochtbeperking niet strikt worden gevolgd.

Natrium

Dit medicijn bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het praktisch 'natriumvrij' is.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Speciale aandacht moet worden besteed wanneer desmopressine gelijktijdig wordt toegediend met andere geneesmiddelen die de water- en/of natriumhomeostase beïnvloeden, bijv. opioïden, selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's), tricyclische antidepressiva (TCA's), niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's), chloorpromazine, carbamazepine en antidiabetica van de sulfonylureagroep, aangezien gelijktijdig gebruik kan leiden tot een verhoogd risico op vochtretentie/hyponatriëmie (zie rubriek 4.4).

Het is onwaarschijnlijk dat desmopressine een interactie heeft met geneesmiddelen die het levermetabolisme beïnvloeden, omdat desmopressine in in vitro studies met humane microsomen geen significant levermetabolisme laat zien. Formele in vivo interactiestudies zijn echter niet uitgevoerd.

4.6 Zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap:

Over het gebruik van desmopressine-acetaat in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven.

Borstvoeding:

Resultaten van analyses van melk van zogende moeders die een hoge dosis desmopressine kregen (300 µg intranasaal), geven aan, dat de hoeveelheden desmopressine die overgedragen kunnen worden aan het kind aanzienlijk lager zijn dan de hoeveelheden die nodig zijn om de diurese te beïnvloeden. Er zijn geen ongewenste effecten gezien bij zuigelingen.

Toedienen aan zwangere en zogende vrouwen slechts na zorgvuldig afwegen van de voor- en nadelen.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen machines te gebruiken

Er zijn geen gegevens bekend, maar een nadelig effect is niet waarschijnlijk

4.8 Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

De meest gemelde bijwerking van desmopressine-injectie na de marktintroductie is hyponatriëmie.

Ernstige overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische/anafylactoïde shock, zijn gemeld na marktintroductie (zie rubriek 4.4). Verdere details worden hieronder beschreven onder 'Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen'.

Samengevat overzicht van bijwerkingen

De onderstaande tabel is gebaseerd op de frequentie van bijwerkingen die zijn gemeld in klinische onderzoeken met desmopressine-injectie 4 μg/ml bij volwassenen voor de behandeling van centrale diabetes insipidus en hematologische indicaties (n=53) en desmopressine-injecties 15 μg/ml (n=76), gecombineerd met ervaringen na de marktintroductie.

Reacties die alleen na de marktintroductie zijn waargenomen, zijn toegevoegd in de kolom ‘Niet bekend’. De tabel hieronder toont de frequenties van gemelde bijwerkingen. Bijwerkingen zijn ingedeeld op frequentie en op orgaansysteemklasse. Frequentiecategorieën worden gedefinieerd volgens de volgende conventie: Vaak (≥1/100 tot <1/10); Soms (≥1/1.000 tot <1/100); Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000); Zeer zelden (<1/10.000) en Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Tabel 1. Frequentie van gemelde bijwerkingen (klinische onderzoeken, spontane meldingen inclusief de literatuur).

Systeem/orgaanklassen volgens MedDRAVaak (≥ 1/100, < 1/10)Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000)Zeer zelden (< 1/10.000)niet bekend
Immuunsysteem-aandoeningenOvergevoeligheidsreacties, anafylactische reactie, anafylactoïde reactie
Voedings- en stofwisselingsstoornissenHyponatriëmie
Zenuwstelsel-aandoeningenHoofdpijnDuizeligheid3Ischemische beroerte1
Systeem/orgaanklassen volgens MedDRAVaak (≥ 1/100, < 1/10)Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000)Zeer zelden (< 1/10.000)niet bekend
HartaandoeningenTachycardie2Acuut myocard infarct1 angina pectoris1
Bloedvataandoeningen

Opvliegers2

Hypotensie2

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningenLongembolie3
Maagdarmstelsel-aandoeningen

Misselijkheid

Buikpijn

Huid- en onderhuidaandoeningenUrticaria, pruritus
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornis senMoeheid
  1. 1. Uitsluitend voor hematologische indicaties (hoge dosis) en uitsluitend bij patiënten met bekende of in de voorgeschiedenis aanwezige risicofactoren voor trombose, atherosclerotische cardiovasculaire/cerebrovasculaire aandoeningen of een voorgeschiedenis van angioplastiek.
  2. 2. Bij hoge doses, voorbijgaande daling van de bloeddruk met een reflextachycardie en blozen van het gezicht op het moment van toediening.
  3. 3. Voornamelijk gerapporteerd voor de hematologische indicaties (hoge dosis)

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen:

Hyponatriëmie

Tijdens post-marketing is de meest gemelde bijwerking van desmopressine-injectie hyponatriëmie. Hyponatriëmie kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, braken, gewichtstoename, malaise, buikpijn, spierkrampen, duizeligheid, verwardheid, verminderd bewustzijn, gegeneraliseerd oedeem, en in ernstige gevallen hersenoedeem, hyponatremische encefalopathie, convulsies en coma. Misselijkheid, hoofdpijn en duizeligheid zijn ook gemeld zonder hyponatriëmie. Hyponatriëmie is een gevolg van het antidiuretisch effect, veroorzaakt door verhoogde water reabsorptie door de renale tubuli en osmotische verdunning van het plasma. Speciale aandacht moet worden gegeven aan de voorzorgen zoals vermeld in rubriek 4.4.

Hyponatriëmie is reversibel. Behandeling moet individueel worden ingesteld en een snelle overcorrectie moet worden voorkomen om het risico op verdere complicaties te verminderen (zie ook rubrieken 4.2 en 4.4)

Overgevoeligheidsreacties

Na marketing zijn overgevoeligheidsreacties gemeld waaronder lokale allergische reacties zoals dyspnoe, erytheem, gegeneraliseerd of lokaal oedeem (perifeer, gezicht), pruritus, uitslag en urticaria, in verband met desmopressine injectie. Meer ernstige overgevoeligheidsreacties zoals anafylactische shock en reactie, en anafylactoïde shock en reactie, zijn ook gezien in relatie met gebruik van desmopressine injectie. Overgevoeligheidsreacties treden meestal snel na toediening op en kunnen voorkomen na zowel eerste gebruik als ook na herhaalde blootstelling aan desmopressine injectie.

Pediatrische patiënten

Gegevens over bijwerkingen uit klinische onderzoeken bij kinderen zijn zeer beperkt.

Andere speciale patiëntgroepen

Ouderen en patiënten met een serumnatriumspiegel in het lagere normale bereik kunnen een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van hyponatriëmie (zie rubriek 4.4).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Overdosering kan tot waterintoxicatie leiden. Wanneer tijdens de behandeling te grote hoeveelheden water worden toegediend kan overhydratie optreden (zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik).

Hoewel de behandeling van hyponatriëmie geïndividualiseerd dient te worden, kunnen de volgende algemene aanbevelingen worden gegeven. Hyponatriëmie wordt behandeld door stopzetting van de behandeling met desmopressine, door vochtbeperking en symptomatische behandeling als dat nodig is.

Het antidiuretisch effect kan in geval van overdosering zeer lang aanhouden, zodat eveneens rekening gehouden moet worden met verhoogde interactie met andere geneesmiddelen, die renaal uitgescheiden worden.

5 FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Vasopressine en analogen

ATC code: H01BA02

Desmopressine is een structuur-analogon van het menselijk hypofyse-achterkwab hormoon arginine-vasopressine. De stof heeft een sterkere en langer aanhoudende antidiuretische activiteit dan vasopressine, terwijl tegelijkertijd de pressoractiviteit en oxytocische activiteit aanzienlijk zijn verminderd. Desmopressine is een sterk werkzame stof met een EC50 van 1,6 pg/ml.

Desmopressine in een dosis van 0,3-0,4 µg/kg lichaamsgewicht intraveneus of subcutaan bewerkstelligt een twee- tot viervoudige verhoging van de factor VIII stollingsactiviteit (VIII:C). Tevens wordt, in mindere mate, de Von Willebrand factor-antigeen titer (vWF:Ag) verhoogd en vindt er vrijzetting van plasminogeen-activator (PA) plaats.

Toediening van Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie resulteert in een verkorting of normalisering van de bloedingstijd bij patiënten met een verlengde bloedingstijd ten gevolge van hemofilie A of de ziekte van Von Willebrand, uremie, dysfunctie van bloedplaatjes (congenitaal of door farmaca geïnduceerd) en bij patiënten met verlengde bloedingstijd met een onbekende etiologie.

Bij patiënten met de ziekte van Von Willebrand type IIB is factor VIII abnormaal. In deze gevallen kan toediening van Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie trombocytopenie en trombocytenaggregatie veroorzaken.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

De biologische beschikbaarheid na subcutane injectie van Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie bedraagt ongeveer 85%. Na een dosis van 0,3 µg/kg LW worden na ca. 60 minuten maximale plasmaconcentraties van 600 pg/ml bereikt. Het verdelingsvolume bedraagt ca. 0,2 l.

De halfwaardetijd bedraagt 3-4 uur.

Van de toegediende hoeveelheid desmopressine wordt twee-derde binnen 24 uur renaal uitgescheiden.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Geen bijzonderheden

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Natriumchloride, verdund zoutzuur, water voor injectie.

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3 Houdbaarheid

4 jaar houdbaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C -8°C). Niet in de vriezer bewaren. Beschermen tegen licht.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Kleurloze, type I glazen ampul.

Ampul met 1 ml injectievloeistof 10 stuks

Ampul met 2 ml injectievloeistof 10 stuks

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Na aanbreken van een ampul of het maken van een verdunning dient de vloeistof binnen 12 uur te worden gebruikt in verband met het ontbreken van een conservering.

7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Ferring B.V.

Polarisavenue 130

2132 JX Hoofddorp

8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 16174

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 3 juni 1994

Datum van laatste verlenging: 3 juni 2014

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 2, 4.2 t/m 4.5 en 4.8: 13 mei 2026

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 16174

Datum van herziening volgens de tekst: 13-05-2026

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Octostim 15 microgram/ml oplossing voor injectie

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Desmopressine
Farmaceutische vorm Oplossing voor injectie
Hulpstoffen Natriumchloride, water, gezuiverd, zoutzuur (e 507)
ATC-indeling
  1. H Systemische hormonale middelen, excl. geslachtshormonen en insulinen
    1. H01 Hypofyse- en hypothalamushormonen en analogen
      1. H01B Hormonen van de hypofyseachterkwab
        1. H01BA Vasopressine en analogen
          1. H01BA02 Desmopressine
Registratiehouder Ferring B.V.
Registratie 16174 sinds 03-06-1994

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.