SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Lomexin 20 mg/g crème voor vaginaal gebruik
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Lomexin 20 mg/g crème voor vaginaal gebruik
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 g crème voor vaginaal gebruik bevat 20 mg fenticonazolnitraat. De applicator levert ongeveer 5 g crème voor vaginaal gebruik, dat 100 mg fenticonazolnitraat bevat.
Hulpstoffen met bekend effect: propyleenglycol, gehydrogeneerde lanoline, cetylalcohol.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Crème voor vaginaal gebruik.
Witte homogene crème.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Voor de behandeling van vulvovaginale candidiasis bij adolescenten ouder dan 16 jaar en volwassenen. Voor behandeling bij vrouwen ouder dan 60 jaar is voorafgaand overleg met een arts vereist
4.2 Dosering en wijze van toediening
Uitsluitend voor vaginaal gebruik.
De inhoud van de applicator (ongeveer 5 g) dient diep in de vagina te worden ingebracht voor het slapen gaan (of tweemaal daags voor het slapen gaan en in de ochtend), gedurende 3 opeenvolgende dagen.
In geval van vulvitis dient een dunne laag crème te worden aangebracht op de vulva.
De partner kan ook lokaal worden behandeld met de crème, indien nodig.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Lomexin bij kinderen jonger dan 16 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. De dosering voor kinderen ouder dan 16 jaar is hetzelfde als die voor volwassenen.
WIJZE VAN TOEDIENING – 20 mg/g crème voor vaginaal gebruik
- 1. Schroef de applicator op de tube op de plaats van de dop.
- 2. Knijp voorzichtig in het uiteinde van de tube om de applicator te vullen. Trek voorzichtig aan de zuiger indien u enige weerstand ervaart. Tenzij anders voorgeschreven door de arts dient de applicator volledig te worden gevuld.
- 3. Verwijder de applicator van de tube en sluit de tube direct weer met de dop.
- 4. Ga op uw rug liggen met de knieën opgetrokken en gespreid en breng voorzichtig de applicator zo diep mogelijk in de vagina. Druk de zuiger helemaal in en verwijder daarna de applicator terug zonder de zuiger aan te raken.

4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Sommige hulpstoffen van de vaginale crème (gehydrogeneerd wolvet, cetylalcohol) kunnen lokale huidreacties veroorzaken (bijv. contactdermatitis). Dit geneesmiddel bevat 50 mg propyleenglycol in 1 g crème.
Indien er zich lokale overgevoeligheid of een allergische reactie voordoet, moet de behandeling worden gestaakt.
Patiënten dient te worden aangeraden contact op te nemen met hun arts:
- als de symptomen niet binnen één week minder worden
- bij terugkerende symptomen (meer dan 2 infecties in de afgelopen 6 maanden)
- in geval van een voorgeschiedenis van een seksueel overdraagbare aandoening of blootstelling aan een partner met een seksueel overdraagbare aandoening
- als ze ouder dan 60 jaar zijn
- bij bekende overgevoeligheid voor imidazolen of andere vaginale schimmeldodende geneesmiddelen
- bij abnormale of onregelmatige vaginale bloedingen
- bij bloed in de vaginale afscheiding
- bij pijn, zweren of blaren aan de vulva of vagina
- bij bijkomende pijn in de onderbuik of dysurie
- bij bijwerkingen zoals erytheem, pruritus of uitslag die gepaard gaan met de behandeling.
De vaginale crème mag niet worden gebruikt in combinatie met barrièremiddelen, spermiciden, intravaginale douches of andere vaginale producten (zie rubriek 4.5). Geschikte therapie is geïndiceerd wanneer de partner ook besmet is.
Het is noodzakelijk om contact met de ogen te vermijden.
Fenticonazol dient tijdens de zwangerschap en borstvoeding te worden gebruikt onder de supervisie van een arts (zie rubriek 4.6).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd.
Vette hulpstoffen en oliën die aanwezig zijn in de vaginale crème kunnen anticonceptiva gemaakt van latex beschadigen. Patiënten dient te worden aangeraden alternatieve vormen van anticonceptie te gebruiken tijdens de behandeling.
Niet aanbevolen combinaties:
-Spermiciden: Elke lokale vaginale behandeling kan wellicht de werking van een lokale spermicidecontraceptie tenietdoen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van fenticonazol bij zwangere vrouwen. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op teratogene effecten, en embryotoxische en fetotoxische effecten zijn slechts bij zeer hoge oraal toegediende doses waargenomen. Er wordt een lage systemische blootstelling aan fenticonazol verwacht na vaginale behandeling (zie rubriek 5.2).
Fenticonazol moet tijdens de zwangerschap onder supervisie van een arts worden gebruikt. De applicator dient niet te worden gebruikt tijdens de zwangerschap.
Borstvoeding
Uit beschikbare gegevens van studies bij dieren na orale toediening blijkt dat fenticonazol en/of haar metabolieten mogelijk in melk wordt/worden uitgescheiden. Gezien de verwaarloosbare absorptie van fenticonazol na vaginale toediening (zie rubriek 5.2) is een aanzienlijke overdracht in de moedermelk niet te verwachten. Echter, aangezien er bij de mens geen gegevens beschikbaar zijn over de uitscheiding van fenticonazol en/of haar metabolieten in de melk volgend op deze toedieningsweg, kan een risico voor de baby niet worden uitgesloten. Fenticonazol moet tijdens het geven van borstvoeding onder supervisie van een arts worden gebruikt.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen studies bij de mens uitgevoerd naar het effect van fenticonazol op de vruchtbaarheid. Dieronderzoek heeft echter geen effect van het middel op de vruchtbaarheid aangetoond.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Lomexin heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Wanneer gebruikt zoals aanbevolen wordt Lomexin slechts in geringe mate geabsorbeerd en systemische ongewenste reacties worden niet verwacht. Een voorbijgaand, licht branderig gevoel kan optreden na inbrenging.
Langdurig gebruik van lokaal werkende producten kan overgevoeligheid veroorzaken (zie rubriek 4.4).
In onderstaande tabel zijn bijwerkingen opgenomen en ingedeeld volgens de MedDRA
systeem/orgaanklasse en frequentie: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden (≥1/10.000, <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Voorkeurstermen |
|---|---|---|
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Zeer zelden | Vulvovaginaal branderig gevoel |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Zeer zelden | Erytheem Pruritus Uitslag |
|---|---|---|
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Niet bekend | Overgevoeligheid op aanbrengingsplaats |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Er zijn geen gevallen van overdosering gerapporteerd.
Lomexin is bedoeld voor lokale toepassing en niet voor oraal gebruik. In geval van accidentele orale inname kunnen buikpijn en braken optreden.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: gynaecologische anti-infectiva en anti-septica; imidazoolderivaten, ATC-code: G01AF12.
Fenticonazol is een breed-spectrum antimycoticum met een hoog fungistatische en fungicide werking tegen dermatofyten (alle soorten van Trichophyton, Microsporum, Epidermophyton), Candida albicans en andere schimmelsoorten welke infecties van de huid en slijmvliezen kunnen veroorzaken. Fenticonazol heeft ook een antibacteriële werking tegen Gram-positieve bacteriën en een antiparasitaire werking tegen Trichomonas vaginalis.
Het oefent zijn antimycotische activiteit door remming van de uitscheiding van protease zuur door Candida albicans, beschadiging van het cytoplastische membraan en de belemmering van cytochroom oxidase en peroxidasen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Na vaginale toediening van fenticonazol bij de mens, is de absorptie gering: uit farmacokinetisch onderzoek uitgevoerd in twee groepen patiënten behandeld met fenticonazolnitraat 1000 mg, vaginaal toegediend, blijkt dat de absorptie bij patiënten met vulvovaginale candidiasis gemiddeld 1,81 ± 0,57% is; terwijl bij gezonde vrijwilligers met een normale vaginale mucosa of bij patiënten met cervicale carcinomen, de absorptie gemiddeld 0,58% en 1,12% respectievelijk van de dosis is.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen, gebaseerd op conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
Effecten bij niet-klinische onderzoeken werden uitsluitend waargenomen na blootstelling die geacht wordt beduidend hoger te liggen dan het maximale niveau waaraan de mens wordt blootgesteld, zodat deze weinig relevant zijn voor klinische doeleinden.
Milieurisicobeoordelingsstudies hebben aangetoond dat fenticonazolnitraat het potentieel heeft om zeer persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT) voor het milieu te zijn. Bovendien heeft fenticonazolnitraat het potentieel om zeer persistent en zeer bioaccumulerend (vPvB) te zijn in het milieu. Milieurisicobeoordelingsstudies hebben aangetoond dat fenticonazolnitraat een risico kan vormen voor de in het sediment levende organismen (bijv. Chironomus riparius) en waarschijnlijk een risico vormt voor het aquatisch milieu en secundaire vergiftiging voor vogels en zoogdieren als gevolg van consumptie van besmette prooien. (Zie rubriek 6.6).
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Propyleenglycol, gehydrogeneerde lanoline, geraffineerde amandelolie, vetzuurpolyglycolesters, cetylalcohol, glycerylmonostearaat, natriumedetaat, gezuiverd water.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
Na opening: 30 dagen.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
1 tube bevat 35 g crème met 7 applicators (voor eenmalig gebruik).
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Voor instructies voor gebruik, zie rubriek 4.2.
Dit geneesmiddel kan een risico vormen voor het milieu. (Zie rubriek 5.3)
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Recordati Ireland Limited.
Raheens East,
Ringaskiddy, CO. Cork,
Ierland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 118181
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 21 december 2016
Datum van laatste verlenging: 28 september 2021
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 5.3 en 6.6: 27 juli 2023.
