SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - NephroMAG
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
NephroMAG 0,2 mg, kit voor radiofarmaceutisch preparaat
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
De kit bestaat uit twee verschillende injectieflacons: (1) en (2). Injectieflacon (1) bevat 0,2 mg mercaptoacetyltriglycine (mertiatide). Injectieflacon (2) bevat 2.5 ml fosfaatbufferoplossing.
Voor een volledige lijst van de hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
De radio-isotoop maakt geen deel uit van de kit. De kit bestaat uit alle vereiste niet-radioactieve bestanddelen voor de reconstitutie van technetium-(99mTc) mertiatide oplossing voor injectie.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Kit voor radiofarmaceutisch preparaat.
Productkenmerken na labeling:
Heldere tot licht glanzende, kleurloze, waterige oplossing. pH: 7.1-7.5
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is enkel bestemd voor diagnostisch gebruik.
Na reconstitutie en labeling met natrium(99mTc)-pertechnetaat oplossing wordt het verkregen radiofarmaceutische product, technetium-(99mTc) mertiatide, gebruikt voor de evaluatie van nefrologische en urologische aandoeningen, in het bijzonder voor het bestuderen van de functie, morfologie en doorbloeding van de nieren en voor de bepaling van de uitscheiding van urine.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Volwassenen en ouderen
Volwassen en ouderen: 40 - 200 MBq, afhankelijk van de pathologie die wordt bestudeerd en de gebruikte methode.
Kinderen en jongeren jonger dan 18 jaar
Hoewel NephroMAG kan worden gebruikt in pediatrische patiënten, zijn er geen formele studies uitgevoerd. Klinische ervaring laat zien dat de activiteit voor pediatrische gebruik gereduceerd moet worden. Vanwege van de variabele relatie tussen de grootte en het lichaamsgewicht van de patiënten is het soms aangeraden de activiteiten aan te passen aan de 1ichaamsoppervlakte. Een praktische benadering is het overnemen van de aanbevelingen van de Paediatric Task Group van de European Association of Nuclear Medicine (EANM). Zie onderstaande tabel.
Vermindering van de radioactiviteit tot minder dan 10% van de activiteit voor volwassenen zal in het algemeen leiden tot technisch onbevredigende procedures.
Fractie van activiteit in volwassenen (Paediatric Task Group EANM, 1990).
| 3 kg = 0,1 | 22 kg = 0,5 | 42 kg = 0,78 |
| 4 kg = 0,14 | 24 kg = 0,53 | 44 kg = 0,80 |
| 6 kg = 0,19 | 26 kg = 0,56 | 46 kg = 0,82 |
| 8 kg = 0,23 | 28 kg = 0,58 | 48 kg = 0,85 |
| 10 kg = 0,27 | 30 kg = 0,62 | 50 kg = 0,88 |
| 12 kg = 0,32 | 32 kg = 0,65 | 52 - 54 kg = 0,90 |
| 14 kg = 0,36 | 34 kg = 0,68 | 56 -58 kg = 0,92 |
| 16 kg = 0,40 | 36 kg = 0,71 | 60 -62 kg = 0,96 |
| 18 kg = 0,44 | 38 kg = 0,73 | 64 -66 kg = 0,98 |
| 20 kg = 0,46 | 40 kg = 0,76 | 68 kg = 0,99 |
Wijze van toediening
NephroMAG wordt toegediend na reconstitutie en labeling.
Dit geneesmiddel mag uitsluitend toegediend worden door bevoegde personen.
Het radioactief geneesmiddel wordt intraveneus ingespoten, zie rubriek 4.4 "Algemene waarschuwingen".
Het scintigrafisch onderzoek start gewoonlijk onmiddellijk na de toediening.
Voor meer instructies voor de juiste voorbereiding van de patiënt, zie rubriek 4.4.
Voor meer instructies over de juiste toediening/gebruik van NephroMAG, zie rubriek 6.6 en rubriek 12.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen.
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Radiofarmaca mogen alleen worden gebruikt door bevoegde personen met de juiste autorisatie voor het gebruik en hanteren van radionucliden.
Hoewel de mogelijkheid van het voorkomen van bijwerkingen (zie rubriek 4.8) klein is, moeten de middelen voor de juiste behandeling van allergische reacties (adrenaline, corticosteroïden en antihistaminen) altijd beschikbaar zijn voor direct gebruik.
Kleine hoeveelheden technetium (99mTc)-gelabelde onzuiverheden kunnen aanwezig zijn en/of gevormd worden tijdens het labelingproces. Omdat sommige van deze onzuiverheden naar de lever gaan en uitgescheiden worden via de galblaas, kunnen zij de late fase (na 30 minuten) van een dynamische nierstudie verstoren door de overlapping van de nier en de lever in de desbetreffende zone.
Indien het geneesmiddel toegediend wordt zonder de aanvullende buffer, zal een irritatie op de plaats van injectie optreden.
Voorbereiding van de patiënt
De patiënt moet goed gehydrateerd zijn voor het begin van het onderzoek en worden aangespoord om zoveel mogelijk te plassen in de eerste uren na het onderzoek om straling te verminderen.
Algemene waarschuwingen
Dit radioactief geneesmiddel mag alleen in door de overheid daartoe goedgekeurde ruimten in ontvangst genomen, bereid en toegediend worden door daartoe bevoegde personen. Ontvangst, opslag, gebruik, vervoer en vernietiging zijn onderworpen aan de wettelijke bepalingen en/of specifieke vergunningen van de lokaal bevoegde officiële instanties.
Radiofarmaca moeten bereid worden door de gebruiker in overeenstemming met zowel de stralingsveiligheid als de farmaceutische kwaliteitsvereisten, Geschikte aseptische maatregelen moeten genomen worden, volgens de vereisten van de Good Manufacturing Practice (GMP) voor geneesmiddelen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Wisselwerking van Technetium-(99mTc) mertiatide met andere geneesmiddelen die vaak voorgeschreven worden aan patiënten die bovenvermelde onderzoeken moeten ondergaan is niet bekend (bijv. middelen tegen hoge bloeddruk of geneesmiddelen voor de behandeling en preventie van het afstoten van getransplanteerde organen).
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Er is geen klinische ervaring met het gebruik van technetium-(99mTc) mertiatide in zwangere vrouwen. Er zijn geen gegevens in dieren over embryotoxiciteit bekend.
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan vruchtbare vrouwen, moet men zich steeds informeren over een mogelijke zwangerschap. Men moet aannemen dat elke vrouw die een cyclus heeft overgeslagen, zwanger is tenzij het tegendeel bewezen is.
Radionuclide procedures uitgevoerd bij zwangere vrouwen zullen ook de foetus een stralingsdosis bezorgen. Bij een normale nierfunctie resulteert de toediening van 200 MBq technetium-(99mTc) mertiatide in een dosis van 2,4 mGy die geabsorbeerd wordt door de baarmoeder.
Alternatieve technieken zonder tussenkomst van ioniserende straling moeten overwogen worden. Technetium-(99mTe) mertiatide mag niet toegediend worden tijdens de zwangerschap tenzij het allernoodzakelijkst is. Het voordeel voor de moeder moet hei risico voor de foetus overtreffen.
De laagste stralingsblootstelling moet toegepast worden om de gewenste klinische gegevens te verkrijgen.
Voordat een radiofarmacon wordt toegediend aan een moeder die borstvoeding geeft, moet worden overwogen of het onderzoek mogelijkerwijs kan worden uitgesteld totdat de moeder is gestopt met het geven van borstvoeding, en of de juiste keus wat betreft radioactief geneesmiddel is gemaakt met hei oog op de uitscheiding van radioactiviteit in moedermelk. Als de toediening noodzakelijk wordt geacht, dient de borstvoeding voor 24 uur onderbroken worden en de gekolfde voeding worden weggegooid. Bovendien is het aanbevolen dat de moeder nauw contact met de baby vermijdt gedurende de eerste 24 uur na de injectie om het kind te beschermen tegen radioactieve straling. Bij onzekerheid wordt gewoonlijk aanbevolen de borstvoeding te hervatten wanneer de radioactiviteit in de melk niet zal resulteren in een stralingsdosis aan het kind die groter is dan l mSv.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Zeer zelden zijn milde anafylactische reacties gerapporteerd (< 0,01 %), gekarakteriseerd door jeukende huiduitslag, zwelling van de oogleden en hoesten.
Af en toe zijn zwakke vasovagale reacties gerapporteerd. Een cerebrale convulsie is gerapporteerd in een gesedeerd vijftien dagen oud kind, maar een causaal verband met de toediening van het radiofarmacon werd niet aangetoond.
Blootstelling aan ioniserende straling wordt in verband gebracht met de inductie van kanker en de mogelijke ontwikkeling van aangeboren afwijkingen. Voor wal betreft de diagnosestelling in de nucleaire geneeskunde lijkt het huidige bewijsmateriaal erop te wijzen dat deze bijwerkingen met lage frequentie zullen optreden vanwege van de blootstelling aan lage stralingsdoses.
Bij de meeste diagnostische onderzoeken waarbij een procedure uit de nucleaire geneeskunde wordt gebruikt, is de toegediende stralingsdosis (E) minder dan 20 mSv. Een berekening voor de desbetreffende procedure in de meest ongunstige situatie geeft waarden van 2 mSv voor een volwassene en 0,76 mSv voor een éénjarig kind na toediening van respectievelijk 200 en 20 MBq.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Het risico van een overmatige dosis technetium-(99mTc) mertiatide is grotendeels theoretisch en hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door overmatige blootstelling aan straling. In zulke omstandigheden kan de straling op het lichaam (nieren, blaas en galblaas) worden verminderd door geforceerde diurese en regelmatig plassen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: radiofarmaca, ATC-Code: V09CA03
Bij de te gebruiken dosis heeft technetium-(99mTc) mertiatide injectie geen bekend farmacodynamisch effect.
Door het meten van het aantal counts in de nieren over de tijd is het mogelijk om de doorbloeding en het functioneren van de nieren en de uitscheiding van urine te meten.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Na intraveneuze injectie wordt technetium-(99mTc) mertiatide snel door de nieren uit het bloed geklaard. Technetium-(99mTc) mertiatide heeft een binding van 78-90% aan plasma-eiwitten. Bij normaal functioneren van de nieren wordt 70% van de toegediende dosis binnen, 30 minuten uitgescheiden, en meer dan 95% binnen 3 uur.
Dit laatste is afhankelijk van de pathologie van de nieren en het urogenitaal systeem. Het mechanisme van excretie is hoofdzakelijk gebaseerd op tubulaire secretie. Glomerulaire filtratie draagt voor 1l% bij aan de totale klaring.
5.3 Gegevens uit preklinisch veiligheidsonderzoek
Er zijn geen acute, subacute en subchronische of mutagene effecten waargenomen in het preklinische veiligheidsonderzoek. Er is echter geen gedetailleerde informatie beschikbaar over deze studies.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van bestanddelen
Injectieflacon (1):
Tinchloridedihydraat,
Dinatrium (R,R)-tartraatdihydraat Natriumhydroxide
Zoutzuur
Injectieflacon (2):
Natriumwaterstoffosfaatdihydraat
Natriumdiwaterstoffosfaatdihydraat Zoutzuur
Water voor injecties
De injectieflacons bevatten geen conserveermiddel.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet bekend. Om de stabiliteit van technetium-(99mTc) mertiatide niet in gevaar te brengen, dient het preparaat niet te worden toegediend samen met andere geneesmiddelen.
6.3 Houdbaarheid
15 maanden
Na reconstitutie: 8 uur. Bewaren beneden 25°C.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de koelkast (2 - 8 °C).
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Voor de bewaarcondities van het gereconstitueerde geneesmiddel, zie rubriek 6.3.
Opslag dient te gebeuren overeenkomstig de nationale wetgeving op radioactief materiaal.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Glazen injectieflacon (10 ml) afgesloten met een butyl rubber stop en verzegeld met een aluminium crimpcap. NephroMAG wordt geleverd als vijf injectieflacons met poeder (werkzame stof: mertiatide) samen met vijf injectieflacons met 2,5 ml steriele fosfaatbuffer oplossing in een doos.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Bij de toediening van radiofarmaca bestaat voor andere personen het risico op externe radiatie of contaminatie door urine, braaksel, enz. Beschermende maatregelen tegen straling moeten in overeenstemming zijn met de lokale regelgeving voor radioactief materiaal. Niet-gebruikte producten of afvalmateriaal moeten verwijderd worden in overeenstemming met de lokale regelgeving.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ROTOP Pharmaka GmbH Bautzner Landstr. 400
01328 Dresden
Duitsland
Tel.: +49 351 26 31 02 10
Fax: +49 351 26 31 03 13
E-Mail: service@)rotop-pharmaka.de
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
- RVG 33401
9. DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/ HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
- 8 augustus 2006 / 2 juni 2009
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 1 juli 2020
11. DOSIMETRIE
Geabsorbeerde doses: Technetium (99mTc) mertiatide (Normale nierfunctie) | |||||
| Geabsorbeerde dosis / eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq) | |||||
| Orgaan | Volwasse nen | 15-jarigen | 10-jarigen | 5-jarigen | 1-jarigen |
| Bijnieren | 0,00039 | 0,00051 | 0,00082 | 0,00120 | 0,00250 |
| Blaas | 0,11000 | 0,14000 | 0,17000 | 0,18000 | 0,32000 |
| Bot oppervlak | 0,00130 | 0,00160 | 0,00210 | 0,00240 | 0,00430 |
| Hersenen | 0,00010 | 0,00013 | 0,00022 | 0,00035 | 0,00061 |
| Borst | 0,00010 | 0,00014 | 0,00024 | 0,00039 | 0,00082 |
| Galblaas | 0,00057 | 0,00087 | 0,00200 | 0,00170 | 0,00280 |
| Maag/darm-kanaal | |||||
| Maag | 0,00039 | 0,00049 | 0,00097 | 0,00130 | 0,00250 |
| Dunne darm | 0,00230 | 0,00300 | 0,00420 | 0,00460 | 0,00780 |
| Dikke darm | 0,00340 | 0,00430 | 0,00590 | 0,00600 | 0,00980 |
| ULI | 0,00170 | 0,00230 | 0,00340 | 0,00400 | 0,00670 |
| LLI | 0,00570 | 0,00700 | 0,00920 | 0,00870 | 0,01400 |
| Hart | 0,00018 | 0,00024 | 0,00037 | 0,00057 | 0,00120 |
| Nieren | 0,00340 | 0,00420 | 0,00590 | 0,00840 | 0,01500 |
| Lever | 0,00031 | 0,00043 | 0,00075 | 0,00110 | 0,00210 |
| Longen | 0,00015 | 0,00021 | 0,00033 | 0,00050 | 0,00100 |
| Spieren | 0,00140 | 0,00170 | 0,00220 | 0,00240 | 0,00410 |
| Slokdarm | 0,00013 | 0,00018 | 0,00028 | 0,00044 | 0,00082 |
| Eierstokken | 0,00540 | 0,00690 | 0,00870 | 0,00870 | 0,01400 |
| Alvleesklier | 0,00040 | 0,00050 | 0,00093 | 0,00130 | 0,00250 |
| Beenmerg | 0,00093 | 0,00120 | 0,00160 | 0,00150 | 0,00210 |
| Huid | 0,00046 | 0,00057 | 0,00083 | 0,00097 | 0,00180 |
| Milt | 0,00036 | 0,00049 | 0,00079 | 0,00120 | 0,00230 |
| Testes | 0,00370 | 0,00530 | 0,00810 | 0,00870 | 0,01600 |
| Thymus | 0,00013 | 0,00018 | 0,00028 | 0,00044 | 0,00082 |
| Schildklier | 0,00013 | 0,00016 | 0,00027 | 0,00044 | 0,00082 |
| Baarmoeder | 0,01200 | 0,01400 | 0,01900 | 0,01900 | 0,03100 |
| Overige organen | 0,00130 | 0,00160 | 0,00210 | 0,00220 | 0,00360 |
| Effectieve dosis (mSv/MBq) | 0,00700 | 0,00900 | 0,01200 | 0,01200 | 0,02200 |
| De blaaswand draagt met 80% bij aan de effectieve dosis. | |||||
| Effectieve dosis als de blaas een uur of een half uur na toediening is geleegd. | |||||
| 1 uur | 0,00250 | 0,00310 | 0,00450 | 0,00640 | 0,00640 |
| 30 min | 0,00170 | 0,00210 | 0,00290 | 0,00390 | 0,00680 |
Geabsorbeerde doses: Technetium (99mTc) mertiatide (Abnormale nierfunctie) | |||||
| Geabsorbeerde dosis / eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq) | |||||
| Orgaan | Volwasse nen | 15-jarigen | 10-jarigen | 5-jarigen | 1-jarigen |
| Bijnieren | 0,00160 | 0,00210 | 0,00320 | 0,00480 | 0,00860 |
| Blaas | 0,08300 | 0,11000 | 0,13000 | 0,13000 | 0,23000 |
| Bot oppervlak | 0,00220 | 0,00270 | 0,00380 | 0,00500 | 0,00910 |
| Hersenen | 0,00061 | 0,00077 | 0,00130 | 0,00200 | 0,00360 |
| Borst | 0,00054 | 0,00070 | 0,00110 | 0,00170 | 0,00320 |
| Galblaas | 0,00160 | 0,00220 | 0,00380 | 0,00460 | 0,00640 |
| Maag/darm-kanaal | |||||
| Maag | 0,00120 | 0,00150 | 0,00260 | 0,00350 | 0,00610 |
| Dunne darm | 0,00270 | 0,00350 | 0,00500 | 0,00600 | 0,01000 |
| Dikke darm | 0,00350 | 0,00440 | 0,00610 | 0,00690 | 0,01100 |
| ULI | 0,00220 | 0,00300 | 0,00430 | 0,00560 | 0,00930 |
| LLI | 0,00510 | 0,00630 | 0,00850 | 0,00860 | 0,01400 |
| Hart | 0,00091 | 0,00120 | 0,00180 | 0,00270 | 0,00480 |
| Nieren | 0,01400 | 0,01700 | 0,02400 | 0,03400 | 0,05900 |
| Lever | 0,00140 | 0,00180 | 0,00270 | 0,00380 | 0,00660 |
| Longen | 0,00079 | 0,00110 | 0,00160 | 0,00240 | 0,00450 |
| Spieren | 0,00170 | 0,00210 | 0,00290 | 0,00360 | 0,00640 |
| Slokdarm | 0,00074 | 0,00097 | 0,00150 | 0,00230 | 0,00410 |
| Eierstokken | 0,00490 | 0,00630 | 0,00810 | 0,00870 | 0,01400 |
| Alvleesklier | 0,00150 | 0,00190 | 0,00290 | 0,00430 | 0,00740 |
| Beenmerg | 0,00150 | 0,00190 | 0,26000 | 0,00310 | 0,00500 |
| Huid | 0,00078 | 0,00096 | 0,00150 | 0,00200 | 0,00380 |
| Milt | 0,00150 | 0,00190 | 0,00290 | 0,00430 | 0,00740 |
| Testes | 0,00340 | 0,00470 | 0,00710 | 0,00780 | 0,01400 |
| Thymus | 0,00074 | 0,00097 | 0,00150 | 0,00230 | 0,00410 |
| Schildklier | 0,00073 | 0,00095 | 0,00150 | 0,00240 | 0,00440 |
| Baarmoeder | 0,01000 | 0,01200 | 0,01600 | 0,01600 | 0,02700 |
| Overige organen | 0,00170 | 0,00210 | 0,00280 | 0,00340 | 0,00600 |
| Effectieve dosis (mSv/MBq) | 0,00610 | 0,00780 | 0,01000 | 0,01100 | 0,19000 |
Geabsorbeerde doses: Technetium (99mTc) mertiatide (Acute eenzijdige nierobstructie) | |||||
| Geabsorbeerde dosis / eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq) | |||||
| Orgaan | Volwasse nen | 15-jarigen | 10-jarigen | 5-jarigen | 1-jarigen |
| Bijnieren | 0,01100 | 0,01400 | 0,02200 | 0,03200 | 0,05500 |
| Blaas | 0,05600 | 0,07100 | 0,09100 | 0,09300 | 0,17000 |
| Bot oppervlak | 0,00310 | 0,00400 | 0,00580 | 0,00840 | 0,01700 |
| Hersenen | 0,00011 | 0,00014 | 0,00023 | 0,00039 | 0,00075 |
| Borst | 0,00038 | 0,00051 | 0,00100 | 0,00160 | 0,00300 |
| Galblaas | 0,00620 | 0,00730 | 0,01000 | 0,01600 | 0,02300 |
| Maag/darm-kanaal | |||||
| Maag | 0,00390 | 0,00440 | 0,00700 | 0,00930 | 0,01200 |
| Dunne darm | 0,00430 | 0,00550 | 0,00850 | 0,01200 | 0,01900 |
| Dikke darm | 0,00390 | 0,00500 | 0,00720 | 0,00920 | 0,00150 |
| ULI | 0,00400 | 0,00510 | 0,00760 | 0,01000 | 0,01600 |
| LLI | 0,00380 | 0,00480 | 0,00670 | 0,00820 | 0,01300 |
| Hart | 0,00130 | 0,00160 | 0,00270 | 0,00400 | 0,00610 |
| Nieren | 0,20000 | 0,24000 | 0,33000 | 0,47000 | 0,81000 |
| Lever | 0,00440 | 0,00540 | 0,00810 | 0,01100 | 0,01700 |
| Longen | 0,00110 | 0,00160 | 0,00250 | 0,00390 | 0,00720 |
| Spieren | 0,00220 | 0,00270 | 0,00370 | 0,00510 | 0,00890 |
| Slokdarm | 0,00038 | 0,00054 | 0,00085 | 0,00150 | 0,00230 |
| Eierstokken | 0,00380 | 0,00510 | 0,00710 | 0,00920 | 0,01500 |
| Alvleesklier | 0,00740 | 0,00900 | 0,01300 | 0,01800 | 0,02900 |
| Beenmerg | 0,00300 | 0,00360 | 0,00500 | 0,00600 | 0,00830 |
| Huid | 0,00082 | 0,00100 | 0,00150 | 0,00220 | 0,00420 |
| Milt | 0,00980 | 0,01200 | 0,01800 | 0,02600 | 0,04000 |
| Testes | 0,00200 | 0,00290 | 0,00450 | 0,00500 | 0,00980 |
| Thymus | 0,00038 | 0,00054 | 0,00085 | 0,00150 | 0,00230 |
| Schildklier | 0,00017 | 0,00023 | 0,00045 | 0,00092 | 0,00160 |
| Baarmoeder | 0,00720 | 0,00870 | 0,01200 | 0,01300 | 0,02200 |
| Overige organen | 0,00210 | 0,00260 | 0,00360 | 0,00470 | 0,00800 |
| Effectieve dosis (mSv/MBq) | 0,01000 | 0,01200 | 0,01700 | 0,02200 | 0,03800 |
11.1. Nucleair fysische eigenschappen
Technetium-(99mTc) wordt verkregen uit een (99Mo)/(99mTe) steriele generator en vervalt door gamma emissie (gamma energie 140/142 keV) met een halfwaardige tijd van 6,02 uur tot technetium-(99Tc), dat vervalt tot stabiel ruthenium-(99Ru).
Technetium-(99Tc) kan als stabiel beschouwd worden door de lange halfwaardetijd van 214.000 jaar.
12. INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
12.1 INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK/MANIPULATIE
De inhoud van de injectieflacon (1) wordt gelabeld met de natriumpertechnetaat (99mTc) oplossing op kamertemperatuur. Deze reactie wordt gestopt na 15 minuten door toevoeging van de bufferoplossing.
Labeling moet worden gedaan met een eluaat met een radioactieve concentratie tussen 40 en 500 MBq/ml. Alleen eluaten verkregen van een generator, die eenmaal in de voorafgaande 24 uur is geëlueerd, moeten worden gebruikt.
12.2. INSTRUCTIES VOOR LABELING
Het radiofarmacon wordt direct voor gebruik bereid volgens de volgende labelinginstructies: De labelingprocedure moet onder aseptische condities worden uitgevoerd.
Plaats injectieflacon (1) in een afdoend loodschild. Reinig de rubberen dop met een geschikt desinfectant en laat het drogen.
Injecteer 8 ml van de natriumpertechnetaat (99mTc) oplossing in injectieflacon (l) met behulp van een injectienaald. Onttrek dan hetzelfde volume stikstof van de injectieflacon met dezelfde injectiespuit ter compensatie van de druk.
Schud de injectieflacon voorzichtig zodat de volledige inhoud van de injectieflacon wordt bevochtigd voor complete oplossing van het poeder.
Breng, na een reactietijd van 15 minuten, een volume van 2 ml bufferoplossing van injectieflacon (2) over in de injectieflacon (1) met behulp van een nieuwe injectiespuit. Onttrek dan hetzelfde volume stikstof van de injectieflacon met dezelfde injectiespuit ter compensatie van de druk.
Zorgvuldig schudden voor een goede menging. Bepaal de totale radioactiviteit en bereken het volume dat geïnjecteerd moet worden.
Productkenmerken na labeling:
Heldere tot licht glanzende, kleurloze, waterige oplossing. pH: 7.1-7.5
12.3 INSTRUCTIES VOOR KWALITEITSCONTROLE De volgende methodes kunnen gebruikt worden: HPLC-methode
De radiochemische zuiverheid van de gelabelde stof wordt onderzocht met high performance liquid chromatografphy (HPLC), gebruik makend van een geschikte detector van radioactiviteit. op een RP18 kolom van 25 cm, stroomsnelheid 1,0 ml/min. Mobiele fase A is een 93:7 mengsel met een fosfaatoplossing (1.36 g KH2PO4. bijgesteld met een 0,1 M NaOH tot pH 6) en ethanol. Mobiele fase B is een 1:9 mengsel van water en methanol.
Gebruik een gradiënt elutie programma met de volgende parameters:
| Tijd (min): | Stroomsnelheid (ml/min): | % A | % B |
|---|---|---|---|
| 15 | 1 | 100 | 0 |
| 5 | 1 | 0 | 100 |
| 5 | 2 | 100 | 0 |
De technetium-(99mTc) mertiatide piek verschijnt aan het eind van de passage van mobiele fase A.
Het injectievolume is 5 µL en het totale aantal counts per kanaal moet niet hoger worden dan 30.000.
Vereiste:
| t = 0 | na 8 uur | |
|---|---|---|
| Technetium-(99mTc) mertiatide | ≥ 94 % | ≥ 94 % |
| hydrofiele onzuiverheden | ≤ 3.0 % | ≤ 3.0 % |
| lipofiele onzuiverheden | ≤ 4.0 % | ≤ 4.0 % |
Versimpelde snelle procedure
Deze methode is gebaseerd op kolommen die op grote schaal gebruikt worden voor de voorbehandeling van waterige oplossingen voor chromatografie. De kolom (bijvoorbeeld Sep-Pak C18, Waters) wordt gewassen met 10 ml absolute ethanol, gevolgd door 10 ml. 0,001 M zoutzuur. Achterblijvende restanten van de oplossingen worden verwijderd met 5 ml lucht. 0,05 ml van de technetium-(99mTc) mertiatide oplossing wordt op de kolom gebracht. Elueer met 10 ml 0,001 M zoutzuur en verzamel het eerste eluaat (hydrofiele onzuiverheden). Elueer de kolom met ethanol/9 g/L natriumchloride oplossing met een verhouding van 1:1. Dit tweede eluaat bevat technetium-(99mTc) mertiatide. De kolom bevat de lipofiele onzuiverheden.
Meet de radioactiviteit van elk deel. Tel de radioactiviteit van de eluaten en de kolom als 100% en bereken de respectievelijke percentages.
Let op: elueer langzaam (druppelsgewijs). Vereiste: technetium-(99mTc) mertiatide ≥94 %Vereenvoudigde TLC-procedure
Deze methode wordt gebruikt voor de

- a)
Bepaling van technetium (99mTc)-pertechnetaat
- (verontreiniging A)
Chromatografiesysteem:
Strips: ITLC-SA
Eluens: methylethylketon
Loopafstand: 6-8 cm
Monstervolume: 1-2 µl
Detector: een geschikte detector
Evaluatie
Technetium (99mTc)-pertechnetaat migreert met het vloeistoffront (Rf = 0,8 tot 1,0). Als u geen scanner hebt, knipt u de strip op 5 cm van de onderkant door. Meet de radioactiviteit van beide delen afzonderlijk. Bepaal de activiteit van het bovenste deel in verhouding tot de totale activiteit.

Specificatie voor
(verontreiniging A): ≤ 5,0%
- b)
Bepaling van colloïdaal technetium (99mTc) (verontreiniging B)

Chromatografiesysteem:
Strips: ITLC-SA
Eluens: water voor injectie
Loopafstand: 6-8 cm
Volume: 1-2 µl
Detector: een geschikte detector
Evaluatie
Colloïdaal technetium (99mTc) (gehydrolyseerd gereduceerd technetium (99mTc)) blijft bij het beginpunt (Rf = 0,0 tot 0,1). Als u geen scanner hebt, knipt u de strip op 1,5 cm van de onderkant af. Meet de radioactiviteit van beide delen afzonderlijk. Bepaal de activiteit van het onderste deel in verhouding tot de totale activiteit.

Specificatie voor
(verontreiniging B): ≤ 2,0%
Berekening van de radiochemische zuiverheid (specificatie ≥ 94%)
Radiochemische zuiverheid = 100% - (A [%] + B [%])
12.4 Afval
Niet-gebruikte producten of afvalmateriaal moeten verwijderd worden in overeenstemming met de lokale regelgeving.
