SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Ibuprofen Aurobindo 400 mg omhulde tablet
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Ibuprofen Aurobindo 400 mg, omhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Ibuprofen Aurobindo 400 mg omhulde tabletten bevatten 400 mg ibuprofen per omhulde tablet.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke omhulde tablet bevat 252 mg sucrose, 1,2 mg natrium, 0,11 mg polyoxyl-35-ricinusolie en 0,01 mg natriumbenzoaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Omhulde tablet. De omhulde tabletten zijn rond, convex, roze van kleur en hebben een diameter van ongeveer 15 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Inflammatoire gewrichtsaandoeningen:
- reumatoïde arthritis
- spondylitis ankylopoetica
Degeneratieve gewrichtsaandoeningen:
- artrosen met inbegrip van spondylartrosen
Extra-articulaire aandoeningen:
- periarthritis humeroscapularis
- epicondylitis
- tendovaginitis
- bursitis
- tendinitis
- synovitis
- Postoperatieve pijn
- Pijn na tandheelkundige of mondchirurgische ingrepen
- Primaire dysmenorroe
- Koorts en pijn bij griep en verkoudheid of na vaccinatie,
- Kiespijn,
- Hoofdpijn,
- Spierpijn,
- Reumatische pijn.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 jaar.
Reumatoïde arthritis, artrosen en spondylitis ankylopoetica:
De dosering dient te worden aangepast aan de ernst van de aandoening en de klachten van de patiënt. Het verdient aanbeveling te streven naar een zo laag mogelijke onderhoudsdosering waarbij een optimaal therapeutisch resultaat kan worden gehandhaafd.
De aanbevolen dosering bedraagt 1200 tot 1600 mg per dag. In ernstige gevallen kan het aangewezen zijn de dosis tijdelijk (3-4 weken) te verhogen tot een maximum van 2400 mg per dag tot de acute fase onder controle is gebracht.
Doseringen vanaf 1200 mg per dag dienen over 3-4 giften te worden verdeeld; de dosering van 2400 mg over 4 giften.
Extra-articulaire aandoeningen, postoperatieve pijn en primaire dysmenorroe:
Aanvangsdosering: 1200 mg per dag.
In ernstige gevallen kan deze dosis worden verhoogd tot 1600 mg per dag tot de acute fase onder controle is gebracht. Bij tandheelkundige ingrepen verdient het aanbeveling de eerste dosis voor de ingreep te geven.
Doseringen vanaf 1200 mg per dag dienen over 3-4 giften te worden verdeeld.
Koorts en overige pijn:
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: begindosering 400 mg, zo nodig 200 – 400 mg elke 4 – 6 uur; maximaal 1200 mg per dag.
Wijze van toediening
De tablet dient in zijn geheel te worden ingenomen met een ruime hoeveelheid water.
Reumapatiënten die last hebben van ochtendstijfheid kunnen de eerste dosis direct na het ontwaken op de nuchtere maag innemen met wat thee of een andere drank om een snel effect te verkrijgen. De volgende doses dienen na de maaltijd gegeven te worden, waardoor de absorptie geleidelijker verloopt.
Bijwerkingen kunnen tot een minimum worden beperkt door gebruik te maken van de laagst mogelijk effectieve dosis voor de kortst mogelijke periode die nodig is om de symptomen onder controle te brengen (zie rubriek 4.4).
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
- Patiënten met een historie van overgevoeligheidsreacties (b.v. bronchospasmen, astma, rhinitis, angio-oedeem of urticaria), geassocieerd met ibuprofen, acetylsalicylzuur (aspirine) of andere niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s).
- Het eerder optreden van gastro-intestinale bloeding of perforatie als gevolg van NSAID-gebruik.
- Actieve, of eerder herhaaldelijk optredend maagzweer/bloeding (twee of meer duidelijke periodes van bewezen ulceratie of bloeding).
- Ernstige nier- en/of leverinsufficiëntie.
- Patiënten met hemorragische diathese en patiënten die met antistollingsmiddelen worden behandeld.
- Ernstig hartfalen (NYHA Klasse IV).
- Derde trimester van de zwangerschap.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Indien gebruik gemaakt wordt van de laagste effectieve dosering, gedurende een zo kort mogelijke periode die nodig is om de symptomen te bestrijden, kunnen bijwerkingen tot een minimum beperkt blijven (zie rubriek 4.2 en gastro-intestinale en cardiovasculaire risico’s hieronder).
Respiratoir
Bronchospasmen kunnen optreden bij patiënten die lijden aan of met een voorgeschiedenis van astma bronchiale of allergische aandoeningen.
SLE en gemengde bindweefselziekte
Systemische lupus erythematosus of gemengde bindweefselziekte (mixed connective tissue disease), vanwege een toegenomen risico op aseptische meningitis (zie rubriek 4.8).
Cardiovasculaire en cerebrovasculaire bijwerkingen
Er zijn meldingen gedaan van het Kounis-syndroom bij patiënten die worden behandeld met ibuprofen. Het Kounis-syndroom wordt omschreven als cardiovasculaire symptomen als gevolg van een allergische of overgevoeligheidsreactie, die kunnen leiden tot vernauwing van de kransslagaders en mogelijk tot een myocardinfarct.
Patiënten met een geschiedenis van hypertensie en/of milde of gematigde vorm van congestief hartfalen zullen nauwlettend gecontroleerd en geadviseerd moeten worden aangezien vochtretentie en oedeemvorming is gerapporteerd in associatie met een therapie met NSAID’s.
Klinische studies wijzen erop dat gebruik van ibuprofen, met name hoge doses (2400 mg/dag) geassocieerd kan worden met een licht verhoogd risico op arteriële trombotische gebeurtenissen (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte). Over het algemeen wijzen epidemiologische studies niet uit dat lage doseringen ibuprofen (bijv. ≤ 1200 mg/dag) in verband kunnen worden gebracht met een verhoogde kans op arteriële trombotische gebeurtenissen.
Patiënten met ongecontroleerde hypertensie, congestief hartfalen (NYHA II-III), vastgestelde ischemische hartziekte, perifere arteriële ziekte, en/of cerebrovasculaire ziekte mogen alleen met ibuprofen worden behandeld na zorgvuldige overweging. Hoge doses (2400 mg/dag) dienen te worden vermeden.
Ook moet zorgvuldige overweging plaatsvinden vóór aanvang van langdurige behandeling van patiënten met risicofactoren voor cardiovasculaire gebeurtenissen (bijv. hypertensie, hyperlipidemie, diabetes mellitus, roken), met name wanneer hoge doses ibuprofen (2400 mg/dag) nodig zijn.
Nieren
Nierinsufficiëntie, omdat de nierfunctie verder kan verslechteren (zie de rubrieken 4.3 en 4.8).
Over het algemeen kan dagelijks gebruik van pijnstillers, met name de combinatie van verschillende pijnstillers, leiden tot blijvende schade aan de nieren met het risico op nierfalen (analgetische nefropathie).
Er bestaat een risico van nierschade bij kinderen en adolescenten die uitgedroogd zijn.
Lever
Leverfunctiestoornissen (zie de rubrieken 4.3 en 4.8).
Gastro-intestinale effecten
Het gebruik van Ibuprofen Aurobindo 400 mg met andere NSAID’s inclusief selectieve COX-2 remmers dient te worden vermeden.
Gastro-intestinale bloeding, ulceratie en perforatie
Gastro-intestinale bloeding, ulceratie en perforatie, welke fataal kunnen zijn, zijn gemeld bij het gebruik van alle NSAID’s gedurende ieder moment van de behandeling, met of zonder waarschuwende symptomen of het eerder optreden van ernstige gastro-intestinale bijwerkingen.
Het risico van gastro-intestinale bloeding, ulceratie en perforatie is groter bij hogere doseringen, het eerder optreden van ulceratie, met name indien gecompliceerd door bloeding en perforatie (zie rubriek 4.3) en bij ouderen. Deze patiënten dienen de behandeling te starten met de laagst beschikbare dosering. Combinatiebehandeling met beschermende middelen (bijvoorbeeld misoprostol of protonpompremmers) dient bij deze patiënten overwogen te worden alsmede ook bij patiënten die tegelijkertijd lage doseringen acetylsalicylzuur nodig hebben of andere geneesmiddelen gebruiken die waarschijnlijk het gastro-intestinale risico verhogen (zie rubriek 4.5).
Patiënten die eerder last hadden van gastro-intestinale toxiciteit, met name ouderen, dienen ieder ongebruikelijk abdominaal symptoom (met name bloeding) te melden, met name bij het begin van de behandeling.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die gelijktijdig worden behandeld met geneesmiddelen die het risico van ulceratie of bloeding kunnen verhogen, zoals orale corticosteroïden, anticoagulantia zoals warfarine, selectieve serotonine-heropname-remmers en middelen die de plaatjesaggregatie tegengaan zoals acetylsalicylzuur (zie rubriek 4.5).
Wanneer gastro-intestinale bloeding of ulceratie optreedt bij patiënten die ibuprofen krijgen, dient behandeling gestopt te worden.
NSAID’s dienen met terughoudendheid gebruikt te worden bij patiënten met gastro-intestinale ziekten in de anamnese (ulceratieve colitis, ziekte van Crohn) aangezien deze aandoeningen kunnen verergeren (zie rubriek 4.8)
Ernstige bijwerkingen van de huid (SCAR’s)
Ernstige bijwerkingen van de huid (SCAR’s) zijn gemeld, waaronder exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, Stevens-Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom) en acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn, in samenhang met het gebruik van ibuprofen (zie rubriek 4.8). De meeste van deze reacties traden op binnen de eerste maand. Als er tekenen en symptomen optreden die op deze reacties wijzen, moet het gebruik van ibuprofen onmiddellijk worden gestopt en moet een alternatieve behandeling worden overwogen (indien nodig).
Maskeren van symptomen van onderliggende infecties
Ibuprofen Aurobindo kan symptomen van infectie maskeren, hetgeen kan leiden tot een vertraagde start van een passende behandeling, waardoor het resultaat van de infectie wordt verergerd. Dit is waargenomen bij community-acquired pneumonie en bacteriële complicaties bij varicella. Wanneer dit middel wordt toegediend voor koorts of pijnverlichting gerelateerd aan infectie, wordt geadviseerd de infectie te bewaken. Bij zorg buiten een ziekenhuis, dient de patiënt een arts te raadplegen als de symptomen aanhouden of erger worden.
Ouderen
Ouderen hebben meer frequent bijwerkingen van NSAID’s, met name gastro-intestinale bloeding en perforatie, welke fataal kunnen zijn (zie rubriek 4.2).
Overige opmerkingen
Er zijn enkele aanwijzingen dat middelen die de cyclo-oxygenase/prostaglandine synthese remmen, de vruchtbaarheid van vrouwen verminderen door een effect op de ovulatie. Dit is omkeerbaar door het staken van de behandeling.
In uitzonderlijke gevallen kan varicella aanleiding geven tot besmettelijke ernstige complicaties van de huid en weke delen. Tot op heden kan de bijdragende rol van NSAID’s bij de verergering van deze infecties niet worden uitgesloten. Daarom wordt geadviseerd het gebruik van Ibuprofen Aurobindo 400 mg te vermijden indien sprake is van varicella.
Langdurig gebruik van elk type pijnstiller bij hoofdpijn kan bestaande hoofdpijn verergeren. Als deze situatie zich voordoet of vermoed wordt, moet men een arts raadplegen en moet de behandeling worden stopgezet. Bij patiënten die vaak of dagelijks hoofdpijn hebben ondanks (of ten gevolge van) het regelmatig gebruik van medicatie bij hoofdpijn, dient men rekening te houden met de diagnose hoofdpijn als gevolg van overmatig gebruik van medicatie.
Product specifieke waarschuwingen
Dit geneesmiddel bevat 252 mg sucrose per omhulde tablet. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Dit geneesmiddel bevat ricinusolie wat maagklachten en diarree kan veroorzaken.
Dit middel bevat 0,01 mg natriumbenzoaat (E 211) per omhulde tablet. Dit kan geelzucht (gele verkleuring van de huid en ogen) bij pasgeborenen (jonger dan 4 weken) verergeren.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per omhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
- Andere NSAID’s, inclusief COX-2 remmers: het gebruik van ibuprofen Aurobindo 400 mg met andere NSAID’s inclusief selectieve COX-2 remmers dient te worden vermeden.
- Anticoagulantia: NSAID’s kunnen de effecten van anticoagulantie, zoals warfarine versterken (zie rubriek 4.4).
- Antihypertensiva (ACE-remmers en angiotensine-II-antagonisten) en diuretica: NSAID’s kunnen het effect van deze geneesmiddelen verminderen. Bij sommige patiënten met gestoorde nierfunctie (bijvoorbeeld gedehydreerde patiënten of ouderen met nierfunctiestoornissen) kan gelijktijdige toediening van een ACE-remmer of angiotensine-II-antagonisten en middelen die cyclo-oxygenase remmen, leiden tot verdere verslechtering van de nierfunctie, en mogelijk acuut nierfalen, dat gewoonlijk reversibel is. De combinatie dient dan ook met voorzichtigheid te worden toegediend, vooral bij ouderen. Patiënten dienen afdoende te worden gehydrateerd; men kan overwegen om na de start van de nevenmedicatie en daarna periodiek de nierfunctie te controleren. Diuretica kunnen het risico op nefrotoxiciteit van NSAID’s verhogen.
- Kaliumsparende diuretica: de gelijktijdige toediening van ibuprofen en kaliumsparende diuretica kan leiden tot hyperkaliëmie (controle van de kaliumspiegel in serum wordt aanbevolen).
- Bètablokkers: de hypotensieve werking van bètablokkers kan worden verzwakt.
- Corticosteroïden: toegenomen risico op gastro-intestinale ulceratie en bloeding (zie rubriek 4.4).
- Methotrexaat: de toxiciteit van methotrexaat kan worden versterkt.
- Digoxine, fenytoïne en lithium: in de literatuur zijn individuele gevallen gemeld van door ibuprofen verhoogde plasmaspiegels van digoxine, fenytoïne en lithium.
- Acetylsalicylzuur: gelijktijdige behandeling van ibuprofen en acetylsalicylzuur wordt meestal niet aangeraden omdat het de kans op bijwerkingen vergroot. Experimentele gegevens suggereren dat ibuprofen competitief het effect kan remmen van lage doseringen acetylsalicylzuur op trombocytenaggregatie, wanneer deze gelijktijdig worden toegediend. Er zijn nog onzekerheden met betrekking tot de extrapolatie van deze gegevens naar de klinische situatie, maar de mogelijkheid dat normaal, langdurig gebruik van ibuprofen de cardioprotectieve werking van lage doseringen acetylsalicylzuur kan verlagen, kan niet worden uitgesloten. Bij incidenteel gebruik van ibuprofen worden geen klinisch relevante effecten verwacht (zie rubriek 5.1).
Plaatjesaggregatie-remmers en selectieve serotonineheropnameremmers (SSRIs): toegenomen
- risico op gastro-intestinale bloeding (zie rubriek 4.4).
- Ciclosporine: toegenomen risico op nefrotoxiciteit.
- Mifepriston: na toediening van mifepriston mogen 8-12 dagen lang geen NSAID’s gebruikt worden, omdat deze het effect van mifepriston kunnen verminderen.
- Tacrolimus: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd als de twee geneesmiddelen gelijktijdig worden toegediend.
- Zidovudine: er zijn aanwijzingen voor een verhoogd risico op haemartroses en haematoma in HIV (+) hemofiliepatiënten die gelijktijdig behandeld worden met zidovudine en ibuprofen.
- Chinolonantibiotica: gegevens uit dieronderzoek tonen aan dat NSAID’s het risico op convulsies door chinolonantibiotica kunnen verhogen. Bij patiënten die NSAID’s en chinolonen gebruiken, kan er sprake zijn van een verhoogde kans op het ontstaan van convulsies.
- Sulfonylureumderivaten: klinische onderzoeken hebben interacties aangetoond tussen niet-steroïde ontstekingsremmers en antidiabetica (sulfonylureumderivaten). Hoewel er tot op heden geen interacties tussen ibuprofen en sulfonylureumderivaten zijn beschreven, wordt bij gelijktijdige toediening als voorzorgsmaatregel controle van de bloedglucosewaarden aanbevolen.
- Probenecide en sulfinpyrazon: geneesmiddelen die probenecide of sulfinpyrazon bevatten, kunnen de uitscheiding van ibuprofen vertragen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Remming van prostaglandinesynthese kan de zwangerschap en/of de embryonale/foetale ontwikkeling nadelig beïnvloeden. Gegevens uit epidemiologisch onderzoek suggereren een verhoogd risico op miskramen en op cardiale malformaties en gastroschisis na het gebruik van prostaglandine synthese remmers in de vroege fase van de zwangerschap. Het absolute risico op cardiovasculaire malformatie werd verhoogd van minder dan 1% tot ongeveer 1.5%. Er wordt aangenomen dat het risico toeneemt met de dosering en duur van de behandeling. Het toedienen van prostaglandine synthese remmers in dieren, resulteerde in een verhoogd pre-en post-implantatie verlies en embryo-foetale letaliteit. Daarnaast werd een verhoogde incidentie van diverse malformaties, inclusief cardiovasculaire, gemeld in dieren die een prostaglandinesynthese remmer hebben gekregen gedurende de periode van organogenese.
Vanaf week 20 van de zwangerschap kan het gebruik van dit middel leiden tot oligohydramnion als gevolg van renale disfunctie in de foetus. Deze aandoening kan kort na aanvang van de behandeling optreden en is doorgaans reversibel na stopzetting daarvan. Daarnaast zijn er meldingen geweest van vernauwing van de ductus arteriosus na behandeling in het tweede trimester, waarvan de meeste verdwenen na stopzetting van de behandeling. Daarom, mag tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap ibuprofen niet worden gebruikt tenzij dit duidelijk noodzakelijk is. Als ibuprofen wordt gebruikt bij een vrouw die probeert zwanger te worden, of tijdens het eerste of tweede trimester van de zwangerschap, dan dient de dosering zo laag mogelijk gehouden te worden en de behandeling dient zo kort mogelijk te duren. Vanaf week 20 van de zwangerschap moet bij vrouwen die verschillende dagen worden blootgesteld aan dit middel worden overwogen om prenatale controles op oligohydramnion en ductus arteriosus vernauwing uit te voeren. De behandeling met dit middel moet worden stopgezet als er oligohydramnion of ductus arteriosus vernauwing wordt vastgesteld.
Tijdens het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandine synthese remmers de foetus blootstellen aan:
- cardiopulmonaire toxiciteit (voortijdig vernauwing/sluiten van de ductus arteriosus en pulmonaire hypertensie);
- renale disfunctie (zie hierboven)
en kunnen de moeder en neonaat, aan het eind van de zwangerschap blootstellen aan:
- mogelijk verlenging van de bloedingstijd, een antiaggregatie-effect wat zelfs bij zeer lage doseringen kan voorkomen;
- remming van de contractie van de uterus wat resulteert in een uitgestelde of verlengde bevalling.
Ten gevolge hiervan is ibuprofen gecontra-indiceerd tijdens het derde trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.3).
Borstvoeding
Ibuprofen en zijn metabolieten gaan in zeer lage concentratie over in de moedermelk en heeft bij therapeutische doseringen waarschijnlijk geen effect op de zuigeling.
Vruchtbaarheid
Er zijn beperkte aanwijzingen dat geneesmiddelen die de synthese van cyclo- oxygenase/prostaglandine remmen, vermindering van de vrouwelijke fertiliteit kunnen veroorzaken door een effect op de ovulatie. Dit effect is reversibel bij het staken van de behandeling.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Ibuprofen heeft doorgaans geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Aangezien er echter bij het gebruik van hooggedoseerde ibuprofen bijwerkingen van het centrale zenuwstelsel, zoals vermoeidheid en duizeligheid, kunnen optreden, kunnen het reactievermogen en het vermogen om actief deel te nemen aan het wegverkeer en om machines te bedienen in geïsoleerde gevallen verminderd zijn. Dit is nog sterker het geval in combinatie met alcohol.
4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen zijn meestal dosisafhankelijk, met name het risico op het optreden van gastro-intestinale bloeding, dat afhankelijk is van de hoogte van de dosering en de duur van de behandeling. Voor andere bekende risicofactoren, zie rubriek 4.4.
Oedeemvorming, hypertensie en hartfalen zijn gerapporteerd in associatie met behandeling met NSAID’s.
Klinische studies wijzen erop dat gebruik van ibuprofen, met name hoge doses (2400 mg/dag), geassocieerd kan worden met een licht verhoogde kans op arteriële trombotische gebeurtenissen (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte) (zie rubriek 4.4).
Gastro-intestinaal: de meest voorkomende bijwerkingen zijn van gastro-intestinale aard. Maagzweren, perforaties of gastro-intestinale bloedingen, soms fataal, met name bij ouderen, kunnen voorkomen (zie speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik). Misselijkheid, braken, diarree, flatulentie, constipatie, dyspepsie, abdominale pijn, bloed in de ontlasting, haematemesis, ulceratieve stomatitis, verergering van colitis en ziekte van Crohn (zie rubriek 4.4) zijn gemeld na toediening. Gastritis werd minder vaak waargenomen.
Bijwerkingen komen minder vaak voor wanneer de dagelijkse dosis maximaal 1200 mg is.
De beoordeling van bijwerkingen wordt gewoonlijk gebaseerd op de onderstaande frequenties:
Zeer vaak (≥1/10)
Vaak (≥1/100 en <1/10)
Soms (≥1/1.000 en <1/100)
Zelden (≥1/10.000 en <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
# Zie “beschrijving van geselecteerde bijwerkingen” hieronder.
| Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerking | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Zeer zelden | Exacerbatie van infectiegerelateerde ontstekingen (bv. ontwikkeling van necrotiserende fasciitis) die samenvalt met het gebruik van niet-steroïde ontstekingsremmers. Tijdens een varicella-infectie kunnen zich ernstige huidinfecties en complicaties van de weke delen voordoen. # | |||
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Zeer zelden | Haematopoëtische aandoeningen (anaemie, leukopenie, thrombocytopenie, pancytopenie, agranulocytose) # | |||
| Immuunsysteemaandoeningen | Soms | Overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, pruritus, purpura en exantheem, evenals astma aanvallen (soms met hypotensie) | |||
| Zeer zelden | Ernstige overgevoeligheidsreacties #. Symptomen kunnen zijn: gezichtsoedeem, zwelling van de tong, zwelling van het inwendige van het strottenhoofd met vernauwing van de luchtwegen, dyspnoe, tachycardie, bloeddrukdaling tot een levensgevaarlijke shock (zie rubriek 4.4) | ||||
| Niet bekend | Lupusachtig syndroom | ||||
| Psychische stoornissen | Zeer zelden | Depressie, verwarring, hallucinaties, psychotische reacties | |||
| Zenuwstelselaandoeningen | Vaak | Hoofdpijn (zie rubriek 4.4), duizeligheid | |||
| Soms | Somnolentie, vermoeidheid, agitatie, slapeloosheid, prikkelbaarheid | ||||
| Zeer zelden | Aseptische meningitis # | ||||
| Niet bekend | Vertigo | ||||
| Oogaandoeningen | Soms | Visusstoornissen # | |||
| Niet bekend | Toxische amblyopie | ||||
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Zelden | Tinnitus | |||
| Hartaandoeningen | Zeer zelden | Palpitaties, hartfalen (zie rubriek 4.4), myocardinfarct, acuut pulmonaal oedeem, oedeem (zie rubriek 4.4) | |||
| Niet bekend | Kounis-syndroom | ||||
| Bloedvataandoeningen | Zeer zelden | Arteriële hypertensie (zie rubriek 4.4) | |||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Soms | Bronchospasme, allergische rhinitis (zie rubriek 4.4) | |||
| Maagdarmstelselaandoeningen | Vaak | Maagdarmklachten zoals brandend maagzuur, dyspepsie, buikpijn en misselijkheid, braken, flatulentie, diarree, obstipatie, occult bloedverlies dat kan leiden tot anaemie | |||
| Soms | Maagdarmulcera, mogelijk met bloeding en perforatie (zie rubriek 4.4), melaena, haematemesis, ulceratieve stomatitis, colitis, exacerbatie van inflammatoire darmziekte, complicaties van colondivertikels (perforatie, fistula), gastritis | ||||
| Zeer zelden | Oesophagitis, stricturen | pancreatitis, | intestinale | ||
| Lever- en galaandoeningen | Zeer zelden | Leverfunctiestoornis, leverbeschadiging vooral bij langdurig gebruik, leverfalen, acute hepatitis, geelzucht | |||
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Zeer zelden | Ernstige bijwerkingen van de huid (SCAR’s) (waaronder erythema multiforme, exfoliatieve dermatitis, Stevens-Johnson-syndroom en toxische epidermale necrolyse), alopecia | |||
| Niet bekend | Geneesmiddelenreactie met Eosinofilie en Systemische Symptomen (DRESS-syndroom), acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP). Fotosensitiviteitsreacties | ||||
| Nier- en urinewegaandoeningen | Zelden | Renale papilnecrose bij langdurig gebruik # | |||
| Zeer zelden | Ontstaan van oedeem, met name bij patiënten met arteriële hypertensie of nierinsufficiëntie, nefrotisch syndroom, interstitiële nefritis die gepaard kan gaan met acuut nierfalen # | ||||
| Voortplantingsstelsel-borstaandoeningen | en | Zeer zelden | Menstruatiestoornis | ||
| Onderzoeken | Zelden | Verminderde hemoglobine- en hematocrietwaarden | |||
| Niet bekend | Verhoging van bloedureumstikstof, serum transaminasen en alkalische fosfatase, remming van trombocytenaggregatie, verlengde bloedingstijd, verlaagde serum calciumspiegel | ||||
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Infecties en parasitaire aandoeningen
Dit is mogelijk gerelateerd aan het werkingsmechanisme van NSAID’s. Patiënten wordt aangeraden onmiddellijk een arts te raadplegen als gedurende de behandeling met ibuprofen tekenen van een infectie optreden of verergeren. Er moet worden onderzocht of er een indicatie is voor anti- infectieuze/antibiotische behandeling.
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Eerste tekenen kunnen zijn: koorts, keelpijn, oppervlakkige mondzweren, griepachtige symptomen, ernstige uitputting, neusbloeding en bloeding van de huid. Deze vormen van bloeddyscrasie kunnen met name optreden na langdurig gebruik van hoge doseringen. Bij langdurige behandeling moet het bloedbeeld regelmatig worden bepaald (zie rubriek 4.4).
Immuunsysteemaandoeningen
Overgevoeligheidsreacties werden gemeld naar aanleiding van behandeling met ibuprofen. Deze kunnen bestaan uit (a) aspecifieke allergische reacties en anafylaxie (b) reactiviteit van de luchtwegen waaronder astma, verergering van astma, bronchospasme of dyspnoe, of (c) diverse huidreacties, bv. verschillende typen huiduitslag, jeuk, urticaria, purpura, angio-oedeem en, in zeer zeldzame gevallen, exfoliatieve en bulleuze dermatosen (met inbegrip van toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnson syndroom en erythema multiforme).
Zenuwstelselaandoeningen
Gedurende de behandeling met ibuprofen zijn verschijnselen van aseptische meningitis zoals een stijve nek, hoofdpijn, misselijkheid, braken, koorts of bewustzijnsvermindering waargenomen. Patiënten met auto-immuun collageenstoornissen (SLE, gemengde bindweefselziekte) lijken hiervoor gevoelig te zijn.
Oogaandoeningen
Reversibele oogaandoeningen zoals toxische amblyopie, wazig zien en veranderingen in kleurperceptie zijn waargenomen. In deze gevallen dient ibuprofen gestaakt te worden.
Nier- en urinewegaandoeningen
Verschillende gradaties van nierfalen kunnen voorkomen, met name bij langdurig gebruik of hoge doseringen. Een acute daling van de nierfunctie kan ook geassocieerd zijn met een gegeneraliseerde overgevoeligheidsreactie.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb (www.lareb.nl)
4.9 Overdosering
Langdurig gebruik in een hogere dosering dan aanbevolen of overdosering kan leiden tot renale tubulaire acidose en hypokaliëmie.
Bij kinderen kan inname van meer dan 400 mg/kg symptomen veroorzaken; vanaf dergelijke innames, of in geval van significante toxiciteit, wordt ziekenhuisobservatie en zo nodig behandeling aangeraden. In volwassenen is de dosis-respons relatie minder duidelijk. De halfwaardetijd bij overdosering is 1,5 tot 3 uur.
Symptomen: De meeste patiënten die klinisch belangrijke hoeveelheden NSAID’s hebben ingenomen krijgen alleen last van misselijkheid, braken, epigastrische pijn of, zeldzamer, diarree. Tinnitus, hoofdpijn, nystagmus, wazig zien en gastro-intestinale bloeding kunnen ook optreden.
In ernstigere gevallen van vergiftiging is toxiciteit in het centrale zenuwstelsel waargenomen, die zich manifesteert als duizeligheid, vertigo, sufheid, incidenteel excitatie en desoriëntatie, bewustzijnsverlies of coma. Incidenteel kunnen patiënten convulsies ontwikkelen. Bij ernstige vergiftiging kan een metabole acidose optreden. Hyperkaliëmie kan optreden en de prothrombinetijd/INR kan verlengd worden, waarschijnlijk veroorzaakt door interferentie met de werking van circulerende stollingsfactoren. Acuut nierfalen, leverbeschadiging, hypotensie, ademhalingsdepressie en cyanose kunnen optreden. Bij astmatische patiënten kan exacerbatie van astma optreden.
Behandeling: Er is geen specifiek antidotum beschikbaar. De behandeling is symptomatisch en ondersteunend en omvat het vrijhouden van de luchtwegen en controle van de cardiale en vitale functies totdat de patiënt stabiel is. Als de patiënt zich binnen 1 uur na het innemen van een mogelijk toxische hoeveelheid aandient, kan orale toediening van actieve kool overwogen worden. Frequente en langdurige convulsies dienen te worden behandeld met intraveneus benzodiazepinen. Geef in geval van astma bronchodilatatoren
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: propionzuurderivaat, ATC-code: M01AE01.
Ibuprofen is een prostaglandinesynthetaseremmer met analgetische, anti-inflammatoire en antipyretische eigenschappen.
Ibuprofen behoort tot de groep van NSAID’s (non-steroidal anti-inflammatory drugs).
Experimentele gegevens suggereren dat ibuprofen competitief het effect kan remmen van lage doseringen acetylsalicylzuur op de trombocytenaggregatie, wanneer deze gelijktijdig worden toegediend. Sommige farmacodynamische studies tonen aan dat, wanneer een enkele dosis ibuprofen van 400 mg werd ingenomen binnen 8 uur voor of 30 minuten na inname van acetylsalicylzuur met directe afgifte (81 mg), er een verminderd effect van het acetylsalicylzuur op de vorming van tromboxaan of trombocytenaggregatie optrad. Er zijn nog onzekerheden met betrekking tot de extrapolatie van deze gegevens naar de klinische situatie, maar de mogelijkheid dat normaal, langdurig gebruik van ibuprofen de cardioprotectieve werking van lage doseringen acetylsalicylzuur kan verlagen, kan niet worden uitgesloten. Bij incidenteel gebruik van ibuprofen worden geen relevante klinische effecten verwacht (zie rubriek 4.5).
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na orale toediening wordt ibuprofen snel geabsorbeerd; de maximale plasmaconcentratie wordt na 1- 2 uur bereikt.
Distributie
Ibuprofen wordt voor 99% aan plasma-eiwitten gebonden. Ibuprofen verdeelt zich hoofdzakelijk over het plasmacompartiment. Het diffundeert langzaam naar de synoviale ruimtes; van hieruit wordt ibuprofen trager geëlimineerd dan uit plasma.
Biotransformatie
In de lever vindt hoofdzakelijk hydroxylering en carboxylering van de isobutylgroep plaats. De metabolieten bezitten geen aantoonbare activiteit.
Eliminatie
De plasmahalfwaardetijd bedraagt 1,5 - 2,5 uur. Meer dan 90 % van een dosis wordt in de urine teruggevonden als metabolieten en hun conjugaten. Minder dan 1 % wordt als onveranderd ibuprofen uitgescheiden via de urine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
De toxiciteit van ibuprofen in dierexperimenten was waargenomen als laesies en ulceraties in het maagdarmkanaal. Ibuprofen liet in vitro geen potentieel mutageen effect zien en was niet carcinogeen in ratten en muizen. Experimentele studies hebben aangetoond dat ibuprofen de placenta passeert, maar er zijn geen aanwijzingen voor enig teratogeen effect.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Microkristallijne cellulose (E460)
voorverstijfseld zetmeel
croscarmellose natrium (E468)
colloïdaal silica
talk (E553b)
magnesiumstearaat (E470b)
sucrose
acacia (E414)
titaandioxide (E171)
calciumcarbonaat
polyoxyl-35-ricinusolie
erythrosine aluminiumlak (E127)
natriumbenzoaat (E211)
schellak (E904)
witte bijenwas (E901)
carnaubawas (E903)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
5 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C. Bewaar de tabletten in de oorspronkelijke verpakking, ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De tabletten zijn verkrijgbaar in PVC/aluminium blisterverpakkingen van 20, 30, 50 en 250 stuks en als ‘EAV’. H e t i s m o g e l i j k d a t n iet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Aurobindo Pharma B.V.
Baarnsche Dijk 1
3741 LN Baarn
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 55828
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 25 oktober 1983.
Datum van laatste verlenging: 25 oktober 2013.
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.4: 10 juli 2026
