SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Ezdivule
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Ezdivule 10 mg omhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke omhulde tablet bevat 10 mg ezetimibe.
Hulpstof met bekend effect:
Elke tablet bevat 230 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Omhulde tablet
Langwerpige groene omhulde tablet met een breukstreep. (Lengte 17,0 mm)
De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Primaire hypercholesterolemie
Ezdivule, toegediend samen met een HMG-CoA-reductaseremmer (statine), is geïndiceerd voor aanvullende therapie bij dieet voor patiënten met primaire (heterozygote familiaire en niet-familiaire) hypercholesterolemie die niet voldoende onder controle zijn met een statine alleen.
Ezdivule-monotherapie is aangewezen als aanvullende therapie bij dieet voor patiënten met primaire (heterozygote familiaire en niet-familiaire) hypercholesterolemie bij wie een statine ongeschikt wordt geacht of niet verdragen wordt.
Preventie van cardiovasculaire voorvallen
Ezdivule is geïndiceerd om het risico op cardiovasculaire voorvallen te verlagen (zie rubriek 5.1) bij patiënten met een coronaire hartziekte (CHZ) en een voorgeschiedenis van acuut coronair syndroom (ACS), als toevoeging aan een bestaande behandeling met een statine of als gelijktijdige start van de behandeling met een statine.
Homozygote familiaire hypercholesterolemie (HoFH)
Ezdivule, toegediend samen met een statine, is geïndiceerd voor aanvullende therapie bij dieet voor patiënten met HoFH. Patiënten kunnen ook aanvullende therapieën krijgen (bijvoorbeeld LDL-aferese).
Homozygote sitosterolemie (Fytosterolemie)
Ezdivule is geïndiceerd voor aanvullende therapie bij dieet voor patiënten met homozygote familiaire sitosterolemie.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De patiënt dient op een geschikt lipideverlagend dieet te staan en dient dit dieet tijdens de behandeling met Ezdivule voort te zetten.
De aanbevolen dosering is één 10 mg-tablet Ezdivule per dag. Ezdivule kan op elk tijdstip van de dag worden ingenomen, met of zonder voedsel. Indien een lagere dosering nodig is, kan de tablet worden verdeeld in gelijke doses van 5 mg.
Wanneer Ezdivule wordt toegevoegd aan een statine, dient ofwel de geïndiceerde gebruikelijke aanvangsdosering van die specifieke statine ofwel de reeds ingestelde hogere dosering statine te worden voortgezet. In deze gevallen dienen de instructies voor toediening van die bepaalde statine te worden geraadpleegd.
Gebruik bij patiënten met een coronaire hartziekte en een voorgeschiedenis van ACS
Voor een extra verlaging van cardiovasculaire voorvallen bij patiënten met een coronaire hartziekte en een voorgeschiedenis van ACS, kan Ezdivule 10 mg toegediend worden met een statine met bewezen cardiovasculair voordeel.
Gelijktijdige toediening met galzuurbindende harsen
Ezdivule dient ofwel > 2 uur voor ofwel > 4 uur na toediening van een galzuurbindend hars te worden toegediend.
Ouderen
Voor oudere patiënten hoeft de dosering niet te worden aangepast (zie rubriek 5.2).
Patiënten met leverinsufficiëntie
Bij patiënten met lichte leverinsufficiëntie (Child-Pugh-score 5 tot 6) hoeft de dosering niet te worden aangepast. Behandeling met Ezdivule wordt niet aanbevolen bij patiënten met matige (ChildPugh-score 7 tot 9) of ernstige (Child-Pugh-score > 9) leverinsufficiëntie (zie rubrieken 4.4 en 5.2).
Patiënten met nierinsufficiëntie
Bij patiënten met nierinsufficiëntie hoeft de dosering niet te worden aangepast (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
Behandeling moet onder toezicht van een specialist worden ingesteld.
Kinderen en adolescenten ≥ 6 jaar: De veiligheid en werkzaamheid van ezetimibe bij kinderen in de leeftijd van 6 tot 17 jaar is niet vastgesteld. De momenteel beschikbare gegevens worden beschreven in rubrieken 4.4, 4.8, 5.1 en 5.2, maar er kan geen doseringsadvies worden gegeven.
Als ezetimibe samen met een statine wordt toegediend, moeten de doseringsinstructies voor de statine bij kinderen worden geraadpleegd.
Kinderen < 6 jaar: De veiligheid en werkzaamheid van ezetimibe bij kinderen < 6 jaar is niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
- Als Ezdivule samen met een statine wordt toegediend, raadpleeg dan de samenvatting van de productkenmerken (SPC) van het desbetreffende geneesmiddel.
- Therapie met Ezdivule samen met een statine toegediend, is gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap en borstvoeding.
- Ezdivule samen met een statine toegediend, is gecontra-indiceerd bij patiënten met een actieve leverziekte of een onverklaarbare persisterende verhoging van serumtransaminasen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Als Ezdivule samen met een statine wordt toegediend, raadpleeg dan de samenvatting van de productkenmerken (SPC) van het desbetreffende geneesmiddel.
Leverenzymen
In gecontroleerde onderzoeken naar gelijktijdige toediening van Ezdivule met een statine werden achtereenvolgende verhogingen van de transaminasen (≥ 3 maal de bovengrens van het normale bereik [ULN]) waargenomen. Als Ezdivule gelijktijdig met een statine wordt toegediend, dient bij instelling van de therapie en volgens de aanbevelingen voor dat statine de leverfunctie te worden gecontroleerd (zie rubriek 4.8).
Bij het IMProved Reduction of Outcomes: Vytorin Efficacy International Trial (IMPROVE-IT) werden 18.144 patiënten met een coronaire hartziekte en een voorgeschiedenis van ACS gerandomiseerd naar ezetimibe/simvastatine 10 mg/40 mg per dag (n=9067) of simvastatine 40 mg per dag (n=9077). Gedurende een mediane follow-up van 6,0 jaar was de incidentie van achtereenvolgende verhogingen van transaminasen (≥ 3 maal ULN) 2,5 % voor ezetimibe/simvastatine en 2,3 % voor simvastatine (zie rubriek 4.8).
In een gecontroleerd klinisch onderzoek waarin meer dan 9000 patiënten met chronisch nierlijden werden gerandomiseerd naar dagelijks Ezdivule 10 mg in combinatie met simvastatine 20 mg (n=4650), of naar placebo (n=4620) (mediane follow-up 4,9 jaar), was de incidentie van opeenvolgende verhogingen van transaminasen (> 3 maal ULN) 0,7% voor Ezdivule in combinatie met simvastatine, en 0,6 % voor placebo (zie rubriek 4.8).
Skeletspieren
Tijdens de post-marketing ervaring met Ezdivule zijn er gevallen van myopathie en rabdomyolyse gemeld. De meeste patiënten die rabdomyolyse kregen, gebruikten een statine samen met Ezdivule. Rabdomyolyse is echter zeer zelden gemeld met Ezdivule als monotherapie en ook zeer zelden bij de toevoeging van Ezdivule aan andere middelen waarvan bekend is dat deze een hoger risico op rabdomyolyse geven. Als myopathie op grond van spiersymptomen wordt vermoed of wordt bevestigd op grond van een creatinefosfokinase (CPK) waarden > 10 maal de bovenste waarde van het normale bereik, moeten Ezdivule, elke statine en eventuele andere middelen die de patiënt gelijktijdig gebruikt, direct worden gestaakt. Alle patiënten die op Ezdivule worden ingesteld moeten over het risico op myopathie worden geïnformeerd met de instructie om alle plotselinge en onverklaarbare pijn, gevoeligheid of zwakte van de spieren direct te melden (zie rubriek 4.8).
In de IMPROVE-IT studie werden 18.144 patiënten met een coronaire hartziekte en een voorgeschiedenis van ACS gerandomiseerd naar ezetimibe/simvastatine 10 mg/40 mg per dag (n=9067) of simvastatine 40 mg per dag (n=9077). Gedurende een mediane follow-up van 6,0 jaar was de incidentie van myopathie 0,2 % voor ezetimibe/simvastatine en 0,1 % voor simvastatine, waarbij myopathie werd gedefinieerd als onverklaarbare spierzwakte of –pijn met een serum creatininekinase (CK) ≥ 10 maal ULN of twee opeenvolgende observaties van CK ≥ 5 en < 10 maal ULN. De incidentie van rabdomyolyse was 0,1 % voor ezetimibe/simvastatine en 0,2 % voor simvastatine, waarbij rabdomyolyse werd gedefinieerd als onverklaarbare spierzwakte of –pijn met een serum CK ≥ 10 maal ULN met bewijs van nierschade, ≥ 5 maal ULN en < 10 maal ULN bij twee opeenvolgende waarnemingen met bewijs van nierschade of CK ≥ 10.000 IE/l zonder bewijs van nierschade (zie rubriek 4.8).
In een klinisch onderzoek waarin meer dan 9000 patiënten met chronisch nierlijden werden gerandomiseerd naar dagelijks Ezdivule 10 mg in combinatie met simvastatine 20 mg (n=4650), of naar placebo (n=4620) (mediane follow-up 4,9 jaar), was de incidentie van myopathie/rabdomyolyse 0,2% voor Ezdivulein combinatie met simvastatine, en 0,1% voor placebo (zie rubriek 4.8).
Patienten met leverinsufficiëntie
Omdat de effecten van een verhoogde blootstelling aan ezetimibe bij patiënten met matige of ernstige leverinsufficiëntie niet bekend is, wordt Ezdivule niet aanbevolen (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De werkzaamheid en veiligheid van Ezdivule bij patiënten van 6 tot 10 jaar met heterozygote familiaire of niet-familiaire hypercholesterolemie zijn beoordeeld in een 12 weken durend placebo-gecontroleerd klinisch onderzoek. Effecten van ezetimibe gedurende behandelingsperiodes > 12 weken zijn niet onderzocht in deze leeftijdsgroep (zie rubrieken 4.2, 4.8, 5.1 en 5.2).
Ezdivule is niet onderzocht bij patiënten jonger dan 6 jaar (zie rubrieken 4.2 en 4.8).
De werkzaamheid en veiligheid van Ezdivule samen met simvastatine toegediend bij patiënten van 10 tot 17 jaar met heterozygote familiaire hypercholesterolemie zijn beoordeeld in een gecontroleerd klinisch onderzoek bij adolescente jongens (Tanner-stadium II of hoger) en bij meisjes die minstens één jaar postmenarchaal waren.
In dit beperkte gecontroleerde onderzoek was er over het algemeen geen waarneembaar effect op de groei of seksuele rijping bij de adolescente jongens of meisjes, of een effect op de duur van de menstruatiecyclus bij de meisjes. Het effect van ezetimibe gedurende een behandelingsperiode > 33 weken op de groei en seksuele rijping is echter niet onderzocht (zie rubrieken 4.2 en 4.8).
De veiligheid en werkzaamheid van Ezdivule samen toegediend met doseringen simvastatine boven de 40 mg/dag zijn bij pediatrische patiënten van 10 tot 17 jaar niet onderzocht.
De veiligheid en werkzaamheid van Ezdivule samen toegediend met simvastatine zijn bij pediatrische patiënten < 10 jaar niet onderzocht (zie rubrieken 4.2 en 4.8).
De werkzaamheid van behandeling met Ezdivule op lange termijn bij patiënten jonger dan 17 jaar om de morbiditeit en mortaliteit in de volwassenheid te verminderen is niet onderzocht.
Fibraten
De veiligheid en werkzaamheid van Ezdivule toegediend samen met fibraten zijn niet vastgesteld.
Als cholelithiase vermoed wordt bij een patiënt die Ezdivule en fenofibraat krijgt, is galblaasonderzoek geïndiceerd en moet de therapie worden stopgezet (zie rubrieken 4.5 en 4.8).
Ciclosporine
Voorzichtigheid moet worden betracht bij de instelling van ezetimibe naast therapie met ciclosporine. Bij patiënten die Ezdivule en ciclosporine krijgen, moet de concentratie ciclosporine worden gecontroleerd. (zie rubriek 4.5).
Anticoagulantia
Als Ezdivule aan warfarine, een ander coumarine-anticoagulans, of fluindion wordt toegevoegd, moet de International Normalised Ratio (INR) goed worden gecontroleerd (zie rubriek 4.5).
Hulpstof
Ezdivule bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Ezdivule bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
In preklinisch onderzoek is aangetoond dat ezetimibe geen geneesmiddelmetaboliserende cytochroom P450-enzymen induceert. Er zijn geen klinisch significante farmacokinetische interacties waargenomen tussen ezetimibe en geneesmiddelen waarvan bekend is dat deze worden gemetaboliseerd door cytochroom P450 1A2, 2D6, 2C8, 2C9 en 3A4, of N-acetyltransferase.
In klinische interactiestudies had ezetimibe bij gelijktijdige toediening geen effect op de farmacokinetiek van dapson, dextromethorfan, digoxine, orale anticonceptiva (ethinylestradiol en levonorgestrel), glipizide, tolbutamide of midazolam. Ezetimibe toegediend samen met cimetidine had geen effect op de biologische beschikbaarheid van ezetimibe.
Antacida
Gelijktijdige toediening met antacida verminderde de absorptiesnelheid van ezetimibe maar had geen effect op de biologische beschikbaarheid van ezetimibe. Deze verminderde absorptiesnelheid wordt als klinisch niet significant beschouwd.
Colestyramine
Gelijktijdige toediening met colestyramine verminderde de gemiddelde oppervlakte onder de curve (AUC)-waarde van totaal ezetimibe (ezetimibe + ezetimibeglucuronide) met ongeveer 55 %. Deze interactie kan de versterking van de low-density lipoprotein cholesterol (LDL-C) verlaging door toevoeging van Ezdivule aan colestyramine afzwakken (zie rubriek 4.2).
Fibraten
Bij patiënten die fenofibraat en Ezdivule krijgen, moeten artsen bedacht zijn op het mogelijke risico op cholelithiase en een galblaasaandoening (zie rubrieken 4.4 en 4.8).
Als cholelithiase vermoed wordt bij een patiënt die Ezdivule en fenofibraat krijgt, is galblaasonderzoek geïndicieerd en moet de therapie worden stopgezet (zie rubriek 4.8).
Gelijktijdige toediening van fenofibraat of gemfibrozil gaf een matige verhoging van de concentraties totaal ezetimibe (ongeveer, respectievelijk 1,5 en 1,7 maal).
Gelijktijdige toediening van Ezdivule met andere fibraten is niet onderzocht.
Fibraten kunnen de excretie van cholesterol in de gal verhogen, wat tot cholelithiase kan leiden. In dierstudies verhoogde ezetimibe soms het cholesterol in de galblaas, maar niet bij alle species (zie rubriek 5.3). Een lithogeen risico in samenhang met therapeutisch gebruik van Ezdivule kan niet worden uitgesloten.
Statines
Er werden geen klinisch significante farmacokinetische interacties gezien bij gelijktijdige toediening van ezetimibe met atorvastatine, simvastatine, pravastatine, lovastatine, fluvastatine of rosuvastatine.
Ciclosporine
In een onderzoek na niertransplantatie bij 8 patiënten met een creatinineklaring van > 50 ml/min op een stabiele dosis ciclosporine, resulteerde een eenmalige dosis Ezdivule 10 mg in een verhoging met een factor 3,4 (bereik 2,3–7,9-voud) van de gemiddelde AUC voor totaal ezetimibe in vergelijking met een gezonde controlepopulatie, die alleen ezetimibe kreeg, uit een andere studie (n=17). In een ander onderzoek vertoonde een niertransplantatiepatiënt met ernstige nierinsufficiëntie die ciclosporine en meerdere andere geneesmiddelen kreeg, vertoonde een 12 maal hogere blootstelling aan totaal ezetimibe dan patiënten in de controlegroep die alleen ezetimibe kregen. In een gekruist onderzoek in twee periodes bij 12 gezonde proefpersonen leidde dagelijkse toediening van 20 mg ezetimibe gedurende 8 dagen met een eenmalige dosis ciclosporine 100 mg op dag 7 tot een gemiddelde verhoging van 15 % van de AUC van ciclosporine (bereik 10 % afname tot 51 % toename) versus een eenmalige dosis ciclosporine 100 mg alleen. Een gecontroleerd onderzoek naar het effect van gelijktijdig toegediend ezetimibe op de blootstelling aan ciclosporine bij niertransplantatiepatiënten is niet verricht.
Terughoudendheid moet worden betracht bij de instelling van Ezdivule als er met ciclosporine wordt behandeld. Bij patiënten die Ezdivule en ciclosporine krijgen, moet de concentratie ciclosporine worden gecontroleerd (zie rubriek 4.4).
Anticoagulantia
Gelijktijdige toediening van ezetimibe (10 mg 1 maal per dag) had in een onderzoek bij 12 gezonde volwassen mannen geen significant effect op de biologische beschikbaarheid van warfarine en de protrombinetijd. Echter, er zijn post-marketing meldingen van een verhoogd International Normalised Ratio (INR) bij patiënten bij wie Ezdivule aan warfarine of fluindion werd toegevoegd. Als Ezdivule wordt toegevoegd aan warfarine, een andere coumarine-anticoagulans, of fluindion, moet de INR goed worden gecontroleerd. (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten
Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Ezdivule samen toegediend met een statine, is gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap en het geven van borstvoeding (zie rubriek 4.3), raadpleeg ook de samenvatting van de productkenmerken (SPC) van de desbetreffende statine.
Zwangerschap
Ezdivule dient alleen aan zwangere vrouwen te worden gegeven indien dit duidelijk noodzakelijk is. Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over het gebruik van Ezdivule tijdens de zwangerschap. In dierstudies over het gebruik van ezetimibe als monotherapie zijn geen aanwijzingen gevonden voor directe of indirecte schadelijke effecten op de zwangerschap, embryofoetale ontwikkeling, geboorte of postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3).
Borstvoeding
Ezdivule mag niet worden gebruikt in de periode dat borstvoeding wordt gegeven. In onderzoek bij ratten is aangetoond dat ezetimibe in de moedermelk wordt uitgescheiden. Het is niet bekend of ezetimibe bij mensen in de moedermelk wordt uitgescheiden.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens uit klinische onderzoeken beschikbaar over de effecten van ezetimibe op de vruchtbaarheid bij mensen. Ezetimibe had geen effect op de vruchtbaarheid van mannelijke of vrouwelijke ratten (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht naar de effecten op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Bij het besturen van voertuigen of bij het bedienen van machines, moet echter rekening worden gehouden dat duizeligheid gemeld is.
4.8 Bijwerkingen
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm (klinische onderzoeken en postmarketingervaring)
In tot 112 weken durende klinische onderzoeken werd alleen Ezdivule 10 mg per dag aan 2396 patiënten, of in combinatie met een statine aan 11.308 patiënten of in combinatie met fenofibraat aan 185 patiënten, toegediend. Bijwerkingen waren over het algemeen licht en van voorbijgaande aard. De totale incidentie van bijwerkingen was vergelijkbaar voor Ezdivule en placebo. Eveneens was de frequentie van stopzetting wegens bijwerkingen met Ezdivule vergelijkbaar met placebo.
Ezdivule als monotherapie of samen toegediend met een statine:
De volgende bijwerkingen zijn waargenomen bij patiënten die met Ezdivule werden behandeld (n=2396) en met een hogere incidentie dan placebo (n=1159) of bij patiënten die Ezdivule samen met een statine toegediend kregen (n=11.308) en met een hogere incidentie dan statine als monotherapie (n=9361). Postmarketing bijwerkingen zijn voortgekomen uit meldingen met Ezdivule, als monotherapie of toegediend samen met een statine.
Frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1000); zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Ezdivule als monotherapie | ||
|---|---|---|
| Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | Frequentie |
| Onderzoeken | verhogingen van ALAT en/of ASAT; verhoogd bloed-CPK; verhoogd gamma-glutamyltransferase; afwijkende uitslagen van leveronderzoeken | Soms |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas-, en mediastinum-aandoeningen | hoest | Soms |
Maag- darmstelselaandoeningen | buikpijn; diarree; winderigheid | Vaak |
| dyspepsie; gastro-oesofageale reflux; misselijkheid | Soms | |
Skeletspierstelsel-en bindweefselaandoeningen | artralgie; spierspasmen; nekpijn | Soms |
| Voedings-en stofwisselingsstoornissen | verminderde eetlust | Soms |
| Bloedvataandoeningen | opvliegers; hypertensie | Soms |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | vermoeidheid | Vaak |
| Pijn op de borst; pijn | Soms | |
| Additionele bijwerkingen van Ezdivule samen met een statine toegediend | ||
|---|---|---|
| Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | Frequentie |
| Onderzoeken | Verhogingen van ALAT en/of ASAT | Vaak |
| Zenuwstelselaandoeningen | hoofdpijn | Vaak |
| paresthesie | Soms | |
| Maag-darmstelselaandoeningen | droge mond; gastritis | Soms |
Huid- en onderhuidaandoeningen | pruritus; huiduitslag; urticaria | Soms |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | myalgie | Vaak |
| rugpijn; spierzwakte; pijn in de extremiteiten | Soms | |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | asthenie; perifeer oedeem | Soms |
|---|
| Postmarketinggebruik (Ezdivule als monotherapie of samen met een statine) | ||
|---|---|---|
| Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | Frequentie |
Bloed- en lymfestelselaandoeningen | trombocytopenie | Niet bekend |
| Zenuwstelselaandoeningen | duizeligheid; paresthesie | Niet bekend |
| Ademhalingsstelsel-, borstkasen mediastinumaandoeningen | dyspneu | Niet bekend |
| Maagdarmstelselaandoeningen | pancreatitis; constipatie | Niet bekend |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | erythema multiforme | Niet bekend |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | myalgie; myopathie/rabdomyolyse (zie rubriek 4.4) | Niet bekend |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | asthenie | Niet bekend |
| Immuunsysteemaandoeningen | overgevoeligheid, waaronder huiduitslag, urticaria, anafylaxie en angio-oedeem | Niet bekend |
| Lever- en galaandoeningen | hepatitis, cholelithiase; cholecystitis | Niet bekend |
| Psychische stoornissen | depressie | Niet bekend |
Ezdivule samen toegediend met fenofibraat
Maag-darmstelselaandoeningen: buikpijn (vaak).
In een dubbelblind, placebogecontroleerd klinisch multicenteronderzoek bij patiënten met gemengde hyperlipidemie werden 625 patiënten tot 12 weken lang behandeld en 576 patiënten tot 1 jaar lang. In dit onderzoek kregen 172 patiënten die met Ezdivule en fenofibraat werden behandeld 12 weken therapie, en 230 patiënten die met Ezdivule en fenofibraat werden behandeld (inclusief 109 die de eerste 12 weken alleen Ezdivule kregen) 1 jaar therapie. Dit onderzoek was niet opgezet om behandelingsgroepen te vergelijken voor weinig voorkomende voorvallen. De incidenties (95 % BI) voor klinisch belangrijke verhogingen (> 3maal ULN, opeenvolgend) in de serumtransaminasen waren respectievelijk 4,5 % (1,9, 8,8) en 2,7 % (1,2, 5,4) voor fenofibraat monotherapie en Ezdivule samen toegediend met fenofibraat, aangepast voor blootstelling aan behandeling. Corresponderende incidenties voor cholecystectomie waren respectievelijk 0,6 % (0,0, 3,1) en 1,7 % (0,6, 4,0) voor fenofibraat monotherapie en Ezdivule samen toegediend met fenofibraat (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
Pediatrische patienten
In een onderzoek bij pediatrische patiënten (6 tot 10 jaar) met heterozygote familiaire of niet-familiaire hypercholesterolemie (n=138) werden verhogingen van ALAT en/of ASAT (≥ 3 maal ULN, opeenvolgend) waargenomen bij 1,1 % (1 patiënt) van de patiënten op ezetimibe versus 0 % in de placebogroep. Er waren geen verhogingen van het CPK (≥ 10 maal ULN). Er werden geen gevallen van myopathie gemeld.
In een apart onderzoek bij adolescente patiënten (10 tot 17 jaar) met heterozygote familiaire hypercholesterolemie (n = 248) werden verhogingen van het ALAT en/of ASAT (≥ 3 maal ULN, opeenvolgend) waargenomen bij 3 % (4 patiënten) van de patiënten op ezetimibe/simvastatine versus 2 % (2 patiënten) in de groep met simvastatine als monotherapie; deze getallen waren respectievelijk 2 % (2 patiënten) en 0 % voor verhoging van het CPK (≥ 10 maal ULN). Er werden geen gevallen van myopathie gemeld.
Deze onderzoeken waren niet geschikt voor vergelijking van zeldzame geneesmiddelgerelateerde bijwerkingen.
Patiënten met coronaire hartziekte en een voorgeschiedenis van ACS
In het IMPROVE-IT onderzoek (zie rubriek 5.1) waarbij 18.144 patiënten behandeld werden met of ezetimibe/simvastatine 10 mg/40 mg (n=9067; van wie 6 % omhoog werd getitreerd naar ezetimibe/simvastatine 10 mg/80 mg) of met simvastatine 40 mg (n=9077; van wie 27 % omhoog werd getitreerd naar simvastatine 80 mg) waren de veiligheidsprofielen vergelijkbaar gedurende een mediane follow-up van 6,0 jaar. Het percentage patiënten dat als gevolg van bijwerkingen de behandeling staakte was 10,6 % bij met ezetimibe/simvastatine behandelde patiënten en 10,1 % bij met simvastatine behandelde patiënten. De incidentie van myopathie was 0,2 % bij met ezetimibe/simvastatine behandelde patiënten en 0,1 % bij met simvastatine behandelde patiënten, waarbij myopathie werd gedefinieerd als onverklaarbare spierzwakte of –pijn met een serum CK ≥ 10 maal ULN of twee opeenvolgende observaties van CK ≥ 5 en < 10 maal ULN. De incidentie van rabdomyolyse was 0,1 % voor ezetimibe/simvastatine en 0,2 % voor simvastatine, waarbij rabdomyolyse werd gedefinieerd als onverklaarbare spierzwakte of –pijn met een serum CK ≥ 10 maal ULN met bewijs van nierschade, ≥ 5 maal ULN en < 10 maal ULN bij twee opeenvolgende waarnemingen met bewijs van nierschade of CK ≥ 10.000 IE/l zonder bewijs van nierschade. De incidentie van opeenvolgende verhogingen van transaminasen (≥ 3 maal ULN) was 2,5 % voor ezetimibe/simvastatine en 2,3 % voor simvastatine (zie rubriek 4.4). Bijwerkingen gerelateerd aan de galblaas werden gemeld bij 3,1 % tegenover 3,5 % van de patiënten toegewezen aan respectievelijk ezetimibe/simvastatine en simvastatine. De incidentie van hospitalisatie vanwege cholecystectomie was 1,5 % in beide behandelgroepen. De diagnose van kanker (gedefinieerd als elke nieuwe maligniteit) gedurende dit onderzoek was respectievelijk 9,4 % tegenover 9,5 %.
Patiënten met chronisch nierlijden
In de Study of Heart and Renal Protection (SHARP) (zie rubriek 5.1), waarin meer dan 9000 patiënten werden behandeld met een vaste combinatie van dagelijks Ezdivule 10 mg met simvastatine 20 mg (n=4650), of placebo (n=4620), waren de veiligheidsprofielen vergelijkbaar gedurende een mediane follow-up van 4,9 jaar. In dit onderzoek werden alleen ernstige bijwerkingen en het staken van de behandeling als gevolg van een bijwerking genoteerd. Het percentage stopzettingen als gevolg van bijwerkingen was vergelijkbaar (10,4 % bij patiënten behandeld met Ezdivulegecombineerd met simvastatine, 9,8 % bij patiënten behandeld met placebo). De incidentie van myopathie/rabdomyolyse was 0,2 % bij patiënten behandeld met Ezdivulegecombineerd met simvastatine, en 0,1% bij patiënten behandeld met placebo.
Opeenvolgende verhogingen van transaminasen (> 3 maal ULN) traden op bij 0,7 % van de patiënten behandeld met Ezdivulegecombineerd met simvastatine, vergeleken met 0,6 % bij patiënten die placebo kregen (zie rubriek 4.4). In dit onderzoek traden geen statistisch significante verhogingen op van de incidentie van vooraf gespecificeerde bijwerkingen, waaronder kanker (9,4 % voor Ezdivule gecombineerd met simvastatine, 9,5 % voor placebo), hepatitis, cholecystectomie of complicaties bij galstenen of pancreatitis.
Laboratoriumwaarden
In gecontroleerde klinische monotherapiestudies was de incidentie van klinisch belangrijke verhogingen van serumtransaminasen (ALAT en/of ASAT ≥ 3 maal ULN, achtereenvolgend) voor Ezdivule (0,5 %) ongeveer gelijk aan placebo (0,3 %). In onderzoeken met gelijktijdige toediening was de incidentie 1,3 % voor patiënten behandeld met Ezdivule gelijktijdig toegediend met een statine en 0,4 % voor patiënten behandeld met een statine alleen. Deze verhogingen waren over het algemeen asymptomatisch, gingen niet met cholestase gepaard, en keerden na stopzetting of bij voortzetting van de behandeling terug naar de baseline (zie rubriek 4.4).
In klinisch onderzoek werd een CPK > 10 maal ULN gemeld voor 4 uit 1674 (0,2 %) patiënten die alleen Ezdivule toegediend kregen tegenover 1 uit 786 (0,1 %) patiënten die placebo kregen, en bij 1 uit 917 (0,1 %) patiënten die Ezdivule gelijktijdig met een statine toegediend kregen, tegenover 4 uit 929 (0,4 %) patiënten die alleen een statine kregen. In vergelijking met de desbetreffende controle-arm (placebo of alleen statine) werd er geen toename van myopathie of rabdomyolyse gezien (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlandse Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
In klinische studies werd toediening van ezetimibe 50 mg/dag aan 15 gezonde proefpersonen gedurende maximaal 14 dagen, of 40 mg/dag aan 18 patiënten met primaire hypercholesterolemie gedurende maximaal 56 dagen over het algemeen goed verdragen. Bij dieren werd geen toxiciteit waargenomen na eenmalig orale doses van 5000 mg/kg ezetimibe bij ratten en muizen en 3000 mg/kg bij honden.
Enkele gevallen van overdosering met Ezdivule zijn gemeld; de meeste hiervan zijn niet met bijwerkingen geassocieerd. De gemelde bijwerkingen waren niet ernstig.
In geval van een overdosering dienen symptomatische en ondersteunende maatregelen te worden genomen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: andere lipideverlagende middelen, ATC-code: C10A X09.
Werkingsmechanisme
Ezetimibe behoort tot een nieuwe klasse lipideverlagende stoffen die selectief de intestinale absorptie van cholesterol en aanverwante plantsterolen remt. Ezdivule is oraal actief en heeft een werkingsmechanisme dat verschilt van andere klassen cholesterolverlagende stoffen (bijvoorbeeld statines, galzuurbindende harsen [resinen], fibrinezuurderivaten en plantstanolen). Het moleculaire doelwit van ezetimibe is de steroltransporter, Niemann-Pick C1-Like 1 (NPC1L1), die verantwoordelijk is voor de intestinale opname van cholesterol en fytosterolen.
Ezetimibe lokaliseert zich in de villi van de dunne darm en remt daar de absorptie van cholesterol, waardoor de darm minder cholesterol aan de lever afgeeft; statines verminderen de cholesterolsynthese in de lever en samen zorgen deze twee verschillende werkingsmechanismen voor een complementaire cholesterolverlaging. In een 2 weken durende klinische studie bij 18 patiënten met hypercholesterolemie werd de absorptie van cholesterol in de darmen door Ezdivule met 54 % geremd vergeleken met placebo.
Farmacodynamische effecten
In een serie preklinische studies is de selectiviteit van ezetimibe voor remming van de cholesterolabsorptie bepaald. Ezetimibe remde de absorptie van [14C]-cholesterol zonder effect op de absorptie van triglyceriden, vetzuren, galzuren, progesteron, ethinylestradiol, of vetoplosbare vitaminen A en D.
Uit epidemiologisch onderzoek is vast komen te staan dat de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit een evenredig verband vertonen met de concentratie totaal-C en LDL-C en een omgekeerd evenredig verband met de concentratie HDL-C. Toediening van ezetimibe met een statine is effectief bij het verlagen van het risico op cardiovasculaire voorvallen bij patiënten met een coronaire hartziekte en een voorgeschiedenis van ACS.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
In gecontroleerde klinische studies met Ezdivule als monotherapie of gelijktijdig toegediend met een statine bij patiënten met hypercholesterolemie gaf ezetimibe een significante vermindering van het totaalcholesterol (totaal-C), low-density lipoprotein-cholesterol (LDL-C), apolipoproteïne-B (Apo-B) en triglyceriden (TG) en een verhoging van het high-density lipoprotein-cholesterol (HDL-C).
Primaire hypercholesterolemie
In een dubbelblinde, placebogecontroleerde, 8 weken durende studie werden 769 patiënten met hypercholesterolemie die al monotherapie met een statine kregen en die de LDL-C-streefwaarde van de National Cholesterol Education Program (NCEP) (2,6 tot 4,1 mmol/l [100 tot 160 mg/dl], afhankelijk van baselinekenmerken) niet hadden bereikt willekeurig toegewezen aan hetzij Ezdivule 10 mg hetzij placebo naast hun lopende statinetherapie.
Van de met een statine behandelde patiënten die bij baseline de LDL-C-streefwaarde niet hadden bereikt (~ 82 %), bereikten significant meer aan Ezdivule toegewezen patiënten hun LDL-C-streefwaarde bij het eindpunt van de studie dan aan placebo toegewezen patiënten, respectievelijk 72 % en 19 %. De corresponderende LDL-C-verlagingen waren significant verschillend (respectievelijk 25 % en 4 % voor Ezdivule versus placebo). Bovendien gaf Ezdivule, toegevoegd aan een lopende behandeling met een statine, in vergelijking met placebo een significante verlaging van het totaal-C, Apo-B en TG en verhoogde de HDL-C. Ezdivule of placebo, toegevoegd aan behandeling met een statine, verminderde de mediane concentratie van het C-reactief proteïne met respectievelijk 10 % en 0 % ten opzichte van de baseline.
In twee dubbelblinde, gerandomiseerde placebogecontroleerde, 12 weken durende studies bij 1719 patiënten met primaire hypercholesterolemie gaf Ezdivule 10 mg een significante verlaging van het totaal-C (13 %), LDL-C (19 %), Apo-B (14 %) en TG (8 %) en verhoogde het HDL-C (3 %) in vergelijking met placebo. Daarnaast had Ezdivule geen effect op de plasmaconcentraties van vetoplosbare vitaminen A, D en E, geen effect op de protrombinetijd en, zoals andere lipideverlagende agentia, geen ongunstige invloed op de productie van steroïdhormonen door de bijnierschors.
In een dubbelblind, gecontroleerd klinisch multicenteronderzoek (ENHANCE; Effect of Combination Ezetimibe and High-Dose Simvastatin versus Simvastatin Alone on the Atherosclerotic Process in Patients with Heterozygous Familial Hypercholesterolemia ) werden 720 patiënten met heterozygote familiaire hypercholesterolemie willekeurig toegewezen aan ezetimibe 10 mg in combinatie met simvastatine 80 mg (n = 357) of simvastatine 80 mg (n = 363) gedurende 2 jaar. Het primaire doel van de studie was het effect van combinatietherapie met ezetimibe/simvastatine te onderzoeken op de dikte van intima-media van de arteria carotis (carotid artery intima-media thickness – IMT) vergeleken met simvastatine monotherapie. De invloed van deze surrogaatmarker op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is nog steeds niet vastgesteld.
Het primaire eindpunt, verandering in gemiddelde IMT van alle zes carotissegmenten, was tussen de twee behandelingsgroepen niet significant (p= 0,29) verschillend, gemeten met B-mode-echografie.
Met ezetimibe 10 mg in combinatie met simvastatine 80 mg of simvastatine 80 mg alleen nam gedurende de 2 jaar van het onderzoek de IMT toe met respectievelijk 0,0111 mm en 0,0058 mm (gemiddelde carotis-IMT bij baseline respectievelijk 0,68 mm en 0,69 mm).
Ezetimibe 10 mg in combinatie met simvastatine 80 mg verlaagde het LDL-C, totaal-C, Apo-B en de TG significant sterker dan simvastatine 80 mg. De procentuele verhoging in HDL-C was voor de twee behandelingsgroepen vergelijkbaar. De voor ezetimibe 10 mg in combinatie met simvastatine 80 mg gemelde bijwerkingen pasten bij het bekende veiligheidsprofiel.
Pediatrische patiënten
In een dubbelblind, gecontroleerd multicenteronderzoek werden 138 patiënten (59 jongens en 79 meisjes), 6 tot 10 jaar (gemiddelde leeftijd 8,3 jaar) met heterozygote familiaire hypercholesterolemie (HeFH) of niet-familiaire hypercholesterolemie met een baseline LDL-C tussen 3,74 en 9,92 mmol/l gerandomiseerd naar hetzij Ezdivule 10 mg of placebo gedurende 12 weken.
In week 12 gaf Ezdivule een significante verlaging van het totaal-C (-21 % vs. 0 %), LDL-C (-28 % vs. -1 %), Apo-B (-22 % vs. -1 %), en niet-HDL-C (-26 % vs. 0 %) in vergelijking met placebo. De resultaten van de twee behandelingsgroepen waren voor TG en HDL-C vergelijkbaar (-6 % vs. +8 % en respectievelijk +2 % vs. +1 %).
In een dubbelblind, gecontroleerd multicenteronderzoek werden 142 jongens (Tanner-stadium II en hoger) en 106 postmenarchale meisjes van 10 tot 17 jaar oud (gemiddelde leeftijd 14,2 jaar) met heterozygote familiaire hypercholesterolemie (HeFH) met een baseline-LDL-C tussen 4,1 en 10,4 mmol/l willekeurig toegewezen aan hetzij Ezdivule 10 mg gelijktijdig toegediend met simvastatine (10, 20 of 40 mg) of simvastatine (10, 20 of 40 mg) alleen gedurende 6 weken, gelijktijdig toegediend Ezdivule en 40 mg simvastatine of 40 mg simvastatine alleen gedurende de daaropvolgende 27 weken en open-label gelijktijdig toegediend Ezdivule en simvastatine (10 mg, 20 mg of 40 mg) gedurende nog eens 20 weken.
In week 6 gaf Ezdivule gelijktijdig toegediend met simvastatine (alle doses) een significante verlaging van het totaal-C (38 % vs. 26 %), LDL-C (49 % vs. 34 %), Apo-B (39 % vs. 27 %), en niet-HDL-C (47 % vs. 33 %) in vergelijking met simvastatine (alle doses) alleen. De resultaten van de twee behandelingsgroepen waren voor TG en HDL-C vergelijkbaar (-17 % vs. -12 % en respectievelijk +7 % vs. +6 %). In week 33 waren de resultaten consistent met die in week 6 en aanzienlijk meer patiënten die Ezdivule en 40 mg simvastatine kregen (62 %) bereikten de ideale streefwaarde volgens NCEP AAP (< 2,8 mmol/l [110 mg/dl]) voor LDL-C vergeleken met de groep die 40 mg simvastatine kreeg (25 %). In week 53, het einde van de open-label extensie, hielden de effecten op de lipideparameters aan.
De veiligheid en werkzaamheid van Ezdivule gelijktijdig toegediend met doses simvastatine boven 40 mg/dag zijn bij kinderen van 10 tot 17 jaar niet onderzocht. De veiligheid en werkzaamheid van Ezdivule gelijktijdig toegediend met simvastatine zijn bij kinderen < 10 jaar niet onderzocht. De werkzaamheid van behandeling met Ezdivule op lange termijn bij patiënten jonger dan 17 jaar om de morbiditeit en de mortaliteit in de volwassenheid te verminderen is niet onderzocht.
Preventie van cardiovasculaire voorvallen
Het IMProved Reduction of Outcomes: Vytorin Efficacy International Trial (IMPROVE-IT) was een, gerandomiseerd, dubbelblind, active-control multicenteronderzoek bij 18.144 patiënten die werden aangemeld binnen 10 dagen na hospitalisatie vanwege acuut coronair syndroom (ACS; of acuut myocardinfarct [MI] of instabiele angina pectoris [IAP]). Patiënten hadden een LDL-C ≤ 3,2 mmol/l (≤ 125 mg/dl) op het moment dat zij ACS vertoonden indien zij geen lipideverlagende therapie kregen, of ≤ 2,6 mmol/l (≤ 100 mg/dl) indien zij wel een lipideverlagende therapie kregen. Alle patiënten werden 1:1 gerandomiseerd op of ezetimibe/simvastatine 10/40 mg (n=9067) of simvastatine 40 mg (n=9077) en gevolgd voor een mediane periode van 6,0 jaar.
De patiënten hadden een gemiddelde leeftijd van 63,6 jaar; 76 % was man, 84 % was blank en 27 % was diabeet. De gemiddelde LDL-C-waarde tijdens het voorval dat kwalificerend was voor het onderzoek was 2,1 mmol/l (80 mg/dl) voor diegenen die een lipideverlagende therapie kregen (n=6390) en 2,6 mmol/l (101 mg/dl) voor diegenen die geen eerdere lipideverlagende therapie kregen (n=11.594). Voorafgaande aan de hospitalisatie vanwege het kwalificerende voorkomen van ACS kreeg 34 % van de patiënten een statinetherapie. Na één jaar was het gemiddelde LDL-C, voor patiënten die de therapie bleven volgen, 1,4 mmol/l (53,2 mg/dl) in de ezetimibe/simvastatinegroep en 1,8 mmol/l (69,9 mg/dl) in de simvastatine monotherapiegroep. Lipidewaarden werden over het algemeen verkregen bij patiënten die de onderzoekstherapie bleven volgen.
Het primaire eindpunt was een samenstelling van cardiovasculaire dood, ernstige coronaire voorvallen (‘major coronary events’ [MCE]; gedefinieerd als niet-fataal myocardinfarct, hospitalisatie wegens gedocumenteerde instabiele angina pectoris, of elke coronaire revascularisatieprocedure die ten minste 30 dagen na toewijzing aan gerandomiseerde behandeling voorkwam), en niet-fatale beroerte. Het onderzoek toonde aan dat behandeling met ezetimibe, wanneer toegevoegd aan simvastatine, een extra voordeel opleverde bij het verlagen van het primaire samengestelde eindpunt van cardiovasculaire dood, MCE en niet-fatale beroerte vergeleken met simvastatine alleen (relatieve risicoverlaging van 6,4 %, p=0,016). Het primaire eindpunt kwam voor bij 2572 van de 9067 patiënten (7 jaar Kaplan-Meier [KM] waarde van 32,72 %) in de ezetimibe/simvastatinegroep en bij 2742 van de 9077 patiënten (7 jaar KM-waarde van 34,67 %) in de groep behandeld met alleen simvastatine (zie figuur 1 en tabel 1). Dit extra voordeel is naar verwachting vergelijkbaar met gelijktijdige toediening van andere statines die bewezen werkzaam zijn in het verlagen van het risico op cardiovasculaire voorvallen. De totale mortaliteit bleef ongewijzigd in deze hoog-risicogroep (zie tabel 1).
Er was een algeheel voordeel voor alle beroertes; er was echter een kleine niet-significante toename in hemorragische beroerte bij de ezetimibe/simvastatinegroep vergeleken met simvastatine alleen (zie tabel 1). In onderzoeken naar langetermijnuitkomsten is het risico op hemorragische beroerte bij ezetimibe gelijktijdig toegediend met krachtigere statines niet onderzocht.
Het behandelingseffect van ezetimibe/simvastatine was over het algemeen consistent met de algemene resultaten verkregen over vele subgroepen, waaronder geslacht, leeftijd, ras, medische voorgeschiedenis van diabetes mellitus, baseline lipidewaarden, eerdere statinetherapie, eerdere beroerte en hypertensie.
Figuur 1: Effect van ezetimibe/simvastatine op het primaire samengestelde eindpunt van cardiovasculaire dood, ernstige coronaire voorvallen of niet-fatale beroerte

Tabel 1: Ernstige coronaire voorvallen per behandelingsgroep bij alle gerandomiseerde patiënten in IMPROVE-IT
| Uitkomst | Ezetimibe/Simvastatine 10/40 mga (N=9067) | Simvastatine 40 mgb (N=9077) | Hazard Ratio (95% BI) | p-waarde | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| n | K-M % c | n | K-M % c | ||||
| Primair Samengesteld Werkzaamheidseindpunt | |||||||
(CV dood, ernstige coronaire voorvallen en niet-fatale beroerte) | 2572 | 32,72% | 2742 | 34,67% | 0,936 (0,887, 0,988) | 0,016 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Secundair Samengestelde Werkzaamheidseindpunten | ||||||||
| CHZ dood, niet-fataal MI, urgente coronaire revascularisatie na 30 dagen | 1322 | 17,52% | 1448 | 18,88% | 0,912 (0,847, 0,983) | 0,016 | ||
| MCE, niet-fatale beroerte, dood (alle oorzaken) | 3089 | 38,65% | 3246 | 40,25% | 0,948 (0,903, 0,996) | 0,035 | ||
CV dood, niet-fataal MI, instabiele angina pectoris die hospitalisatie vereist, elke revascularisatie, niet-fatale beroerte | 2716 | 34,49% | 2869 | 36,20% | 0,945 (0,897, 0,996) | 0,035 | ||
| Componenten van primair samengesteld eindpunt en geselecteerde werkzaamheidseindpunten (eerste gebeurtenissen van genoemd voorval op elk moment) | ||||||||
| Cardiovasculaire dood | 537 | 6,89% | 538 | 6,84% | 1,000 (0,887, 1,127) | 0,997 | ||
| Ernstig coronair voorval: | ||||||||
| Niet-fataal MI | 945 | 12,77% | 1083 | 14,41% | 0,871 (0,798, 0,950) | 0,002 | ||
| Instabiele angina pectoris die hospitalisatie vereist | 156 | 2,06% | 148 | 1,92% | 1,059 (0,846, 1,326) | 0,618 | ||
| Coronaire revascularisatie na 30 dagen | 1690 | 21,84% | 1793 | 23,36% | 0,947 (0,886, 1,012) | 0,107 | ||
| Niet-fatale beroerte | 245 | 3,49% | 305 | 4,24% | 0,802 (0,678, 0,949) | 0,010 | ||
| Alle MI (fataal en niet-fataal) | 977 | 13,13% | 1118 | 14,82% | 0,872 (0,800, 0,950) | 0,002 | ||
| Alle beroertes (fataal en niet-fataal) | 296 | 4,16% | 345 | 4,77% | 0,857 (0,734, 1,001) | 0,052 | ||
| Niet-hemorragische beroerte d | 242 | 3,48% | 305 | 4,23% | 0,793 (0,670, 0,939) | 0,007 | ||
| Hemorragische beroerte | 59 | 0,77% | 43 | 0,59% | 1,377 (0,930, 2,040) | 0,110 | ||
| Dood door willekeurige oorzaak | 1215 | 15,36% | 1231 | 15,28% | 0,989 (0,914, 1,070) | 0,782 | ||
a 6 % werd omhoog getitreerd naar ezetimibe/simvastatine 10 mg/80 mg.
b 27 % werd omhoog getitreerd naar simvastatine 80 mg.
c Kaplan-Meier-schatting bij 7 jaar.
d waaronder ischemische beroerte of beroerte van onbepaald type.
Preventie van ernstige vasculaire voorvallen bij chronisch nierlijden
De Study of Heart and Renal Protection (SHARP) was een multinationaal, gerandomiseerd, placebogecontroleerd, dubbelblind onderzoek bij 9438 patiënten met chronisch nierlijden, van wie een derde bij baseline gedialyseerd werd. In totaal werden 4650 patiënten toegewezen aan een vaste dosiscombinatie van Ezdivule 10 mg in combinatie met simvastatine 20 mg, en 4620 aan placebo, en gevolgd gedurende een mediane periode van 4,9 jaar. De patiënten hadden een gemiddelde leeftijd van 62 jaar; 63 % was man, 72 % blank, 23 % diabeet en voor diegenen die niet gedialyseerd werden, was de gemiddelde geschatte glomerulaire
filtratiesnelheid (eGFR) 26,5 ml/min/1,73 m2. Er waren geen inclusiecriteria voor lipiden. De gemiddelde LDL-C bij baseline was 108 mg/dl. Na één jaar was, ook bij patiënten die geen studiemedicatie meer gebruikten, het LDL-C verminderd met 26 % in verhouding tot placebo door simvastatine 20 mg alleen en 38 % door Ezdivule 10 mg in combinatie met simvastatine 20 mg.
De in het SHARP-protocol gespecificeerde primaire vergelijking was een intention-to-treat-analyse van ernstige vasculaire voorvallen (‘major vascular events’ [MVE], gedefinieerd als niet-fataal MI of cardiale dood, beroerte, of elke revascularisatieprocedure) bij alleen die patiënten die aanvankelijk waren gerandomiseerd naar de Ezdivule gecombineerd met simvastatine- (n=4193) of placebogroep (n=4191).
Secundaire analyses omvatten dezelfde samenstelling die geanalyseerd werd voor de volledige cohort die werd gerandomiseerd (bij studiebaseline of na 1 jaar) naar Ezdivule gecombineerd met simvastatine (n=4650) of placebo (n=4620), en tevens de componenten van deze samenstelling.
De primaire eindpuntanalyse liet zien dat Ezdivule gecombineerd met simvastatine het risico op ernstige vasculaire voorvallen significant verminderde (749 patiënten met voorvallen in de placebogroep vs. 639 in de groep van Ezdivule gecombineerd met simvastatine) met een relatieve risicoreductie van 16 % (p=0,001).
Desalniettemin liet deze studieopzet geen aparte bijdrage toe van de monocomponent ezetimibe aan de werkzaamheid om daarmee het risico op ernstige vasculaire voorvallen bij patiënten met chronisch nierlijden significant te verminderen.
De afzonderlijke componenten van MVE bij alle gerandomiseerde patiënten staan vermeld in tabel 2. Ezdivule gecombineerd met simvastatine gaf een significante vermindering van het risico op beroerte en elke revascularisatie, met niet-significante numerieke verschillen ten gunste van Ezdivule gecombineerd met simvastatine voor niet-fataal MI en cardiale dood.
Tabel 2 Ernstige vasculaire voorvallen per behandelingsgroep bij alle gerandomiseerde patiënten in SHARPa
| Uitkomst | Ezdivule 10 mg gecombineerd met simvastatine 20 mg (N=4650) | Placebo (N=4620) | Risico Ratio (95% BI) | P-waarde |
|---|---|---|---|---|
| Ernstige vasculaire voorvallen | 701 (15,1%) | 814 (17,6%) | 0,85 (0,77-0,.94) | 0,001 |
| Niet-fataal MI | 134 (2,9%) | 159 (3,4%) | 0,84 (0,66-1,05) | 0,12 |
| Cardiale dood | 253 (5,4%) | 272 (5,9%) | 0,93 (0,78-1,10) | 0,38 |
| Alle beroertes | 171 (3,7%) | 210 (4,5%) | 0,81 (0,66-0,99) | 0,038 |
| Niet-hemorragische beroerte | 131 (2,8%) | 174 (3,8%) | 0,75 (0,60-0,94) | 0,011 |
|---|---|---|---|---|
| Hemorragische beroerte | 45 (1,0%) | 37 (0,8%) | 1,21 (0,78-1,86) | 0,40 |
| Alle revascularisaties | 284 (6,1%) | 352 (7,6%) | 0,79 (0,68-0,93) | 0,004 |
| Ernstige atherosclerotische voorvallen (MAE; Major Atherosclerotic Events)b | 526 (11,3%) | 619 (13,4%) | 0.83 (0,74-0,94) | 0,002 |
a Intention-to-treat-analyse voor alle SHARP-patiënten, gerandomiseerd naar Ezdivule gecombineerd met simvastatine of placebo, hetzij bij baseline of na 1 jaar
b MAE; gedefinieerd als samenstelling van niet-fataal myocardinfarct, coronaire dood, niet-hemorragische beroerte of elke revascularisatie
De absolute vermindering van het LDL-cholesterol die bereikt werd met Ezdivule gecombineerd met simvastatine, was lager bij patiënten met een lager baseline-LDL-C (< 2,5 mmol/l) en patiënten op dialyse bij baseline dan bij de overige patiënten, en de corresponderende risicoreducties in deze groepen waren verminderd.
Homozygote familiare hypercholesterolemie (HoFH)
Een dubbelblinde, gerandomiseerde, 12 weken durende studie omvatte 50 patiënten met een klinische en/of genotypische HoFH-diagnose, die atorvastatine of simvastatine kregen (40 mg) met of zonder gelijktijdige LDL-aferese. Ezdivule, gelijktijdig toegediend met atorvastatine (40 of 80 mg) of simvastatine (40 of 80 mg), gaf een significante vermindering van de LDL-C met 15 % in vergelijking met verhoging van de dosis simvastatine of atorvastatine monotherapie van 40 naar 80 mg.
Homozygote sitosterolemie (Fytosterolemie)
In een dubbelblind, placebogecontroleerd, 8 weken durend onderzoek werden 37 patiënten met homozygote sitosterolemie willekeurig toegewezen aan Ezdivule 10 mg (n=30) of placebo (n=7). Sommige patiënten kregen andere therapieën (bijv. statines, harsen). Ezdivule gaf een significante verlaging van de twee belangrijkste plantsterolen, sitosterol en campesterol, van respectievelijk 21 % en 24 % ten opzichte van de baseline. De effecten van verlaging van het sitosterol op morbiditeit en mortaliteit in deze populatie zijn niet bekend.
Aortastenose
De Simvastatin and Ezetimibe for the Treatment of Aortic Stenosis (SEAS)-studie was een dubbelblind, placebogecontroleerd multicenteronderzoek met een mediane duur van 4,4 jaar bij 1873 patiënten met asymptomatische aortastenose (AS), vastgesteld met de door Doppler gemeten piekstroomsnelheid in de aorta binnen het bereik van 2,5 tot 4,0 m/s. Alleen patiënten van wie werd beschouwd dat deze geen statine nodig hadden om het atherosclerotisch cardiovasculair risico te verminderen, mochten deelnemen. Patiënten werden willekeurig 1:1 toegewezen aan placebo of gelijktijdig toegediend ezetimibe 10 mg en simvastatine 40 mg per dag.
Het primaire eindpunt was een samenstelling van ernstige cardiovasculaire voorvallen, bestaande uit cardiovasculaire dood, aortaklepvervanging, congestief hartfalen door progressie van AS, niet-fataal myocardinfarct, coronaire bypassoperatie, percutane coronaire interventie, hospitalisatie wegens instabiele angina pectoris, en niet-hemorragische beroerte. Subcategorieën van het primaire eindpunt vormden de belangrijkste secundaire eindpunten.
In vergelijking met placebo gaf ezetimibe/simvastatine 10 mg/40 mg geen significante vermindering van het risico op ernstige cardiovasculaire voorvallen.
Het primaire resultaat kwam voor bij 333 patiënten (35,3 %) in de ezetimibe/simvastatinegroep en bij 355 patiënten (38,2 %) in de placebogroep (hazard ratio in de ezetimibe/simvastatinegroep 0,96; 95 %-betrouwbaarheidsinterval 0,83 tot 1,12; p = 0,59).
Aortaklepvervanging werd verricht bij 267 patiënten (28,3 %) in de ezetimibe/simvastatinegroep en bij 278 patiënten (29,9 %) in de placebogroep (hazard ratio 1,00; 95 %-BI 0,84 tot 1,18; p = 0,97). In de ezetimibe/simvastatinegroep (n=148) hadden minder patiënten ischemische cardiovasculaire voorvallen dan in de placebogroep (n=187) (hazard ratio 0,78; 95 %-BI 0,63 tot 0,97; p = 0,02), met name door het lagere aantal patiënten die een bypassoperatie ondergingen.
Kanker trad in de ezetimibe/simvastatinegroep vaker op (105 versus 70, p = 0,01). De klinische relevantie van deze waarneming is onzeker omdat in de grotere SHARP-studie het totaal aantal patiënten met een incidentie kanker (438 in de ezetimibe/simvastatinegroep versus 439 in de placebogroep) niet verschillend was. Daarnaast was in de IMPROVE-IT-studie het totaal aantal patiënten met elke nieuwe maligniteit (853 in de ezetimibe/simvastatinegroep versus 863 in de simvastatinegroep) niet significant verschillend en daarom kon de bevinding van de SEAS-studie niet door SHARP of IMPROVE-IT worden bevestigd.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na orale toediening wordt ezetimibe snel geabsorbeerd en in hoge mate geconjugeerd naar het farmacologisch actieve fenolglucuronide (ezetimibeglucuronide). De gemiddelde maximale plasmaconcentratie (Cmax) treedt binnen 1 tot 2 uur op voor ezetimibeglucuronide en binnen 4 tot 12 uur voor ezetimibe. De absolute biologische beschikbaarheid van ezetimibe kan niet worden vastgesteld omdat de stof vrijwel onoplosbaar is in waterige media die geschikt zijn voor injectie.
Gelijktijdige toediening met voedsel (vetrijke of vetarme maaltijden) had geen effect op de orale biologische beschikbaarheid van ezetimibe toegediend als Ezdivule 10 mg tablet. Ezdivule kan met of zonder voedsel worden toegediend.
Distributie
Ezetimibe en ezetimibeglucuronide worden bij mensen respectievelijk voor 99,7 % en 88% tot 92 % aan plasma-eiwitten gebonden.
Biotransformatie
Ezetimibe wordt voornamelijk gemetaboliseerd in de dunne darm en de lever via glucuronideconjugatie (een fase-II-reactie) gevolgd door uitscheiding in de gal. Bij alle beoordeelde species is minimaal oxidatief metabolisme (een fase-I-reactie) waargenomen. Ezetimibe en ezetimibeglucuronide zijn de belangrijkste uit het geneesmiddel gevormde stoffen die in het plasma zijn waargenomen en vertegenwoordigen respectievelijk ongeveer 10% tot 20 % en 80% tot 90 % van het totale geneesmiddel in het plasma. Zowel ezetimibe als ezetimibeglucuronide worden langzaam uit het plasma geëlimineerd, met aanwijzingen voor een significante enterohepatische recycling. De halfwaardetijd van ezetimibe en ezetimibeglucuronide is ongeveer 22 uur.
Eliminatie
Na orale toediening van 14C-ezetimibe (20 mg) aan proefpersonen vertegenwoordigde totaal ezetimibe ongeveer 93 % van de totale radioactiviteit in het plasma. Ongeveer 78 % en 11 % van de toegediende radioactiviteit werd in respectievelijk de feces en urine gevonden gedurende een verzamelperiode van 10 dagen. Na 48 uur was er geen radioactiviteit meer detecteerbaar in het plasma.
Speciale populaties
Pediatrische patiënten
De farmacokinetiek van ezetimibe is bij kinderen ≥ 6 jaar en volwassenen vergelijkbaar. Er zijn geen farmacokinetische gegevens beschikbaar voor kinderen < 6 jaar. De klinische ervaring bij kinderen en adolescenten omvat patiënten met HoFH, HeFH of sitosterolemie.
Ouderen
De plasmaconcentraties van totaal ezetimibe zijn ongeveer tweemaal zo hoog bij ouderen (> 65 jaar) als bij jongere patiëntenn (18 tot 45 jaar). De LDL-C-verlaging en het veiligheidsprofiel zijn voor ouderen en jongere patiënten die met Ezdivule worden behandeld vergelijkbaar. Daarom hoeft de dosering bij ouderen niet te worden aangepast.
Leverinsufficiëntie
Na een eenmalige dosis 10 mg ezetimibe was het gemiddelde AUC voor totaal ezetimibe bij patiënten met lichte leverinsufficiëntie (Child-Pugh-score 5 of 6) ongeveer 1,7 maal hoger dan bij gezonde proefpersonen. Bij onderzoek van 14 dagen met meermalige doses (10 mg/dag) bij patiënten met matige leverinsufficiëntie (Child-Pugh-score 7 tot 9) was de gemiddelde AUC van totaal ezetimibe op dag 1 en dag 14 ongeveer 4 maal hoger dan bij gezonde proefpersonen. Voor patiënten met lichte leverinsufficiëntie hoeft de dosering niet te worden aangepast. Omdat de effecten van een verhoogde blootstelling aan ezetimibe bij patiënten met matige of ernstige (Child-Pugh-score > 9) leverinsufficiëntie niet bekend zijn, wordt Ezdivule voor deze patiënten niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
Nierinsufficiëntie
Na een eenmalige dosis van 10 mg ezetimibe bij patiënten met ernstig nierlijden (n=8; gemiddelde CrCl < 30 ml/min/1,73 m2), was de gemiddelde AUC voor totaal ezetimibe ongeveer 1,5 maal hoger dan bij gezonde proefpersonen (n=9). Dit resultaat wordt niet als klinisch significant beschouwd. Voor patiënten met nierinsufficiëntie hoeft de dosering niet te worden aangepast.
Daarnaast was er een patiënt in deze studie (na niertransplantatie en die meerdere geneesmiddelen kreeg, waaronder ciclosporine) waar de blootstelling aan totaal ezetimibe 12 maal hoger was.
Geslacht
De plasmaconcentraties totaal ezetimibe zijn bij vrouwen iets hoger (ongeveer 20 %) dan bij mannen. De LDL-C-verlaging en het veiligheidsprofiel zijn bij mannen en vrouwen die met Ezdivule worden behandeld vergelijkbaar. Daarom is aanpassing van de dosering op grond van geslacht niet nodig.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Bij dierstudies naar de chronische toxiciteit van ezetimibe werd niet vastgesteld dat bepaalde organen gevoelig zouden zijn voor toxische effecten. Bij honden die vier weken lang met ezetimibe (≥ 0,03 mg/kg/dag) werden behandeld, steeg de cholesterolconcentratie in de gal met een factor 2,5 tot 3,5. In een eenjarig onderzoek bij honden die tot 300 mg/kg/dag kregen, werd echter geen verhoogde incidentie van cholelithiase of andere hepatobiliaire effecten waargenomen. Het belang van deze gegevens voor mensen is niet bekend. Een lithogeen risico in samenhang met therapeutisch gebruik van Ezdivule kan niet worden uitgesloten.
In studies waar ezetimibe gelijktijdig toegediend met statines werd gegeven, waren de waargenomen toxische effecten hoofdzakelijk die welke normaliter met statines gepaard gaan. Sommige van de toxische effecten waren meer uitgesproken dan die welke werden waargenomen tijdens behandeling met statines alleen. Dit wordt toegeschreven aan de farmacokinetische en farmacodynamische interacties bij gelijktijdige therapie. In de klinische onderzoeken traden dergelijke interacties niet op. Myopathie trad bij ratten alleen op na blootstelling aan doses die verscheidene malen hoger waren dan de therapeutische doses bij mensen (ongeveer 20 maal de AUC-waarde voor statines en 500 tot 2000 maal de AUC-waarde voor de actieve metabolieten).
In een serie in vivo- en in vitro-bepalingen vertoonde ezetimibe, alleen of samen met statines toegediend, geen genotoxisch potentieel. Langetermijncarcinogeniteitstesten met ezetimibe waren negatief.
Ezetimibe had geen effect op de fertiliteit van mannetjes-of wijfjesratten en bleek ook bij ratten of konijnen niet teratogeen te zijn en had ook geen effect op prenatale of postnatale ontwikkeling.
Ezetimibe in meermalige doses van 1000 mg/kg/dag passeerde bij drachtige ratten en konijnen de placentabarrière. Gelijktijdige toediening van ezetimibe met statines was bij ratten niet teratogeen. Bij drachtige konijnen werd een gering aantal skeletale misvormingen (samengegroeide thoracale en caudale wervels, lager aantal caudale wervels) waargenomen. De gelijktijdige toediening van ezetimibe met lovastatine leidde tot embryoletale effecten.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Tablet kern
- Lactosemonohydraat,
- Microkristallijne cellulose (E460)
- Povidon (E1201)
- Crospovidon (E1202)
- Natriumlaurylsulfaat
- Magnesiumstearaat (E470b)
Tabletomhulling
- Hypromellose (E464)
- Gelatine
- Briljantblauw FCF (E133)
- Geel ijzeroxide (E 172)
- Titaniumdioxide (E171)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Polychlorotrifluorethyleen/PVC omhulde aluminiumblisterverpakkingen. Elke blisterverpakking bevat 7, 10 of 14 omhulde tabletten.
Verpakkingsgrootten: 7, 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 60, 84, 90, 98, 100, 120, 140, 180, 200, 280 of 300 omhulde tabletten.
PVC/PE/PVDC blisterverpakkingen. Elke blisterverpakking bevat 7, 10 of 14 omhulde tabletten.
Verpakkingsgrootten: 7, 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 60, 84, 90, 98, 100, 120, 140, 180, 200, 280 of 300 omhulde tabletten.
Polychlorotrifluorethyleen/PVC omhuld met aluminium geperforeerde eenheidsafleveringsblisterverpakkingen voor ziekenhuisgebruik:
Verpakkingsgrootten: 50, 56, 98, 100, 200, 280 of 300 omhulde tabletten.
PVC/PE/PVDC geperforeerde eenheidsafleveringsblisterverpakkingen voor ziekenhuisgebruik:
Verpakkingsgrootten: 50, 56, 98, 100, 200, 280 of 300 omhulde tabletten.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Laboratoires SMB S.A.
Rue de la pastorale 26-28
1080 Brussel
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 118587
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 4 september 2017 Datum van laatste verlenging: 8 februari 2022
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatst gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 4.4 en 9; 7 oktober 2021 Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen: http://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
