SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Kiudro
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Kiudro 1 g zetpil
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke zetpil bevat 1 g mesalazine.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Zetpil
Lichte beige, torpedovormige zetpil van 33 x 11 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van acute lichte tot matige colitis ulcerosa die is beperkt tot het rectum (colitis proctitis).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en ouderen
Eén Mesalazine 1 g zetpil eenmaal daags (equivalent aan 1 g mesalazine per dag) ingebracht in het rectum.
Pediatrische patiënten
Er zijn beperkte gegevens beschikbaar van en er is weinig ervaring met effecten bij kinderen.
Wijze van toediening
Alleen bedoeld voor rectale toediening.
Kiudro 1 g zetpil moet bij voorkeur worden toegediend voor het slapengaan.
Behandeling met Kiudro 1 g zetpil moet regelmatig en consistent plaatsvinden, omdat alleen op deze manier succesvolle genezing kan worden bereikt.
Duur van de behandeling
De duur van het gebruik wordt bepaald door de arts.
4.3 Contra-indicaties
Kiudro 1 g zetpil is gecontra-indiceerd bij patiënten met:
- bekende overgevoeligheid voor salicylaten of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
- ernstige lever- of nierinsufficiëntie
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bloedonderzoek (differentieel bloedbeeld; leverfunctieparameters zoals ALT of AST; serum creatinine) en de urinestatus (dip-sticks) moeten worden bepaald vóór en tijdens de behandeling, naar het oordeel van de behandelend arts. Als richtlijn worden controles aanbevolen 14 dagen na begin van behandeling, dan nog eens twee tot drie maal met tussenpozen van 4 weken.
Als de bevindingen normaal zijn, moeten om de 3 maanden follow-uptesten worden uitgevoerd. Als bijkomende symptomen optreden, deze testen onmiddellijk uitvoeren. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met leverinsufficiëntie.
Kiudro 1 g zetpil mag niet worden gebruikt bij patiënten met nierinsufficiëntie.
Mesalazine-geïnduceerde renale toxiciteit moet worden overwogen als de nierfunctie verslechtert tijdens de behandeling.
Gevallen van urolithiase zijn gemeld bij het gebruik van mesalazine, waaronder stenen met een inhoud van 100% mesalazine. Het wordt aanbevolen om te verzekeren dat men voldoende drinkt tijdens de behandeling.
Idiopathische intracraniële hypertensie
Idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) is gemeld bij patiënten die mesalazine kregen. Patiënten moeten worden gewaarschuwd voor tekenen en symptomen van idiopathische intracraniële hypertensie, waaronder ernstige of terugkerende hoofdpijn, visuele stoornissen of tinnitus. Als idiopathische intracraniële hypertensie optreedt, moet stopzetting van mesalazine worden overwogen.
Patiënten met longaandoeningen, met name astma, moeten zeer nauwgezet gecontroleerd worden tijdens een behandelingskuur met Kiudro 1 g zetpil.
Patiënten met een voorgeschiedenis van bijwerkingen als gevolg van preparaten die sulfasalazine bevatten, moeten onder nauwlettend medisch toezicht staan bij de start van een behandelingskuur met Kiudro 1 g zetpil. Als Kiudro 1 g zetpil acute intolerantiereacties veroorzaakt, zoals buikkrampen, acute abdominale pijn, koorts, ernstige hoofdpijn en huiduitslag, dan de behandeling onmiddellijk staken.
Mesalazine kan een roodbruine verkleuring van de urine veroorzaken na contact met
natriumhypochloriet bevattend bleekmiddel (bijv. in toiletten die worden gereinigd met natriumhypochloriet in bepaalde bleekmiddelen).
Ernstige bijwerkingen van de huid
Er zijn ernstige bijwerkingen van de huid zoals geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) gemeld in verband met de behandeling met mesalazine.
De behandeling met mesalazine moet worden gestaakt bij het eerste optreden van tekenen en symptomen van ernstige huidreacties, zoals huiduitslag, laesies van de slijmvliezen of andere tekenen van overgevoeligheid.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd. Bij patiënten die gelijktijdig worden behandeld met azathioprine, 6-mercaptopurine of tioguanine, dient men een mogelijke toename van de myelosuppressieve effecten van azathioprine, 6-mercaptopurine of tioguanine in overweging te nemen. Er is weinig bewijs dat mesalazine het anticoagulerend effect van warfarine kan verlagen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn niet voldoende gegevens over het gebruik van Kiudro 1 g zetpil bij zwangere vrouwen. Gegevens van een beperkt aantal blootgestelde zwangerschappen toonden echter geen bijwerking van mesalazine op de zwangerschap of op de gezondheid van de foetus/pasgeboren kind. Tot op heden zijn geen andere relevante epidemiologische gegevens beschikbaar.
In een enkel geval is, na langdurig gebruik van een hoge dosis mesalazine (2-4 g, oraal) tijdens de zwangerschap, nierfalen in een pasgeborene gemeld.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft orale mesalazine met betrekking tot zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, geboorte of postnatale ontwikkeling.
Kiudro 1 g zetpil mag alleen tijdens zwangerschap gebruikt worden als het potentiële voordeel opweegt tegen het mogelijke risico.
Borstvoeding
N-acetyl-5-aminosalicylzuur en in mindere mate mesalazine worden uitgescheiden in de moedermelk. Er is tot nog toe slechts beperkte ervaring beschikbaar betreffende borstvoeding bij vrouwen.
Overgevoeligheidsreacties zoals diarree bij de zuigeling kunnen niet worden uitgesloten. Daarom mag Kiudro 1 g zetpil alleen tijdens borstvoeding gebruikt worden als het potentiële voordeel opweegt tegen het mogelijke risico. Als de zuigeling diarree ontwikkelt, moet borstvoeding worden stopgezet.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Kiudro 1 g zetpil heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
In klinische studies waaraan 248 deelnemers deelnamen, kreeg ongeveer 3% bijwerkingen tijdens het gebruik van mesalazine 1 g zetpil. De vaakst gemelde bijwerkingen waren hoofdpijn, bij ongeveer 0,8%, en gastro-intestinale bijwerkingen (constipatie bij ongeveer 0,8%; misselijkheid, braken en buikpijn 0,4% elk).
De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij het gebruik van mesalazine:
| Systeem/orgaanklassen | Frequentie volgens gegevensbank MedDRA | ||
|---|---|---|---|
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | |
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Veranderd bloedbeeld (aplastische anemie, agranulocytose, pancytopenie, neutropenie, leukopenie, trombocytopenie) | ||
| Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn, duizeligheid | perifere neuropathie | Idiopathische intracraniële hypertensie (zie rubriek 4.4) |
| Hartaandoeningen | Myocarditis, pericarditis | ||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Allergische en fibrotische longreacties (zoals dyspneu, hoest, bronchospasme, alveolitis, pulmonale eosinofilie, longinfiltratie, pneumonitis) | ||
| Systeem/orgaanklassen | Frequentie volgens gegevensbank MedDRA | ||
|---|---|---|---|
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | |
| Maagdarmstelselaandoening en | Buikpijn, diarree, winderigheid, misselijkheid, braken, verstopping | Acute pancreatitis | |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Nierfunctiebeperking, zoals acute en chronische interstitiële nefritis en nierinsufficiëntie | Nefrolithiase* | |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Lichtgevoelighei d | Alopecia | Stevens-Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), geneesmiddelenreact ie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Spierpijn, gewrichtspijn | ||
| Immuunsysteemaandoeninge n | Overgevoeligheidsreacti es zoals allergisch exantheem, geneesmiddelkoorts, lupus erythematosus-achtig syndroom, pancolitis | ||
| Lever- en galaandoeningen | Veranderde leverfunctieparameters (verhoging van transaminasen en parameters van cholestase), hepatitis, cholestatische hepatitis | ||
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Oligospermie (omkeerbaar) | ||
* zie rubriek 4.4 voor meer informatie
Er zijn ernstige bijwerkingen van de huid gemeld in verband met de behandeling met mesalazine, zoals geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) (zie rubriek 4.4).
Lichtgevoeligheid
Ernstiger reacties zijn gemeld bij patiënten met reeds bestaande huidaandoeningen zoals atopische dermatitis en atopisch eczeem.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Er zijn zeldzame gegevens over overdosering (bijv. voorgenomen zelfmoord met hoge orale doses mesalazine), die geen indicatie geven van nier- of levertoxiciteit. Er is geen specifiek antidotum en de behandeling is symptomatisch en ondersteunend.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Intestinale ontstekingsremmers, ATC-code: A07EC02
Werkingsmechanisme
Het mechanisme van de ontstekingsremmende werking is niet bekend. De resultaten van in vitro studies duiden aan dat remming van lipoxygenase een rol kan spelen. Effecten op de prostaglandineconcentraties in het darmslijmvlies zijn ook aangetoond. Mesalazine (5-aminosalicylzuur/5-ASA) kan ook fungeren als een radicaalvanger van reactieve zuurstofverbindingen. Bij het bereiken van de intestinale lumen, heeft rectaal toegediende mesalazine grotendeels lokale effecten op het darmslijmvlies en het submucosale weefsel.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Klinische werkzaamheid en veiligheid van mesalazine 1 g zetpil is beoordeeld in een fase III-onderzoek in meerdere centra, waaronder 403 patiënten met endoscopisch en histologisch bevestigde licht tot matig actieve colitis proctitis. De gemiddelde ziekteactiviteit index (DAI) op de baseline is 6,2 ± 1,5 (bereik: 3-10). De patiënten werden gerandomiseerd naar behandeling met één mesalazine 1 g zetpil (1 g OD-groep) of 3 zetpillen met 0,5 g mesalazine (0,5 g TID-groep) per dag gedurende 6 weken. De primaire werkzaamheidsvariabele was klinische remissie gedefinieerd als DAI < 4 bij het laatste bezoek of terugtrekking. Bij de laatste per-protocol analyse was 87,9% van de patiënten in de 1 g OD-groep en 90,7% van de 0,5 g TID-groep in klinische remissie (Intention-to-treat analyse: 1 g OD-groep: 84,0%; 0,5 g TID-groep: 84,7%). De gemiddelde verandering van DAI ten opzichte van de baseline was -4,7 in beide behandelingsgroepen. Geen zijn geen ernstige bijwerkingen gerelateerd aan het onderzoeksmiddel opgetreden.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Algemene overwegingen voor mesalazine
Absorptie
De absorptie van mesalazine is het hoogst in proximale darmgebieden en het laagst in distale darmgebieden.
Biotransformatie
Mesalazine wordt zowel presystemisch door het darmslijmvlies als in de lever gemetaboliseerd naar het farmacologisch niet-werkzame N-acetyl-5-aminosalicylzuur (N-Ac-5-ASA). De acetylering is onafhankelijk van het acetylator-fenotype van de patiënt. Enige acetylering vindt ook plaats via de werking van bacteriën in de dikke darm. De eiwitbinding van mesalazine en N-Ac-5-ASA is respectievelijk 43% en 78%.
Eliminatie
Mesalazine en de metaboliet N-Ac-5-ASA worden geëlimineerd via de feces (grotendeels), via de nieren (varieert tussen respectievelijk 20 en 50%, afhankelijk van de soort toepassing, het farmaceutisch preparaat en de route voor mesalazinevrijgifte) en biliair (een klein deel). Renale uitscheiding treedt voornamelijk op als N-Ac-5-ASA. Ongeveer 1% van de totale oraal toegediende dosis mesalazine wordt uitgescheiden in de moedermelk, voornamelijk als N-Ac-5-ASA.
Mesalazine 1 g zetpil specifiek
Distributie
Scintigrafische onderzoeken met een soortgelijk geneesmiddel, technetium-gelabelde mesalazine 500 mg zetpil, toonden de verspreiding aan van de zetpil nadat deze was gesmolten door de lichaamstemperatuur na 2-3 uur. De distributie was voornamelijk beperkt tot de verbinding tussen het rectum en het rectosigmoïd. Aangenomen wordt dat mesalazine 1 g zetpil op zeer overeenkomstige wijze werken en dus bijzonder geschikt zijn voor het behandelen van proctitis (colitis ulcerosa van het rectum).
Absorptie
Bij gezonde proefpersonen en op de nuchtere maag waren de gemiddelde maximale plasmaconcentraties van 5-ASA na een enkele rectale dosis van 1 g mesalazine zetpil 192 ± 125 ng/ml (bereik 19-557 ng/ml), die van de belangrijkste metaboliet N-Ac-5-ASA was 402 ± 211 ng/ml (bereik 57-1070 ng/ml). Tijd tot het bereiken van de maximale plasmaconcentratie van 5-ASA was 7,1 ± 4,9 uur (bereik 0,3-24 uur).
Eliminatie
Bij gezonde proefpersonen en op de nuchtere maag werd na een enkele rectale dosis van 1 g mesalazine zetpil ca. 14% van de toegediende 5-ASA dosis teruggevonden in de urine gedurende 48 uur.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Preklinische gegevens over mesalazine zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel (rat) of reproductietoxiciteit.
Niertoxiciteit (papillaire necrose van de nier en de epitheelschade in de proximale tubulus convolutus of het gehele nefron) werd waargenomen in toxiciteitsonderzoeken met herhaalde toediening van hoge orale doses mesalazine. De klinische betekenis van deze bevinding is niet bekend.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Hard vet
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming van de inhoud tegen licht.
Bewaren beneden 30°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Verpakking (blister): PVC/polyethylene film
Verpakkingsgrootte: 10, 20, 30, 60, 90
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Tillotts Pharma GmbH
Warmbacher Strasse 80,
79618 Rheinfelden,
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 126165
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 25.05.2021
Datum van laatste verlenging: 17.12.2025
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.4 en 4.8: 23 mei 2025
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van www.lareb.nl
