Bijsluiter-info.nl

Lucrin PDS Depot 6 maanden – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
30 mg
Werkzame stof:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Lucrin PDS Depot 6 maanden

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg, poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg bevat 30 mg leuproreline-acetaat in de vorm van steriele, gelyofiliseerde micropartikels.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie.

Wit gelyofiliseerd poeder en kleurloos oplosmiddel.

pH na reconstitutie: 5-7

Osmolariteit na reconstitutie: 650 mOsm

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1. Therapeutische indicaties

Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg is bestemd voor de behandeling van lokaal uitgebreid en gemetastaseerd prostaatcarcinoom, waarbij verlaging van de testosteronspiegels tot castratieniveau vereist is.

4.2. Dosering en wijze van toediening

Dosering

De aanbevolen dosering is 30 mg eens per zes maanden subcutaan. Het toedieningsinterval moet tussen de 168 en 180 dagen liggen (24 tot 26 weken).

De plaats van de injectie bij de patiënt dient te worden gevarieerd.

De plasmaspiegels van patiënten met nier- en leverinsufficiëntie lagen binnen de range van de plasmaspiegels van patiënten met gezonde nieren en lever. Bij chronisch nierfalen werden in sommige gevallen hogere plasmaspiegels gemeten.

Bij patiënten die behandeld worden met GnRH-analogen voor prostaatkanker wordt de behandeling daarmee meestal voortgezet nadat castratie resistente prostaatkanker (CRPC) is vastgesteld. Men wordt verwezen naar de desbetreffende richtlijnen.

Wijze van toediening

Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg dient alleen bereid, gereconstitueerd en toegediend te worden door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg die bekend zijn met deze procedures.

4.3. Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stof leuproreline-acetaat, vergelijkbare nonapeptiden of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
  • Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg is niet bestemd voor de behandeling van patiënten met hormoonongevoelige tumoren en na orchidectomie.

4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Bij patiënten die behandeld worden met GnRH agonisten, zoals leuproreline-acetaat, is er een verhoogd risico op depressie, die ernstig kan zijn. Patiënten moeten hierover geïnformeerd worden en bij het optreden van symptomen moet een geschikte behandeling worden ingezet.

Convulsies

Post-marketing zijn gevallen van convulsies waargenomen bij patiënten met of zonder een voorgeschiedenis van predisponerende factoren, die behandeld werden met leuproreline-acetaat. Convulsies dienen behandeld te worden volgens de huidige klinische praktijk.

Ernstige bijwerkingen van de huid

In verband met de behandeling met leuproreline zijn ernstige bijwerkingen van de huid (severe cutaneous adverse reactions, SCAR’s) gemeld, waaronder Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn. Wanneer dit geneesmiddel wordt voorgeschreven, dienen patiënten te worden ingelicht over de tekenen en symptomen. Zij moeten nauwlettend worden gecontroleerd op huidreacties. Als er tekenen en symptomen optreden die op deze reacties wijzen, dan moet leuproreline onmiddellijk worden stopgezet en een alternatieve behandeling worden overwogen (indien nodig).

Androgeendeprivatietherapie kan het QT-interval verlengen.

Artsen dienen de voordelen af te wegen tegen de risico’s, waaronder de kans op torsade de pointes, voorafgaand aan het starten van Lucrin bij patiënten met een voorgeschiedenis van of risicofactoren voor QT-verlenging en bij patiënten die gelijktijdig geneesmiddelen krijgen die het QT-interval kunnen verlengen (zie rubriek 4.5).

Behandeling met Lucrin PDS Depot dient onder specialistische begeleiding te geschieden.

Opvlammingseffect

De behandeling van patiënten met prostaatcarcinoom dient onder adequate controle te geschieden door een arts die bekend is met hormonale therapie. Tijdens de eerste week kan een toename van de klachten en verslechtering van de symptomen optreden ten gevolge van een aanvankelijke stijging van de serumtestosteronspiegel.

Patiënten met urinewegobstructie ten gevolge van metastasering moeten de eerste week goed geobserveerd worden. Bij deze patiënten zijn orchidectomie en behandeling met oestrogeen veiliger.

Patiënten met metastasen in de wervels dienen in het begin van de therapie met Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg nauwlettend te worden geobserveerd (zie rubriek 4.8). Een tijdelijke gecombineerde behandeling met een anti-androgeen op geleide van het klinisch beeld kan in die fase worden overwogen.

Bij patiënten, waarbij behandeling met Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg een zeker risico kan betekenen, kan worden overwogen om de behandeling, gedurende de periode van 2 weken te beginnen met de éénmaaldaagse dosering van Lucrin in plaats van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg. Indien de éénmaaldaagse dosering goed wordt verdragen, kan worden overgegaan op Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg (zie ook rubriek 4.2).

Het effect van leuproreline op botlaesies kan beoordeeld worden aan de hand van botscans.

Metabole veranderingen

Het gebruik van androgeendeprivatietherapie, waaronder GnRH-agonisten, kan in verband worden gebracht met een verhoogd risico op metabole veranderingen zoals hyperglykemie, diabetes, hyperlipidemie en leververvetting. Hyperglykemie kan het ontwikkelen van diabetes mellitus of verslechtering van de glykemische controle bij patiënten met diabetes betekenen. Patiënten met een verhoogd risico moeten worden gecontroleerd op tekenen en symptomen van het metabool syndroom waaronder ook op lipiden, bloedglucose en/of HbA1c, en behandeld worden volgens de huidige klinische praktijk.

Hart- en vaatziekten

Er is een verhoogd risico op het ontwikkelen van myocardinfarct, plotselinge hartdood en beroerte gerapporteerd in verband met gebruik van GnRH-agonisten door mannen. Gebaseerd op de gerapporteerde odds ratios blijkt het risico laag te zijn. Als besloten wordt tot een behandeling voor patiënten met prostaatkanker, dient dit risico zorgvuldig geëvalueerd te worden samen met cardiovasculaire risicofactoren. Patiënten die GnRH-agonisten krijgen dienen gecontroleerd te worden op symptomen en tekenen die het ontwikkelen van cardiovasculaire aandoeningen suggereren en ze dienen overeenkomstig huidige klinische praktijk behandeld te worden.

Laboratoriumtests

De respons op de therapie met leuproreline kan bewaakt worden door de serumspiegels van testosteron, prostaat specifiek antigeen en zure fosfatase te meten. De testosteronspiegels stijgen t.g.v. de initiële doses en dalen daarna geleidelijk in 2 weken. Spiegels als na castratie (0,25 ng/ml) worden na 2 tot 4 weken bereikt en blijven dan gehandhaafd gedurende de gehele duur van de behandeling met Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg.

Er is een voorbijgaande stijging waargenomen van de zure fosfatase spiegels vroeg in de behandeling. Gewoonlijk treedt een daling op van deze verhoogde spiegels in de tweede tot vierde week van meer dan 25 %.

Idiopathische intracraniële hypertensie

Idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) is gemeld door patiënten die leuproreline ontvingen. Patiënten moeten worden gewaarschuwd voor verschijnselen en symptomen van idiopathische intracraniële hypertensie, waaronder ernstige of terugkerende hoofdpijn, zichtstoornissen en tinnitus. Indien idiopathische intracraniële hypertensie optreedt, moet worden overwogen het gebruik van leuproreline te staken.

4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Aangezien een androgeendeprivatiebehandeling het QT-interval kan verlengen, dient er een zorgvuldige beoordeling plaats te vinden van het gelijktijdige gebruik van Lucrin met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen of geneesmiddelen die torsade de pointes kunnen veroorzaken, zoals klasse IA (bv. quinidine, disopyramide) of klasse III (bv. amiodaron, sotalol, dofetilide, ibutilide) anti-aritmica, methadon, moxifloxacine, antipsychotica, enz. (zie rubriek 4.4).

4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Lucrin PDS Depot (6 maanden 30 mg) is niet geïndiceerd voor gebruik in vrouwen.

Vruchtbaarheid

Lucrin kan een nadelig effect op de vruchtbaarheid hebben gezien het farmacologische effect van leuproreline op de hypofyse-gonadale as (zie rubriek 5.1) en gebaseerd op bevindingen in dieren met de depot formulering. Er zijn geen gegevens bij mensen met betrekking tot de mannelijke vruchtbaarheid na behandeling met leuproreline-acetaat.

4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen aanwijzingen dat Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg het reactievermogen nadelig zou beïnvloeden.

4.8. Bijwerkingen

Lange termijn blootstelling (6 – 12 maanden) aan leuproreline kan leiden tot osteoporose (zie ook rubriek 4.4).

Bij mannen die nog niet eerder behandeld werden met hormonen treedt gewoonlijk tijdens de eerste week van de behandeling een verhoging op van de serumtestosteronspiegels boven baseline, die aan het eind van de tweede week van de behandeling is afgenomen naar baseline niveau of lager. Niettemin vormt het risico van tijdelijke exacerbaties van symptomen van prostaatkanker gedurende de eerste behandelingsweken een bron van zorg bij patiënten met vertebrale metastases en/of obstructieve uropathie of hematurie. Hierbij kan verergering leiden tot neurologische problemen zoals tijdelijke zwakte en/of paresthesieen van de benen of verslechtering van de urinaire symptomen (zie ook rubriek 4.4).

Bijwerkingen treden op in de volgende frequenties: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

De volgende bijwerkingen zijn tijdens klinische studies waargenomen of zijn gemeld uit post-marketing surveillance met deze of met andere Lucrin-formuleringen.

OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
Infecties en parasitaire aandoeningeninfectieniet bekend
rhinitissoms
bronchitisvaak
urineweginfectievaak
abcesniet bekend
geïnfecteerde cystensoms
virale infectiesoms
candidiasissoms
sepsissoms
faryngitisniet bekend
pneumonieniet bekend
huidschimmelinfectiesoms
Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen)neoplasmasoms
pseudolymfoomsoms
huidcarcinoomniet bekend
Bloed- en lymfestelselaandoeningenanemievaak
eosinofiliesoms
Immuunsysteem-aandoeningenovergevoeligheidsoms
anafylactische reactieniet bekend
Endocriene aandoeningenGoiter - vergroting van de schildklierniet bekend
hypofysaire apoplexieniet bekend
OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
Voedings- en stofwisselingsstoornissenanorexievaak
diabetes mellitusniet bekend
toegenomen eetlustvaak
hyperglykemiesoms
hypoglykemiesoms
dehydratiesoms
hyperlipidemieniet bekend
hyperfosfatemieniet bekend
hypoproteïnemieniet bekend
abnormale gewichtstoenamezeer vaak
abnormaal gewichtsverliesvaak
Psychische stoornissen

stemmingswisselingen

-lange termijn

-korte termijn

vaak

soms

nervositeitniet bekend
verminderd libidozeer vaak
toename van het libidoniet bekend
slapeloosheidvaak
slaapstoornissoms

depressie

-lange termijn

-korte termijn

vaak

vaak

angstvaak
waanideeënniet bekend
zelfmoordgedachteniet bekend
zelfmoordpogingniet bekend
Zenuwstelsel-aandoeningenduizeligheidvaak
hoofdpijnvaak
paresthesievaak
lethargievaak
slaperigheidvaak
geheugenstoornisvaak
smaakstoornissenvaak
hypoesthesievaak
syncopeniet bekend
tremorsoms
enkelvoudige partiële toevallensoms
perifere neuropathieniet bekend
cerebraal vasculaire toevalniet bekend
bewustzijnsverliesniet bekend
transient ischemic attack (TIA)niet bekend
paralyseniet bekend
neuromyopathieniet bekend
convulsieniet bekend
idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) (zie rubriek 4.4)niet bekend
OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
Oogaandoeningentroebel zienvaak
oogaandoeningenniet bekend
visusstoornisniet bekend
amblyopiesoms
droge ogenniet bekend
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningenoorpijnsoms
draaiduizeligheidsoms
tinnitussoms
gehoorstoornisniet bekend
Hartaandoeningencongestief hartfalenvaak
aritmieënvaak
myocardinfarctvaak
angina pectorisvaak
ventriculaire extrasystolensoms
tachycardieniet bekend
hartfalensoms
bradycardiesoms
plotselinge hartdoodniet bekend
atrioventriculair bloksoms
Bloedvataandoeningenopvliegerszeer vaak
vasodilatatiezeer vaak
angiopathiesoms
lymfoedeemvaak
hypertensievaak
tromboflebitisvaak
flebitisniet bekend
tromboseniet bekend
aneurysmasoms
circulatoire collapssoms
overmatig blozenzeer vaak
hematoomsoms
hypotensieniet bekend
spataderenniet bekend
slechte perifere circulatiesoms
OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningenpleurawrijvenvaak
longfibrosevaak
bloedneussoms
dyspneuvaak
hemoptysissoms
emfyseemsoms
hoestsoms
astmavaak
COPD (chronische obstructieve pulmonaire disease)soms
pleurale effusieniet bekend
longinfiltratieniet bekend
ademhalingsstoornisniet bekend
sinuscongestieniet bekend
acuut pulmonair oedeemvaak
longembolieniet bekend
interstitiële longziekteniet bekend
Maagdarmstelsel-aandoeningenobstipatievaak
misselijkheidvaak
brakenvaak
gastritissoms
maagdarmbloedingenvaak
opgezette buikvaak
diarreevaak
dysfagieniet bekend
droge mondniet bekend
zweren aan de twaalfvingerige darmniet bekend
maagdarmstoornissenniet bekend
maagzwerenniet bekend
rectale poliepenniet bekend
Lever- en galaandoeningenabnormale leverfunctieniet bekend
ernstige leverschadeniet bekend
cholestatische hepatitissoms
hepatocellulaire beschadigingsoms
geelzuchtniet bekend
Huid- en onderhuidaandoeningenerytheemvaak
erythema multiformeniet bekend
haaruitvalvaak
ecchymosevaak
huiduitslagsoms
maculopapulaire huiduitslagsoms
droge huidsoms
overgevoeligheid voor lichtniet bekend
urticarianiet bekend
overmatig zwetenzeer vaak
dermatitisniet bekend
OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
Stevens-Johnson-syndroom / toxische epidermale necrolyse (SJS/TEN) (zie rubriek 4.4)niet bekend
toxische huideruptieniet bekend
huidreactiesvaak
abnormale haargroeiniet bekend
haarziektesoms
jeukvaak
nachtzwetensoms
pigmentatie aandoeningniet bekend
huidlesieniet bekend
koud zweetsoms
zwelling in het gezichtniet bekend
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningenbotpijnzeer vaak
myalgievaak
botzwellingvaak
gewrichtsaandoeningenniet bekend
artralgievaak
rugpijnvaak
spierzwaktezeer vaak
pijn in de extremiteitenvaak
spierspasmenvaak
spondylitis ankylopoëticaniet bekend
tenosynovitisniet bekend
osteoporoseniet bekend
Nier- en urinewegaandoeningenurine-incontinentiesoms
dysurievaak
pollakisuriesoms
plotseling (dringend) moeten urinerenniet bekend
hematurievaak
nocturiezeer vaak
urineretentiesoms
mictiestoornissoms
spasmen van de blaasniet bekend
urinewegaandoeningniet bekend
obstructie van de urinewegniet bekend
polyuriesoms
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningengynaecomastievaak
gevoelige borstenvaak
erectiele disfunctiezeer vaak
testikelatrofievaak
testikelpijnsoms
groter worden van de borstensoms
pijnlijke borstenniet bekend
stoornis aan de testikelszeer vaak
zwelling van de penisniet bekend
stoornissen van de penisniet bekend
OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
pijnlijke prostaatniet bekend
blaarvorming aan de penisvaak
Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissenpijnvaak
pijn op de borstvaak
oedeemvaak
perifeer oedeemzeer vaak
gravitatie-oedeemsoms
oedeem op de injectieplaatsvaak
droge slijmvliezensoms
asthenievaak
moeheidzeer vaak
koortsvaak
reactie op de injectieplaatszeer vaak
ontsteking op de injectieplaatsvaak
verdikking op de injectieplaatsvaak
pijn op de injectieplaatsvaak
verharding van de injectieplaatsvaak
(steriel) abces op de injectieplaatsvaak
zwelling op de injectieplaatsvaak
hematomen op de injectieplaatsniet bekend
irritatie op de injectieplaatssoms
necrose op de injectieplaatsniet bekend
koude rillingenvaak
noduleniet bekend
dorstniet bekend
malaisesoms
influenza-achtige ziektevaak
verstoorde manier van lopensoms
ontstekingniet bekend
bekkenfibroseniet bekend
OnderzoekenQT-verlengingniet bekend
hematocriet verlaagdvaak
hemoglobine verlaagdvaak
verlies van botmassaniet bekend
bloedureum verhoogdvaak
bloedurinezuur verhoogdsoms
bloedcreatinine verhoogdvaak
toegenomen rode bloedcelsedimentatie-snelheidsoms
bloedcalcium verhoogdsoms
bloedalkaline-fosfatase verhoogdvaak
OrgaansysteemBijwerkingFrequentie
bij mannen
bloedlactaatzuur-dehydrogenase verhoogdzeer vaak
PSA toegenomenvaak
ALT toegenomenvaak
AST toegenomenzeer vaak

gammaglutamyltrans-

ferase toegenomen

vaak
ECG afwijkingenvaak
tekenen myocard ischemie in ECGniet bekend
bloed testosteron toegenomensoms
abnormale leverfunctietestsoms
aantal bloedplaatjes verlaagdsoms
bloedkalium verlaagdniet bekend
proteïne in urinesoms
aantal witte bloedcellen verhoogdsoms
aantal witte bloedcellen verlaagdniet bekend
PT verlengdniet bekend
geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT) verlengdniet bekend
transaminase toegenomenvaak
hartruisniet bekend
LDL toegenomenniet bekend
bloedtriglyceriden verhoogdniet bekend
bloedbilirubine verhoogdniet bekend
aantal reticulocyten verhoogdsoms
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicatiesfractuursoms
wervelfractuurniet bekend
hoofdletselsoms
vallensoms
occlusie van hulpmiddelsoms
Chirurgische en medische verrichtingentumor excisiesoms
transurethrale blaasresectiesoms
lithotripsiesoms

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.

4.9. Overdosering

Er bestaat geen klinische ervaring met het effect van een acute overdosering van leuproreline depot. In geval van overdosering, dient de patiënt zorgvuldig gecontroleerd te worden en wordt symptomatisch ondersteunende behandeling aanbevolen.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1. Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Gonadotropine releasing hormoonanaloga, ATC code: L02AE02.

Het actieve bestanddeel van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg is leuproreline, een synthetisch nonapeptide. Dit nonapeptide is een analogon van het natuurlijke, in de hypothalamus geproduceerde hormoon LH-RH (gonadoreline, "gonadotropin-releasing hormone"). Leuproreline kan de groei van bepaalde hormoonafhankelijke tumoren remmen alsmede atrofie van de voortplantingsorganen veroorzaken.

Tot nu toe zijn er geen gegevens over de vorming van antistoffen na langdurige behandeling.

Leuproreline heeft een stimulerende werking op de afgifte van luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend hormoon (FSH) door de hypofyse. Aanvankelijk zullen de LH- en FSH- spiegels daarom toenemen, hetgeen resulteert in een verhoging van de testosteronsecretie. Voortgezet gebruik van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg leidt echter tot afgenomen spiegels van LH en FSH, waarbij de testosteronproductie daalt tot op castratieniveau. Deze effecten treden op binnen 2 tot 4 weken na aanvang van de behandeling en blijven gedurende de duur van de therapie gehandhaafd.

Leuproreline oefent derhalve een specifieke werking uit op de hypofysaire gonadotropinen en de menselijke voortplantingsorganen. Deze specificiteit vermindert de kans op vooral cardiovasculaire bijwerkingen, die bij oestrogenen optreden, zoals na gebruik van diethyl- stilbestrol; eveneens vermindert de kans op andere afgeleide bijwerkingen, zoals: gynaecomastie en aandoeningen van de lever en de galblaas, trombo-embolie en oedeem. Het staken van de therapie resulteert in een herstel van de normale activiteit van het hypofyse-gonadesysteem, waarmee de behandeling reversibel is.

Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg biedt een alternatief voor patiënten met gemetastaseerd prostaatcarcinoom bij wie toediening van oestrogenen resulteert in een verhoogd risico.

Bij patiënten met gemetastaseerd castratie resistente prostaatkanker (CRPC) is uit klinische studies gebleken dat voortgezet gebruik van GnRH agonisten, zoals leuproreline, naast de toepassing van middelen, zoals de androgeen remmers abiraterone acetaat en enzalutamide, de taxanen docetaxel en cabazitaxel en de radio-farmaceutische Ra-223 zinvol kan zijn.

5.2. Farmacokinetische eigenschappen

Leuproreline is na orale toediening niet actief. Na éénmalige toediening van Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg zijn na zes maanden nog detecteerbare spiegels aanwezig. Na chronische toediening treedt geen accumulatie op.

Distributie

Het gemiddelde steady-state distributievolume van leuproreline-acetaat na intraveneuze toediening van een bolusinjectie bij gezonde mannelijke vrijwilligers was 27 L. In vitro binding aan humane plasma-eiwitten varieerde tussen 43% tot 49%.

Biotransformatie

Bij gezonde mannelijke vrijwilligers gaf een intraveneuze bolusinjectie van 1 mg leuproreline-acetaat een gemiddelde systemische klaring van 7,6 L/u, met een terminale eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer drie uur, gebaseerd op een tweecompartimentenmodel.

Dierstudies hebben aangetoond dat 14C-gelabelde leuproreline-acetaat werd gemetaboliseerd in kleinere inactieve peptiden, een pentapeptide (Metaboliet I), tripeptiden (Metabolieten II en III) en een dipeptide (Metaboliet IV). Deze fragmenten kunnen verder worden gemetaboliseerd.

De plasmaconcentratie van de belangrijkste metaboliet (M-I) is gemeten in vijf prostaatkankerpatiënten na toediening van leuproreline-acetaat depot suspensie. Deze metaboliet bereikte een maximale concentratie twee tot zes uur na dosering van ongeveer 6% van de piekconcentratie van het oorspronkelijke geneesmiddel.

Eliminatie

Na toediening van leuproreline-acetaat depot 3,75 mg suspensie aan drie patiënten werd minder dan 5% van de dosis uitgescheiden als leuproreline en zijn M-I-metaboliet in de urine gedurende 27 dagen.

Speciale patiëntenpopulaties

De farmacokinetiek van leuproreline-acetaat bij patiënten met verminderde lever- of nierfunctie is niet vastgesteld.

5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Na langdurige toediening van leuproreline aan de rat wordt een toename van hypofysetumoren waargenomen. Dit effect treedt niet op bij de muis. Hypofysetumoren in knaagdieren zijn ook bekend voor andere LHRH-analoga. Deze waarneming wordt niet als relevant voor de mens beschouwd.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1. Lijst van hulpstoffen

Poeder voor suspensie voor injectie: melkzuurpolymeer en mannitol (E421).

Oplosmiddel voor suspensie voor injectie: natriumcarboxymethylcellulose (E466), mannitol (E421), polysorbaat 80 (E433), ijsazijn (voor pH-aanpassing) en water voor injectie.

6.2. Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3. Houdbaarheid

De houdbaarheidstermijn bedraagt 36 maanden. Het gereconstitueerde product is fysisch-chemisch stabiel gedurende 24 uur bij 25°C. Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product echter direct na reconstitutie te worden gebruikt. Indien het gereconstitueerde product niet direct wordt gebruikt, is de gebruiker/toediener verantwoordelijk voor de gehanteerde gebruikstermijn en conditie voor toediening. Normaliter is de termijn in dit laatste geval niet langer dan 24 uur bij 2-8°C, tenzij reconstitutie heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en gevalideerde omstandigheden.

6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5. Aard en inhoud van de verpakking

Lucrin PDS Depot 6 maanden 30 mg: 1 voorgevulde tweekamerspuit met 30 mg leuproreline-acetaat en 1 ml oplosmiddel voor suspensie voor injectie.

In de voorste kamer van de tweekamerspuit bevindt zich het poeder en in de achterste kamer het oplosmiddel.

De spuit is van type I glas met chloorbutylrubberen stoppers en een roestvrijstalen 23G naald.

6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

  1. 1. Schroef de zuiger in de achterste stopper totdat de stopper gaat draaien.
  2. 2. Denk eraan om het luer lock-mechanisme vast te draaien door de naald met de wijzers van de klok mee te draaien totdat hij vastzit. Draai de naald niet te strak vast.
  3. 3. Houd de spuit rechtop en DUW LANGZAAM het oplosmiddel omhoog totdat de voorste stopper zich bij de blauwe lijn in het midden van de schacht bevindt.
  4. 4. Schud de injectiespuit voorzichtig om de deeltjes goed te mengen met het oplosmiddel zodat een uniforme suspensie ontstaat. De suspensie zal er melkachtig uitzien.
  5. 5. Wanneer de deeltjes blijven kleven aan de stopper, dient u met uw vinger tegen de injectiespuit te tikken.
  6. 6. Verwijder het beschermkapje rond de naald en beweeg de zuiger om lucht uit de injectiespuit te verdrijven.
  7. 7. Injecteer de gehele inhoud van de spuit subcutaan onmiddellijk na reconstitutie, zoals u gewend bent bij een normale injectie. De suspensie zakt zeer snel uit na reconstitutie, daarom dient Lucrin PDS Depot onmiddellijk na het mixen te worden toegediend.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

AbbVie B.V.

Wegalaan 9

2132 JD Hoofddorp

Tel: 088 322 2843

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

In het register ingeschreven onder RVG 100696

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 6 maart 2009

Datum van laatste verlenging: 6 maart 2014

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.8: 26 november 2025

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 125196//100696

Datum van herziening volgens de tekst: 26-11-2025

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Lucrin PDS Depot 6 maanden

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Leuproreline
Toedieningsweg Subcutaan gebruik
Hulpstoffen
azijnzuur (e 260), carmellose natrium (e 466), mannitol (d-) (e 421), mannitol (d-) (e 421) … (+4)+

azijnzuur (e 260), carmellose natrium (e 466), mannitol (d-) (e 421), mannitol (d-) (e 421), poly(dl-melkzuur) 17,5k-26,1k, polysorbaat 80 (e 433), stikstof (head space) (e 941), water voor injectie

ATC-indeling
  1. L Oncolytica en immunomodulerende middelen
    1. L02 Endocriene therapie, oncolytica en immunomodulerende middelen
      1. L02A Hormonen en verwante middelen
        1. L02AE Gonadotrofine-releasing-hormoonanalogen, endocriene therapie
          1. L02AE02 Leuproreline
Registratiehouder AbbVie B.V.
Sterkten en vormen
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 100696
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 115653//100696
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 117458//100696
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 118000//100696
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 121929//100696
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 123209//100696
  • 30 mg poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie 125196//100696
Registratie 100696, 115653//100696, 117458//100696, 118000//100696, 121929//100696, 123209//100696, 125196//100696
Ook als parallelimport Eureco-Pharma B.V. (RVG 115653//100696), Euro Registratie Collectief B.V. (RVG 117458//100696), Medcor Pharmaceuticals B.V. (RVG 118000//100696), BModesto B.V. (RVG 121929//100696), Originalis B.V. (RVG 123209//100696), Orifarm A/S (RVG 125196//100696)

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.