SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Jext
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Jext 150 microgram oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
Jext 300 microgram oplossing voor injectie in een voorgevulde pen
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Jext 150 microgram: Een voorgevulde pen levert een dosis van 0,15 ml oplossing voor injectie die 150 microgram adrenaline (als tartraat) bevat.
Jext 300 microgram: Een voorgevulde pen levert een dosis van 0,3 ml oplossing voor injectie die 300 microgram adrenaline (als tartraat) bevat.
1 ml oplossing bevat 1 mg adrenaline (als tartraat).
Hulpstoffen met bekend effect:
Jext 150 microgram: natriummetabisulfiet (E223) 0,086 mg/dosis.
Jext 300 microgram: natriummetabisulfiet (E223) 0,171 mg/dosis.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie in voorgevulde pen.
Heldere en kleurloze oplossing, vrij van zichtbare deeltjes.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Jext is geïndiceerd voor gebruik bij de noodbehandeling van ernstige acute allergische reacties (anafylaxie) op insectensteken of -beten, voedsel, geneesmiddelen en andere allergenen evenals idiopathische of inspannings-geïnduceerde anafylaxie.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Pediatrische patiënten
Voor patiënten met een lichaamsgewicht tussen de 15 en 30 kg is de gebruikelijke dosis 150 microgram.
Aan kinderen met een lichaamsgewicht onder de 15 kg kan een dosis lager dan 150 microgram niet nauwkeurig worden toegediend en gebruik wordt daarom niet aanbevolen tenzij er sprake is van een levensbedreigende situatie en op advies van de arts. Aan kinderen en adolescenten met een lichaamsgewicht boven de 30 kg moet Jext 300 microgram worden voorgeschreven.
Voor volwassenen met een lichaamsgewicht boven 30 kg is de gebruikelijke dosering 300 microgram. Zwaardere volwassenen kunnen meer dan 1 injectie nodig hebben om de effecten van een allergische reactie om te keren.
Aan patiënten met een lichaamsgewicht tussen de 15 en 30 kg moet Jext 150 microgram worden voorgeschreven.
De eerste dosis dient te worden toegediend zodra de symptomen van anafylaxie worden herkend.
De werkzame dosis ligt in de range van 0,005 – 0,01 mg/kg maar in sommige gevallen kan een grotere dosis nodig zijn.
Wanneer klinische verbetering uitblijft of bij verslechtering, kan 5-15 minuten na de eerste injectie een tweede injectie met een extra Jext worden toegediend. Voor dergelijke gevallen wordt aanbevolen dat patiënten twee Jext-pennen krijgen voorgeschreven en dat zij deze pennen altijd bij zich dragen.
Wijze van toediening
Voor intramusculair gebruik.
Voor eenmalig gebruik.
Jext is bedoeld voor intramusculaire toediening in het anterolaterale deel van de dij.
Jext is ontworpen voor injecties door de kleding heen of direct door de huid.
Massage rond de injectieplaats wordt geadviseerd om de absorptie te versnellen.
Zie rubriek 6.6 voor gedetailleerde instructies voor gebruik.
De patiënt/verzorger moet worden geïnformeerd dat na elk gebruik van Jext:
- Zij moeten bellen voor onmiddellijke medische hulp, vragen om een ambulance en melding te maken van “anafylaxie” zelfs als de symptomen lijken te verbeteren (zie rubriek 4.4).
- Patiënten die bij bewustzijn zijn dienen bij voorkeur plat te liggen met de voeten omhoog, maar bij ademhalingsmoeilijkheden recht op te zitten. Bewusteloze patiënten moeten op hun zijde worden geplaatst in de stabiele zijligging.
- De patiënt moet, indien mogelijk, bij een andere persoon blijven tot medische hulp arriveert.
4.3 Contra-indicaties
Er zijn geen absolute contra-indicaties voor het gebruik van Jext bij een allergische noodsituatie.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Verwijder de gele veiligheidsdop pas wanneer Jext gebruikt moet worden.
Jext moet in het anterolaterale deel van de dij worden geïnjecteerd. De injectie vindt plaats onmiddellijk nadat de zwarte naaldbeschermer van de auto-injector krachtig tegen de huid of een ander oppervlak wordt gedrukt. Patiënten moeten het advies krijgen om Jext niet in de gluteus maximus te injecteren, omdat het risico bestaat dat dan per ongeluk in een ader wordt geïnjecteerd.
De patiënt moet de instructie krijgen om onmiddellijk na het toedienen van de eerste dosis 112 te bellen, te vragen om een ambulance met de melding anafylaxie teneinde medische hulp te krijgen om de anafylactische reactie goed te volgen en indien nodig verder te behandelen.
De patiënt/verzorger moet worden geïnformeerd over de mogelijkheid van een bifasische anafylaxie, deze wordt gekenmerkt door een eerste resolutie gevolgd door het terugkeren van de symptomen enkele uren later.
Astmapatiënten kunnen een verhoogd risico hebben op een ernstige anafylactische reactie.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat natriummetabisulfiet wat in zeldzame gevallen ernstige overgevoeligheidsreacties kan veroorzaken bij daarvoor gevoelige personen waaronder anafylactische symptomen en bronchospasme, met name bij patiënten met een voorgeschiedenis van astma. Deze patiënten dienen zorgvuldig te worden geïnstrueerd over de omstandigheden waaronder Jext gebruikt mag worden.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol (23 mg) natrium per dosis, en is daarom in principe natriumvrij.
Als gevolg van een verhoogd risico op bijwerkingen na toediening van adrenaline moet men extra voorzichtig zijn bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen waaronder angina pectoris, obstructieve cardiomyopathie, hartaritmieën, cor pulmonale, atherosclerosis en hypertensie.
Er zijn gevallen van QTc-verlenging en torsade de pointes gemeld na toediening van adrenaline bij patiënten met congenitaal lang-QT-intervalsyndroom of catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie.
Bijzondere voorzichtigheid is ook geboden bij patiënten met hyperthyreoïdie, feochromocytoom, nauwehoekglaucoom, ernstige nierfunctiestoornis, prostaatadenoom waardoor urine achterblijft, hypercalciëmie, hypokaliëmie en diabetes.
Ook is voorzichtigheid geboden bij ouderen en zwangere patiënten.
Indien de injectie uitgevoerd wordt door een zorgverlener, moet de patiënt de instructie krijgen om niet te bewegen en moet immobilisatie van het been van de patiënt tijdens de injectie worden gewaarborgd om het risico op laceratie te verminderen. Het product is voor éénmalig gebruik en kan niet opnieuw worden gebruikt.
Bij patiënten met een dikke subcutane vetlaag, bestaat het risico dat de adrenaline in het subcutane weefsel wordt toegediend wat kan resulteren in een vertraagde absorptie van adrenaline (zie rubriek 5.2) en een suboptimaal effect. Dit kan de behoefte aan een tweede Jext injectie doen toenemen (zie rubriek 4.2)
Perifere ischemie die ontstaat doordat een injectie per ongeluk in handen of voeten wordt gegeven kan leiden tot een verminderde bloedtoevoer naar de omliggende gebieden als gevolg van vasoconstrictie.
Alle patiënten die Jext krijgen voorgeschreven moeten een grondige uitleg krijgen zodat zij goed op de hoogte zijn van de indicaties voor het gebruik en de juiste wijze van toediening (zie rubriek 6.6). Het wordt sterk aangeraden ook de mensen in de directe omgeving van de patiënt (bijv. ouders, zorgverleners, leerkrachten) het juiste gebruik van Jext aan te leren, voor als de patiënt hulp nodig heeft in noodsituaties.
Er is vaak een lange periode tussen het in huis halen van Jext en een allergische reactie die adrenaline vereist. Patiënten moeten het advies krijgen om regelmatig Jext te controleren en er zeker van te zijn dat deze wordt vervangen voor de uiterste gebruiksdatum is verstreken.
Patiënten moeten worden gewaarschuwd met betrekking tot vergelijkbare allergenen en indien mogelijk worden onderzocht, zodat hun specifieke allergenen kunnen worden geïdentificeerd.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die behandeld worden met geneesmiddelen die het hart gevoelig maken voor aritmieën, inclusief digitalis en kinidine. De effecten van adrenaline kunnen versterkt worden door tricyclische antidepressiva, monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) en catechol-O-methyltransferaseremmers (COMT-remmers), schildklierhormonen, theofylline, oxytocine, parasympatholytica, bepaalde antihistaminica (difenhydramine, chloorfeniramine), levodopa en alcohol.
Adrenaline remt de secretie van insuline en verhoogt daardoor het bloedglucosegehalte. Het kan nodig zijn voor diabetespatiënten die adrenaline krijgen om de dosis insuline of orale antidiabetica te verhogen.
Het alfa- en bèta-stimulerend effect van adrenaline kan tegengegaan worden door gelijktijdige behandeling met alfa- en bèta-blokkerende geneesmiddelen evenals parasympathicomimetische geneesmiddelen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Klinische ervaring bij de behandeling van anafylaxie bij zwangere is beperkt.
Tijdens zwangerschap dient adrenaline alleen te worden toegepast als het mogelijke voordeel opweegt tegen het potentiële risico voor de foetus.
Borstvoeding
Adrenaline is biologisch niet beschikbaar na orale toediening. Adrenaline die eventueel in de moedermelk wordt uitgescheiden heeft naar verwachting geen effect op de zuigeling.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over de vruchtbaarheid bij gebruik van Jext.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Jext heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Echter, de rijvaardigheid en het bedienen van machines worden beïnvloed door de anafylactische reactie en daarom wordt patiënten aanbevolen niet te gaan rijden of machines te bedienen na toediening van adrenaline.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Bijwerkingen als gevolg van de alfa- en bèta-receptoractiviteit van adrenaline kunnen cardiovasculaire effecten omvatten evenals ongewenste effecten op het centrale zenuwstelsel.
Tabel met bijwerkingen
De volgende tabel is gebaseerd op 3 klinische onderzoeken en postmarketingervaring met het gebruik van adrenaline. Op basis van de beschikbare data kan geen frequentie worden bepaald.
| Systeem/orgaanklasse | Bijwerking |
|---|---|
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Hyperglykemie, hypokaliëmie, metabole acidosis |
| Zenuwstelselaandoeningen | Tremor, duizeligheid, hoofdpijn, paresthesie, hypoesthesie |
| Hartaandoeningen | Hartkloppingen, tachycardie, angina pectoris, aritmie, stress-cardiomyopathie, bewusteloosheid |
| Bloedvataandoeningen | Perifere ischemie*, verhoogde bloeddruk** |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Misselijk, braken, droge mond |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Spierstijfheid |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Injectieplaats-reactie*, asthenie, hyperhidrose, pijn op de borst |
* Per ongeluk injecteren in vingers en handen kan leiden tot lokale symptomen van perifere ischemie, waaronder koudheid, bleekheid, paresthesie en hypoesthesie op de injectieplaats, evenals lokale reacties zoals blauwe plekken, pijn, bloeding en zwelling op de injectieplaats.
** Er zijn geïsoleerde gevallen van hypertensie en hypertensieve crisis gemeld.
Van adrenaline is aangetoond dat het verschillende effecten op het lichaam veroorzaakt door adrenerge receptoractivering, waaronder hyperglykemie, hypokaliëmie en metabole acidose. Deze effecten zijn niet gemeld bij het gebruik van adrenaline-autoinjectoren.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Jext bevat natriummetabisulfiet waardoor in zeldzame gevallen een overgevoeligheidsreactie kan optreden waaronder anafylactische symptomen en bronchospasme (zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Overdosering of onbedoelde intravasculaire injectie van adrenaline kan een cerebrale bloeding en ventriculaire aritmieën veroorzaken door een scherpe verhoging van de bloeddruk. Myocardiale ischemie en necrosis evenals nierfunctiestoornis kunnen optreden. Fataliteiten kunnen ook het gevolg zijn van pulmonair oedeem dat wordt veroorzaakt door perifere vasoconstrictie in combinatie met cardiale stimulatie.
Oedeem van de longen kan behandeld worden met alfa-blokkerende geneesmiddelen zoals fentolamine. In het geval van aritmieën kunnen deze behandeld worden met bèta-blokkerende geneesmiddelen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Hartstimulantia excl. hartglycosiden, adrenerge en dopaminerge middelen.
ATC-code: C01CA24
Adrenaline is een catecholamine die het sympathische zenuwstelsel stimuleert (zowel alfa- als bèta-receptoren) waarbij het hartritme, het hartminuutvolume en de coronaire circulatie toeneemt. Adrenaline veroorzaakt door zijn werking op bèta-receptoren in bronchiale gladde spieren een relaxatie van de bronchiale gladde spieren. Dit geeft verlichting van klachten als piepend ademhalen en benauwdheid.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Adrenaline is een natuurlijke stof die wordt geproduceerd door het bijniermerg en wordt uitgescheiden als reactie op inspanning en stress. Het wordt snel geïnactiveerd in het lichaam, voornamelijk door de enzymen COMT en MAO. De lever is rijk aan deze enzymen en is een belangrijk, hoewel niet essentieel, orgaan in het afbraakproces. Een groot gedeelte van de toegediende adrenaline wordt als metabolieten in de urine uitgescheiden.
De plasmahalfwaardetijd van adrenaline is ongeveer 2,5 minuut. Echter, lokale vasoconstrictie kan de absorptie vertragen, waardoor de effecten langer kunnen aanhouden dan de halfwaardetijd zou voorspellen. Massage rond de injectieplaats wordt geadviseerd om de absorptie te versnellen.
In een verkennende FK/FD-studie bestonden de gemiddelde plasmaconcentratie-tijd curves uit twee fases met een eerste piek binnen ongeveer 8-10 minuten gevolgd door een langzamere toename tot een tweede piek (plateau) werd bereikt na ongeveer 30-40 minuten na Jext-injectie. Er was echter een grote variabiliteit in vorm van de afzonderlijke plasmaconcentratie-tijdprofielen. De resultaten suggereren dat de adrenaline-absorptie bij patiënten met een dikke subcutane vetlaag (d.w.z STMD, huid tot spierdiepte >20 mm) langzamer is dan bij patiënten met een dunnere onderhuidse vetlaag. Overwegende dat de plasmablootstelling blijkbaar vergelijkbaar was tussen Jext en IM-injectie in de eerste 16 minuten bij de gehele populatie, wanneer de gegevens werden geëvalueerd met STMD-cohort, was de plasmablootstelling tot 30 minuten in het algemeen in Jext lager vergeleken met handmatige IM-injectie bij STMD >20 mm cohort. Met de puntschatting van de Jext vergeleken met de handmatige IM-injectie was de ratio 0,39 (90% BI 0,20-0,75) voor AUC0-8 minuten 0,56 (90% BI 0,31-0,99) voor AUC 0-16 minuten en 0,66 (90% BI 0,39-1,12) bij AUC0-30 minuten suggererende een consistent lagere blootstelling in de eerste 30 minuten na Jext-toediening vergeleken met handmatige IM-injectie bij STMD >20 mm-cohort.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Adrenaline wordt al vele jaren gebruikt bij de behandeling van allergische noodsituaties. Er zijn geen relevante preklinische data beschikbaar.
6 FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride
Natriummetabisulfiet (E223)
Zoutzuur (voor instellen pH)
Water voor injectie
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
In verband met het ontbreken van compatibiliteitsstudies, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.
6.3 Houdbaarheid
24 maanden
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
Niet in de vriezer bewaren.
Jext wordt geleverd in een plastic koker om Jext te beschermen tijdens het dragen door de patiënt / verzorger of tijdens het bewaren. Jext moet vóór gebruik en tijdens een controle eerst uit de koker worden gehaald. Plaats Jext na controle terug in de koker.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Een voorgevulde pen (pen met één dosis) die bestaat uit een auto-injector met een cartridge. De cartridge is gemaakt van glas (Type I glas) afgesloten met een latexvrije grijze rubberen zuiger en een latexvrije bromobutyl rubberen afsluiting, in een geanodiseerde aluminium kap. De auto-injector en koker zijn gemaakt van plastic.
Naaldlengte van de pen:
Jext 150 microgram: 13 mm
Jext 300 microgram: 15 mm
Verpakkingsgrootte: Enkele verpakking bevat 1 voorgevulde pen. Multiverpakking bevat 2 voorgevulde pennen.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Jext is een voorgevulde pen voor éénmalig gebruik en ontworpen voor eenvoudig gebruik.
De voorgevulde pen werkt eenvoudig door de zwarte injectorpunt tegen de buitenkant van de dij te drukken. Hierdoor wordt de zuiger geactiveerd die een verborgen naald door de membraan van de zwarte injectorpunt drukt en daarmee een dosis adrenaline in de spier injecteert. Dit kan door de kleding heen gebeuren.
Jext 150 microgram bevat 1,4 ml adrenalineoplossing van 1 mg/ml die ontworpen is om na activatie een enkelvoudige dosis (0,15 ml) van 150 microgram adrenaline af te geven. Na activatie van de auto-injector blijft 1,25 ml achter in de voorgevulde pen. Vernietig de niet-gebruikte oplossing.
Jext 300 microgram bevat 1,4 ml adrenalineoplossing van 1 mg/ml die ontworpen is om na activatie een enkelvoudige dosis (0,3 ml) van 300 microgram adrenaline af te geven. Na activatie van de auto-injector blijft 1,1 ml achter in de voorgevulde pen. Vernietig de niet-gebruikte oplossing.
Een kleine luchtbel kan aanwezig zijn in Jext. Dit heeft geen invloed op het gebruik of de werkzaamheid van het product.
Educatief materiaal voor het juiste gebruik, het bewaren en het onderhoud van Jext zijn beschikbaar voor de voorschrijvers, patiënten en zorgverleners. Onderdeel van het educatief materiaal is een Jext Trainer pen, zonder naald of adrenaline, voor het oefenen of het instrueren van anderen in het juiste gebruik van Jext.
Let op: de gele veiligheidsdop voorkomt dat de injector wordt geactiveerd en dient niet te worden verwijderd voordat een injectie nodig is. Houd de zwarte injectorpunt weg van de hand.


- 1. Pak de Jext-injector in uw dominante hand (de hand waarmee u schrijft) met de duim dicht bij de gele veiligheidsdop.

- 2. Verwijder de gele veiligheidsdop met de andere hand.

- 3. Zet de zwarte injectorpunt tegen de zijkant van het dijbeen in een rechte hoek (ongeveer 90°).

- 4. Druk de zwarte injectorpunt stevig tegen de zijkant van het dijbeen tot u een “klik” hoort die bevestigt dat de injectie is gestart en houd de punt tegen het been gedrukt. Houd de injector 10 seconden (tel langzaam tot 10) stevig op de plaats tegen het dijbeen alvorens de injector te verwijderen. De zwarte dop zal zich automatisch over de naald sluiten.

- 5. Wrijf 10 seconden over de injectieplaats. Zoek onmiddellijk medische hulp. Bel 112, vraag om een ambulance, maak melding van anafylaxie.
Zie rubriek 4.2 voor instructies voor de patiënt/verzorger met betrekking tot maatregelen die moeten worden genomen na elk gebruik van Jext.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenkomstig met lokale voorschriften te worden vernietigd.
Controleer de oplossing regelmatig door het kijkvenster om er zeker van te zijn dat de oplossing helder en kleurloos is en vrij van zichtbare deeltjes.
Vervang de voorgevulde pen voor de uiterste gebruiksdatum is bereikt of eerder als de oplossing verkleurd is of een neerslag (vaste deeltjes) bevat, en voer de pen af.
Jext dient niet na de vervaldatum, die op het label staat, te worden gebruikt.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ALK-Abelló A/S
Bøge Allé 6-8,
2970 Hørsholm,
Denemarken
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN HANDEL BRENGEN
RVG 106307 voor Jext 150 microgram, oplossing voor injectie
RVG 106309 voor Jext 300 microgram, oplossing voor injectie
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 12 oktober 2010
Datum van laatste hernieuwing van de vergunning: 12 oktober 2015
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.4: 1 oktober 2026
