Bijsluiter-info.nl

Nurofen Fastine Liquid Caps 200 mg capsule, zacht – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Zonder recept, ook in de supermarkt
Sterkte:
200 mg
Werkzame stof:
ATC-code:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Nurofen Fastine Liquid Caps 200 mg capsule, zacht

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Nurofen Fastine Liquid Caps 200 mg, capsule, zacht

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke capsule bevat 200 mg ibuprofen.

Hulpstoffen met bekend effect:

  • Sorbitol (E420) 22,26 mg/capsule
  • Ponceau 4R (E124) 0,485 mg/capsule

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Capsules, zacht

Rode, ovale, doorschijnende zachte capsule met identificatieopdruk.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Voor de kortdurende symptomatische behandeling van matige tot gemiddelde pijn, zoals hoofdpijn, menstruatiepijn, kiespijn en koorts en pijn bij verkoudheid.

Nurofen Fastine Liquid Caps is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 20 kg lichaamsgewicht (ongeveer 6 jaar oud).

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering:

Uitsluitend voor kortdurend gebruik.

Bijwerkingen kunnen tot een minimum worden beperkt door gebruik te maken van de laagst mogelijk effectieve dosis voor de kortst mogelijke periode die nodig is om de symptomen onder controle te brengen (zie rubriek 4.4).

Geschikt voor volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 20 kg (ongeveer 6 jaar oud).

Volwassenen en adolescenten ≥ 40 kg:

Aanvangsdosis 200 mg of 400 mg ibuprofen. Indien nodig kunnen extra doses van 1 of 2 capsules (200 mg of 400 mg ibuprofen) worden ingenomen. Het doseringsinterval moet worden gekozen afhankelijk van de waargenomen verschijnselen en de maximale aanbevolen dagdosis. Voor de dosis van 400 mg mag dit interval niet korter zijn dan 6 uur en voor de dosis van 200 mg niet korter dan 4 uur. De totale dosis van 1200 mg per 24 uur mag nooit worden overschreden.

LichaamsgewichtEnkelvoudige dosis in aantal capsulesMaximale dagdosis in aantal capsules
≥ 40 kg1 of 2 capsules6 capsules
Adolescenten, volwassenen en ouderen(overeenkomend met 200 mg of 400 mg ibuprofen)(overeenkomend met 1200 mg ibuprofen)

Kinderen ≤ 39 kg:

Nurofen Fastine mag bij kinderen alleen worden gebruikt bij een lichaamsgewicht van ten minste 20 kg. De maximale totale dagdosis ibuprofen bedraagt 20-30 mg per kg lichaamsgewicht, verdeeld over 3 tot 4 enkelvoudige doses met toedieningsintervallen van 6 tot 8 uur. De maximale aanbevolen dagdosis mag niet worden overschreden. De totale dosis van 30 mg/kg per 24 uur mag nooit worden overschreden. Voor Nurofen Fastine geldt voor kinderen de volgende toedieningsinstructie:

LichaamsgewichtEnkelvoudige dosis in aantal capsulesMaximale dagdosis in aantal capsules
Kinderen 20 kg – 29 kg1 (overeenkomend met 200 mg ibuprofen)3 (overeenkomend met maximaal 600 mg ibuprofen)
Kinderen 30 kg – 39 kg1 (overeenkomend met 200 mg ibuprofen)4 (overeenkomend met maximaal 800 mg ibuprofen)

De patiënt wordt geadviseerd een arts te raadplegen als dit product 3 dagen moet worden gebruikt bij kinderen en adolescenten, of als de verschijnselen verergeren.

De patiënt wordt geadviseerd een arts te raadplegen als dit product bij koorts langer dan 3 dagen moet worden gebruikt bij volwassenen of voor pijnbehandeling langer dan 4 dagen, of als de verschijnselen verergeren.

Patiënten met een gevoelige maag wordt geadviseerd Nurofen Fastine 200 mg liquid capsules met voedsel in te nemen.

Indien het middel kort na het eten wordt ingenomen, kan het intreden van de werking van Nurofen Fastine worden vertraagd. Als dit het geval is, mag niet meer Nurofen Fastine worden ingenomen dan aanbevolen in rubriek 4.2 (dosering) of mag een volgende dosis pas na het verstrijken van het betreffende dosisinterval worden ingenomen.

Speciale populaties

Pediatrische populatie

Voor het gebruik bij kinderen, zie ook rubriek 4.3.

Oudere populatie:

Er is geen speciale dosisaanpassing noodzakelijk. Vanwege het mogelijke bijwerkingenprofiel (zie rubriek 4.4) wordt geadviseerd ouderen bijzonder goed te controleren.

Nierfunctiestoornis:

Er is geen dosisverlaging noodzakelijk bij patiënten met lichte tot matige nierfunctiestoornis (voor patiënten met ernstige nierinsufficiëntie, zie rubriek 4.3).

Leverfunctiestoornis (zie rubriek 5.2):

Er is geen dosisverlaging noodzakelijk bij patiënten met lichte tot matige leverfunctiestoornis (voor patiënten met ernstige leverfunctiestoornis, zie rubriek 4.3).

Wijze van toediening:

Voor oraal gebruik. Er mag niet op de capsules worden gekauwd.

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Patiënten die eerder overgevoeligheidsreacties hebben vertoond (bijvoorbeeld bronchospasme, astma, rinitis, angio-oedeem of urticaria) gerelateerd aan de inname van acetylsalicylzuur (ASA), ibuprofen of andere niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s)

Actieve maagzweer/-bloeding of voorgeschiedenis van recidiverende maagzweer/-bloeding (twee of meer afzonderlijke episoden van bewezen ulceratie of bloeding)

Voorgeschiedenis van maag-darmbloeding of -perforatie gerelateerd aan eerdere behandeling met NSAID’s

Patiënten met ernstig leverfalen, ernstig nierfalen of ernstig hartfalen (NYHA klasse IV) (zie ook rubriek 4.4)

Kinderen met een lichaamsgewicht lager dan 20 kg

Patiënten met een cerebrovasculaire of een andere actieve bloeding

Patiënten met niet-opgehelderde stoornissen in de bloedaanmaak

Patiënten met ernstige dehydratie (ten gevolge van braken, diarree of onvoldoende vochtinname)

Het laatste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.6)

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Indien gebruik gemaakt wordt van de laagste effectieve dosering, gedurende een zo kort mogelijke periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een minimum beperkt blijven (zie gastro-intestinale en cardiovasculaire risico’s hieronder).

Ouderen:

Bij ouderen gaat gebruik van NSAID’s vaker gepaard met bijwerkingen, vooral gastro-intestinale bloeding en perforatie die fataal kunnen verlopen (zie rubriek 4.2). Ouderen hebben een verhoogd risico van de gevolgen van bijwerkingen.

Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met bepaalde aandoeningen die kunnen verergeren:

  • systemische lupus erythematodes en gemengde bindweefselziekte, vanwege een verhoogd risico van aseptische meningitis (zie rubriek 4.8)
  • aangeboren stoornis van het porfyrinemetabolisme (bijv. acute intermitterende porfyrie)
  • maag-darmstelselaandoeningen en chronische inflammatoire darmziekte (colitis ulcerosa, ziekte van

    Crohn) (zie rubriek 4.8)

  • voorgeschiedenis van hypertensie en/of hartfunctiestoornis. Vochtretentie, hypertensie en oedeem zijn gerapporteerd in associatie met een therapie met NSAID’s. (zie rubriek 4.3 en 4.8).
  • nierfunctiestoornis, omdat de nierfunctie kan verslechteren (zie rubrieken 4.3 en 4.8)
  • leverfunctiestoornis (zie rubrieken 4.3 en 4.8)
  • direct na een zware operatieve ingreep
  • bij patiënten die al eerder een allergische reactie hebben vertoond op andere stoffen, aangezien er bij hen ook sprake is van een verhoogd risico van overgevoeligheidsreacties bij gebruik van Nurofen Fastine
  • bij patiënten die last hebben van hooikoorts, neuspoliepen of chronische obstructieve respiratoire aandoeningen, aangezien bij hen sprake is van een verhoogd risico van allergische reacties. Deze kunnen zich presenteren als astma-aanvallen (zogeheten analgetisch astma), Quincke-oedeem of urticaria.

Andere NSAID’s:

Gelijktijdig gebruik van NSAID’s, waaronder COX-2-specifieke remmers, verhoogt het risico van bijwerkingen (zie rubriek 4.5) en moet worden vermeden.

Maskeren van symptomen van onderliggende infecties:

Nurofen Fastine kan symptomen van infectie maskeren, hetgeen kan leiden tot een vertraagde start van een passende behandeling, waardoor het resultaat van de infectie wordt verergerd. Dit is waargenomen bij community-acquired pneumonie en bacteriële complicaties bij varicella. Wanneer Nurofen Fastine wordt toegediend voor koorts of pijnverlichting gerelateerd aan infectie, wordt geadviseerd de infectie te bewaken. Bij zorg buiten een ziekenhuis, dient de patiënt een arts te raadplegen als de symptomen aanhouden of erger worden.

Gastro-intestinale effecten:

Mogelijk fatale gastro-intestinale bloeding, ulceratie of perforatie is voor alle NSAID’s op willekeurige momenten tijdens de behandeling gemeld, met of zonder waarschuwende verschijnselen of een voorgeschiedenis van gastro-intestinale voorvallen.

Wanneer sprake is van gastro-intestinale bloeding of ulceratie bij patiënten die ibuprofen gebruiken, wordt geadviseerd de behandeling te staken.

Het risico van gastro-intestinale bloeding, ulceratie of perforatie is hoger bij verhoging van de NSAID-doses en bij patiënten met een voorgeschiedenis van ulcera, vooral in geval van complicaties met hemorragie of perforatie (zie rubriek 4.3) en bij ouderen. Deze patiënten moeten de behandeling beginnen met de laagst beschikbare dosis. Combinatiebehandeling met beschermende middelen (bijv. misoprostol of protonpompremmers) moet worden overwogen bij deze patiënten en bij patiënten bij wie gelijktijdige toediening noodzakelijk is van acetylsalicylzuur in lage dosering of andere werkzame stoffen die waarschijnlijk het gastro-intestinale risico verhogen (zie hieronder en rubriek 4.5).

Patiënten met een voorgeschiedenis van gastro-intestinale toxiciteit, in het bijzonder ouderen, wordt geadviseerd eventuele ongebruikelijke buikklachten (vooral gastro-intestinale bloeding) te melden, in het bijzonder in de beginfasen van de behandeling.

Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met comedicatie die het risico van ulceratie of bloeding zouden kunnen verhogen, zoals orale corticosteroïden, anticoagulantia als warfarine, selectieve serotonineheropnameremmers of trombocytenaggregatieremmers als ASA (zie rubriek 4.5). NSAID’s moeten voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met een voorgeschiedenis van maag-darmziekte (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn) aangezien deze aandoeningen door deze middelen kunnen verergeren (zie rubriek 4.8).

Ernstige cutane bijwerkingen (SCAR's):

Ernstige cutane bijwerkingen (SCAR's), waaronder exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, syndroom van Stevens-Johnson (SJS) en toxische epidermale necrolyse(TEN), Drugreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom) en acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), die levensbedreigend of fataal kan zijn, zijngemeld in samenhang met het gebruik van ibuprofen (zie rubriek 4.8). Als tekenen en symptomen die op deze reacties wijzen zich voordoen Ibuprofen dient dit onmiddellijk ingetrokken en een alternatieve behandeling overwogen (indien van toepassing) te worden. In uitzonderlijke gevallen kan varicella ernstige infectieuze complicaties van huid en weke delen veroorzaken. In geval van varicella wordt dan ook aanbevolen Nurofen Fastine niet te gebruiken.

Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten:

Er zijn meldingen gedaan van het Kounis-syndroom bij patiënten die worden behandeld met Nurofen Fastine Liquid Caps 200 mg. Het Kounis-syndroom wordt omschreven als cardiovasculaire symptomen als gevolg van een allergische of overgevoeligheidsreactie, die kunnen leiden tot vernauwing van de kransslagaders en mogelijk tot een myocardinfarct.

Klinische studies wijzen erop dat gebruik van ibuprofen, met name hoge doses (2400 mg/dag) geassocieerd kan worden met een licht verhoogd risico op arteriële trombotische gebeurtenissen (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte). Over het algemeen wijzen epidemiologische studies niet uit dat lage doseringen ibuprofen (bijv. ≤ 1200 mg/dag) in verband kunnen worden gebracht met een verhoogde kans op arteriële trombotische gebeurtenissen.

Patiënten met ongecontroleerde hypertensie, congestief hartfalen (NYHA II-III), vastgestelde ischemische hartziekte, perifere arteriële ziekte, en/of cerebrovasculaire ziekte mogen alleen met ibuprofen worden behandeld na zorgvuldige overweging. Hoge doses (2400 mg/dag) dienen te worden vermeden.

Ook moet zorgvuldige overweging plaatsvinden vóór aanvang van langdurige behandeling van patiënten met risicofactoren voor cardiovasculaire gebeurtenissen (bijv. hypertensie, hyperlipidemie, diabetes mellitus, roken), met name wanneer hoge doses ibuprofen (2400 mg/dag) nodig zijn.

Overige opmerkingen:

In zeer zeldzame gevallen zijn ernstige acute overgevoeligheidsreacties (bijvoorbeeld anafylactische shock) waargenomen. Bij de eerste tekenen van een overgevoeligheidsreactie na inname/toediening van Nurofen Fastine moet de behandeling worden gestaakt. Afhankelijk van de verschijnselen moet gespecialiseerd personeel de medisch noodzakelijke maatregelen nemen.

Ibuprofen, de werkzame stof van Nurofen Fastine, kan tijdelijk de trombocytenfunctie remmen (trombocytenaggregatie). Daarom wordt aanbevolen patiënten met stollingsstoornissen nauwgezet te controleren.

In geval van langdurige toediening van Nurofen Fastine moeten de leverwaarden, de nierfunctie en het bloedbeeld regelmatig worden gecontroleerd.

Langdurig gebruik van elk type pijnstiller bij hoofdpijn kan deze hoofdpijn verergeren. Als deze situatie zich voordoet of vermoed wordt, moet men een arts raadplegen en moet de behandeling worden stopgezet. Bij patiënten die vaak of dagelijks hoofdpijn hebben ondanks (of ten gevolge van) het regelmatig gebruik van medicatie bij hoofdpijn, dient men rekening te houden met de diagnose medicatieafhankelijke hoofdpijn (MOH).

Bij gebruik van NSAID’s kunnen door gelijktijdige alcoholinname aan de werkzame stof gerelateerde bijwerkingen toenemen, in het bijzonder die van het maag-darmkanaal en het centrale zenuwstelsel.

Nieren:

In het algemeen kan regelmatig gebruik van pijnstillers, in het bijzonder bij de combinatie van een aantal pijnverlichtende werkzame stoffen, leiden tot permanente nierbeschadiging met het risico van nierfalen (analgeticanefropathie). Dit risico kan toenemen bij lichamelijke overbelasting met zoutverlies en dehydratie. Daarom moet dit worden vermeden.

Pediatrische patiënten:

Er is een verhoogd risico op nierbeschadiging bij kinderen en adolescenten met dehydratie.

Verminderde vruchtbaarheid:

Zie rubriek 4.6

Productspecifieke waarschuwingen:

Dit geneesmiddel bevat sorbitol. Patiënten met zeldzame erfelijke fructose-intolerantie mogen dit geneesmiddel niet gebruiken.

Dit geneesmiddel bevat ponceau 4R. Dit kan allergische reacties veroorzaken.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Andere NSAID’s waaronder cyclo-oxygenase-2-selectieve remmers: gelijktijdig gebruik van twee of meer NSAID’s dient te worden vermeden omdat dit het risico op bijwerkingen kan verhogen (zie rubriek 4.4).

Acetylsalicylzuur

Gelijktijdige behandeling van ibuprofen en acetylsalicylzuur wordt meestal niet aangeraden omdat het de kans op bijwerkingen vergroot.

Er zijn aanwijzingen uit experimentele gegevens dat ibuprofen competitief het effect van laag gedoseerd acetylsalicylzuur op de trombocytenaggregatie kan remmen wanneer dit gelijktijdig wordt toegediend. Hoewel er onzekerheden zijn om deze gegevens te extrapoleren naar de klinische situatie, kan de mogelijkheid dat regelmatig, langdurig gebruik van ibuprofen het cardioprotectieve effect van een lage dosis aspirine vermindert niet worden uitgesloten. Bij incidenteel gebruik van ibuprofen is een klinisch relevant effect onwaarschijnlijk (zie rubriek 5.1).

Ibuprofen moet (evenals andere NSAID’s) met voorzichtigheid worden gebruikt in combinatie met:Mogelijke effecten:
Cardiale glycosides e.g. digoxine:NSAID’s kunnen hartfalen, vermindering van GFR en verhoging van plasma glycoside niveaus veroorzaken. Het gelijktijdig gebruik van Nurofen Fastine en digoxinepreparaten kan de serumspiegel van digoxine verhogen. Bij correct gebruik (de maximale dosering gedurende 4 dagen) is controle van de digoxinespiegel in serum doorgaans niet nodig.
Corticosteroïden:Deze kunnen het risico van bijwerkingen verhogen, vooral die van het maag-darmkanaal (gastro-intestinale ulceratie of bloeding) (zie rubriek 4.4).
Trombocytenaggregatieremmers en selectieve serotinineheropnameremmers (SSRIs):Verhoogd risico van gastro-intestinale bloeding (zie rubriek 4.4).
Acetylsalicylzuur (lage dosis)Gelijktijdige toediening van ibuprofen en acetylsalicylzuur wordt in het algemeen niet aanbevolen vanwege de verhoogde kans op bijwerkingen.
Anticoagulantia:NSAID’s kunnen het effect versterken van anticoagulantia, zoals warfarine (zie rubriek 4.4).
Fenytoïne:Het gelijktijdig gebruik van Nurofen Fastine met fenytoïnepreparaten kan de serumspiegel van fenytoïne verhogen. Bij correct gebruik (de maximale dosering gedurende 4 dagen) is controle van de fenytoïnespiegel in serum doorgaans niet nodig.
Lithium:Het gelijktijdige gebruik van Nurofen Fastine met lithiumpreparaten kan de serumspiegel van lithium verhogen. Bij correct gebruik (de maximale dosering gedurende 4 dagen) is controle van de lithiumspiegel in serum doorgaans niet nodig.
Probenecide en sulfinpyrazon:Geneesmiddelen die probenecide of sulfinpyrazon bevatten, kunnen de uitscheiding van ibuprofen vertragen.
Antihypertensiva, ACE-remmers, bètablokkers en angiotensine-II-antagonisten en diuretica:NSAID’s kunnen het effect van diuretica en andere antihypertensieve geneesmiddelen verminderen. Bij sommige patiënten met nierfunctiestoornis (bijvoorbeeld gedehydreerde patiënten of ouderen met nierfunctiestoornis) kan gelijktijdige toediening van een ACE-remmer, bètablokker of angiotensine-II-antagonist en middelen die cyclo-oxygenase remmen, leiden tot verdere verslechtering van de nierfunctie, waaronder mogelijk acuut nierfalen, die gewoonlijk omkeerbaar is. De combinatie moet dan ook met voorzichtigheid worden toegediend, vooral bij ouderen. Patiënten moeten voldoende worden gehydrateerd en overwogen moet worden na het
starten van gelijktijdige behandeling en daarna met regelmatige tussenpozen de nierfunctie te controleren. Diuretica kunnen de risico op nefrotoxiciteit van NSAID’s verhogen.
Kaliumsparende diuretica:De gelijktijdige toediening van Nurofen Fastine en kaliumsparende diuretica kan leiden tot hyperkaliëmie (controle van de kaliumspiegel in serum wordt aanbevolen).
Methotrexaat:Er is bewijs voor een verhoogd risico van plasma concentraties van methotrexaat. De toediening van Nurofen Fastine binnen 24 uur voor of na toediening van methotrexaat kan leiden tot verhoogde methotrexaatconcentraties en een toename van het toxische effect ervan.
Ciclosporine:Verhoogd risico van nefrotoxiciteit.
Tacrolimus:Het risico van nefrotoxiciteit is verhoogd als de twee geneesmiddelen gelijktijdig worden toegediend.
Zidovudine:Er is bewijs voor een verhoogd risico van gewrichtsbloedingen en hematoom bij hiv-positieve hemofiliepatiënten die gelijktijdig met zidovudine en ibuprofen worden behandeld.
Sulfonylureumderivaten:Klinische onderzoeken hebben interacties aangetoond tussen niet-steroïde ontstekingsremmers en antidiabetica (sulfonylureumderivaten). Hoewel er tot op heden geen interacties tussen ibuprofen en sulfonylureumderivaten zijn beschreven, wordt bij gelijktijdige toediening als voorzorgsmaatregel controle van de bloedglucosewaarden aanbevolen.
Chinolonantibiotica:Gegevens uit onderzoek met dieren tonen aan dat NSAID’s het risico van convulsies met chinolonantibiotica kunnen verhogen. Bij patiënten die NSAID’s en chinolonen gebruiken, kan sprake zijn van een verhoogd risico van het ontstaan van convulsies.
CYP2C9-remmersGelijktijdige toediening van ibuprofen met CYP2C9-remmers kan leiden tot een verhoogde blootstelling aan ibuprofen (CYP2C9-substraat). In een studie met voriconazol en fluconazol (CYP2C9-remmers), werd een toename van de S(+)-ibuprofen blootstelling gezien van ongeveer 80 tot 100%. Verlaging van de ibuprofen dosering moet worden overwogen wanneer krachtige CYP2C9 remmers gelijktijdig worden gebruikt, met name wanneer een hoge dosering ibuprofen gelijktijdig wordt gebruikt met voriconazol of fluconazol.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Remming van de prostaglandinesynthese kan een negatief effect hebben op de zwangerschap en/of de ontwikkeling van het embryo/de foetus. Gegevens afkomstig van epidemiologische studies suggereren een verhoogd risico op een miskraam en/of cardiale misvorming en gastroschisis na gebruik van een prostaglandinesyntheseremmer in een vroeg stadium van de zwangerschap. Het absolute risico op cardiovasculaire misvorming was toegenomen van minder dan 1% tot ongeveer 1,5 %. Er wordt aangenomen dat het risico hoger wordt met een toenemende dosering en duur van de therapie.

Aangetoond is dat bij dieren toediening van een prostaglandinesyntheseremmer leidt tot een toename van verlies van de vrucht vóór en na implantatie en van embryo-foetale letaliteit. Daarnaast is melding gemaakt van een verhoogde incidentie van verschillende malformaties, waaronder cardiovasculaire, bij dieren die tijdens de periode van organogenese een prostaglandinesyntheseremmer toegediend hadden gekregen.

Vanaf de 20ste week van de zwangerschap kan het gebruik van ibuprofen oligohydramnion veroorzaken als gevolg van foetale nierdisfunctie. Dit kan kort na het aanvangen van de behandeling optreden en is meestal reversibel bij stopzetting van de behandeling. Daarnaast zijn er meldingen van constrictie van de ductus arteriosus na behandeling in het tweede trimester, waarvan de meeste verdwenen na beëindiging van de behandeling.Daarom mag ibuprofen niet tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap worden gegeven,tenzij dit duidelijk noodzakelijk is. Als ibuprofen wordt gebruikt door een vrouw die probeert zwanger te worden of tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap, dient de dosis zo laag mogelijk en de behandeling zo kort mogelijk te worden gehouden.

Prenatale controle voor oligohydramnion en constrictie van de ductus arteriosus moet worden overwogen na blootstelling aan ibuprofen gedurende enkele dagen vanaf zwangerschapsweek 20. Ibuprofen moet worden stopgezet als er oligohydramnion of constrictie van de ductus arteriosus wordt gevonden.

Tijdens het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandinesyntheseremmers de foetus blootstellen aan:

  • cardiopulmonale toxiciteit (premature contrictie/sluiting van de ductus arteriosus en pulmonale hypertensie);
  • nierfunctiestoornis (zie hierboven);die kan verergeren tot nierfalen met oligohydroamniose;

de moeder en de neonaat aan het eind van de zwangerschap blootstellen aan:

  • mogelijke verlenging van de bloedingstijd, een aggregatieremmend effect dat zelfs bij zeer lage doses kan voorkomen;
  • remming van uteruscontracties, wat leidt tot een uitgestelde of verlengde bevalling.

In verband hiermee is ibuprofen gecontra-indiceerd tijdens het derde trimester van de zwangerschap.

Borstvoeding

Ibuprofen en zijn metabolieten kunnen in lage concentraties in de moedermelk worden uitgescheiden. Tot op heden zijn er geen schadelijke effecten bekend op zuigelingen, dus zou voor kortdurende behandeling met de aanbevolen dosis tegen pijn en koorts onderbreking van borstvoeding in het algemeen niet noodzakelijk zijn.

Vruchtbaarheid

Er zijn beperkte aanwijzingen dat geneesmiddelen die de synthese van cyclo-oxygenase/prostaglandine remmen, vermindering van de vrouwelijke fertiliteit kunnen veroorzaken door een effect op de ovulatie. Dit effect is reversibel bij het staken van de behandeling.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Bij kortdurend gebruik van Nurofen is er geen of een verwaarloosbaar effect op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Echter, bij het gebruik van hoge doseringen kunnen bijwerkingen ontstaan zoals vermoeidheid en duizeligheid. Het vermogen om actief deel te nemen aan het wegverkeer en om machines te bedienen zal hierdoor in geïsoleerde gevallen verminderd zijn. Dit is nog sterker het geval in combinatie met alcohol.

4.8 Bijwerkingen

De lijst van de onderstaande bijwerkingen omvat alle bijwerkingen die bekend zijn geworden bij behandeling met ibuprofen, inclusief die met hooggedoseerde langdurige behandeling bij reumapatiënten. De vermelde frequenties, die hoger zijn dan die van zeer zeldzame meldingen, hebben betrekking op het kortdurende gebruik van dagdoses tot maximaal 1200 mg ibuprofen voor orale toedieningsvormen en maxima 1800 mg voor zetpillen.

Voor de onderstaande bijwerkingen geldt dat ze overwegend dosisafhankelijk zijn en per persoon kunnen verschillen.

De meest waargenomen bijwerkingen zijn gastro-intestinaal van aard. Bijwerkingen zijn meestal dosisafhankelijk, met name het risico op het optreden van gastro-intestinale bloeding, dat afhankelijk is van de hoogte van de dosering en de duur van de behandeling. Maagulcera, perforatie of gastro-intestinale bloeding, soms fataal, in het bijzonder bij ouderen, kunnen voorkomen (zie rubriek 4.4). Misselijkheid, braken, diarree, flatulentie, obstipatie, dyspepsie, buikpijn, melaena, bloedbraken, ulceratieve stomatitis, exacerbatie van colitis en de ziekte van Crohn (zie rubriek 4.4) zijn na toediening gemeld. Minder vaak werd gastritis waargenomen.

Oedeemvorming, hypertensie en hartfalen zijn gerapporteerd in associatie me behandeling met een NSAID.

Klinische studies wijzen erop dat het gebruik van ibuprofen, met name hoge doses (2400 mg/dag), geassocieerd kan worden met een licht verhoogde kans op arteriële trombotische gebeurtenissen (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte) (zie rubriek 4.4).

Er is melding gemaakt van exacerbatie van infectiegerelateerde ontstekingen (bijvoorbeeld ontwikkeling van necrotiserende fasciitis) die samenvalt met het gebruik van niet-steroïde ontstekingsremmers. Dit hangt mogelijk samen met het werkingsmechanisme van NSAID’s.

Als er verschijnselen van een infectie optreden of als deze verergeren tijdens het gebruik van Nurofen wordt de patiënt dan ook aangeraden onmiddellijk een arts te raadplegen. Er moet worden onderzocht of er een indicatie is voor anti-infectieuze/ antibiotische behandeling.

Bij langdurige behandeling moet het bloedbeeld regelmatig worden bepaald.

De patiënt dient te worden geïnstrueerd onmiddellijk een arts te waarschuwen indien er een van de verschijnselen van een overgevoeligheidsreactie optreedt, en geen Nurofen meer in te nemen. Dit kan zelfs bij het eerste gebruik voorkomen en onmiddellijke medische hulp is noodzakelijk.

De patiënt moet worden geïnstrueerd gebruik van het geneesmiddel te staken en onmiddellijk een arts te raadplegen in geval van hevige pijn in de bovenbuik, melaena of bloedbraken.

Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Infecties en parasitaire aandoeningenZeer zeldenEr is melding gemaakt van exacerbatie van infectiegerelateerde ontstekingen (bijvoorbeeld de ontwikkeling van necrotiserende fasciitis), in uitzonderlijke gevallen kunnen zich tijdens een varicella-infectie ernstige huidinfecties en complicaties van de weke delen voordoen.
Bloed- en lymfestelselaandoeningenZeer zeldenHaematopoëtische aandoeningen (anemie, leukopenie, trombocytopenie, pancytopenie, agranulocytose). De eerste verschijnselen kunnen koorts zijn, keelpijn, oppervlakkige mondzweren, griepachtige klachten, ernstige

Zeer vaak ( 1/10)

Vaak ( 1/100 tot <1/10)

Soms ( 1/1000 tot <1/100)

Zelden ( 1/10.000 tot <1/1000)

Zeer zelden (<1/10.000)

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

vermoeidheid, neusbloedingen en huidbloeding. In zulke gevallen moet de patiënt worden geadviseerd het gebruik van dit middel te staken, zelfmedicatie met pijnstillers of koortsverlagende middelen te vermijden en een arts te raadplegen.
ImmuunsysteemaandoeningenOvergevoeligheidsreacties, bestaand uit1:
SomsUrticaria en pruritus
Zeer zeldenErnstige overgevoeligheidsreacties. Deze kunnen zich presenteren als gezichtsoedeem, zwelling van de tong, zwelling van het inwendige van het strottenhoofd, ademnood, snelle hartslag, bloeddrukdaling (anafylaxie, angio-oedeem of ernstige shock). Exacerbatie van astma
Niet bekendReactiviteit van de luchtwegen, bestaand uit astma, bronchospasme of dyspnoe
Psychische stoornissenZeer zeldenPsychotische reacties, depressie
ZenuwstelselaandoeningenSomsStoornissen van het centrale zenuwstelsel zoals hoofdpijn, duizeligheid, slapeloosheid, agitatie, prikkelbaarheid of vermoeidheid
Zeer zeldenAseptische meningitis2
OogaandoeningenSomsVisusstoornissen
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningenZeldenTinnitus
HartaandoeningenZeer zeldenHartfalen, palpitaties, oedeem en myocardinfarct
Niet bekendKounis-syndroom
BloedvataandoeningenZeer zeldenArteriële hypertensie, vasculitis
MaagdarmstelselaandoeningenVaakGastro-intestinale klachten zoals buikpijn, misselijkheid en dyspepsie. Diarree, flatulentie, obstipatie, pyrose, braken en licht gastro-intestinaal bloedverlies dat in uitzonderlijke gevallen anemie kan veroorzaken.
SomsMaag-darmulcera, mogelijk met bloeding en perforatie. Ulceratieve stomatitis, exacerbatie van colitis en de ziekte van Crohn (zie rubriek 4.4), gastritis
Zeer zeldenOesofagitis, pancreatitis, vorming van intestinale diafragma-achtige vernauwingen.
Lever- en galaandoeningenZeer zeldenLeverfunctiestoornis, leverbeschadiging, in het bijzonder bij langdurige behandeling, leverfalen, acute hepatitis
Huid- en onderhuidaandoeningenSomsDiverse vormen van huiduitslag
Zeer zeldenErnstige cutane bijwerkingen (SCAR's) (inclusief exfoliatieve dermatitis Stevens-Johnson-syndroom, erythema multiforme en toxische epidermale necrolyse), alopecia.
Niet bekend

Geneesmiddelenreactie met Eosinofilie en Systemische Symptomen (DRESS), acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP)

Fotosensitiviteitsreacties

Nier- en urinewegaandoeningenZeldenOok nierweefselbeschadiging (papilnecrose) en verhoogde urinezuurconcentraties in het bloed kunnen in zeldzame gevallen optreden.
Zeer zeldenOedeemvorming, in het bijzonder bij patiënten met arteriële hypertensie of nierinsufficiëntie, nefrotisch syndroom, interstitiële nefritis die gepaard kan gaan met acute nierinsufficiëntie.
OnderzoekenZeldenVerminderde hemoglobinewaarden

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

1 Overgevoeligheidsreacties werden gemeld naar aanleiding van behandeling met ibuprofen. Deze kunnen bestaan uit (a) niet-specifieke allergische reacties en anafylaxie (b) reactiviteit van de luchtwegen waaronder astma, verergering van astma, bronchospasme of dyspnoe, of (c) verscheidene huidreacties, waaronder verschillende typen huiduitslag, pruritus, urticaria, purpura, angio-oedeem en, zeldzamer, exfoliatieve en bulleuze dermatosen (met inbegrip van toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnson syndroom en erythema multiforme).

2 Het pathogene mechanisme van geneesmiddel-geïnduceerde aseptische meningitis wordt niet volledig begrepen. De beschikbare gegevens van NSAID-gerelateerde aseptische meningitis duiden echter op een immuunreactie (gebaseerd op een tijdelijk verband met inname van het geneesmiddel, en het verdwijnen van de symptomen na het staken van het geneesmiddel). Opgemerkt wordt, dat bij patiënten met bestaande auto-immuun stoornissen (zoals systemische lupus erythematosus, mixed connective tissue disease) er gedurende behandeling met ibuprofen enkele gevallen van symptomen van aseptische menigitis (zoals een stijve nek, hoofdpijn, misselijkheid, braken, koorts en desoriëntatie) zijn waargenomen.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Bij kinderen kan inname van meer dan 400 mg/kg ibuprofen verschijnselen veroorzaken. Bij volwassenen is het dosis-responseffect minder duidelijk.

Verschijnselen van een overdosering:

De verschijnselen van een overdosering zijn misselijkheid, braken, maagpijn of, zeldzamer, diarree. Nystagmus, wazig zien, tinnitus, hoofdpijn en gastro-intestinale bloeding kunnen ook optreden. Langdurig gebruik in een hogere dosering dan aanbevolen of overdosering kan leiden tot renale tubulaire acidose en hypokaliëmie. In ernstigere gevallen van vergiftiging is toxiciteit in het centrale zenuwstelsel waargenomen, die zich manifesteert als vertigo, duizeligheid, sufheid, incidenteel excitatie en desoriëntatie, bewustzijnsverlies of coma. Incidenteel kunnen patiënten convulsies ontwikkelen. Bij ernstige vergiftiging kan een metabole acidose optreden. Hypothermie en hyperkaliëmie kan optreden en de prothrombinetijd/INR kan verlengd worden, waarschijnlijk veroorzaakt door interferentie met de werking van circulerende stollingsfactoren. Acuut nierfalen, leverbeschadiging, hypotensie, ademhalingsdepressie en cyanose kunnen optreden. Bij astmatische patiënten kan exacerbatie van astma optreden.

Therapeutische maatregelen bij overdosering:

Er bestaat geen specifiek antidotum.

De behandeling is symptomatisch en ondersteunend en omvat het vrijhouden van de luchtwegen en controle van de cardiale en vitale functies totdat de patiënt stabiel is. Als de patiënt zich binnen 1 uur na het innemen van een mogelijk toxische hoeveelheid aandient, kan orale toediening van actieve kool of maagspoeling overwogen worden. Indien ibuprofen reeds geabsorbeerd is, kunnen alkalische stoffen worden toegediend om de excretie van ibuprofenzuur in de urine te bevorderen. Frequente en langdurige convulsies dienen te worden behandeld met intraveneus diazepam of lorazepam. Geef in geval van astma bronchodilatatoren.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: ontstekingsremmende en antireumatische geneesmiddelen, niet-steroïden; propionzuurderivaat.

ATC-code: M01A E01

Ibuprofen is een niet-steroïde ontstekingsremmer (NSAID) die in de conventionele ontstekingsmodellen bij onderzoek met dieren dankzij de remming van de prostaglandinesynthese effectief is gebleken. Bij de mens vermindert ibuprofen ontstekingsgerelateerde pijn, zwellingen en koorts. Daarbij remt ibuprofen op omkeerbare wijze de ADP- en collageengeïnduceerde trombocytenaggregatie.

Experimentele gegevens suggereren dat ibuprofen competitief het effect kan remmen van lage doseringen acetylsalicylzuur op de trombocytenaggregatie, wanneer deze gelijktijdig worden toegediend. Sommige farmacodynamische studies tonen aan dat, wanneer een enkele dosis ibuprofen van 400 mg werd ingenomen binnen 8 uur voor of 30 minuten na inname van acetylsalicylzuur met directe afgifte (81 mg), er een verminderd effect van de acetylsalicylzuur op de vorming van tromboxaan of trombocytenaggregatie optrad. Er zijn nog onzekerheden met betrekking tot de extrapolatie van deze gegevens naar de klinische situatie, maar de mogelijkheid dat normaal, langdurig gebruik van ibuprofen de cardioprotectieve werking van lage doseringen acetylsalicylzuur kan verlagen, kan niet worden uitgesloten. Bij incidenteel gebruik van ibuprofen worden geen relevante klinische effecten verwacht (zie rubriek 4.5).

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Bij orale toepassing wordt ibuprofen gedeeltelijk in de maag en vervolgens volledig in de dunne darm geabsorbeerd.

Na omzetting in de lever (hydroxylering, carboxylering) worden de farmacologisch inactieve metabolieten volledig geëlimineerd, voornamelijk via de nieren (90%), maar ook met gal. De eliminatiehalfwaardetijd bij gezonde personen en bij personen met lever- en nieraandoeningen bedraagt 1,8-3,5 uur, de plasma-eiwitbinding ongeveer 99%.

Na orale toediening van een farmaceutische vorm met normale afgifte (tablet) worden na 1-2 uur piekplasmaconcentraties bereikt. Na orale toediening van Nurofen Fastine wordt ibuprofen echter sneller geabsorbeerd uit het maag-darmkanaal. In twee farmacokinetische onderzoeken bedroeg de tijd tot piekplasmaconcentraties (Tmax) voor tabletten met het ibuprofenzuur 60 en 90 minuten tegenover respectievelijk 35 en 40 minuten voor Nurofen Fastine. Een gemiddelde Cmax wordt met Nurofen Fastine bereikt in ongeveer de helft van de tijd van die met de farmaceutische vorm met normale afgifte (tablet, "Nurofen"). Ibuprofen wordt in plasma meer dan 8 uur na toediening van Nurofen Fastine nog aangetoond.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

De subchronische en chronische toxiciteit van ibuprofen bij dierproeven werd voornamelijk waargenomen als laesies en ulceraties in het maag-darmkanaal. In-vitro- en in-vivo-onderzoeken leverden geen klinisch relevant bewijs van een mutageen potentieel van ibuprofen. In onderzoeken met ratten en muizen werd geen bewijs van carcinogene effecten van ibuprofen gevonden. Ibuprofen leidde tot de remming van de ovulatie bij konijnen en tot een verstoorde implantatie bij verschillende diersoorten (konijn, rat, muis). Experimentele onderzoeken hebben aangetoond dat ibuprofen de placenta passeert; bij maternaal toxische doses werd een verhoogde incidentie van malformaties (ventrikelseptumdefecten) waargenomen.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Vulling:

Macrogol 600

Kaliumhydroxide (minimale zuiverheid 85%)

Gezuiverd water

Omhulsel van de capsule:

Vloeibaar sorbitol (E420), gedeeltelijk gedehydreerd

Gelatine

Ponceau 4R (E124)

Inkt:

Opacode WB white NS-78-18011 (bestaand uit 29%w/w titaandioxide (E 171), 10%w/w propyleenglycol, , 5%w/w hypromellose (E464)).

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Blisterverpakking gemaakt van wit ondoorzichtig PVC/ PVDC-laminaat hitte-geseald op 20 µm dik aluminiumfolie. Elke blisterverpakking bevat 2, 4, 6, 8, 10, 12, 16, 20, 24, 30, 40 of 50 capsules. De blisterverpakkingen zijn verpakt in een kartonnen doosje.

Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Reckitt Benckiser Healthcare B.V.

Radarweg 60

1043 NT Amsterdam

8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 102120

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 19 april 2010 Datum

van laatste verlenging : 19 mei 2012

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 16 januari 2026.

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 102120

Datum van herziening volgens de tekst: 16-01-2026

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Nurofen Fastine Liquid Caps 200 mg capsule, zacht

Afleverstatus
Zonder recept, ook in de supermarkt?
  • Afleverstatus: zonder recept, ook in de supermarkt (AV, algemene verkoop)
Werkzame stof Ibuprofen
Farmaceutische vorm Capsule, zacht
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
gelatine (e 441), hypromellose (e 464), kaliumhydroxide (e 525), macrogol 600 … (+5)+

gelatine (e 441), hypromellose (e 464), kaliumhydroxide (e 525), macrogol 600, ponceau 4r (e 124), propyleenglycol (e 1520), sorbitol vloeibaar, gedeeltelijk gedehydrateerd, titaandioxide (e 171), water, gezuiverd

ATC-indeling
  1. M Middelen voor het skelet- en spierstelsel
    1. M01 Anti-inflammatoire en antireumatische middelen
      1. M01A Anti-inflammatoire en antireumatische middelen, niet-steroïdaal
        1. M01AE Propionzuurderivaten, anti-inflammatoire en antireumatische middelen
          1. M01AE01 Ibuprofen
Registratiehouder Reckitt Benckiser Healthcare B.V.
Registratie 102120 sinds 19-04-2010 Procedure: DE/H/1482/001

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.