SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Lucrin PDS Depot 6 maanden
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg bevat 30 mg leuproreline-acetaat in de vorm van steriele, gelyofiliseerde micropartikels.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie.
Wit gelyofiliseerd poeder en kleurloos oplosmiddel.
pH na reconstitutie: 5-7
Osmolariteit na reconstitutie: 650 mOsm
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1. Therapeutische indicaties
Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg is bestemd voor de behandeling van lokaal uitgebreid en gemetastaseerd prostaatcarcinoom, waarbij verlaging van de testosteronspiegels tot castratieniveau vereist is.
4.2. Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen dosering is 30 mg eens per zes maanden subcutaan. Het toedieningsinterval moet tussen de 168 en 180 dagen liggen (24 tot 26 weken).
De plaats van de injectie bij de patiënt dient te worden gevarieerd.
De plasmaspiegels van patiënten met nier- en leverinsufficiëntie lagen binnen de range van de plasmaspiegels van patiënten met gezonde nieren en lever. Bij chronisch nierfalen werden in sommige gevallen hogere plasmaspiegels gemeten.
Bij patiënten die behandeld worden met GnRH-analogen voor prostaatkanker wordt de behandeling daarmee meestal voortgezet nadat castratie resistente prostaatkanker (CRPC) is vastgesteld. Men wordt verwezen naar de desbetreffende richtlijnen.
Wijze van toediening
Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg dient alleen bereid, gereconstitueerd en toegediend te worden door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg die bekend zijn met deze procedures.
4.3. Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof leuproreline-acetaat, vergelijkbare nonapeptiden of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg is niet bestemd voor de behandeling van patiënten met hormoonongevoelige tumoren en na orchidectomie.
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij patiënten die behandeld worden met GnRH agonisten, zoals leuproreline-acetaat, is er een verhoogd risico op depressie, die ernstig kan zijn. Patiënten moeten hierover geïnformeerd worden en bij het optreden van symptomen moet een geschikte behandeling worden ingezet.
Convulsies
Post-marketing zijn gevallen van convulsies waargenomen bij patiënten met of zonder een voorgeschiedenis van predisponerende factoren, die behandeld werden met leuproreline-acetaat. Convulsies dienen behandeld te worden volgens de huidige klinische praktijk.
Ernstige bijwerkingen van de huid
In verband met de behandeling met leuproreline zijn ernstige bijwerkingen van de huid (severe cutaneous adverse reactions, SCAR’s) gemeld, waaronder Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn. Wanneer dit geneesmiddel wordt voorgeschreven, dienen patiënten te worden ingelicht over de tekenen en symptomen. Zij moeten nauwlettend worden gecontroleerd op huidreacties. Als er tekenen en symptomen optreden die op deze reacties wijzen, dan moet leuproreline onmiddellijk worden stopgezet en een alternatieve behandeling worden overwogen (indien nodig).
Androgeendeprivatietherapie kan het QT-interval verlengen.
Artsen dienen de voordelen af te wegen tegen de risico’s, waaronder de kans op torsade de pointes, voorafgaand aan het starten van Lucrin bij patiënten met een voorgeschiedenis van of risicofactoren voor QT-verlenging en bij patiënten die gelijktijdig geneesmiddelen krijgen die het QT-interval kunnen verlengen (zie rubriek 4.5).
Behandeling met Lucrin PDS Depot dient onder specialistische begeleiding te geschieden.
Opvlammingseffect
De behandeling van patiënten met prostaatcarcinoom dient onder adequate controle te geschieden door een arts die bekend is met hormonale therapie. Tijdens de eerste week kan een toename van de klachten en verslechtering van de symptomen optreden ten gevolge van een aanvankelijke stijging van de serumtestosteronspiegel.
Patiënten met urinewegobstructie ten gevolge van metastasering moeten de eerste week goed geobserveerd worden. Bij deze patiënten zijn orchidectomie en behandeling met oestrogeen veiliger.
Patiënten met metastasen in de wervels dienen in het begin van de therapie met Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg nauwlettend te worden geobserveerd (zie rubriek 4.8). Een tijdelijke gecombineerde behandeling met een anti-androgeen op geleide van het klinisch beeld kan in die fase worden overwogen.
Bij patiënten, waarbij behandeling met Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg een zeker risico kan betekenen, kan worden overwogen om de behandeling, gedurende de periode van 2 weken te beginnen met de éénmaaldaagse dosering van Lucrin in plaats van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg. Indien de éénmaaldaagse dosering goed wordt verdragen, kan worden overgegaan op Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg (zie ook rubriek 4.2).
Het effect van leuproreline op botlaesies kan beoordeeld worden aan de hand van botscans.
Metabole veranderingen
Het gebruik van androgeendeprivatietherapie, waaronder GnRH-agonisten, kan in verband worden gebracht met een verhoogd risico op metabole veranderingen zoals hyperglykemie, diabetes, hyperlipidemie en leververvetting. Hyperglykemie kan het ontwikkelen van diabetes mellitus of verslechtering van de glykemische controle bij patiënten met diabetes betekenen. Patiënten met een verhoogd risico moeten worden gecontroleerd op tekenen en symptomen van het metabool syndroom waaronder ook op lipiden, bloedglucose en/of HbA1c, en behandeld worden volgens de huidige klinische praktijk.
Hart- en vaatziekten
Er is een verhoogd risico op het ontwikkelen van myocardinfarct, plotselinge hartdood en beroerte gerapporteerd in verband met gebruik van GnRH-agonisten door mannen. Gebaseerd op de gerapporteerde odds ratios blijkt het risico laag te zijn. Als besloten wordt tot een behandeling voor patiënten met prostaatkanker, dient dit risico zorgvuldig geëvalueerd te worden samen met cardiovasculaire risicofactoren. Patiënten die GnRH-agonisten krijgen dienen gecontroleerd te worden op symptomen en tekenen die het ontwikkelen van cardiovasculaire aandoeningen suggereren en ze dienen overeenkomstig huidige klinische praktijk behandeld te worden.
Laboratoriumtests
De respons op de therapie met leuproreline kan bewaakt worden door de serumspiegels van testosteron, prostaat specifiek antigeen en zure fosfatase te meten. De testosteronspiegels stijgen t.g.v. de initiële doses en dalen daarna geleidelijk in 2 weken. Spiegels als na castratie (0,25 ng/ml) worden na 2 tot 4 weken bereikt en blijven dan gehandhaafd gedurende de gehele duur van de behandeling met Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg.
Er is een voorbijgaande stijging waargenomen van de zure fosfatase spiegels vroeg in de behandeling. Gewoonlijk treedt een daling op van deze verhoogde spiegels in de tweede tot vierde week van meer dan 25 %.
Idiopathische intracraniële hypertensie
Idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) is gemeld door patiënten die leuproreline ontvingen. Patiënten moeten worden gewaarschuwd voor verschijnselen en symptomen van idiopathische intracraniële hypertensie, waaronder ernstige of terugkerende hoofdpijn, zichtstoornissen en tinnitus. Indien idiopathische intracraniële hypertensie optreedt, moet worden overwogen het gebruik van leuproreline te staken.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Aangezien een androgeendeprivatiebehandeling het QT-interval kan verlengen, dient er een zorgvuldige beoordeling plaats te vinden van het gelijktijdige gebruik van Lucrin met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen of geneesmiddelen die torsade de pointes kunnen veroorzaken, zoals klasse IA (bv. quinidine, disopyramide) of klasse III (bv. amiodaron, sotalol, dofetilide, ibutilide) anti-aritmica, methadon, moxifloxacine, antipsychotica, enz. (zie rubriek 4.4).
4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Lucrin PDS Depot (6 maanden 30 mg) is niet geïndiceerd voor gebruik in vrouwen.
Vruchtbaarheid
Lucrin kan een nadelig effect op de vruchtbaarheid hebben gezien het farmacologische effect van leuproreline op de hypofyse-gonadale as (zie rubriek 5.1) en gebaseerd op bevindingen in dieren met de depot formulering. Er zijn geen gegevens bij mensen met betrekking tot de mannelijke vruchtbaarheid na behandeling met leuproreline-acetaat.
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen aanwijzingen dat Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg het reactievermogen nadelig zou beïnvloeden.
4.8. Bijwerkingen
Lange termijn blootstelling (6 – 12 maanden) aan leuproreline kan leiden tot osteoporose (zie ook rubriek 4.4).
Bij mannen die nog niet eerder behandeld werden met hormonen treedt gewoonlijk tijdens de eerste week van de behandeling een verhoging op van de serumtestosteronspiegels boven baseline, die aan het eind van de tweede week van de behandeling is afgenomen naar baseline niveau of lager. Niettemin vormt het risico van tijdelijke exacerbaties van symptomen van prostaatkanker gedurende de eerste behandelingsweken een bron van zorg bij patiënten met vertebrale metastases en/of obstructieve uropathie of hematurie. Hierbij kan verergering leiden tot neurologische problemen zoals tijdelijke zwakte en/of paresthesieen van de benen of verslechtering van de urinaire symptomen (zie ook rubriek 4.4).
Bijwerkingen treden op in de volgende frequenties: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
De volgende bijwerkingen zijn tijdens klinische studies waargenomen of zijn gemeld uit post-marketing surveillance met deze of met andere Lucrin-formuleringen.
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| Infecties en parasitaire aandoeningen | infectie | niet bekend |
| rhinitis | soms | |
| bronchitis | vaak | |
| urineweginfectie | vaak | |
| abces | niet bekend | |
| geïnfecteerde cysten | soms | |
| virale infectie | soms | |
| candidiasis | soms | |
| sepsis | soms | |
| faryngitis | niet bekend | |
| pneumonie | niet bekend | |
| huidschimmelinfectie | soms | |
| Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) | neoplasma | soms |
| pseudolymfoom | soms | |
| huidcarcinoom | niet bekend | |
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | anemie | vaak |
| eosinofilie | soms | |
| Immuunsysteem-aandoeningen | overgevoeligheid | soms |
| anafylactische reactie | niet bekend | |
| Endocriene aandoeningen | Goiter - vergroting van de schildklier | niet bekend |
| hypofysaire apoplexie | niet bekend |
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | anorexie | vaak |
| diabetes mellitus | niet bekend | |
| toegenomen eetlust | vaak | |
| hyperglykemie | soms | |
| hypoglykemie | soms | |
| dehydratie | soms | |
| hyperlipidemie | niet bekend | |
| hyperfosfatemie | niet bekend | |
| hypoproteïnemie | niet bekend | |
| abnormale gewichtstoename | zeer vaak | |
| abnormaal gewichtsverlies | vaak | |
| Psychische stoornissen | stemmingswisselingen -lange termijn -korte termijn | vaak soms |
| nervositeit | niet bekend | |
| verminderd libido | zeer vaak | |
| toename van het libido | niet bekend | |
| slapeloosheid | vaak | |
| slaapstoornis | soms | |
depressie -lange termijn -korte termijn | vaak vaak | |
| angst | vaak | |
| waanideeën | niet bekend | |
| zelfmoordgedachte | niet bekend | |
| zelfmoordpoging | niet bekend | |
| Zenuwstelsel-aandoeningen | duizeligheid | vaak |
| hoofdpijn | vaak | |
| paresthesie | vaak | |
| lethargie | vaak | |
| slaperigheid | vaak | |
| geheugenstoornis | vaak | |
| smaakstoornissen | vaak | |
| hypoesthesie | vaak | |
| syncope | niet bekend | |
| tremor | soms | |
| enkelvoudige partiële toevallen | soms | |
| perifere neuropathie | niet bekend | |
| cerebraal vasculaire toeval | niet bekend | |
| bewustzijnsverlies | niet bekend | |
| transient ischemic attack (TIA) | niet bekend | |
| paralyse | niet bekend | |
| neuromyopathie | niet bekend | |
| convulsie | niet bekend | |
| idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) (zie rubriek 4.4) | niet bekend |
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| Oogaandoeningen | troebel zien | vaak |
| oogaandoeningen | niet bekend | |
| visusstoornis | niet bekend | |
| amblyopie | soms | |
| droge ogen | niet bekend | |
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | oorpijn | soms |
| draaiduizeligheid | soms | |
| tinnitus | soms | |
| gehoorstoornis | niet bekend | |
| Hartaandoeningen | congestief hartfalen | vaak |
| aritmieën | vaak | |
| myocardinfarct | vaak | |
| angina pectoris | vaak | |
| ventriculaire extrasystolen | soms | |
| tachycardie | niet bekend | |
| hartfalen | soms | |
| bradycardie | soms | |
| plotselinge hartdood | niet bekend | |
| atrioventriculair blok | soms | |
| Bloedvataandoeningen | opvliegers | zeer vaak |
| vasodilatatie | zeer vaak | |
| angiopathie | soms | |
| lymfoedeem | vaak | |
| hypertensie | vaak | |
| tromboflebitis | vaak | |
| flebitis | niet bekend | |
| trombose | niet bekend | |
| aneurysma | soms | |
| circulatoire collaps | soms | |
| overmatig blozen | zeer vaak | |
| hematoom | soms | |
| hypotensie | niet bekend | |
| spataderen | niet bekend | |
| slechte perifere circulatie | soms |
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | pleurawrijven | vaak |
| longfibrose | vaak | |
| bloedneus | soms | |
| dyspneu | vaak | |
| hemoptysis | soms | |
| emfyseem | soms | |
| hoest | soms | |
| astma | vaak | |
| COPD (chronische obstructieve pulmonaire disease) | soms | |
| pleurale effusie | niet bekend | |
| longinfiltratie | niet bekend | |
| ademhalingsstoornis | niet bekend | |
| sinuscongestie | niet bekend | |
| acuut pulmonair oedeem | vaak | |
| longembolie | niet bekend | |
| interstitiële longziekte | niet bekend | |
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | obstipatie | vaak |
| misselijkheid | vaak | |
| braken | vaak | |
| gastritis | soms | |
| maagdarmbloedingen | vaak | |
| opgezette buik | vaak | |
| diarree | vaak | |
| dysfagie | niet bekend | |
| droge mond | niet bekend | |
| zweren aan de twaalfvingerige darm | niet bekend | |
| maagdarmstoornissen | niet bekend | |
| maagzweren | niet bekend | |
| rectale poliepen | niet bekend | |
| Lever- en galaandoeningen | abnormale leverfunctie | niet bekend |
| ernstige leverschade | niet bekend | |
| cholestatische hepatitis | soms | |
| hepatocellulaire beschadiging | soms | |
| geelzucht | niet bekend | |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | erytheem | vaak |
| erythema multiforme | niet bekend | |
| haaruitval | vaak | |
| ecchymose | vaak | |
| huiduitslag | soms | |
| maculopapulaire huiduitslag | soms | |
| droge huid | soms | |
| overgevoeligheid voor licht | niet bekend | |
| urticaria | niet bekend | |
| overmatig zweten | zeer vaak | |
| dermatitis | niet bekend |
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| Stevens-Johnson-syndroom / toxische epidermale necrolyse (SJS/TEN) (zie rubriek 4.4) | niet bekend | |
| toxische huideruptie | niet bekend | |
| huidreacties | vaak | |
| abnormale haargroei | niet bekend | |
| haarziekte | soms | |
| jeuk | vaak | |
| nachtzweten | soms | |
| pigmentatie aandoening | niet bekend | |
| huidlesie | niet bekend | |
| koud zweet | soms | |
| zwelling in het gezicht | niet bekend | |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | botpijn | zeer vaak |
| myalgie | vaak | |
| botzwelling | vaak | |
| gewrichtsaandoeningen | niet bekend | |
| artralgie | vaak | |
| rugpijn | vaak | |
| spierzwakte | zeer vaak | |
| pijn in de extremiteiten | vaak | |
| spierspasmen | vaak | |
| spondylitis ankylopoëtica | niet bekend | |
| tenosynovitis | niet bekend | |
| osteoporose | niet bekend | |
| Nier- en urinewegaandoeningen | urine-incontinentie | soms |
| dysurie | vaak | |
| pollakisurie | soms | |
| plotseling (dringend) moeten urineren | niet bekend | |
| hematurie | vaak | |
| nocturie | zeer vaak | |
| urineretentie | soms | |
| mictiestoornis | soms | |
| spasmen van de blaas | niet bekend | |
| urinewegaandoening | niet bekend | |
| obstructie van de urineweg | niet bekend | |
| polyurie | soms | |
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | gynaecomastie | vaak |
| gevoelige borsten | vaak | |
| erectiele disfunctie | zeer vaak | |
| testikelatrofie | vaak | |
| testikelpijn | soms | |
| groter worden van de borsten | soms | |
| pijnlijke borsten | niet bekend | |
| stoornis aan de testikels | zeer vaak | |
| zwelling van de penis | niet bekend | |
| stoornissen van de penis | niet bekend |
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| pijnlijke prostaat | niet bekend | |
| blaarvorming aan de penis | vaak | |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | pijn | vaak |
| pijn op de borst | vaak | |
| oedeem | vaak | |
| perifeer oedeem | zeer vaak | |
| gravitatie-oedeem | soms | |
| oedeem op de injectieplaats | vaak | |
| droge slijmvliezen | soms | |
| asthenie | vaak | |
| moeheid | zeer vaak | |
| koorts | vaak | |
| reactie op de injectieplaats | zeer vaak | |
| ontsteking op de injectieplaats | vaak | |
| verdikking op de injectieplaats | vaak | |
| pijn op de injectieplaats | vaak | |
| verharding van de injectieplaats | vaak | |
| (steriel) abces op de injectieplaats | vaak | |
| zwelling op de injectieplaats | vaak | |
| hematomen op de injectieplaats | niet bekend | |
| irritatie op de injectieplaats | soms | |
| necrose op de injectieplaats | niet bekend | |
| koude rillingen | vaak | |
| nodule | niet bekend | |
| dorst | niet bekend | |
| malaise | soms | |
| influenza-achtige ziekte | vaak | |
| verstoorde manier van lopen | soms | |
| ontsteking | niet bekend | |
| bekkenfibrose | niet bekend | |
| Onderzoeken | QT-verlenging | niet bekend |
| hematocriet verlaagd | vaak | |
| hemoglobine verlaagd | vaak | |
| verlies van botmassa | niet bekend | |
| bloedureum verhoogd | vaak | |
| bloedurinezuur verhoogd | soms | |
| bloedcreatinine verhoogd | vaak | |
| toegenomen rode bloedcelsedimentatie-snelheid | soms | |
| bloedcalcium verhoogd | soms | |
| bloedalkaline-fosfatase verhoogd | vaak |
| Orgaansysteem | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| bij mannen | ||
| bloedlactaatzuur-dehydrogenase verhoogd | zeer vaak | |
| PSA toegenomen | vaak | |
| ALT toegenomen | vaak | |
| AST toegenomen | zeer vaak | |
gammaglutamyltrans- ferase toegenomen | vaak | |
| ECG afwijkingen | vaak | |
| tekenen myocard ischemie in ECG | niet bekend | |
| bloed testosteron toegenomen | soms | |
| abnormale leverfunctietest | soms | |
| aantal bloedplaatjes verlaagd | soms | |
| bloedkalium verlaagd | niet bekend | |
| proteïne in urine | soms | |
| aantal witte bloedcellen verhoogd | soms | |
| aantal witte bloedcellen verlaagd | niet bekend | |
| PT verlengd | niet bekend | |
| geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT) verlengd | niet bekend | |
| transaminase toegenomen | vaak | |
| hartruis | niet bekend | |
| LDL toegenomen | niet bekend | |
| bloedtriglyceriden verhoogd | niet bekend | |
| bloedbilirubine verhoogd | niet bekend | |
| aantal reticulocyten verhoogd | soms | |
| Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | fractuur | soms |
| wervelfractuur | niet bekend | |
| hoofdletsel | soms | |
| vallen | soms | |
| occlusie van hulpmiddel | soms | |
| Chirurgische en medische verrichtingen | tumor excisie | soms |
| transurethrale blaasresectie | soms | |
| lithotripsie | soms |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9. Overdosering
Er bestaat geen klinische ervaring met het effect van een acute overdosering van leuproreline depot. In geval van overdosering, dient de patiënt zorgvuldig gecontroleerd te worden en wordt symptomatisch ondersteunende behandeling aanbevolen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1. Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Gonadotropine releasing hormoonanaloga, ATC code: L02AE02.
Het actieve bestanddeel van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg is leuproreline, een synthetisch nonapeptide. Dit nonapeptide is een analogon van het natuurlijke, in de hypothalamus geproduceerde hormoon LH-RH (gonadoreline, "gonadotropin-releasing hormone"). Leuproreline kan de groei van bepaalde hormoonafhankelijke tumoren remmen alsmede atrofie van de voortplantingsorganen veroorzaken.
Tot nu toe zijn er geen gegevens over de vorming van antistoffen na langdurige behandeling.
Leuproreline heeft een stimulerende werking op de afgifte van luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend hormoon (FSH) door de hypofyse. Aanvankelijk zullen de LH- en FSH- spiegels daarom toenemen, hetgeen resulteert in een verhoging van de testosteronsecretie. Voortgezet gebruik van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg leidt echter tot afgenomen spiegels van LH en FSH, waarbij de testosteronproductie daalt tot op castratieniveau. Deze effecten treden op binnen 2 tot 4 weken na aanvang van de behandeling en blijven gedurende de duur van de therapie gehandhaafd.
Leuproreline oefent derhalve een specifieke werking uit op de hypofysaire gonadotropinen en de menselijke voortplantingsorganen. Deze specificiteit vermindert de kans op vooral cardiovasculaire bijwerkingen, die bij oestrogenen optreden, zoals na gebruik van diethyl- stilbestrol; eveneens vermindert de kans op andere afgeleide bijwerkingen, zoals: gynaecomastie en aandoeningen van de lever en de galblaas, trombo-embolie en oedeem. Het staken van de therapie resulteert in een herstel van de normale activiteit van het hypofyse-gonadesysteem, waarmee de behandeling reversibel is.
Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg biedt een alternatief voor patiënten met gemetastaseerd prostaatcarcinoom bij wie toediening van oestrogenen resulteert in een verhoogd risico.
Bij patiënten met gemetastaseerd castratie resistente prostaatkanker (CRPC) is uit klinische studies gebleken dat voortgezet gebruik van GnRH agonisten, zoals leuproreline, naast de toepassing van middelen, zoals de androgeen remmers abiraterone acetaat en enzalutamide, de taxanen docetaxel en cabazitaxel en de radio-farmaceutische Ra-223 zinvol kan zijn.
5.2. Farmacokinetische eigenschappen
Leuproreline is na orale toediening niet actief. Na éénmalige toediening van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg zijn na zes maanden nog detecteerbare spiegels aanwezig. Na chronische toediening treedt geen accumulatie op.
Distributie
Het gemiddelde steady-state distributievolume van leuproreline-acetaat na intraveneuze toediening van een bolusinjectie bij gezonde mannelijke vrijwilligers was 27 L. In vitro binding aan humane plasma-eiwitten varieerde tussen 43% tot 49%.
Biotransformatie
Bij gezonde mannelijke vrijwilligers gaf een intraveneuze bolusinjectie van 1 mg leuproreline-acetaat een gemiddelde systemische klaring van 7,6 L/u, met een terminale eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer drie uur, gebaseerd op een tweecompartimentenmodel.
Dierstudies hebben aangetoond dat 14C-gelabelde leuproreline-acetaat werd gemetaboliseerd in kleinere inactieve peptiden, een pentapeptide (Metaboliet I), tripeptiden (Metabolieten II en III) en een dipeptide (Metaboliet IV). Deze fragmenten kunnen verder worden gemetaboliseerd.
De plasmaconcentratie van de belangrijkste metaboliet (M-I) is gemeten in vijf prostaatkankerpatiënten na toediening van leuproreline-acetaat depot suspensie. Deze metaboliet bereikte een maximale concentratie twee tot zes uur na dosering van ongeveer 6% van de piekconcentratie van het oorspronkelijke geneesmiddel.
Eliminatie
Na toediening van leuproreline-acetaat depot 3,75 mg suspensie aan drie patiënten werd minder dan 5% van de dosis uitgescheiden als leuproreline en zijn M-I-metaboliet in de urine gedurende 27 dagen.
Speciale patiëntenpopulaties
De farmacokinetiek van leuproreline-acetaat bij patiënten met verminderde lever- of nierfunctie is niet vastgesteld.
5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Na langdurige toediening van leuproreline aan de rat wordt een toename van hypofysetumoren waargenomen. Dit effect treedt niet op bij de muis. Hypofysetumoren in knaagdieren zijn ook bekend voor andere LHRH-analoga. Deze waarneming wordt niet als relevant voor de mens beschouwd.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1. Lijst van hulpstoffen
Poeder voor suspensie voor injectie: melkzuurpolymeer en mannitol (E421).
Oplosmiddel voor suspensie voor injectie: natriumcarboxymethylcellulose (E466), mannitol (E421), polysorbaat 80 (E433), ijsazijn (voor pH-aanpassing) en water voor injectie.
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3. Houdbaarheid
De houdbaarheidstermijn bedraagt 36 maanden. Het gereconstitueerde product is fysisch-chemisch stabiel gedurende 24 uur bij 25°C. Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product echter direct na reconstitutie te worden gebruikt. Indien het gereconstitueerde product niet direct wordt gebruikt, is de gebruiker/toediener verantwoordelijk voor de gehanteerde gebruikstermijn en conditie voor toediening. Normaliter is de termijn in dit laatste geval niet langer dan 24 uur bij 2-8°C, tenzij reconstitutie heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en gevalideerde omstandigheden.
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5. Aard en inhoud van de verpakking
Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg: 1 voorgevulde tweekamerspuit met 30 mg leuproreline-acetaat en 1 ml oplosmiddel voor suspensie voor injectie.
In de voorste kamer van de tweekamerspuit bevindt zich het poeder en in de achterste kamer het oplosmiddel.
De spuit is van type I glas met chloorbutylrubberen stoppers en een roestvrijstalen 23G naald.
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
- 1. Schroef de zuiger in de achterste stopper totdat de stopper gaat draaien.
- 2. Denk eraan om het luer lock-mechanisme vast te draaien door de naald met de wijzers van de klok mee te draaien totdat hij vastzit. Draai de naald niet te strak vast.
- 3. Houd de spuit rechtop en DUW LANGZAAM het oplosmiddel omhoog totdat de voorste stopper zich bij de blauwe lijn in het midden van de schacht bevindt.
- 4. Schud de injectiespuit voorzichtig om de deeltjes goed te mengen met het oplosmiddel zodat een uniforme suspensie ontstaat. De suspensie zal er melkachtig uitzien.
- 5. Wanneer de deeltjes blijven kleven aan de stopper, dient u met uw vinger tegen de injectiespuit te tikken.
- 6. Verwijder het beschermkapje rond de naald en beweeg de zuiger om lucht uit de injectiespuit te verdrijven.
- 7. Injecteer de gehele inhoud van de spuit subcutaan onmiddellijk na reconstitutie, zoals u gewend bent bij een normale injectie. De suspensie zakt zeer snel uit na reconstitutie, daarom dient Lucrin PDS Depot onmiddellijk na het mixen te worden toegediend.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
AbbVie B.V.
Wegalaan 9
2132 JD Hoofddorp
Tel: 088 322 2843
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
In het register ingeschreven onder RVG 100696
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 6 maart 2009
Datum van laatste verlenging: 6 maart 2014
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.8: 26 november 2025
