Bijsluiter-info.nl

Itraconazol Aurobindo 100 mg – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
100 mg
Werkzame stof:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Itraconazol Aurobindo

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Itraconazol Aurobindo 100 mg, capsules, hard

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Itraconazol Aurobindo bevat 100 mg itraconazol per capsule.

Elke capsule bevat maximaal 242 mg sucrose.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Harde capsules

Opaque groene capsule met geel-beige bolvormige microgranules.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

  • Vulvovaginale candidose, spruw, dermatomycosen veroorzaakt door dermatofyten en gisten en pityriasis versicolor.
  • Lymfocutane sporotrichose, paracoccidioidomycose, blastomycose (bij immunocompetente patiënten) en histoplasmose.
  • Itraconazol kan worden toegepast bij patiënten met systemische aspergillose die refractair of intolerant zijn gebleken voor een adequate standaardtherapie met amfotericine.
  • Onychomycosen veroorzaakt door dermatofyten en gisten.
  • Men dient rekening te houden met officiële richtlijnen betreffende het juiste gebruik van antischimmel middelen.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

  • Vulvovaginale candidose: tweemaal 2 capsules (200 mg) met een tussenpoos van 10 à 12 uur of gedurende 3 dagen eenmaal daags 2 capsules.
  • Spruw: 1 capsule (100 mg) per dag gedurende 2 weken.
  • Tinea corporis, tinea cruris: 1 capsule (100 mg) per dag gedurende 2 weken.
  • Tinea pedis, tinea manus: 1 capsule (100 mg) per dag gedurende 4 weken.
  • Pityriasis versicolor: 2 capsules (200 mg) eenmaal per dag gedurende 1 week.
  • Onychomycose:

    • pulstherapie

      Een puls bestaat uit tweemaal per dag twee capsules (400 mg/dag) gedurende een week, gevolgd door een periode van drie medicatievrije weken. In totaal worden 3 pulsen gegeven.

    • continue behandeling

      Eenmaal per dag twee capsules (200 mg/dag) gedurende 3 maanden.

    • Het klinisch resultaat neemt nog sterk toe na het beëindigen van de medicatie als de nagel verder uitgroeit.
  • Lymfocutane sporotrichose*: 1 capsule (100 mg) per dag gedurende 3 maanden.
  • Paracoccidioidomycose*: 1 capsule (100 mg) per dag gedurende 6 maanden. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de werkzaamheid van itraconazol capsules bij deze dosering bij aids-patiënten.
  • Blastomycose*: 1 capsule (100 mg) per dag, eventueel te verhogen tot 2 capsules (200 mg) tweemaal per dag gedurende 6 maanden.
  • Histoplasmose*: 2 capsules (200 mg) eenmaal per dag, eventueel te verhogen tot 2 capsules (200 mg) tweemaal per dag gedurende 8 maanden.
  • Systemische aspergillose: 2 capsules (200 mg) eenmaal per dag totdat de kweken negatief zijn of de letsels zijn verdwenen. Bij invasieve infectie starten met een dosering van 2 capsules (200 mg) driemaal per dag gedurende 4 dagen en daarna overgaan op 2 capsules (200 mg) tweemaal per dag tenminste tot het einde van de neutropenie.

*) De aangegeven behandelingsduur is een gemiddelde en kan variëren afhankelijk van de ernst van de aandoening of klinische en mycologische genezing.

Verwijdering van itraconazol uit huid en nagels is langzamer dan uit het plasma.

Bij schimmelinfecties van de huid worden optimale klinische en mycologische resultaten 2-4 weken na het beëindigen van de therapie bereikt; bij infecties van de nagels is dat 6-9 maanden.

Pediatrische patiënten

Klinische gegevens over het gebruik van itraconazol capsules bij pediatrische patiënten zijn beperkt. Het gebruik van itraconazol bij pediatrische patiënten is niet aangeraden, tenzij het mogelijke voordeel opweegt tegen de mogelijke risico’s (zie rubriek 4.4).

Profylaxe voor schimmelinfecties: er zijn geen gegevens over de werkzaamheid bij neutropene kinderen. Er is beperkte ervaring over de veiligheid bij kinderen bij een dosering van 5 mg/kg lichaamsgewicht per dag, toegediend over twee innamen (zie rubriek 4.8).

Ouderen

Klinische gegevens over het gebruik van itraconazol capsules bij oudere patiënten zijn beperkt. Het wordt aangeraden itraconazol capsules alleen te gebruiken bij deze patiënten als vastgesteld is dat het mogelijke voordeel opweegt tegen de potentiële risico’s. In het algemeen wordt aanbevolen bijzondere aandacht te besteden aan de dosiskeuze bij een oudere patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met het vaker voorkomen van een verminderde lever-, nier- of hartfunctie en met gelijktijdige aandoeningen of andere medicamenteuze therapie (zie rubriek 4.4).

Gebruik bij patiënten met leverinsufficiëntie

Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over het orale gebruik van itraconazol bij patiënten met leverinsufficiëntie. Voorzichtigheid moet in acht worden genomen bij het toedienen van dit geneesmiddel bij deze patiëntenpopulatie.

Gebruik bij patiënten met nierinsufficiëntie

Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over het orale gebruik van itraconazol bij patiënten met nierinsufficiëntie. De blootstelling aan itraconazol kan lager zijn bij sommige patiënten met nierinsufficiëntie; er werd een grote interindividuele variatie waargenomen bij deze patiënten bij gebruik van de capsules. Toediening van dit geneesmiddel aan deze patiëntenpopulatie dient dan ook met de nodige voorzichtigheid te gebeuren en een aanpassing van de dosis of overschakeling naar een alternatief antischimmelmiddel kan worden overwogen op basis van een evaluatie van de klinische werkzaamheid.

Gebruik bij patienten met verminderde gastro-intestinale motiliteit

Bij het behandelen van patiënten met ernstige schimmelinfecties of bij het toedienen van itraconazol als schimmel profylaxe aan patiënten met abnormale gastro-intestinale motiliteit, dienen de patiënten zorgvuldig te worden gemonitord en moet, indien mogelijk, therapeutische monitoring van het geneesmiddel worden overwogen.

Wijze van toediening

Itraconazol capsules moeten tijdens of direct na de maaltijd worden ingenomen.

De capsules moeten in hun geheel worden ingeslikt.

Bij patiënten met een verminderde zuurtegraad van de maag, ofwel door ziekte (bijv. patiënten met achloorhydrie) ofwel door gelijktijdige medicatie (bijv. patiënten die geneesmiddelen innemen die de zuurtegraad van de maag verminderen), wordt geadviseerd om itraconazol capsules met een koolzuurhoudende drank (pH lager dan 3,0) in te nemen (zoals cola) (zie rubrieken 4.4 en 4.5).

4.3 Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
  • Itraconazol capsules mogen niet worden ingenomen door patiënten met tekenen van ventriculaire disfunctie zoals congestief hartfalen of congestief hartfalen in de anamnese, behalve in het geval van behandeling van levensbedreigende of andere ernstige infecties (zie rubriek 4.4).
  • Itraconazol capsules mogen niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap (met uitzondering van levensbedreigende situaties) (zie rubriek 4.6). Vrouwen in de vruchtbare leeftijd die itraconazol gebruiken, dienen maatregelen te nemen voor goede anticonceptie. Effectieve anticonceptie dient te worden voortgezet tot de volgende menstruatie na het eind van de behandeling met itraconazol.
  • Gelijktijdige toediening van een aantal CYP3A4-substraten is gecontra-indiceerd bij het gebruik van itraconazol (zie rubrieken 4.4 en 4.5). Daartoe behoren:
Analgetica; Anesthetica
Ergotalkaloïden (bijv. dihydro-ergotamine, ergometrine, ergotamine, methylergometrine)
Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik; Antimycobacteriële middelen; Antimycotica voor systemisch gebruik
Isavuconazol
Anthelmintica; Antiprotozoaire middelen
Halofantrine
Antihistaminica voor systemisch gebruik
AstemizolMizolastineTerfenadine
Antineoplastische middelen
IrinotecanVenetoclax (bij patiënten met chronische lymfocytaire leukemie tijdens de startfase en de dosistitratiefase van venetoclax)
Antitrombotica
DabigatranTicagrelor
Antivirale middelen voor systemisch gebruik
Ombitasvir/paritaprevir/ritonavir (met of zonder dasabuvir)
Cardiovasculair stelsel (middelen die inwerken op het renine-angiotensinesysteem; Antihypertensiva;
Bètablokkers; Calciumkanaalblokkers; Cardiale therapie; Diuretica)
AliskirenEplerenonKinidine
BepridilFinerenonRanolazine
DisopyramideIvabradineSildenafil (pulmonale hypertensie)
DofetilideLercanidipine
DronedaronNisoldipine
Gastro-intestinale geneesmiddelen, inclusief anti-diarrhoeica, intestinale anti-inflammatoire/anti-infectieuze middelen; anti-emetica en middelen tegen misselijkheid; geneesmiddelen tegen constipatie; geneesmiddelen tegen functionele gastro-intestinale aandoeningen
CisaprideDomperidonNaloxegol
Immunosuppressiva
Voclosporine
Lipidemodificerende middelen
LovastatineLomitapideSimvastatine
Psychoanaleptica; Psycholeptica (bijv. antipsychotica, anxiolytica en hypnotica)
LurasidonPimozideSertindol
Midazolam (oraal)QuetiapineTriazolam
Urologische middelen
AvanafilDarifenacineSolifenacine (bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie of matige of ernstige leverinsufficiëntie)
DapoxetineFesoterodine (bij patiënten met matige of ernstige nier- of leverinsufficiëntie).Vardenafil (bij patiënten ouder dan 75 jaar).
Overige geneesmiddelen en andere stoffen
Colchicine (bij patiënten met nier- of leverinsufficiëntie)Eliglustat (bij patiënten die CYP2D6 traag metaboliseren (TM); bij patiënten die CYP2D6 intermediair metaboliseren (IM) of extensief metaboliseren (EM) en een sterke of matige CYP2D6-remmer nemen).

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Kruisovergevoeligheid

Het is niet bekend of er kruisovergevoeligheid optreedt tussen itraconazol en andere azol-antimycotica. Vandaar dat men de nodige voorzichtigheid in acht dient te nemen bij het voorschrijven van itraconazol aan patiënten die overgevoelig zijn voor andere azolderivaten.

Effecten op het hart

In een studie met intraveneus itraconazol bij gezonde vrijwilligers werd een tijdelijke, asymptomatische vermindering van de ejectiefractie van het linkerventrikel waargenomen die verdween vóór de volgende infusie. De klinische relevantie van deze bevindingen met de orale vorm is niet bekend.

Itraconazol blijkt een negatief inotroop effect te hebben en is in verband gebracht met meldingen van congestief hartfalen. Hartfalen werd vaker gemeld in spontane meldingen bij een totale dagelijkse dosis van 400 mg dan bij lagere doseringen, wat doet vermoeden dat het risico van hartfalen kan toenemen met de totale dagelijkse dosis itraconazol.

Itraconazol mag niet worden gebruikt bij patiënten met congestief hartfalen of een voorgeschiedenis van congestief hartfalen, tenzij de voordelen duidelijk opwegen tegen de risico’s. Bij deze individuele afweging van de voordelen en de risico’s moet rekening worden gehouden met factoren zoals de ernst van de indicatie, de dosering (bijv. totale dagelijkse dosis) en duur van de behandeling en de individuele risicofactoren voor hartfalen. Deze risicofactoren zijn onder andere hartziekte zoals ischemische hartziekte en hartklepaandoeningen; belangrijke longziekten zoals chronische obstructieve longziekte; en nierfalen en andere oedemateuze aandoeningen. Dergelijke patiënten dienen geïnformeerd te worden over de symptomen van congestief hartfalen, ze moeten met voorzichtigheid worden behandeld en moeten tijdens de behandeling gevolgd worden op tekenen van congestief hartfalen; indien dergelijke symptomen optreden gedurende de behandeling moet met itraconazol worden gestopt.

Calciumkanaalblokkers kunnen negatieve inotrope effecten hebben, additioneel aan die van itraconazol. Bovendien kan itraconazol de afbraak van calciumkanaalblokkers remmen. Voorzichtigheid is vereist bij gelijktijdige toediening van itraconazol en calciumkanaalblokkers door een verhoogd risico op congestief hartfalen (zie rubriek 4.5).

Effecten op de lever

Tijdens het gebruik van itraconazol hebben zich zeer zeldzame gevallen van ernstige levertoxiciteit voorgedaan, waaronder enkele gevallen van fataal acuut leverfalen. De meeste van deze gevallen betroffen patiënten die voorafgaand aan de behandeling al een leveraandoening hadden, die behandeld werden voor systemische indicaties, die leden aan andere ernstige aandoeningen en/of die andere hepatotoxische geneesmiddelen gebruikten. In enkele gevallen betrof het patiënten die geen bestaande leveraandoening hadden. Sommige van deze gevallen traden al tijdens de eerste maand van de behandeling op; een paar zelfs al in de eerste week. Er dient dan ook te worden overwogen om de leverfuncties van patiënten die met itraconazol worden behandeld, regelmatig te controleren. De patiënten dienen tevens te worden geïnstrueerd signalen en symptomen die op hepatitis kunnen wijzen, zoals anorexia, misselijkheid, braken, vermoeidheid, buikpijn of donkere urine, onmiddellijk aan de arts te melden. Bij deze patiënten dient de behandeling onmiddellijk gestaakt te worden en dienen de leverfuncties te worden gecontroleerd.

Verminderde zuurgraad van de maag

De absorptie van itraconazol uit Itraconazol capsules is verminderd als de zuurgraad van de maag verlaagd is. Bij patiënten met een verminderde zuurtegraad van de maag, ofwel door ziekte (bijv. patiënten met achloorhydrie) ofwel door gelijktijdige medicatie (bijv. patiënten die geneesmiddelen innemen die de zuurtegraad van de maag verminderen), wordt geadviseerd om itraconazol met een koolzuurhoudende drank in te nemen (zoals cola). De antimycotische activiteit moet gemonitord worden en de dosis van itraconazol moet worden verhoogd als dat noodzakelijk wordt geacht (zie rubriek 4.5).

Pediatrische patiënten

Klinische gegevens over het gebruik van itraconazol capsules bij kinderen zijn beperkt. Itraconazol capsules dienen niet bij kinderen te worden gebruikt, tenzij de mogelijke voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s.

Ouderen

Er zijn slechts in beperkte mate klinische gegevens over het gebruik van itraconazol capsules bij oudere patiënten. Het wordt aangeraden itraconazol capsules alleen te gebruiken bij deze patiënten als vastgesteld is dat het mogelijke voordeel opweegt tegen de potentiële risico’s. In het algemeen wordt aanbevolen bijzondere aandacht te besteden aan de dosiskeuze bij een oudere patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met de hogere frequentie van een verminderde lever-, nier- of hartfunctie en met een gelijktijdige aandoening of andere medicamenteuze therapie (zie rubriek 4.4).

Leverinsufficiëntie

Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over het orale gebruik van itraconazol bij patiënten met leverinsufficiëntie. Voorzichtigheid moet in acht worden genomen bij het toedienen van dit geneesmiddel bij deze patiëntenpopulatie. Aanbevolen wordt om patiënten met een afgenomen leverfunctie die itraconazol gebruiken, zorgvuldig te monitoren. Als men beslist om een therapie in te stellen met andere geneesmiddelen die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd, wordt aanbevolen rekening te houden met de verlengde eliminatiehalfwaardetijd van itraconazol, waargenomen in de studie met eenmalige orale toediening van itraconazol harde capsules bij patiënten met cirrose (zie rubriek 5.2).

Bij patiënten met verhoogde of abnormale leverenzymwaarden of een bestaande leveraandoening, of bij patiënten die een leveraandoening hebben doorgemaakt door het gebruik van andere geneesmiddelen, dient niet met de behandeling te worden begonnen, tenzij de verwachte voordelen groter zijn dan het risico op leverletsel. Bij patiënten met een leverfunctieafwijkingen of die een levertoxiciteit hebben doorgemaakt bij gebruik van andere geneesmiddelen dient de leverfunctie regelmatig te worden gecontroleerd.

Nierinsufficiëntie

Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over het orale gebruik van itraconazol bij patiënten met nierinsufficiëntie. Er werd een grote interindividuele variatie in de plasmaconcentratie waargenomen bij deze patiënten (zie rubriek 5.2). De blootstelling aan itraconazol kan lager zijn bij sommige patiënten met een verminderde nierfunctie. Voorzichtigheid moet in acht worden genomen bij het toedienen van dit geneesmiddel bij deze patiëntenpopulatie. De orale biologische beschikbaarheid van itraconazol kan lager zijn bij patiënten met nierinsufficiëntie. Aanpassing van de dosis kan worden overwogen of overschakeling naar een alternatief antischimmelmiddel kan worden overwogen op basis van een evaluatie van de klinische werkzaamheid.

Gehoorverlies

Tijdelijk of permanent gehoorverlies is gemeld bij patiënten die behandeld werden met itraconazol. Bij verschillende van deze meldingen was sprake van gelijktijdig gebruik van kinidine, wat gecontra-indiceerd is (zie rubriek 4.3 en 4.5). Het gehoorverlies verdwijnt meestal zodra de behandeling wordt gestopt, maar kan bij sommige patiënten aanhouden.

Immuungecompromitteerde patiënten

In sommige immuungecompromitteerde patiënten (neutropenie, aids of orgaan getransplanteerde patiënten) kan de biologische beschikbaarheid van oraal itraconazol zijn verlaagd. Het verdient daarom aanbeveling om bij deze patiënten de plasmaconcentratie van itraconazol te volgen en de dosis zo nodig te verhogen.

Patiënten met onmiddellijk levensbedreigende systemische schimmelinfecties

Gelet op de farmacokinetische eigenschappen (zie rubriek 5.2) wordt het gebruik van itraconazol capsules niet aangeraden voor de start van de behandeling van patiënten met onmiddellijk levensbedreigende systemische schimmelinfecties.

Aidspatiënten

Bij aidspatiënten die een behandeling gekregen hebben voor een systemische schimmelinfectie zoals sporotrichose, blastomycose, histoplasmose of cryptococcosis (meningeaal en niet-meningeaal) en van wie verwacht wordt dat ze een risico lopen op een relapse, dient de behandelend arts de noodzaak van het voortzetten van de behandeling te evalueren.

Cystische fibrose

Door een hoge variabiliteit tussen de patiënten onderling bereikten de itraconazolconcentraties niet altijd de therapeutische drempel bij de proefpersonen met cystische fibrose. Wanneer een patiënt met cystische fibrose niet reageert op itraconazol harde capsules moet daarom worden overwogen om over te schakelen op een alternatieve antischimmelbehandeling.

Neuropathie

Als er een neuropathie optreedt die mogelijk aan itraconazol is toe te schrijven, dient de behandeling te worden stopgezet.

Kruisresistentie

In het geval dat er bij systemische candidose vermoeden is van fluconazol-resistente stammen van Candida-species, kan niet worden aangenomen dat deze gevoelig zijn voor itraconazol. Derhalve dient de gevoeligheid te worden getest voordat met de itraconazol behandeling wordt begonnen.

Mogelijke interacties

Gelijktijdige toediening van specifieke geneesmiddelen met itraconazol kan leiden tot veranderingen in de werkzaamheid of veiligheid van itraconazol en/of het gelijktijdig toegediende geneesmiddel. Zo kan het gebruik van itraconazol met CYP3A4-inducerende middelen leiden tot sub-therapeutische plasmaconcentraties van itraconazol en derhalve tot falen van de behandeling. Daarnaast kan het gebruik van itraconazol met sommige CYP3A4 substraten leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van deze geneesmiddelen en tot ernstige en/of potentieel levensbedreigende bijwerkingen, zoals QT-verlenging en ventriculaire tachyaritmieën, inclusief voorvallen van 'torsade de pointes', een potentieel dodelijke aritmie.

De voorschrijver moet de productinformatie van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel raadplegen voor verdere informatie over ernstige of levensbedreigende bijwerkingen die kunnen optreden in geval van verhoogde plasmaconcentraties voor dat geneesmiddel. Voor aanbevelingen over de gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die gecontra-indiceerd zijn, die niet worden aangeraden of die met voorzichtigheid gebruikt moeten worden in combinatie met itraconazol, zie rubriek 4.3 en 4.5.

Langdurig gebruik (langer dan 6 maanden aaneengesloten of cumulatief langer dan 6 maanden) wordt afgeraden, tenzij er therapeutisch geen alternatief voorhanden is.

Gebruik bij patiënten met verminderde gastro-intestinale motiliteit

Bij het behandelen van patiënten met ernstige schimmelinfecties of bij het toedienen van itraconazol capsules als schimmel profylaxe aan patiënten met abnormale gastro-intestinale motiliteit, dienen de patiënten zorgvuldig te worden gemonitord en moet waar passend therapeutische monitoring van het geneesmiddel worden overwogen daar waar beschikbaar.

Itraconazol Aurobindo 100 mg capsules bevatten sucrose.

Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase-insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Itraconazol wordt voornamelijk gemetaboliseerd via CYP3A4. Andere stoffen die ofwel deze metabole route gemeen hebben ofwel de activiteit van CYP3A4 wijzigen, kunnen invloed hebben op de farmacokinetiek van itraconazol. Itraconazol is een sterke CYP3A4-remmer en, een P-glycoproteïneremmer en een remmer van het borstkankerresistentie-eiwit (BCRP –Breast Cancer Resistance Protein).

Itraconazol kan de farmacokinetiek van andere stoffen die deze metabole route of deze eiwittransporterroute gemeen hebben wijzigen.

Voorbeelden van geneesmiddelen die een invloed kunnen hebben op de plasmaconcentratie van itraconazol worden per geneesmiddelenklasse weergegeven in tabel 1 hieronder. Voorbeelden van geneesmiddelen waarvan de plasmaconcentraties door itraconazol kunnen worden beïnvloed, worden weergegeven in tabel 2 hieronder. Door de hoeveelheid interacties zijn de mogelijke wijzigingen in veiligheid of werkzaamheid van de interagerende geneesmiddelen niet opgenomen. De lijst met voorbeelden van interagerende geneesmiddelen in de onderstaande tabellen is niet volledig en daarom dient de productinformatie van elk geneesmiddel dat gelijktijdig wordt toegediend met itraconazol geraadpleegd te worden voor informatie met betrekking tot de metabole route, interactiemechanismen, potentiële risico’s en specifieke acties die genomen moeten worden bij gelijktijdige toediening.

De interacties die in deze tabellen beschreven worden, zijn ingedeeld als gecontra-indiceerd, niet aangeraden of gebruiken met voorzichtigheid met itraconazol, rekening houdende met de mate van de concentratietoename en het veiligheidsprofiel van het interagerende geneesmiddel (zie ook rubrieken 4.3 en 4.4 voor meer informatie). De mogelijke interacties van de vermelde geneesmiddelen werden geëvalueerd op basis van farmacokinetische studies met itraconazol bij de mens, en/of farmacokinetische studies met andere sterke CYP3A4- remmers bij de mens (bijv. ketoconazol) en/of in-vitro gegevens:

  • “Gecontra-indiceerd”: Het geneesmiddel mag onder geen beding gelijktijdig met en tot twee weken na beëindiging van de behandeling met itraconazol worden toegediend.
  • “Niet aangeraden”: Het wordt aangeraden het gebruik van het geneesmiddel te vermijden tijdens en tot twee weken na het beëindigen van de behandeling met itraconazol, tenzij de voordelen opwegen tegen het mogelijk verhoogde risico op bijwerkingen. Als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, wordt aangeraden de patiënten klinisch te monitoren op tekenen of symptomen van versterkte of verlengde effecten of bijwerkingen van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel, en de dosering te verlagen of de toediening te onderbreken indien noodzakelijk. Indien van toepassing, wordt aangeraden de plasmaconcentraties van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel te meten.
  • “Gebruiken met voorzichtigheid”: Zorgvuldige monitoring wordt aangeraden wanneer het geneesmiddel gelijktijdig met itraconazol wordt toegediend. Bij gelijktijdige toediening wordt aangeraden de patiënt nauwlettend te monitoren op tekenen of symptomen van versterkte of verlengde effecten of bijwerkingen van het interagerende geneesmiddel, en de dosering te verlagen indien noodzakelijk.

    Indien van toepassing, wordt aangeraden de plasmaconcentraties van het gelijktijdig toegediende geneesmiddel te meten.

De interacties die in deze tabellen vermeld worden, zijn gekarakteriseerd in studies die uitgevoerd werden met de aanbevolen doses itraconazol. De mate van de interactie kan echter afhankelijk zijn van de toegediende dosis itraconazol. Er kan een sterkere interactie optreden bij een hogere dosis of met een korter doseringsinterval. Extrapolatie van de bevindingen met andere doseringsscenario’s of andere geneesmiddelen moet voorzichtig gebeuren.

Zodra de behandeling is gestopt, nemen de plasmaconcentraties van itraconazol binnen 7 tot 14 dagen af tot een bijna ondetecteerbare concentratie, afhankelijk van de dosis en duur van de behandeling. Bij patiënten met levercirrose of bij personen die CYP3A4-remmers krijgen, kan de afname van de plasmaconcentraties zelfs nog geleidelijker plaatsvinden. Dit is vooral van belang bij het instellen van een behandeling met geneesmiddelen waarvan het metabolisme wordt beïnvloed door itraconazol (zie rubriek 5.2).

Tabel 1: Voorbeelden van geneesmiddelen die invloed kunnen hebben op de plasmaconcentratie van itraconazol, weergegeven per geneesmiddelenklasse

Voorbeelden van geneesmiddelen (per orale [p.o.] enkelvoudige dosis tenzij anders vermeld) binnen de klasse

Verwacht/Mogelijk effect op itraconazolconcentraties

(↑ = stijging; ↔ = geen wijziging; ↓ = daling)

Klinisch commentaar (zie hierboven voor meer info en ook rubrieken 4.3 en 4.4)
Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik; Antimycobacteriële middelen
IsoniazideHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, zal isoniazide waarschijnlijk de concentraties van itraconazol verlagen.Niet aangeraden
Rifampicine p.o. 600 mg q.d. (eenmaal daags)Itraconazol AUC ↓Niet aangeraden
Rifabutine p.o. 300 mg q.d.Itraconazol Cmax ↓ 71%, AUC ↓ 74%Niet aangeraden
Ciprofloxacine p.o. 500 mg b.i.d. (tweemaal daags)Itraconazol Cmax ↑ 53%, AUC ↑ 82%Gebruiken met voorzichtigheid
Erythromycine 1 gItraconazol Cmax ↑ 44%, AUC ↑ 36%Gebruiken met voorzichtigheid
Clarithromycine p.o. 500 mg b.i.d.Itraconazol Cmax ↑ 90%, AUC ↑ 92%Gebruiken met voorzichtigheid
Anti-epileptica
Carbamazepine, fenobarbitalHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verlagen deze geneesmiddelen waarschijnlijk de concentraties van itraconazol.Niet aangeraden
Fenytoïne p.o. 300 mg q.d.

Itraconazol Cmax ↓ 83%, AUC ↓ 93%

Hydroxy-itraconazol Cmax ↓ 84%,

AUC ↓ 95%

Niet aangeraden
Antineoplastische middelen
IdelalisibHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, zal idelalisib waarschijnlijk de concentraties van itraconazol verhogen.Gebruiken met voorzichtigheid
Antivirale middelen voor systemisch gebruik
Ombitasvir/paritaprevir/ritonavir (met of zonder dasabuvir)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, wordt verwacht dat deze geneesmiddelen de concentraties van itraconazol verhogen.Gecontra-indiceerd
Efavirenz 600 mg

Itraconazol Cmax ↓ 37%, AUC ↓ 39%;

Hydroxy-itraconazol Cmax ↓ 35%, AUC ↓ 37%

Niet aangeraden
Nevirapine p.o. 200 mg q.d.Itraconazol Cmax ↓ 38%, AUC ↓ 62%Niet aangeraden
Cobicistat, darunavir (geboost), elvitegravir (geboost met ritonavir), fosamprenavirHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, wordt verwacht dat deze geneesmiddelen de concentraties vanGebruiken met voorzichtigheid
Voorbeelden van geneesmiddelen (per orale [p.o.] enkelvoudige dosis tenzij anders vermeld) binnen de klasse

Verwacht/Mogelijk effect op itraconazolconcentraties

(↑ = stijging; ↔ = geen wijziging; ↓ = daling)

Klinisch commentaar (zie hierboven voor meer info en ook rubrieken 4.3 en 4.4)
(geboost met ritonavir), ritonavir, saquinavir (geboost met ritonavir)itraconazol verhogen.
Indinavir p.o. 800 mg t.i.d. (driemaal daags)Itraconazolconcentratie ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Calciumkanaalblokkers
DiltiazemHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, zal diltiazem waarschijnlijk de concentratie van itraconazol verhogen.Gebruiken met voorzichtigheid
Geneesmiddelen voor maagzuurgerelateerde aandoeningen
Antacida (aluminium-, calcium-, magnesium- of natriumbicarbonaat), H2-receptorantagonisten (bijv. cimetidine, ranitidine), protonpompremmers (bijv. lansoprazol, omeprazol, rabeprazol)Itraconazol Cmax ↓, AUC ↓Gebruiken met voorzichtigheid
Ademhalingsstelsel: andere producten voor het ademhalingsstelsel
Lumacaftor/ivacaftor p.o. 200/250 mg b.i.d.Itraconazolconcentratie ↓Niet aangeraden
Overige

Sint-janskruid

(Hypericum perforatum)

Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, zal sint-janskruid waarschijnlijk de concentratie van itraconazol verlagen.Niet aangeraden

Tabel 2: Voorbeelden van geneesmiddelen waarvan de plasmaconcentraties beïnvloed kunnen worden door itraconazol, weergegeven per geneesmiddelenklasse

Voorbeelden van geneesmiddelen (p.o. enkelvoudige dosis tenzij anders vermeld) binnen de klasseVerwacht/Mogelijk effect op geneesmiddelenconcentratiesKlinisch commentaar
(↑ = stijging; ↔ = geen wijziging; ↓ = daling)(zie hierboven voor meer info en ook rubrieken 4.3 en 4.4)
Analgetica; Anesthetica
Ergotalkaloïden (bijv. dihydroergotamine, ergometrine, ergotamine, methylergometrine)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gecontra-indiceerd
Eletriptan, fentanylHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Niet aangeraden
Alfentanil, buprenorfine (i.v. en sublinguaal), cannabinoïden, methadon, sufentanilHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Oxycodon p.o. 10 mgOxycodon p.o.: Cmax ↑ 45%, AUC ↑ 2,4-voudigGebruiken met voorzichtigheid
Oxycodon i.v. 0,1 mg/kgOxycodon i.v.: AUC ↑ 51%Gebruiken met voorzichtigheid
Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik; Antimycobacteriële middelen; Antimycotica voor systemisch gebruik
IsavuconazolHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van isavuconazolGecontra-indiceerd
BedaquilineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van bedaquiline.Niet aangeraden
Rifabutine p.o. 300 mg q.d.Rifabutineconcentratie ↑ (mate niet bekend)Niet aangeraden
Clarithromycine p.o. 500 mg b.i.d.Clarithromycineconcentratie ↑Gebruiken met voorzichtigheid
DelamanidHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van delamanid.Gebruiken met voorzichtigheid
Anti-epileptica
CarbamazepineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van carbamazepine.Niet aangeraden
Anti-inflammatoire en antireumatische middelen
Meloxicam 15 mgMeloxicam Cmax ↓ 64%, AUC ↓ 37%Gebruiken met voorzichtigheid
Anthelmintica; Antiprotozoaire middelen
HalofantrineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van halofantrine.Gecontra-indiceerd
Artemether-lumefantrine, praziquantelHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGebruiken met voorzichtigheid
Kinine 300 mgKinine Cmax ↔, AUC ↑ 96%Gebruiken met voorzichtigheid
Antihistaminica voor systemisch gebruik
Astemizol, mizolastine, terfenadineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGecontra-indiceerd
Ebastine 20 mg

Ebastine Cmax ↑ 2,5-voudig, AUC ↑ 6,2-voudig

Carebastine Cmax ↔, AUC ↑ 3,1-voudig

Niet aangeraden
Bilastine, rupatadineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGebruiken met voorzichtigheid
Antineoplastische middelen
IrinotecanHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van irinotecan en de actieve metaboliet ervan.Gecontra-indiceerd
VenetoclaxHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van venetoclax.Gecontra-indiceerd bij patiënten met chronische lymfocytaire leukemie tijdens de startfase en de dosistitratiefase van venetoclax. In andere gevallen: niet aangeraden, tenzij de voordelen opwegen tegen de risico’s. Raadpleeg de productinformatie van venetoclax.
Axitinib, bosutinib, cabazitaxel, cabozantinib, ceritinib, crizotinib, dabrafenib, dasatinib, docetaxel, everolimus, glasdegib, ibrutinib, lapatinib, nilotinib, pazopanib, regorafenib, sunitinib, temsirolimus, trabectedin, trastuzumab-emtansine, vinca-alkaloïden (bijv. vinflunine, vinorelbine)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen, behalve voor cabazitaxel en regorafenib. Er is geen statistisch significante wijziging in de blootstelling aan cabazitaxel gezien, maar wel een hoge variabiliteit in de resultaten. Er wordt verwacht dat de AUC van regorafenib verlaagt (door schatting van de werkzame groep)Niet aangeraden
Cobimetinib 10 mgCobimetinib Cmax ↑ 3,2-voudig, AUC ↑ 6,7-voudigNiet aangeraden
EntrectinibEntrectinib Cmax ↑ 73%, AUC ↑ 6,0-voudigNiet aangeraden
Olaparib 100 mgOlaparib Cmax ↑ 40%, AUC ↑ 2,7-voudigNiet aangeraden
TalazoparibTalazoparib Cmax ↑ 40%, AUC ↑ 56%Niet aangeraden
Alitretinoïne (oraal), bortezomib, brentuximab vedotin, erlotinib, idelalisib, imatinib, nintedanib, panobinostat, ponatinib, ruxolitinib, sonidegib, tretinoïne (oraal)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGebruiken met voorzichtigheid
Busulfan 1 mg/kg om de 6 uBusulfan Cmax ↑, AUC ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Gefitinib 250 mgGefitinib 250 mg Cmax ↑, AUC ↑ 78%Gebruiken met voorzichtigheid
PemigatinibPemigatinib Cmax ↑ 17%, AUC ↑ 91%Gebruiken met voorzichtigheid
Antitrombotica
Dabigatran, ticagrelorHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGecontra-indiceerd
Apixaban, edoxaban, rivaroxaban, vorapaxarHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenNiet aangeraden

Cilostazol,

coumarinen (bijv. warfarine)

Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGebruiken met voorzichtigheid
Antivirale middelen voor systemisch gebruik

Ombitasvir/paritaprevir/ritonavir

(met of zonder dasabuvir)

Itraconazol kan de paritaprevirconcentraties verhogen.Gecontra-indiceerd
Elbasvir/grazoprevir, tenofoviralafenamidefumaraat (TAF), tenofovirdisoproxilfumaraat (TDF)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenNiet aangeraden
Cobicistat, elvitegravir (geboost met ritonavir), glecaprevir/pibrentasvir, maraviroc, ritonavir, saquinavirHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGebruiken met voorzichtigheid
Indinavir p.o. 800 mg t.i.dIndinavir Cmax ↔, AUC ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Cardiovasculair stelsel (middelen die inwerken op het renine-angiotensinesysteem; Antihypertensiva; Bètablokkers; Calciumkanaalblokkers; Cardiale therapie; Diuretica)
Bepridil, disopyramide, dofetilide, dronedaron, eplerenon, finerenon, ivabradine, lercanidipine, nisoldipine, ranolazine, sildenafil (pulmonale hypertensie)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenGecontra-indiceerd
Aliskiren 150 mgAliskiren Cmax ↑ 5,8-voudig, AUC ↑ 6,5-voudigGecontra-indiceerd
Kinidine 100 mgKinidine Cmax ↑ 59%, AUC ↑ 2,4-voudigGecontra-indiceerd
Felodipine 5 mgFelodipine Cmax ↑ 7,8-voudig, AUC ↑ 6,3-voudigNiet aangeraden
Riociguat, tadalafil (pulmonale hypertensie)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelenNiet aangeraden
Bosentan, diltiazem, guanfacine, andere dihydropyridinen (bijv. amlodipine, isradipine, nifedipine, nimodipine), verapamilHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Digoxine 0,5 mgDigoxine Cmax ↑ 34%, AUC ↑ 68%Gebruiken met voorzichtigheid
Nadolol 30 mgNadolol Cmax ↑ 4,7-voudig, AUC ↑ 2,2-voudigGebruiken met voorzichtigheid
Corticosteroïden voor systemisch gebruik; Geneesmiddelen tegen obstructieve luchtwegaandoeningen
Ciclesonide, salmeterolHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van salmeterol en de actieve metaboliet van ciclesonide.Niet aangeraden
Budesonide per inhalatie (INH) 1 mg enkelvoudige dosisBudesonide INH Cmax ↑ 65%, AUC ↑ 4,2-voudig; concentratie budesonide (andere formuleringen) ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Dexamethason i.v. 5 mg Dexamethason p.o. 4,5 mg

Dexamethason i.v.: Cmax ↔, AUC ↑ 3,3-voudig

Dexamethason p.o.: Cmax ↑ 69%, AUC ↑ 3,7-voudig

Gebruiken met voorzichtigheid
Fluticason INH 1 mg b.i.d.Fluticason INH-concentratie ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Methylprednisolon 16 mg

Methylprednisolon p.o. Cmax ↑ 92%, AUC ↑ 3,9-voudig

Methylprednisolon i.v. AUC ↑ 2,6-voudig

Gebruiken met voorzichtigheid
Fluticason nasaalHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van nasaal toegediende fluticason.Gebruiken met voorzichtigheid
Geneesmiddelen gebruikt bij diabetes
Repaglinide 0,25 mgRepaglinide Cmax ↑ 47%, AUC ↑ 41%Gebruiken met voorzichtigheid
SaxagliptineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van saxagliptine.Gebruiken met voorzichtigheid
Gastro-intestinale geneesmiddelen, inclusief anti-diarrhoeica, intestinale anti-inflammatoire/ anti-infectieuze middelen; anti-emetica en middelen tegen misselijkheid; geneesmiddelen tegen constipatie; geneesmiddelen tegen functionele gastro-intestinale aandoeningen
Cisapride, naloxegolHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gecontra-indiceerd
Domperidon 20 mgDomperidon Cmax ↑ 2,7-voudig, AUC ↑ 3,2-voudigGecontra-indiceerd
Aprepitant, loperamide, netupitantHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Immunosuppressiva
VoclosporineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van voclosporine.Gecontra-indiceerd
Sirolimus (rapamycine)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van sirolimus.Niet aangeraden
Ciclosporine, tacrolimusHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Tacrolimus i.v. 0,03 mg/kg q.d.Tacrolimus i.v. concentratie ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Lipidemodificerende middelen
LomitapideHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van lomitapide.Gecontra-indiceerd
Lovastatine 40 mg

Lovastatine Cmax ↑ 14,5->20-voudig, AUC ↑ >14,8 - >20-voudig

Lovastatinezuur Cmax ↑ 11,5-13-voudig, AUC ↑ 15,4-20-voudig

Gecontra-indiceerd
Simvastatine 40 mg

Simvastatinezuur Cmax ↑ 17-

voudig, AUC ↑ 19-voudig

Gecontra-indiceerd
AtorvastatineAtorvastatinezuur: Cmax ↔ tot ↑2,5 voudig, AUC ↑ 40% tot 3-voudigNiet aangeraden
Psychoanaleptica; Psycholeptica (bijv. antipsychotica, anxiolytica en hypnotica)
Lurasidon, pimozide, quetiapine, sertindolHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gecontra-indiceerd
Midazolam (oraal) 7,5 mgMidazolam (oraal) Cmax ↑ 2,5 tot 3,4-voudig, AUC ↑ 6,6 tot 10,8-voudigGecontra-indiceerd
Triazolam 0,25 mgTriazolam Cmax ↑, AUC ↑Gecontra-indiceerd
Alprazolam 0,8 mgAlprazolam Cmax ↔, AUC ↑ 2,8-voudigGebruiken met voorzichtigheid
Aripiprazol 3 mgAripiprazol Cmax ↑ 19%, AUC ↑ 48%Gebruiken met voorzichtigheid
Brotizolam 0,5 mgBrotizolam Cmax ↔, AUC ↑ 2,6-voudigGebruiken met voorzichtigheid
Buspiron 10 mgBuspiron Cmax ↑ 13,4-voudig, AUC ↑ 19,2-voudigGebruiken met voorzichtigheid
Midazolam (i.v.) 7,5 mg

Midazolam (i.v.) 7,5 mg: concentratie ↑;

Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van midazolam na oromucosale toediening.

Gebruiken met voorzichtigheid
Risperidon 2-8 mg/dagConcentratie risperidon en actieve metaboliet ↑Gebruiken met voorzichtigheid
Zopiclon 7,5 mg

Zopiclon Cmax ↑ 30%, AUC ↑

70%

Gebruiken met voorzichtigheid
Cariprazine, galantamine, haloperidol, reboxetine, venlafaxineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Ademhalingsstelsel: Andere producten voor het ademhalingsstelsel
Lumacaftor/ivacaftor p.o. 200/250 mg b.i.d.

Ivacaftor Cmax ↑ 3,6-voudig,

AUC ↑ 4,3-voudig

Lumacaftor Cmax ↔, AUC ↔

Niet aangeraden
IvacaftorHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van ivacaftor.Gebruiken met voorzichtigheid
Geslachtshormonen en modulatoren van het genitale systeem; andere gynaecologische middelen
Cabergoline, diënogest, ulipristalHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Urologische middelen
Avanafil, dapoxetine, darifenacineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gecontra-indiceerd
FesoterodineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van de actieve metabolieten, 5- hydroxymethyltolterodine.Matige of ernstige nier- of leverinsufficiëntie: gecontra-indiceerd Lichte nier- of leverinsufficiëntie: gelijktijdig gebruik moet worden vermeden Normale nier- of leverfunctie: gebruiken met voorzichtigheid met een maximale dosis fesoterodine van 4 mg.
SolifenacineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van solifenacine.Ernstige nierinsufficiëntie: gecontra-indiceerd Matige of ernstige leverinsufficiëntie: gecontra-indiceerd Gebruiken met voorzichtigheid bij alle andere patiënten met een maximale dosis solifenacine van 5 mg.
VardenafilHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van vardenafil.Gecontra-indiceerd bij patiënten ouder dan 75 jaar; anders niet aangeraden.
Alfuzosine, silodosine, tadalafil (erectiestoornis en benigne prostaathyperplasie), tamsulosine, tolterodineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Niet aangeraden
Dutasteride, imidafenacine, sildenafil (erectiestoornis)Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van deze geneesmiddelen.Gebruiken met voorzichtigheid
Oxybutynine 5 mg

Oxybutynine Cmax ↑ 2-voudig,

AUC ↑ 2-voudig

N-desethyloxybutynine

Cmax ↔, AUC ↔

Na transdermale toediening: Hoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van oxybutynine na transdermale toediening.

Gebruiken met voorzichtigheid
Overige geneesmiddelen en andere stoffen
ColchicineHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van colchicine.Gecontra-indiceerd bij patiënten met nier- of leverinsufficiëntie. Niet aangeraden bij andere patiënten.
EliglustatHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, wordt verwacht dat itraconazol de concentraties van eliglustat verhoogt.Gecontra-indiceerd bij CYP2D6 trage metaboliseerders (TM). Gecontra-indiceerd bij CYP2D6 intermediaire metaboliseerders (IM) of extensieve metaboliseerders (EM) die een sterke of matige CYP2D6-remmer nemen. Met voorzichtigheid gebruiken bij CYP2D6 IM en EM. Bij CYP2D6 EM met een lichte leverinsufficiëntie moet een dosis eliglustat van 84 mg/dag overwogen worden.
CinacalcetHoewel niet rechtstreeks bestudeerd, verhoogt itraconazol waarschijnlijk de concentraties van cinacalcet.Gebruiken met voorzichtigheid

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Itraconazol mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap behalve in levensbedreigende situaties waar het mogelijke voordeel voor de moeder opweegt tegen de mogelijke schadelijke gevolgen voor de foetus (zie rubriek 4.3).

In dierexperimenteel onderzoek is reproductietoxiciteit voor itraconazol aangetoond (zie rubriek 5.3).

Epidemiologische gegevens over blootstelling aan itraconazol gedurende het eerste trimester van de zwangerschap – voornamelijk bij patiënten met een kortdurende behandeling voor vulvovaginale candidose – lieten geen verhoogd risico op misvormingen in vergelijking met controlepersonen die niet waren blootgesteld aan bekende teratogenen. Het is aangetoond dat itraconazol de placenta passeert in een rattenmodel.

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd die itraconazol gebruiken, dienen adequate contraceptieve maatregelen te treffen tot aan de menstruatieperiode na het beëindigen van de itraconazol behandeling.

Borstvoeding

Itraconazol wordt in zeer geringe mate uitgescheiden in de moedermelk. De verwachte voordelen van behandeling met itraconazol capsules dienen daarom te worden afgewogen tegen de mogelijke risico’s van borstvoeding. Bij twijfel dienen de patiënten geen borstvoeding te geven.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen klinische studies uitgevoerd naar het effect op mannelijke en vrouwelijke vruchtbaarheid. Resultaten van dieronderzoek duiden niet op beïnvloeding van fertiliteit (zie rubriek 5.3).

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen studies uitgevoerd naar de effecten op de rijvaardigheid en het vermogen machines te bedienen. Bij het besturen van voertuigen en het bedienen van machines dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid van duizeligheid, problemen met zien en gehoorverlies (zie rubriek 4.8), die in sommige gevallen kunnen voorkomen.

4.8 Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

n het veiligheidsprofiel

het veiligheidsprofiel

De meest frequent gemelde bijwerkingen met itraconazol capsules vastgesteld in klinische studies en/of uit spontane meldingen, waren hoofdpijn, abdominale pijn en nausea.

De meest ernstige bijwerkingen waren ernstige allergische reacties, hartfalen/congestief hartfalen/longoedeem, pancreatitis, ernstige levertoxiciteit (waaronder enkele gevallen van fataal acuut leverfalen) en ernstige huidreacties. Raadpleeg de paragraaf Tabel met bijwerkingen voor de frequenties en voor andere waargenomen bijwerkingen. Raadpleeg rubriek 4.4 voor aanvullende informatie over andere ernstige effecten.

Systeem/orgaanklasseVaak (≥ 1/100 tot < 1/10)

Soms (≥ 1/1.000 tot

< 1/100)

Zelden (≥ 1/10.000 tot

< 1/1.000)

Niet bekend
Infecties en parasitaire aandoeningenSinusitis, bovenste luchtweginfectie, rinitis
Bloed- en lymfestelselaandoeningenLeukopenie
ImmuunsysteemaandoeningenOvergevoeligheid*Serumziekte, angioneurotisch oedeem, anafylactische reactie
Endocriene aandoeningenPseudoaldosteronisme
Voedings- en stofwisselingsstoornissenHypertriglyceridemie
ZenuwstelselaandoeningenHoofdpijnTremor, paresthesie, hypo-esthesie, dysgeusie
OogaandoeningenVisuele stoornissen (waaronder diplopie en wazig zien)
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningenTijdelijk of blijvend gehoorverlies*, tinnitus
HartaandoeningenCongestief hartfalen*
Ademhalingsstelsel-, borstkas en mediastinumaandoeningenDyspneu
Maagdarmstelsel-aandoeningenAbdominale pijn, nauseaDiarree, braken, constipatie, dyspepsie, flatulentiePancreatitis
Lever- en galaandoeningenLeverfunctie afwijkendErnstige hepatotoxiciteit (waaronder enkele gevallen van fataal acuut leverfalen)*, hyperbilirubinemie
Huid- en onderhuidaandoeningenUrticaria, rash, pruritusToxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnson-syndroom, gegeneraliseerd pustuleus exantheem acuut, erythema multiforme, exfoliatieve dermatitis, leukocytoclastische vasculitis, fotosensitiviteit
Nier- en urinewegaandoeningenPollakisurie
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningenMenstruatiestoornissenErectiele disfunctie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissenOedeem
OnderzoekenBloed creatininefosfokinase verhoogd

Tabel met bijwerkingen

De bijwerkingen in de onderstaande tabel zijn ontleend aan klinische studies met 8.499 patiënten behandeld met itraconazol voor de behandeling van dermatomycoses of onychomycosis en uit spontane meldingen.

De onderstaande tabel geeft de bijwerkingen weer per orgaanklasse. Binnen elk van deze klassen worden de bijwerkingen gerangschikt naar frequentie volgens de systematiek:

Zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1000); zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

*Zie rubriek 4.4

Beschrijving van enkele specifieke bijwerkingen

Hieronder staat een lijst met aanvullende bijwerkingen geassocieerd met itraconazol, die zijn gemeld in klinische studies met itraconazol drank en/of itraconazol IV, met uitzondering van de bijwerking-term ‘injectieplaatsontsteking’, wat specifiek is voor de injectievorm.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen: granulocytopenie, trombocytopenie

Immuunsysteemaandoeningen: anafylactoïde reactie

Voedings- en stofwisselingsstoornissen: hyperglykemie, hyperkaliëmie, hypokaliëmie, hypomagnesiëmie

Psychische stoornissen: verwarde toestand

Zenuwstelselaandoeningen: perifere neuropathie*, duizeligheid, somnolentie

Hartaandoeningen: hartfalen, falen linkerventrikel, tachycardie

Bloedvataandoeningen: hypertensie, hypotensie

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen: longoedeem, dysfonie, hoesten

Maagdarmstelselaandoeningen: maagdarmstelselaandoening

Lever- en galaandoeningen: leverfalen*, hepatitis, geelzucht

Huid- en onderhuidaandoeningen: rash erythemateus, hyperhidrose

Bot-, skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: myalgie, artralgie

Nier- en urinewegaandoeningen: nierfunctie verminderd, urine-incontinentie

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: gegeneraliseerd oedeem, gezichtsoedeem, borstkaspijn, pyrexie, pijn, vermoeidheid, koude rillingen

Onderzoeken: alanine-aminotransferase verhoogd, aspartaataminotransferase verhoogd, bloed alkaline fosfatase verhoogd, bloed lactaat dehydrogenase verhoogd, bloed ureum verhoogd, gamma-glutamyltransferase verhoogd, leverenzym verhoogd, urineanalyse abnormaal

Pediatrische patiënten

De veiligheid van itraconazol capsules werd geëvalueerd bij 165 pediatrische patiënten met een leeftijd van 1 tot 17 jaar, die deelnamen aan 14 klinische studies (4 dubbelblinde, placebogecontroleerde studies; 9 open-labelstudies, en 1 studie had een open-labelfase gevolgd door een dubbelblinde fase). Deze patiënten kregen minstens één dosis itraconazol capsules voor de behandeling van schimmelinfecties en leverden veiligheidsgegevens.

Op basis van de gepoolde veiligheidsgegevens uit deze klinische studies waren de vaak gemelde bijwerkingen bij pediatrische patiënten hoofdpijn (3,0%), braken (3,0%), abdominale pijn (2,4%), diarree (2,4%), leverfunctie afwijkend (1,2%), hypotensie (1,2%), nausea (1,2%) en urticaria (1,2%). In het algemeen is de aard van de bijwerkingen bij pediatrische patiënten dezelfde als die waargenomen bij volwassen personen, maar is de incidentie hoger bij pediatrische patiënten.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb Website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Symptomen en tekenen

In het algemeen waren de bijwerkingen die werden gemeld bij overdosering consistent met die gemeld bij normaal gebruik van itraconazol (zie rubriek 4.8).

Behandeling

Bij een accidentele overdosering zijn ondersteunende maatregelen noodzakelijk. Itraconazol kan niet worden geëlimineerd via hemodialyse.

Er bestaat geen specifiek antidotum.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: Antimycoticum voor systemisch gebruik, triazolderivaat. ATC code: J02A C02.

Werkingsmechanisme

Itraconazol remt 14α-demethylase van de schimmel, wat leidt tot depletie van ergosterol en een verstoorde membraansynthese door de schimmels.

PK/PD-relatie

De PK/PD-relatie van itraconazol is, net als die van andere triazolen, niet goed bekend. Daar komt bij dat de farmacokinetiek van antimycotica niet duidelijk is.

Mechanisme(s) van resistentie

Resistentie van schimmels tegen azolen blijkt zich langzaam te ontwikkelen en is vaak het resultaat van diverse genetische mutaties. De volgende mechanismen zijn beschreven.

  • Overexpressie van ERG11, het gen dat de genetische code bevat voor 14-alfa-demethylase (het doelenzym);
  • Puntmutaties in ERG11 die leiden tot verminderde affiniteit van 14-alfa-demethylase voor itraconazol;
  • Overexpressie van de ‘drug-transporter’, leidend tot versterkte uittreding van itraconazol uit de schimmelcellen (d.w.z. dat itraconazol zijn doel niet kan bereiken);

Kruisresistentie. Kruisresistentie tussen vertegenwoordigers van de klasse der azolen is waargenomen bij Candida species, ofschoon resistentie tegen één vertegenwoordiger van de klasse niet noodzakelijkerwijs betekent dat het organisme ook resistent is tegen andere azolen.

Gevoeligheidstestbreekpunten

Het Europees Comité voor tests op antimicrobiële resistentie (EUCAST) heeft voor Itraconazol interpretatiecriteria voor gevoeligheidstests vastgesteld met betrekking tot de MRC (minimale remmende concentratie). U kunt die criteria raadplegen via de volgende link: https://www.ema.europa.eu/documents/other/minimum-inhibitory-concentration-mic-breakpoints_en.xlsx

De gevoeligheid in-vitro van schimmels voor itraconazol hangt af van de grootte van het inoculum, de incubatietemperatuur, de groeifase van de schimmel en van het gebruikte kweekmedium. Derhalve kan de minimale inhibitoire concentratie van itraconazol sterk uiteenlopen.

Gevoeligheid in onderstaande tabel is gebaseerd op MIC90 < 1 mg itraconazol/L. Er is geen correlatie tussen de gevoeligheid in vitro en klinische werkzaamheid.

Gewoonlijk gevoelige soorten

Aspergillus spp.2

Blastomyces dermatitidis1

Candida albicans

Candida parapsilosis

Cladosporium spp.

Coccidioides immitis1

Cryptococcus neoformans

Epidermophyton floccosum

Fonsecaea spp.1

Geotrichum spp.

Histoplasma spp.

Malassezia (formerly Pityrosporum) spp.

Microsporum spp.

Paracoccidioides brasiliensis1

Talaromyces (vroeger Penicillium) marneffei1

Pseudallescheria boydii

Sporothrix schenckii

Trichophyton spp.

Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn

Candida glabrata3

Candida krusei

Candida tropicalis3

Organismen met inherente resistentie

Absidia spp.

Fusarium spp.

Mucor spp.

Rhizomucor spp.

Rhizopus spp.

Scedosporium proliferans

Scopulariopsis spp.

1 Deze organismen kan men tegenkomen bij patiënten die buiten Europa hebben gereisd.

2 Er is melding gemaakt van itraconazol-resistente stammen van Aspergillus fumigatus.

3 Van nature middelmatige gevoeligheid.

Pediatrische patiënten

De verdraagbaarheid en veiligheid van itraconazol (orale oplossing) werd onderzocht bij profylaxe van schimmelinfecties bij 103 neutropene kinderen in de leeftijd van 0 tot 14 jaar (gemiddeld 5 jaar) in een open-label ongecontroleerde fase III klinische studie. De meeste patiënten (78%) ondergingen allogene beenmergtransplantatie in verband met hematologische maligniteiten. Alle patiënten kregen itraconazol (orale oplossing) 5 mg/kg/dag in één enkelvoudige of verdeeld over meerdere doses. Door het ontwerp van de studie, konden geen formele conclusies met betrekking tot werkzaamheid worden getrokken. De meest voorkomende bijwerkingen die als (mogelijk) gerelateerd aan itraconazol werden beschouwd waren braken, abnormale leverfunctie en abdominale pijn.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Itraconazol wordt na orale toediening snel geabsorbeerd. Piek-plasmaconcentraties van het onveranderde geneesmiddel worden bereikt binnen 2 tot 5 uur na de inname van de orale dosis. De absolute biologische beschikbaarheid van itraconazol bedraagt ongeveer 55%. De orale biologische beschikbaarheid is maximaal als de capsules onmiddellijk na de maaltijd worden ingenomen.

Steady-state concentraties worden bereikt binnen 15 dagen, met Cmax-waarden van 0,5 μg/ml, 1,1 μg/ml en 2,0 μg/ml na orale toediening van respectievelijk 100 mg 1 x per dag, 200 mg 1x per dag en 200 mg 2x per dag. De farmacokinetiek van itraconazol wordt gekarakteriseerd door niet-lineariteit en vertoont, als gevolg daarvan, accumulatie in plasma na herhaalde toediening.

Distributie

Het grootste gedeelte van itraconazol in het plasma is gebonden aan proteïnen (99,8%) met albumine als voornaamste bindingscomponent (99,6% voor de hydroxy-metaboliet). Het heeft ook een uitgesproken affiniteit voor lipiden. Slechts 0,2% van itraconazol is in het plasma aanwezig in de vrije vorm. Itraconazol wordt verdeeld in een groot schijnbaar volume in het lichaam (> 700 l), wat een uitgebreide distributie in weefsels impliceert: concentraties in de longen, nieren, lever, bot, maag, milt en spieren zijn 2 tot 3 keer zo hoog als de overeenkomstige concentraties in het plasma. Aangezien redistributie van itraconazol uit keratineweefsels verwaarloosbaar is, is eliminatie van itraconazol uit deze weefsels gerelateerd aan regeneratie van de epidermis. In tegenstelling tot in plasma, blijft de concentratie in huid gedurende 2 tot 4 weken na beëindiging van een 4-weekse behandeling gehandhaafd en in nagelhoornstof – waar itraconazol al na 1 week na het begin van de behandeling aantoonbaar is – gedurende minstens 6 maanden na het einde van een behandelperiode van 3 maanden.

Biotransformatie

Itraconazol wordt uitgebreid gemetaboliseerd in de lever voornamelijk door het enzym CYP 3A4. De hoofdmetaboliet is hydroxy-itraconazol dat in vitro een aan itraconazol vergelijkbare anti-schimmelwerking heeft. Plasmaconcentraties van de actieve metaboliet van itraconazol, hydroxy-itraconazol, zijn ongeveer tweemaal hoger dan itraconazol plasmaconcentraties.

Eliminatie

Itraconazol wordt voor ongeveer 35% van de dosis uitgescheiden in urine en voor ongeveer 54% met de feces, voornamelijk als inactieve metabolieten. De renale excretie van het intact itraconazol en hydroxy-itraconazol bedraagt minder dan 1% van de dosis, en de fecale excretie van het intact itraconazol varieert tussen de 3–18% van de dosis.

De gemiddelde terminale halfwaardetijd van itraconazol is ongeveer 17 uur na enkelvoudige toediening en ongeveer 35 uur bij steady-state. Itraconazol klaring na een enkelvoudige dosering is ca 312 ml/min, wat vermindert bij herhaald doseren (ca 20-25% bij verdubbeling van de dosis) door een verzadigbaar mechanisme van zijn hepatisch metabolisme.

Speciale populaties

Leverinsufficiëntie

Een farmacokinetische studie met één enkele toediening van 100 mg itraconazol (één capsule van 100 mg) werd uitgevoerd met 6 gezonde proefpersonen en 12 proefpersonen met cirrose. Tussen deze twee groepen werden geen statistisch significante verschillen in AUC∞ waargenomen. Een statistisch significante vermindering van de gemiddelde Cmax (47%) en een tweevoudige toename van de eliminatiehalfwaardetijd (37±17 versus 16±5 uur) van itraconazol werden waargenomen bij proefpersonen met cirrose in vergelijking met de gezonde proefpersonen. Er zijn geen gegevens over langdurig gebruik van itraconazol bij patiënten met cirrose.

Nierinsufficiëntie

Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over het orale gebruik van itraconazol bij patiënten met nierinsufficiëntie. Een farmacokinetische studie met een eenmalige dosis van 200 mg itraconazol (vier capsules van 50 mg) werd uitgevoerd bij drie groepen patiënten met nierinsufficiëntie (uremie: n=7, hemodialyse: n=7, en continue ambulante peritoneaaldialyse: n=5). Bij personen met uremie met een gemiddelde creatinineklaring van 13 ml/min × 1.73 m2, was de blootstelling (uitgedrukt in de AUC) licht verlaagd in vergelijking met parameters uit een normale populatie. Deze studie toonde geen significant effect aan van hemodialyse of continue ambulante peritoneaaldialyse op de farmacokinetiek van itraconazol (Tmax, Cmax, en AUC0-8h). Het verloop van de plasmaconcentratie in de tijd toonde in alle drie de groepen een grote variatie tussen personen.

De gemiddelde terminale halfwaardetijden van itraconazol bij patiënten met lichte (in deze studie gedefinieerd als CrCl 50-79 ml/min), matige (in deze studie gedefinieerd als CrCl 20-49 ml/min), en ernstige nierinsufficiëntie (in deze studie gedefinieerd als CrCl <20 ml/min) waren na een eenmalige intraveneuze toediening vergelijkbaar met die bij gezonde personen (spreiding van gemiddelden 42-49 uur bij patiënten met nierinsufficiëntie, tegenover 48 uur bij gezonde personen). De algehele blootstelling aan itraconazol, uitgedrukt in de AUC, was bij patiënten met matige en ernstige nierinsufficiëntie afgenomen met respectievelijk ongeveer 30% en 40% in vergelijking met personen met een normale nierfunctie.

42-49 uur bij patiënten met nierinsufficiëntie, tegenover 48 uur bij gezonde personen). De algehele blootstelling aan itraconazol, uitgedrukt in de AUC, was bij patiënten met matige en ernstige nierinsufficiëntie afgenomen met respectievelijk ongeveer 30% en 40% in vergelijking met personen met een normale nierfunctie.

traconazol, uitgedrukt in de AUC, was bij patiënten met matige en ernstige nierinsufficiëntie afgenomen met respectievelijk ongeveer 30% en 40% in vergelijking met personen met een normale nierfunctie.

Gegevens bij patiënten met nierinsufficiëntie tijdens langdurige toediening van itraconazol zijn niet beschikbaar. Dialyse heeft geen invloed op de halfwaardetijd of de klaring van itraconazol of hydroxy-itraconazol (zie rubriek 4.2 en 4.4).

Pediatrische patiënten

Er zijn twee farmacokinetische studies uitgevoerd in neutropene kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 14 jaar, die een- of tweemaal daags 5 mg/kg itraconazol (orale oplossing) kregen. De blootstelling aan itraconazol was iets hoger in oudere kinderen (6 tot 14 jaar) vergeleken met jongere kinderen. Bij alle kinderen werden werkzame plasmaconcentraties van itraconazol bereikt binnen 3 tot 5 dagen na start van de behandeling en deze werden gehandhaafd gedurende de behandeling.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Itraconazol

Itraconazol is geen primair carcinogeen bij ratten tot 13 mg/kg/dag (bij mannetjes) en tot 52 mg/kg/dag (bij vrouwtjes), of bij muizen tot 80 mg/kg/dag (éénmaal de maximale aanbevolen menselijke dosis (Maximum Recommended Human Dose – MRHD), gebaseerd op mg/m²/dag).

Niet-klinische gegevens van itraconazol gaven geen aanwijzingen voor genotoxiciteit, primaire carcinogeniteit of verminderde vruchtbaarheid. Bij hoge doseringen, van 40 en 80 mg/kg/dag bij ratten

(1- en 2-voudige van MRHD, gebaseerd op mg/m2/dag), werden effecten gezien in de bijnierschors, de lever en het mononucleaire fagocytensysteem, maar deze lijken weinig relevant voor het voorgestelde klinische gebruik. Na chronische toediening van itraconazol werd een algemene lagere botmineraaldichtheid gezien bij juveniele honden (er werd geen toxiciteit waargenomen tot 20 mg/kg/dag (2-voudige van MRHD, gebaseerd op mg/m2/dag) en een verminderde activiteit van de beenplaat, dunner worden van de zona compacta van de grote botten en een verhoogde breekbaarheid van de botten bij ratten.

Reproductietoxicologie

Er werd gevonden dat itraconazol een dosisafhankelijke stijging in maternale toxiciteit, embryotoxiciteit en teratogeniteit veroorzaakte bij ratten vanaf 40 mg/kg/dag (éénmaal de MRHD gebaseerd op mg/m²/dag)en bij muizen vanaf 80 mg/kg/dag (éénmaal de MRHD, gebaseerd op mg/m2/dag). Bij ratten bestond de teratogeniteit uit ernstige skeletafwijkingen; bij muizen bestond dit uit encefalocele en macroglossie. Er werden geen teratogene effecten gevonden bij konijnen tot een dosis van 80 mg/kg/dag (4-voudige van MRHD, gebaseerd op mg/m2/dag).

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Hypromellose (E464)

Poloxameer

Sugar spheres

Capsulewand

Chinolinegeel (E104)

Gelatine

Indigokarmijn (E132)

Titaandioxide (E171)

Sugar spheres

Maïszetmeel

Saccharose

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Er zijn geen gegevens over bekend.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Doos met capsules in Al/PVC-LDPE-PVDC blisterverpakking.

Doos met capsules in Al/PVC-LDPE-PVDC EAV.

Er zijn kartonnen doosjes met 4, 14, 15, 16, 28, 30, 32, 60 en 100 capsules in blisterverpakking.

Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Niet van toepassing.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Aurobindo Pharma B.V.

Baarnsche Dijk 1

3741 LN Baarn

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 107049

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 11 september 2013.

Datum van laatste verlenging: 11 september 2018.

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatst gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.8: 28 mei 2025

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 107049

Datum van herziening volgens de tekst: 28-05-2025

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Itraconazol Aurobindo

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Itraconazol
Farmaceutische vorm Capsule, hard
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
chinolinegeel (e 104), gelatine (e 441), hypromellose (e 464), indigokarmijn (e 132) … (+5)+

chinolinegeel (e 104), gelatine (e 441), hypromellose (e 464), indigokarmijn (e 132), maïszetmeel, poloxameer 188, saccharose, suikerzetmeelbolletjes, titaandioxide (e 171)

ATC-indeling
  1. J Anti-infectieuze middelen voor systemisch gebruik
    1. J02 Antimycotica voor systemisch gebruik
      1. J02A Antimycotica voor systemisch gebruik
        1. J02AC Triazoolderivaten, systemische antimycotica
          1. J02AC02 Itraconazol
Registratiehouder Aurobindo Pharma B.V.
Registratie 107049 sinds 11-09-2013

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.