Bijsluiter-info.nl

Drospirenon/Ethinylestradiol 3 0,02 mg filmomhulde tablet (Sandoz B.V.) – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
0,02 mg
Werkzame stoffen:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Drospirenon/Ethinylestradiol 3 0,02 mg filmomhulde tablet (Sandoz B.V.)

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz, filmomhulde tabletten

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

24 roze filmomhulde tabletten (werkzame tabletten):

Elke filmomhulde tablet bevat 0,02 mg ethinylestradiol en 3 mg drospirenon

Hulpstof met bekend effect

Elke filmomhulde tablet bevat 44 mg lactosemonohydraat.

4 witte filmomhulde placebotabletten (onwerkzaam):

De tablet bevat geen werkzame stoffen.

Hulpstof met bekend effect

Elke filmomhulde tablet bevat 89,5 mg watervrij lactose.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet

De werkzame tablet is een roze, ronde filmomhulde tablet met een diameter van 5,7 mm.

De placebotablet is een witte, ronde filmomhulde tablet met een diameter van 5.7 mm.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Orale anticonceptie.

Bij de beslissing om Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz voor te schrijven moet rekening worden gehouden met de huidige risicofactoren van de individuele vrouw, in het bijzonder met de risicofactoren voor veneuze trombo-embolie (VTE) en hoe het risico op VTE met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz zich verhoudt tot het risico met andere gecombineerde hormonale anticonceptiva (zie rubrieken 4.3 en 4.4).

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

Hoe wordt Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz ingenomen?

De tabletten moeten elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip worden ingenomen, zo nodig met wat vloeistof, in de volgorde die op de strip staat aangegeven. De tabletten moeten continu ingenomen worden. Gedurende 28 opeenvolgende dagen moet dagelijks één tablet worden ingenomen. Elke volgende strip wordt gestart op de dag na de laatste tablet van de vorige strip. Doorgaans treedt op dag 2-3 van de placebotabletten (onderste rij) een onttrekkingsbloeding op. Deze bloeding is mogelijk niet voorbij voordat met de volgende strip wordt begonnen.

Hoe te beginnen met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz

  • Geen voorafgaand gebruik van een hormonaal anticonceptivum (in de afgelopen maand)

De eerste tablet dient op dag 1 van de natuurlijke cyclus van de vrouw te worden ingenomen (dat wil zeggen op de eerste dag van de menstruatie).

  • Overschakelen van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum (combinatie-OAC, vaginale anticonceptiering of anticonceptiepleister)

De vrouw dient bij voorkeur met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz te starten op de dag na de laatste werkzame tablet (de laatste tablet met de werkzame bestanddelen) van haar voorgaande combinatie-OAC, maar niet later dan op de dag na het gebruikelijke tabletvrije of placebotablet interval van haar voorgaande combinatie-OAC. Als een vaginale anticonceptiering of een anticonceptiepleister is gebruikt, dient de vrouw bij voorkeur met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz te beginnen op de dag van verwijdering, maar niet later dan op de dag waarop de volgende ring of pleister geplaatst zou zijn.

  • Overschakelen van een progestageenmethode (OAC met alleen een progestageen; injectiepreparaat, implantaat) of progestageen-afgevend intra-uterien systeem (IUS)

De vrouw kan iedere dag overschakelen van een OAC met alleen een progestageen (van een implantaat of IUS op de dag van verwijdering en van een injectiepreparaat op de dag waarop de volgende injectie gegeven zou zijn), maar moet in al deze gevallen geadviseerd worden om tijdens de eerste 7 dagen van de tabletinname aanvullend een barrièremiddel te gebruiken.

  • Na een abortus in het eerste trimester

De vrouw kan direct beginnen. In dit geval hoeft ze geen aanvullende anticonceptieve maatregelen te nemen.

  • Na een bevalling of na een abortus in het tweede trimester

Aangeraden wordt tussen de 21e en 28e dag na de partus of na een abortus in het tweede trimester te starten. Als een vrouw later begint, dan moet haar worden aangeraden om tijdens de eerste 7 dagen aanvullend een barrièremiddel te gebruiken. Als inmiddels echter geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden, dan moet een zwangerschap worden uitgesloten of moet de eerste menstruatie worden afgewacht voordat de vrouw met het combinatie-OAC begint.

Voor vrouwen die borstvoeding geven: zie rubriek 4.6

Wat te doen na het vergeten van tabletten

Het vergeten van een placebotablet (onderste (vierde) rij van de strip) heeft geen gevolgen. De vrouw dient echter wel de overgebleven placebotabletten weg te gooien, omdat anders de placeboperiode onbedoeld te lang kan duren. Het advies hieronder heeft alleen betrekking op vergeten werkzame tabletten.

Als de vrouw minder dan 24 uur te laat is met het innemen van een tablet, is de anticonceptieve werking niet verminderd. De vrouw moet deze tablet alsnog innemen zodra zij eraan denkt en op het gebruikelijke tijdstip verdergaan met de resterende tabletten.

Als de vrouw meer dan 24 uur te laat is met het innemen van een tablet, kan de anticonceptieve werkzaamheid verminderd zijn. Bij het beleid kunnen de volgende twee basisregels als leidraad dienen:

  1. 1. De aanbevolen hormoonvrije tabletperiode is 4 achtereenvolgende dagen. Het innemen van tabletten mag nooit langer dan 7 achtereenvolgende dagen onderbroken worden.
  2. 2. Tabletten moeten 7 dagen zonder onderbreking worden ingenomen om de hypothalamus-hypofyse-ovarium-as voldoende te onderdrukken.

Dienovereenkomstig kunnen in de praktijk de volgende adviezen worden gegeven:

  • Dag 1-7

De vrouw moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij twee tabletten op hetzelfde moment moet innemen. Zij gaat daarna op het gebruikelijke tijdstip verder met de tabletten. Aanvullend dient gedurende de eerstvolgende 7 dagen een barrièremiddel, zoals een condoom, te worden gebruikt. Als er geslachtsgemeenschap heeft plaatsgehad in de 7 voorafgaande dagen, dan moet rekening worden gehouden met een mogelijke zwangerschap. De kans op zwangerschap wordt groter naarmate er meer tabletten zijn vergeten en deze tabletten korter na het placebo-interval zijn vergeten.

  • Dag 8-14

De vrouw moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij twee tabletten op hetzelfde moment moet innemen. Zij gaat daarna op het gebruikelijke tijdstip verder met de tabletten. Als de vrouw de tabletten in de 7 dagen voorafgaande aan de eerste vergeten tablet correct heeft ingenomen, is geen aanvullende anticonceptie nodig. Als de vrouw echter meer dan één tablet is vergeten, moet haar aangeraden worden om gedurende de eerstvolgende 7 dagen aanvullend een barrièremiddel te gebruiken.

  • Dag 15-24

Vanwege de naderende placeboperiode dreigt het gevaar van verminderde betrouwbaarheid. Door het aanpassen van het tabletinnameschema kan echter worden voorkomen dat de contraceptieve betrouwbaarheid daadwerkelijk vermindert. Bij het opvolgen van een van de twee volgende adviezen is dan ook geen aanvullende anticonceptie nodig, mits de vrouw de tabletten in de 7 dagen voorafgaande aan de eerste vergeten tablet allemaal correct heeft ingenomen. Als dit niet het geval is, moet zij het eerste van de hierna gegeven adviezen volgen en bovendien gedurende de eerstvolgende 7 dagen aanvullend een barrièremiddel gebruiken.

  1. 1. De vrouw moet de laatste vergeten tablet innemen zodra zij eraan denkt, zelfs als dit betekent dat zij twee tabletten op hetzelfde moment moet innemen. Zij gaat daarna op het gebruikelijke tijdstip verder met de tabletten totdat alle werkzame tabletten op zijn. De vier placebotabletten uit de onderste rij moeten weggegooid worden en er moet onmiddellijk begonnen worden met de volgende strip. De vrouw heeft waarschijnlijk geen onttrekkingsbloeding tot aan het einde van het werkzame deel van de tweede strip maar er kan wel spotting of doorbraakbloeding optreden tijdens de innamedagen van deze strip.
  2. 2. De vrouw kan ook worden aangeraden om te stoppen met het innemen van de werkzame tabletten uit de huidige strip. Ze moet dan maximaal 4 dagen een placebotablet uit de onderste rij nemen, inclusief de dagen waarop zij tabletten was vergeten, en vervolgens doorgaan met de volgende strip.

Als de vrouw tabletten heeft vergeten en vervolgens geen onttrekkingsbloeding krijgt in de eerstvolgende placeboperiode, dan moet rekening worden gehouden met een mogelijke zwangerschap.

Advies in het geval van gastro-intestinale stoornissen

In het geval van ernstige gastro-intestinale stoornissen (bijvoorbeeld overgeven of diarree) kan de absorptie incompleet zijn en dienen aanvullende anticonceptiemiddelen te worden gebruikt. Als braken optreedt binnen 3-4 uur na de inname van een werkzame tablet, moet er zo snel mogelijk een nieuwe (vervangende) tablet worden ingenomen. De nieuwe tablet moet indien mogelijk binnen 24 uur na het gebruikelijke tijdstip van tabletinname worden genomen. Als er meer dan 24 uur is verstreken, geldt het advies voor het vergeten van tabletten dat in rubriek 4.2 is gegeven. Als de vrouw haar normale schema van tabletinname niet wil veranderen, moet ze de extra tablet(ten) uit een andere strip nemen.

Hoe kan een onttrekkingsbloeding worden uitgesteld?

Om een maandelijkse bloeding uit te stellen dient de vrouw zonder placeboperiode door te gaan met de volgende strip Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz. De verlenging kan zo lang zijn als gewenst tot aan de laatste werkzame tablet van de tweede strip. Tijdens de verlenging kan de vrouw een doorbraakbloeding of spotting krijgen. Na de gebruikelijke placeboperiode wordt de reguliere inname van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz hervat.

Als de vrouw de huidige begindag van haar menstruatie wenst te verschuiven naar een andere dag, kan men haar aanraden om haar eerstvolgende placeboperiode te verkorten met zoveel dagen als zij wenst. Hoe korter de placeboperiode wordt, des te groter wordt de kans op het uitblijven van de onttrekkingsbloeding en het optreden van doorbraakbloeding en spotting tijdens het gebruik van de volgende strip (vergelijkbaar met het uitstellen van de menstruatie).

Wijze van toediening

Oraal gebruik.

4.3 Contra-indicaties

Gecombineerde hormonale anticonceptiva mogen in de volgende situaties niet worden gebruikt. Als een van deze aandoeningen voor het eerst optreedt tijdens het gebruik van een gecombineerde hormonale anticonceptiva, dan moet het gebruik hiervan onmiddellijk worden gestaakt.

  • Aanwezigheid van of risico op veneuze trombo-embolie (VTE)

    • Veneuze trombo-embolie – bestaande VTE (bij antistollingsmiddelen) of eerder doorgemaakte VTE (bijv. diepe veneuze trombose [DVT] of longembolie [PE])
    • Bekende erfelijke of verworven predispositie voor veneuze trombo-embolie, bijvoorbeeld APC-resistentie, (waaronder factor V-Leiden), antitrombine-III-deficiëntie, proteïne C-deficiëntie, proteïne S-deficiëntie
    • Zware operatie met langdurige immobilisatie (zie rubriek 4.4)
    • Een hoog risico op veneuze trombo-embolie door de aanwezigheid van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4)
  • Aanwezigheid van of risico op arteriële trombo-embolie (ATE)

    • Arteriële trombo-embolie – bestaande arteriële trombo-embolie, eerder doorgemaakte arteriële trombo-embolie (bijv. myocardinfarct) of prodromale aandoening (bijv. angina pectoris)
    • Cerebrovasculaire ziekte – bestaande beroerte, eerder doorgemaakte beroerte of prodromale aandoening (bijv. transient ischaemic attack (TIA)
    • Bekende erfelijke of verworven predispositie voor arteriële trombo-embolie, bijvoorbeeld hyperhomocysteïnemie en antifosfolipiden-antistoffen (anticardiolipine-antistoffen, lupusanticoagulans)
    • Voorgeschiedenis van migraine met focale neurologische symptomen
    • Een hoog risico op arteriële trombo-embolie als gevolg van meerdere risicofactoren (zie rubriek 4.4) of door de aanwezigheid van een ernstige risicofactor, zoals:

      • diabetes mellitus met vasculaire symptomen
      • ernstige hypertensie
      • ernstige dislipoproteïnemie
  • Manifeste of eerder doorgemaakte ernstige leveraandoening zolang de leverfunctiewaarden niet genormaliseerd zijn.
  • Ernstige nierinsufficiëntie of acuut nierfalen.
  • Manifeste of eerder doorgemaakte levertumoren (benigne of maligne).
  • Aanwezigheid van geslachtshormoonafhankelijke maligne aandoeningen (bijvoorbeeld van de geslachtsorganen of de mammae), of het vermoeden daarvan.
  • Vaginale bloedingen waarvan de diagnose niet is gesteld.
  • Overgevoeligheid voor de actieve bestanddelen of voor een van de hulpstoffen die in rubriek 6.1 genoemd worden.

Dit geneesmiddel is gecontra-indiceerd voor gelijktijdig gebruik met de geneesmiddelen die ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir bevatten, geneesmiddelen die glecaprevir/pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir bevatten (zie rubriek 4.5).

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Waarschuwingen

Indien één of meer van de hieronder vermelde aandoeningen of risicofactoren aanwezig zijn, moet met de vrouw besproken worden of Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz geschikt is.

In het geval van verergering of eerste optreden van één of meer van deze aandoeningen of risicofactoren dient de vrouw het advies te krijgen om contact op te nemen met haar arts, om te bepalen of het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz moet worden gestaakt.

Als trombose vermoed of bevestigd wordt, moet het gebruik van het gecombineerde hormonale anticonceptivum worden stopgezet. Indien gestart wordt met een stollingsremmende therapie, moet een adequate alternatieve anticonceptie worden ingesteld vanwege de teratogeniciteit van stollingsremmende therapie (coumarines).

Circulatiestoornissen

Risico op veneuze trombo-embolie (VTE)

Het gebruik van ieder gecombineerd hormonaal anticonceptivum verhoogt het risico op veneuze trombo-embolie (VTE), in vergelijking met geen gebruik. Producten die levonorgestrel, norgestimaat of norethisteron bevatten, zijn geassocieerd met het laagste risico op VTE. Andere producten, zoals Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz, kunnen tot twee keer dit risiconiveau hebben. De beslissing om een ander product te gebruiken dan een product met het laagste risico van VTE mag uitsluitend worden genomen nadat dit met de vrouw besproken is, om te verzekeren dat zij begrijpt dat zij risico heeft op VTE met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz, hoe haar huidige risicofactoren dit risico beïnvloeden en dat haar risico op VTE het hoogst is in het allereerste jaar dat zij het product gebruikt. Er zijn ook enige aanwijzingen dat het risico verhoogd is wanneer opnieuw gestart wordt met een gecombineerd hormonaal anticonceptivum nadat het gebruik gedurende 4 weken of langer werd onderbroken.

Bij vrouwen die geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken en niet zwanger zijn, zullen ongeveer 2 van de 10.000 vrouwen over een periode van één jaar VTE ontwikkelen. Bij iedere individuele vrouw kan het risico echter veel hoger zijn, afhankelijk van haar onderliggende risicofactoren (zie hieronder).

Naar schatting1 zullen ongeveer 9 tot 12 van de 10.000 vrouwen die een desogestrelbevattende gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken over een periode van één jaar een VTE ontwikkelen, vergeleken met ongeveer 62 vrouwen die een levonorgestrelbevattende gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken.

In beide gevallen is het aantal VTE's per jaar kleiner dan het verwachte aantal bij vrouwen tijdens de zwangerschap of in de periode na de bevalling.

VTE kan in 1-2% van de gevallen een dodelijke afloop hebben.

In extreem zelden voorkomende gevallen is het optreden van trombose in andere bloedvaten gemeld bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum, bijv. in hepatische, mesenteriale, renale of retinale venen en arteriën.

1 Deze incidenties werden geschat op basis van alle epidemiologische onderzoeksgegevens samen, met gebruik van relatieve risico's voor de verschillende producten, vergeleken met levonorgestrelbevattende gecombineerde hormonale anticonceptiva.

2 Middelste punt van het bereik ('mid-point of range') van 5 7 per 10.000 vrouwjaren, op basis van een relatief risico voor levonorgestrelbevattende gecombineerde hormonale anticonceptiva versus niet-gebruik van ongeveer 2,3 tot 3,6

Risicofactoren voor VTE

Het risico op veneuze trombo-embolische complicaties bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum kan substantieel verhoogd zijn bij een vrouw met additionele risicofactoren, vooral als er sprake is van meerdere risicofactoren (zie de tabel).

Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz is gecontra-indiceerd als een vrouw meerdere risicofactoren heeft waardoor zij een verhoogd risico op veneuze trombose heeft (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de stijging van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval dient rekening te worden gehouden met haar totale risico op VTE. Indien de balans van voordelen en risico’s als negatief wordt beschouwd, mag een gecombineerd hormonaal anticonceptivum niet worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3).

Tabel: Risicofactoren voor VTE

RisicofactorToelichting
Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m²)

Risico stijgt substantieel bij stijging van de BMI.

Het is vooral belangrijk om te overwegen of er ook andere risicofactoren aanwezig zijn.

Langdurige immobilisatie, zware operatie, elke operatie aan benen of heup, neurochirurgie of groot trauma

Opmerking: tijdelijke immobilisatie waaronder > 4 uur reizen per vliegtuig kan ook een risicofactor voor VTE zijn, vooral bij vrouwen met andere risicofactoren

In deze situaties is het aan te bevelen om het gebruik van de pleister/pil/ring te staken (in geval van een electieve chirurgische ingreep minimaal vier weken vóór de ingreep) en het gebruik niet eerder dan twee weken na volledige remobilisatie te hervatten. Er dient een andere anticonceptiemethode te worden gebruikt om onbedoelde zwangerschap te voorkomen.

Antitrombosebehandeling dient te worden overwogen als het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz niet vooraf is gestaakt.

Bij een positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden veneuze trombo-embolie, vooral op relatief jonge leeftijd, bijvoorbeeld vóór het 50e jaar, bij broers, zussen of ouders).Als een erfelijke aanleg wordt vermoed, dient de vrouw te worden doorverwezen naar een specialist voor advies voordat zij een besluit neemt over het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum
Andere medische aandoeningen die geassocieerd zijn met VTEKanker, systemische lupus erythematosus, hemolytisch-uremisch syndroom, chronische inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa) en sikkelcelziekte
Toenemende leeftijdVooral boven de 35 jaar

Er is geen consensus over de mogelijke rol van spataderen en oppervlakkige tromboflebitis bij het ontstaan of de progressie van veneuze trombose.

Er dient rekening te worden gehouden met het verhoogde risico op trombo-embolie tijdens de zwangerschap en vooral tijdens de 6 weken durende periode van het puerperium (voor informatie over “Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding” zie rubriek 4.6).

Symptomen van VTE (diepe veneuze trombose en longembolie)

Vrouwen dienen het advies te krijgen om, als er symptomen optreden, met spoed medische hulp in te roepen en de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruikt.

De volgende symptomen kunnen wijzen op diepe veneuze trombose (DVT):

  • unilaterale zwelling van een been en/of voet of langs een ader in het been;
  • pijn of gevoeligheid van een been die mogelijk alleen wordt gevoeld bij het staan of lopen;
  • verhoogde temperatuur in het aangetaste been, rode of verkleurde huid op het been.

De volgende symptomen kunnen wijzen op longembolie (PE):

  • plotseling ontstaan van onverklaarde kortademigheid of snelle ademhaling;
  • plotseling hoesten, mogelijk geassocieerd met hemoptoë (bloedspuwing);
  • scherpe pijn op de borst;
  • ernstig licht gevoel in het hoofd of duizeligheid;
  • snelle of onregelmatige hartslag.

Sommige van deze symptomen (bijv. "kortademigheid", "hoesten") zijn niet-specifiek en kunnen ten onrechte worden geïnterpreteerd als gewonere of minder ernstige voorvallen (bijv. luchtweginfecties).

Andere verschijnselen die kunnen wijzen op vasculaire occlusie zijn: plotselinge pijn, zwelling en lichte blauwverkleuring van een ledemaat.

Als de occlusie in het oog is gelokaliseerd, kunnen de symptomen variëren van pijnloos wazig zien tot progressie tot verlies van het gezichtsvermogen. Soms kan verlies van het gezichtsvermogen bijna onmiddellijk optreden.

Risico op arteriële trombo-embolie (ATE)

In epidemiologisch onderzoek is het gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva geassocieerd met een verhoogd risico op arteriële trombo-embolie (myocardinfarct) of cerebrovasculair accident (bijv. TIA [transiënte ischemische aanval], beroerte). Arteriële trombo-embolische voorvallen kunnen een dodelijke afloop hebben.

Risicofactoren voor ATE

Het risico op arteriële trombo-embolische complicaties of van een CVA bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum is verhoogd bij vrouwen met risicofactoren (zie de tabel). Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz is gecontra-indiceerd als een vrouw één ernstige of meerdere risicofactoren voor ATE heeft waardoor zij een hoog risico op arteriële trombose heeft (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de stijging van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval dient rekening te worden gehouden met haar totale risico. Indien de balans van voordelen en risico’s als negatief wordt beschouwd, mag een gecombineerd hormonaal anticonceptivum niet worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3).

Tabel: Risicofactoren voor ATE

RisicofactorToelichting
Toenemende leeftijdVooral boven de 35 jaar
RokenVrouwen dienen het advies te krijgen om niet te roken als zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum willen gebruiken. Vrouwen die ouder zijn dan 35 jaar en doorgaan met roken dienen het dringende advies te krijgen om een andere anticonceptiemethode toe te passen.
Hypertensie
Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m2)

Het risico stijgt substantieel bij stijging van de BMI.

Vooral belangrijk bij vrouwen met additionele risicofactoren

Positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden arteriële trombo-embolie, vooral op relatief jonge leeftijd, bijvoorbeeld vóór het 50e jaar, bij broers, zussen of ouders).Als een erfelijke aanleg wordt vermoed, dient de vrouw te worden doorverwezen naar een specialist voor advies voordat zij een besluit neemt over het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum
MigraineEen verhoging van de frequentie of ernst van migraine tijdens het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum (die prodromaal kan zijn voor een CVA) kan een reden zijn om direct te stoppen
Andere medische aandoeningen die geassocieerd zijn met aandoeningen van de bloedvatenDiabetes mellitus, hyperhomocysteïnemie, hartklepziekte en atriumfibrilleren, dislipoproteïnemie en systemische lupus erythematosus.

Symptomen van ATE

Vrouwen dienen het advies te krijgen om, als er symptomen optreden, met spoed medische hulp in te roepen en de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken.

De volgende symptomen kunnen wijzen op een cerebrovasculair accident (CVA):

  • plotseling verdoofd gevoel of zwakte van gezicht, arm of been, vooral aan één zijde van het lichaam;
  • plotselinge moeite met lopen, duizeligheid, verlies van evenwicht of coördinatie;
  • plotselinge verwardheid, moeite met praten of begrijpen;
  • plotselinge moeite met zien in één of beide ogen;
  • plotselinge, ernstige of langdurige hoofdpijn zonder bekende oorzaak;
  • verminderd bewustzijn, of flauwvallen met of zonder epileptische aanval.

Symptomen van voorbijgaande aard suggereren dat het voorval een transiënte ischemische aanval (TIA) is.

De volgende symptomen kunnen wijzen op een myocardinfarct (MI):

  • pijn, ongemak, druk, of een zwaar, beklemd of vol gevoel in de borst, arm of onder het borstbeen;
  • ongemak dat uitstraalt naar de rug, kaak, keel, arm, maag;
  • vol gevoel, indigestie of naar adem snakken;
  • transpireren, misselijkheid, braken of duizeligheid;
  • extreme zwakte, angst of kortademigheid;
  • snelle of onregelmatige hartslag.

Tumoren

In enkele epidemiologische onderzoeken is een verhoogd risico gemeld op cervixcarcinoom bij vrouwen die lange tijd een combinatie-OAC gebruiken (>5 jaar), maar er blijft onenigheid bestaan over de mate waarin dit gegeven is toe te schrijven aan de verstorende factoren van seksueel gedrag en andere factoren zoals humaan papillomavirus (HPV).

Een meta-analyse van 54 epidemiologische onderzoeken heeft laten zien dat bij vrouwen die nu een combinatie-OAC gebruiken, een licht verhoogd relatief risico (RR = 1,24) bestaat dat borstkanker wordt gediagnosticeerd. Dit verhoogde risico verdwijnt geleidelijk in de loop van de 10 jaar na het stoppen met het combinatie-OAC. Omdat borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen beneden de 40 jaar, is het extra aantal borstkankerdiagnoses bij vrouwen die een combinatie-OAC gebruiken of recent gebruikt hebben klein ten opzichte van het levenslange risico op borstkanker. Deze onderzoeken geven geen aanwijzing voor een oorzakelijk verband. Het waargenomen verhoogde risicopatroon zou het gevolg kunnen zijn van een vroegere diagnose van borstkanker bij gebruiksters van een combinatie-OAC, van de biologische effecten van combinatie-OAC's, of van een combinatie van beide. Er is een tendens dat borstkanker gediagnosticeerd bij vrouwen die ooit een combinatie-OAC hebben gebruikt, klinisch minder vergevorderd is dan kanker gediagnosticeerd bij vrouwen die nooit een combinatie-OAC hebben gebruikt.

In zeldzame gevallen zijn bij gebruiksters van combinatie-OAC's goedaardige levertumoren gerapporteerd, en in nog zeldzamere gevallen kwaadaardige levertumoren. Incidenteel hebben deze tumoren tot levensbedreigende intra-abdominale bloedingen geleid. Een levertumor moet in de differentiaaldiagnose worden meegenomen als bij vrouwen die combinatie-OAC’s gebruiken, sprake is van hevige pijn boven in de buik, leververgroting of verschijnselen die wijzen op een abdominale bloeding.

Bij gebruik van de hoger gedoseerde combinatie-OAC’s (50 µg ethinylestradiol) is het risico op endometrium- en ovariumcarcinoom verminderd. Of dit ook geldt voor de lager gedoseerde combinatie-OAC’s, moet nog worden bevestigd.

Andere aandoeningen

Het progestageen in Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz is een aldosteronantagonist met kaliumsparende eigenschappen. In het algemeen wordt geen stijging van de kaliumspiegels verwacht. In een klinische studie echter steeg bij sommige patiënten met lichte tot matige nierinsufficiëntie en gelijktijdig gebruik van kaliumsparende medicatie de serumkaliumspiegel licht, maar niet significant, tijdens drospirenoninname. Daarom wordt aanbevolen de serumkaliumspiegels te controleren tijdens de eerste behandelingscyclus bij patiënten met nierinsufficiëntie bij wie het kalium in het serum voor de behandeling al in het bovenste bereik van de normale waarden valt, vooral wanneer zij tevens kaliumsparende medicatie gebruiken. Zie ook rubriek 4.5.

Bij vrouwen met hypertriglyceridemie, of een positieve familieanamnese hiervan, kan een verhoogd risico op pancreatitis bestaan als zij een combinatie-OAC gebruiken.

Hoewel bij veel vrouwen die combinatie-OAC’s gebruiken, geringe verhogingen van de bloeddruk zijn gemeld, zijn klinisch relevante bloeddrukstijgingen zeldzaam. Alleen in deze zeldzame gevallen is onmiddellijke staking van het gebruik van de combinatie-OAC gerechtvaardigd. Indien bij al bestaande hypertensie tijdens het gebruik van een combinatie-OAC, constant verhoogde bloeddrukwaarden of een significante bloeddrukstijging niet voldoende op een antihypertensieve therapie reageren, moet het gebruik van het combinatie-OAC worden gestaakt. Indien gewenst kan het gebruik worden hervat als er met antihypertensieve therapie normale bloeddrukwaarden worden bereikt.

Van de volgende aandoeningen is gemeld dat ze kunnen optreden of kunnen verslechteren tijdens de zwangerschap en tijdens het gebruik van combinatie-OAC’s, maar er is geen eenduidig bewijs voor een verband met het gebruik van combinatie-OAC's: geelzucht en/of pruritus gerelateerd aan cholestase; galstenen; porfyrie; systemische lupus erythematodes (SLE); het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS); chorea van Sydenham; herpes gestationis; aan otosclerose gerelateerd gehoorverlies.

Exogene oestrogenen kunnen symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem opwekken of verergeren.

Acute of chronische leverfunctiestoornissen kunnen staking van het gebruik van een combinatie-OAC noodzakelijk maken totdat de leverfunctiewaarden genormaliseerd zijn. Als cholestatische geelzucht en/of aan cholestase gerelateerde pruritus optreedt nadat dit eerder is opgetreden tijdens een zwangerschap of tijdens vroeger gebruik van geslachtshormonen, is het nodig het gebruik van het combinatie-OAC te staken.

Hoewel combinatie-OAC's een effect kunnen hebben op de perifere insulineresistentie en glucosetolerantie, is er geen bewijs dat dit een verandering van het therapeutische regime noodzakelijk maakt bij diabetespatiënten die een laaggedoseerd combinatie-OAC gebruiken (minder dan 0,05 mg ethinylestradiol).

Vrouwen met diabetes moeten echter vooral in het begin van het gebruik van combinatie-OAC’s onder zorgvuldige controle blijven.

Er is tijdens gebruik van combinatie-OAC’s melding gemaakt van een verslechtering van endogene depressie, epilepsie, de ziekte van Crohn en van colitis ulcerosa.

Depressieve stemming en depressie zijn bekende bijwerkingen van het gebruik van hormonale anticonceptiva (zie rubriek 4.8). Depressie kan ernstig zijn en is een bekende risicofactor voor suïcidaal gedrag en zelfmoord. Vrouwen moet worden aanbevolen om contact met hun arts op te nemen in geval van stemmingswisselingen en symptomen van depressie, ook kort na aanvang van de behandeling.

Chloasma kan een enkele maal optreden, vooral bij vrouwen met chloasma gravidarum in de anamnese. Vrouwen met een predispositie voor chloasma dienen blootstelling aan zonlicht of UV-straling te vermijden zolang ze een combinatie-OAC gebruiken.

Elke roze tablet van dit geneesmiddel bevat 44 mg lactosemonohydraat, elke witte tablet bevat 89,5 mg watervrij lactose. Patiënten met de zeldzame erfelijke aandoeningen galactose-intolerantie, Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie die een lactosevrij dieet volgen, dienen rekening te houden met deze hoeveelheid.

Medisch onderzoek/consultatie

Voordat met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz wordt begonnen en ook wanneer het gebruik na een onderbreking wordt hervat, moet een volledige anamnese (inclusief familiegeschiedenis) worden afgenomen en moet zwangerschap worden uitgesloten. De bloeddruk moet worden gemeten en er moet een lichamelijk onderzoek worden uitgevoerd, op geleide van contra-indicaties (zie rubriek 4.3) en waarschuwingen (zie rubriek 4.4). Het is belangrijk om de vrouw attent te maken op de informatie over veneuze en arteriële trombose, met inbegrip van het risico van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz ten opzichte van andere gecombineerde hormonale anticonceptiva, de symptomen van VTE en ATE, de bekende risicofactoren en wat zij moet doen in het geval van een vermoede trombose.

De vrouw moet ook worden geïnstrueerd om de bijsluiter goed te lezen en zich te houden aan het gegeven advies. De frequentie en aard van de onderzoeken dienen gebaseerd te zijn op gangbare praktijkrichtlijnen en op individuele basis te worden aangepast.

Vrouwen dienen erop te worden gewezen dat hormonale anticonceptiva niet beschermen tegen hiv-infecties (aids) en andere seksueel overdraagbare aandoeningen.

Verminderde betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van combinatie-OAC's kan verminderen door bijvoorbeeld het vergeten van tabletten (zie rubriek 4.2), gastro-intestinale stoornissen (zie rubriek 4.2) of gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen (zie rubriek 4.5).

Verminderde cycluscontrole

Bij alle combinatie-OAC's kan onregelmatig bloedverlies (spotting of doorbraakbloeding) optreden, vooral tijdens de eerste maanden van het gebruik. Daarom is een beoordeling van onregelmatig bloedverlies pas zinvol na een aanpassingsperiode van ongeveer drie cycli.

Als het onregelmatige bloedverlies aanhoudt of pas optreedt nadat eerdere cycli regelmatig waren, moet rekening gehouden worden met een niet-hormonale oorzaak en zijn afdoende diagnostische maatregelen geïndiceerd om een maligniteit of een zwangerschap uit te sluiten. Dit kan ook curettage betekenen.

Bij sommige vrouwen kan het voorkomen dat er geen onttrekkingsbloeding optreedt tijdens de placeboperiode. Als het combinatie-OAC volgens de aanwijzingen in rubriek 4.2 is ingenomen, is het onwaarschijnlijk dat de vrouw zwanger is. Als het combinatie-OAC echter niet volgens deze aanwijzingen is ingenomen in de periode voorafgaand aan de eerste uitgebleven onttrekkingsbloeding of als er twee keer geen onttrekkingsbloeding optreedt, moet zwangerschap worden uitgesloten voordat het gebruik van het combinatie-OAC wordt voortgezet.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Raadpleeg de voorschriften/bijsluiter van geneesmiddelen die tegelijkertijd worden gebruikt om mogelijke interacties te identificeren.

  • Farmacodynamische interacties

Tijdens klinische studies waarin patiënten behandeld werden voor infecties door hepatitis-C-virus (HCV) met geneesmiddelen die ombitasvir/paritaprevir/ritonavir en dasabuvir bevatten, met of zonder ribavirine, kwamen verhogingen van transaminase (ALT) van meer dan 5 keer de bovengrens van de normaalwaarde (ULN) significant vaker voor bij vrouwen die ethinylestradiol-bevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals gecombineerde hormonale anticonceptiva (CHC's). Bovendien werden ook bij patiënten die behandeld werden met glecaprevir/pibrentasvir of sofosbuvir/velpatasvir/voxilaprevir verhoogde ALT-waarden waargenomen bij vrouwen die ethinylestradiol-bevattende geneesmiddelen gebruikten, zoals CHC's (zie rubriek 4.3).

Daarom moeten gebruiksters van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz overstappen op een alternatieve methode van anticonceptie (bijv. progestageen-alleen anticonceptie of niet-hormonale methoden) voordat de behandeling met deze combinatiegeneesmiddelen begint. Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz kan weer gestart worden 2 weken na het afronden van de behandeling met deze combinatiegeneesmiddelen.

  • Effecten van andere geneesmiddelen op Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz

Interacties kunnen optreden met geneesmiddelen die de microsomale enzymen induceren wat kan resulteren in een verhoogde klaring van geslachtshormonen en wat doorbraakbloedingen en/of zwangerschap tot gevolg kan hebben.

Beleid bij interactie

Enzyminductie kan al worden geobserveerd na een paar dagen van de behandeling. De maximale enzyminductie wordt in het algemeen binnen een paar weken gezien. Na het stoppen van de therapie kan de enzyminductie nog wel 4 weken aanhouden.

Kortdurende behandeling

Vrouwen onder behandeling met enzym inducerende geneesmiddelen moeten naast een combinatie-OAC tijdelijk een barrièremiddel gebruiken of een andere anticonceptiemethode kiezen. Het barrièremiddel moet tijdens de duur van de gelijktijdige geneesmiddelenbehandeling en nog 28 dagen na het stoppen van de behandeling gebruikt worden. Als de geneesmiddelenbehandeling doorloopt tot na het einde van de werkzame tabletten in de strip van het combinatie-OAC, moeten de placebotabletten worden overgeslagen en moet direct met een volgende strip van het combinatie-OAC worden doorgegaan.

Langdurige behandeling

Bij vrouwen die een langdurige behandeling met leverenzyminducerende werkzame stoffen ondergaan, wordt een andere betrouwbare, niet-hormonale anticonceptiemethode aangeraden.

De volgende interacties zijn bekend in de literatuur.

Stoffen die de klaring van combinatie-OAC’s verhogen (verminderde werkzaamheid van combinatie-OAC’s door enzyminductie), bijvoorbeeld:

Barbituraten, bosentan, carbamazepine, fenytoïne, primidon, rifampicine, en hiv-medicatie ritonavir, nevirapine en efavirenz, en mogelijk ook felbamaat, griseofulvine, oxcarbazepine, topiramaat, en producten die het kruidenmiddel sint-janskruid (Hypericum perforatum) bevatten.

Stoffen met variabele effecten op de klaring van combinatie-OAC’s:

Veel combinaties van hiv-proteaseremmers en niet-nucleoside reverse-transcriptase remmers, inclusief combinaties met HCV remmers, kunnen, wanneer gelijktijdig toegediend met combinatie-OAC’s, de plasmaconcentraties van het oestrogeen of progestagenen verhogen of verlagen. In sommige gevallen kan het netto-effect van deze veranderingen klinisch relevant zijn.

Daarom moet de voorschrijvende informatie van hiv/HCV-medicijnen die gelijktijdig worden toegediend worden geraadpleegd om potentiële interacties vast te stellen en alle daarmee samenhangende aanbevelingen. In geval van twijfel dient een extra barrièrevormende anticonceptiemethode te worden gebruikt door vrouwen die een behandeling ondergaan met een proteaseremmer of niet-nucleoside reverse-transcriptase remmers.

Stoffen die de klaring van combinatie-OAC’s verlagen (enzymremmers):

De klinische relevantie van mogelijke interacties met enzymremmers is onbekend.

Gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4-remmers kan de plasmaconcentraties van het oestrogeen, progestageen of van beide verhogen.

In een multidose studie met een combinatie van drospirenon (3 mg/dag) en ethinylestradiol (0,02 mg/dag) en het gelijktijdig gebruik van de sterke CYP3A4 remmer ketoconazol gedurende 10 dagen verhoogde de AUC (0-24 uur) van drospirenon en ethinylestradiol respectievelijk 2,7 keer en 1,4 keer.

Er is aangetoond dat een etoricoxibdosering van 60-120 mg/dag de plasmaconcentratie van ethinylestradiol 1,4 tot 1,6 keer verhoogt bij gelijktijdig gebruik van een combinatie-OAC met 0,035 mg ethinylestradiol.

  • Effecten van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz op andere geneesmiddelen

OAC’s kunnen het metabolisme van bepaalde andere werkzame stoffen beïnvloeden. Daardoor kunnen plasma- en weefselconcentraties zowel stijgen (bijvoorbeeld ciclosporine) als dalen (bijvoorbeeld lamotrigine).

Op basis van in vitro interactieonderzoek bij vrouwelijke vrijwilligers die omeprazol, simvastatine of midazolam gebruikten als indicatorsubstraat, is een klinisch relevante interactie van drospirenon in doses van 3 mg met het cytochroom P450 gemedieerde metabolisme van andere geneesmiddelen onwaarschijnlijk.

Klinische data suggereren dat ethinylestradiol de klaring van CYP1A2 substraten remt, wat leidt tot een zwakke (bijvoorbeeld theofylline) of matige (bijvoorbeeld tizanidine) toename in hun plasmaconcentratie.

  • Andere vormen van interacties

Bij patiënten zonder renale insufficiëntie werd bij gelijktijdig gebruik van drospirenon en ACE-remmers of NSAID’s geen significant effect op het serumkalium gezien. Desalniettemin is gelijktijdig gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz met aldosteronantagonisten of kaliumsparende diuretica niet onderzocht. In dit geval dient het serumkalium tijdens de eerste behandelingscyclus gecontroleerd te worden. Zie ook rubriek 4.4.

  • Laboratoriumbepalingen

Het gebruik van anticonceptieve steroïden kan van invloed zijn op de uitslag van bepaalde laboratoriumbepalingen, waaronder biochemische parameters van lever-, schildklier-, bijnier- en nierfunctie, plasmaspiegels van (transport-)eiwitten zoals corticosteroïdbindend globuline, lipiden/lipoproteïnefracties en parameters van koolhydraatmetabolisme, bloedstolling en fibrinolyse. In het algemeen blijven de veranderingen binnen het normale bereik. Drospirenon veroorzaakt een toename van de activiteit van plasmarenine en plasma-aldosteron, als gevolg van zijn lichte antimineralocorticoïde activiteit.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap.

Als zwangerschap optreedt tijdens het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz, dient verdere inname onmiddellijk gestaakt te worden. Uitgebreid epidemiologisch onderzoek heeft aangetoond dat er noch een toegenomen risico is op aangeboren afwijkingen bij kinderen van wie de moeder een combinatie-OAC gebruikte in de periode voorafgaande aan de zwangerschap, noch een toegenomen risico op teratogene afwijkingen wanneer een combinatie-OAC werd gebruikt zonder dat de gebruikster wist dat zij zwanger was.

Dierproeven hebben ongewenste effecten tijdens zwangerschap en borstvoeding aangetoond (zie rubriek 5.3). Gebaseerd op deze gegevens bij dieren kunnen ongewenste effecten veroorzaakt door de hormonale werking van de actieve bestanddelen niet worden uitgesloten. De algemene ervaring met combinatie-OAC’s tijdens de zwangerschap heeft echter geen bewijs geleverd voor het optreden van ongewenste effecten bij mensen.

De beschikbare gegevens met betrekking tot het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol tijdens de zwangerschap zijn te beperkt om er conclusies op te baseren over nadelige effecten van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz op de zwangerschap en de gezondheid van de foetus of het pasgeboren kind. Tot dusver zijn er geen relevante epidemiologische gegevens beschikbaar.

Er moet rekening gehouden worden met het verhoogde risico op VTE in de periode na de bevalling wanneer het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24 + 4 Sandoz hervat wordt (zie rubrieken 4.2 en 4.4).

Borstvoeding

De lactatie kan worden beïnvloed door combinatie-OAC’s, omdat zij de hoeveelheid moedermelk kunnen verminderen en de samenstelling ervan kunnen veranderen. Daarom wordt het gebruik van een combinatie-OAC in het algemeen niet aangeraden totdat de moeder volledig met borstvoeding is gestopt. Bij het gebruik van een combinatie-OAC kunnen kleine hoeveelheden van de anticonceptieve steroïden en/of hun metabolieten worden uitgescheiden met de melk. Deze hoeveelheden kunnen een effect hebben op het kind.

Vruchtbaarheid

Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz wordt gebruikt om zwangerschap te voorkomen. Voor informatie over het weer opnieuw vruchtbaar worden, zie rubriek 5.1.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen studies uitgevoerd naar effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Er zijn geen effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen waargenomen bij gebruiksters van combinatie-OAC’s.

4.8 Bijwerkingen

Voor ernstige ongewenste effecten bij combinatie-OAC-gebruiksters zie ook rubriek 4.4.

De volgende ongewenste geneesmiddelenreacties zijn gemeld tijdens het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz.

De tabel geeft een overzicht van de bijwerkingen per MedDRA orgaansysteemklasse. De frequenties zijn gebaseerd op gegevens van klinische trials. De meest toepasselijke MedDRA-term wordt gebruikt voor de beschrijving van een bepaalde reactie, synoniemen en verwante aandoeningen

Bijwerkingen die zijn gezien bij het gebruik van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz als een oraal anticonceptivum of voor de behandeling van matige acne vulgaris, volgens het MedDRA classificatiesysteem en MedDRA-termen

OrgaansysteemklasseFrequentie van bijwerkingen
(MedDRA versie 9.1)VaakSomsZeldenOnbekend
(≥1/100, <1/10)(≥1/1.000, <1/100)(≥1/10.000, <1/1.000)(kan niet geschat worden met de beschikbare gegevens)
Infecties en parasitaire aandoeningenCandidose
Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Anemie

Trombocytemie

Immuunsysteem

aandoeningen

Allergische reactie

Overgevoelighe id

Exacerbatie van symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem

Endocriene aandoeningenEndocriene aandoening
Voedings- en stofwisselingsaandoeningen

Toegenomen eetlust

Anorexie

Hyperkaliëmie

Hyponatriëmie

Psychische aandoeningenEmotionele labiliteit

Depressie

Nervositeit

Slaperigheid

Anorgasmie

Slapeloosheid

ZenuwstelselaandoeningenHoofdpijn

Duizeligheid

Paresthesie

Vertigo

Tremor

Oogaandoeningen

Conjunctivitis

Droge ogen

Oogaandoening

HartaandoeningenTachycardie
Bloedvataandoeningen

Migraine

Spataderen

Hypertensie

Veneuze trombo-embolie (VTE)

Arteriële trombo-embolie (ATE)

Flebitis

Vaataandoening

Epistaxis

Syncope

Maagdarmstelselaandoenin genNausea

Buikpijn

Braken

Dyspepsie

Flatulentie

Gastritis

Diarree

Gezwollen buik

Maagdarmstelse laandoening

Opgezwollen gevoel

Hiatushernia

Orale candidose

Obstipatie

Droge mond

Lever- en galaandoeningen

Pijn in de galblaas

Cholecystitis

Huid- en onderhuidaandoeningen

Acne

Pruritus

Chloasma

Eczeem

Rash

Alopecia

Acneiforme dermatitis

Droge huid

Erythema nodosum

Hypertrichose

Huidaandoening

Striae

Contactdermatiti s

Fotosensibiliteit sdermatitis

Huidknobbels

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen

Rugpijn

Pijn in de extremiteiten

Spierkrampen

Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen

Pijn in de borsten

Metrorragie*

Amenorroe

Vaginale candidose

Pijn in het bekken

Borstvergroting

Fibrocyste in de borst

Uterien/vaginaa l bloeden*

Genitale afscheiding

Opvliegers

Vaginitis

Menstruatiesto ornis

Dysmenorroe

Hypomenorroe

Menorragie

Droge vagina

Verdachte uitslag van het uitstrijkje

Verminderd libido

Dyspareunie

Vulvovaginitis

Postcoïtaal bloeden

Onttrekkingsblo eding

Cyste in de borst

Mammahyperpl asie

Mammaneoplas ma

Cervixpoliep

Endometriumatr ofie

Ovariumcyste

Uterusvergrotin g

Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen

Asthenie

Toegenomen zweten

Oedeem (gegeneraliseer

Malaise
d, perifeer, gezichtsoedeem )
OnderzoekenGewichtstoena meGewichtsafname

* Bloedingsonregelmatigheden verdwijnen meestal bij voortgezette behandeling.

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Er is een verhoogd risico waargenomen op arteriële en veneuze trombotische en trombo-embolische voorvallen, waaronder myocardinfarct, beroerte, transiënte ischemische aanvallen (TIA’s), veneuze trombose en longembolie bij vrouwen die gecombineerde hormonale anticonceptiva gebruikten. Hier wordt in rubriek 4.4 dieper op ingegaan.

De volgende ernstige bijwerkingen, die besproken zijn in rubriek 4.4”, zijn gerapporteerd bij gebruiksters van combinatie-OAC’s:

  • veneuze trombo-embolieën
  • arteriële trombo-embolieën
  • hypertensie
  • levertumoren
  • aandoeningen die kunnen optreden of verslechteren, waarvan geen eenduidig bewijs is dat er verband bestaat met het gebruik van combinatie-OAC’s: ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, epilepsie, uterusmyomen, porfyrie, systemische lupus erythematodes, herpes gestationis, chorea van Sydenham, hemolytisch-uremisch syndroom, cholestatische geelzucht
  • chloasma.
  • Acute en chronische leverfunctiestoornissen kunnen het noodzakelijk maken dat het gebruik van een combinatie-OAC wordt gestaakt totdat de parameters weer zijn genormaliseerd.
  • Exogene oestrogenen kunnen symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem opwekken of verergeren.

De frequentie van borstkankerdiagnoses is heel licht verhoogd bij gebruiksters van anticonceptiva. Aangezien borstkanker zelden voorkomt bij vrouwen onder de 40 jaar, is het aantal extra gevallen klein vergeleken met het levenslange risico op borstkanker. Een oorzakelijk verband met combinatie-OAC’s is onbekend. Voor verdere informatie, zie rubriek 4.3 en 4.4.

Interacties

Doorbraakbloedingen en/of zwangerschap kunnen het gevolg zijn van interacties met andere geneesmiddelen (enzyminductoren) en orale anticonceptiva (zie rubriek 4.5).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb Website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Er is nog geen ervaring met overdosering met Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz. Op basis van de algemene ervaring met combinatie-OAC’s zijn de symptomen die mogelijk kunnen optreden bij een overdosis: misselijkheid, braken en - bij jonge meisjes - een lichte vaginale bloeding. Er bestaat geen tegengif en verdere behandeling is alleen symptomatisch.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische groep (ATC): Progestagenen en oestrogenen, combinatiepreparaten

ATC-code: G03AA 12

Pearl Index voor falen van de methode: 0,41 (bovenste, tweezijdige 95%-betrouwbaarheidsgrens: 0,85).

Totale Pearl Index (falen van de methode + falen gebruikster): 0,80 (bovenste, tweezijdige 95%-betrouwbaarheidsgrens: 1,30).

De contraceptieve werking van Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz is gebaseerd op de interactie van een aantal factoren, waarbij remming van de ovulatie en veranderingen in het endometrium als de meest belangrijke worden beschouwd.

In een studie naar de remming van de ovulatie gedurende 3 cycli is een 24 dagen regime met drospirenon 3mg/ethinylestradiol 0,020mg vergeleken met een 21 dagen regime. Het 24 dagen regime werd in verband gebracht met een sterkere suppressie van de folliculaire ontwikkeling. Na vooraf vastgestelde doseringsfouten tijdens de derde cyclus van de behandeling, liet een groter deel van de vrouwen met een 21 dagen regime ovariële activiteit zien met onder andere extra ovulaties, ten opzichte van de vrouwen met een 24 dagen regime. De ovariële activiteit kwam tijdens de eerstvolgende cyclus na de behandeling weer terug op het niveau van voor de behandeling bij 91,8% van de vrouwen met een 24 dagen regime.

Drospirenon/Ethinylestradiol 3/0,02 mg 24+4 Sandoz is een combinatie-OAC met ethinylestradiol en het progestageen drospirenon. Bij een therapeutische dosering heeft drospirenon ook antiandrogene en lichte antimineralocorticoïde eigenschappen. Drospirenon heeft geen oestrogene, glucocorticoïde of antiglucocorticoïde eigenschappen. Dit geeft drospirenon een farmacologisch profiel dat sterk overeenkomt met het natuurlijke hormoon progesteron.

Vanuit klinisch onderzoek zijn er aanwijzingen dat de lichte antimineralocorticoïde eigenschappen van drospirenon 3mg/ethinylestradiol 0,020mg resulteren in een licht antimineralocorticoïd effect.

Er zijn twee multicenter dubbelblinde, gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken uitgevoerd naar de werkzaamheid en veiligheid van drospirenon 3mg/ethinylestradiol 0,020mg bij vrouwen met matige acne vulgaris.

Na zes maanden behandeling vertoonde drospirenon 3mg/ethinylestradiol 0,020mg, vergeleken met placebo, een statistisch significant grotere vermindering van inflammatoire laesies (15,6% [49,3% v. 33,7%]), niet inflammatoire laesies (18,5% [40,6% v. 22,1%]) en totale laesies (16,5% [44,6% v. 28,1%]). Bovendien gaf een groter percentage proefpersonen (11,8% [18,6% v. 6,8%]) de beoordeling “schoon” of “bijna schoon” op de Investigator’s Static Global Assessment (ISCA) schaal.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Drospirenon

Absorptie

Oraal toegediend drospirenon wordt snel en bijna volledig geabsorbeerd. Na een eenmalige inname wordt na ongeveer 1-2 uur een serumpiek van ongeveer 38 ng/ml bereikt. De biologische beschikbaarheid ligt tussen 76 en 85%. De inname van voedsel heeft geen invloed op de biologische beschikbaarheid van drospirenon.

Distributie

Na orale toediening neemt de drospirenonspiegel in het serum af met een terminale halfwaardetijd van 31 uur. Drospirenon bindt aan plasma-albumine en bindt niet aan sekshormoonbindend globuline (SHBG) of aan corticosteroïdbindend globuline (CBG). Slechts 3-5% van de totale serumconcentratie van het actieve bestanddeel is ongebonden aanwezig. De door ethinylestradiol geïnduceerde toename van het SHBG beïnvloedt de serumeiwitbinding van drospirenon niet. Het schijnbare verdelingsvolume van drospirenon is 3,7±1,2 l/kg.

Biotransformatie

Drospirenon wordt in hoge mate gemetaboliseerd na orale toediening. De belangrijkste metabolieten in plasma zijn de zure vorm van drospirenon, die wordt gevormd door het openen van de lactonring, en 4,5-dihydro-drospirenon-3-sulfaat, gevormd door reductie en vervolgens sulfatatie. Drospirenon is ook onderhevig aan oxidatieve metabolisme gekatalyseerd door CYP3A4.

In vitro kan drospirenon de cytochroom P450 enzymen CYP1A1, CYP2C9, CYP2C19 en CYP3A4 zwak tot matig remmen.

Eliminatie

De metabolische klaringssnelheid van drospirenon in het serum is 1,5±0,2 ml/min/kg. Van drospirenon worden slechts spoorhoeveelheden in ongewijzigde vorm uitgescheiden. De metabolieten van drospirenon worden uitgescheiden met de feces en urine met een uitscheidingsverhouding van ongeveer 1,2 tot 1,4. De halfwaardetijd van metabolietenuitscheiding met de urine en feces is ongeveer 40 uur.

Steady-state-concentratie

Tijdens een behandelingscyclus bereiken de drospirenonconcentraties in het serum een maximum steady-state-concentratie van ongeveer 70 ng/ml na ongeveer 8 dagen behandeling. De drospirenonspiegels in het serum accumuleerden met een factor van ongeveer 3 als gevolg van de verhouding tussen terminale halfwaardetijd en doseerinterval.

Speciale patiëntengroepen

Nierinsufficiëntie

De steady-state drospirenonspiegels in het serum bij vrouwen met lichte nierinsufficiëntie (creatinineklaring CLcr, 50-80 ml/min) waren vergelijkbaar met die van vrouwen met een normale nierfunctie. De drospirenonspiegels waren gemiddeld 37% hoger bij vrouwen met matige nierinsufficiëntie (CLcr, 30-50 ml/min) dan bij vrouwen met een normale nierfunctie. Behandeling met drospirenon werd ook door vrouwen met lichte en matige nierinsufficiëntie goed verdragen. Tijdens behandeling met drospirenon werd geen klinisch significant effect op de serumconcentratie van kalium waargenomen.

Leverinsufficiëntie

In een onderzoek met enkelvoudige toediening was de orale klaring (CL/F) bij vrijwilligers met een matige leverfunctiestoornis ongeveer 50% lager dan bij personen met een normale leverfunctie. De waargenomen verlaging van de drospirenonklaring bij vrijwilligers met een matige leverfunctiestoornis werd niet vertaald in schijnbare verschillen in serumconcentratie van kalium. Zelfs in aanwezigheid van diabetes en gelijktijdige behandeling met spironolacton (twee factoren die kunnen predisponeren voor hyperkaliëmie) werd geen toename van de serumconcentratie van kalium boven de bovenste limiet van de normale waarden waargenomen. Er kan worden geconcludeerd dat drospirenon goed wordt verdragen door patiënten met een lichte of matige leverfunctiestoornis (Child-Pugh B).

Etnische groepen

Er zijn geen klinisch relevante verschillen tussen Japanse en Indo-Europese vrouwen waargenomen in de farmacokinetiek van drospirenon of ethinylestradiol.

Ethinylestradiol

Absorptie

Oraal toegediend ethinylestradiol wordt snel en volledig geabsorbeerd. Na toediening van een enkelvoudige orale dosis worden na 1-2 uur piekserumconcentraties van 33 pg/ml bereikt. Als gevolg van presystemische conjugatie en first-pass metabolisme is de absolute biologische beschikbaarheid ongeveer 60%. Gelijktijdige inname van voedsel verlaagt de biologische beschikbaarheid van ethinylestradiol bij ongeveer 25% van de onderzochte proefpersonen terwijl bij de overigen geen verandering optrad.

Distributie

De ethinylestradiolspiegels in het serum dalen in twee fasen; de terminal dispositiefase wordt gekenmerkt door een halfwaardetijd van ongeveer 24 uur. Ethinylestradiol wordt uitgebreid maar niet specifiek gebonden aan serumalbumine (ongeveer 98,5%) en veroorzaakt een stijging van he serumconcentratie van SHBG en corticosteroïdbindend globuline (CBG). Een schijnbaar verdelingsvolume van ongeveer 5 l/kg is vastgesteld.

Biotransformatie

Ethinylestradiol is onderworpen aan een significante darm- en first-pass levermetabolisme. Ethinylestradiol wordt primair gemetaboliseerd door aromatische hydroxylatie, waarbij verscheidene gehydroxyleerde en gemethyleerde metabolieten gevormd worden, die aanwezig zijn als vrije metabolieten en als glucuronide- en sulfaatconjugaten. De metabole klaring van ethinylestradiol is ongeveer 5 ml/min/kg.

Ethinylestradiol is in vitro een reversibele remmer van CYP2C19, CYP1A1 en CYP1A2 en is ook een mechanismegebaseerde remmer van CYP3A4/5, CYP2C8, en CYP2J2.

Eliminatie

Ethinylestradiol wordt niet in een significante hoeveelheid in onveranderde vorm uitgescheiden. De gevormde metabolieten worden in de urine en gal uitgescheiden in een verhouding van 4:6. De halfwaardetijd van de uitscheiding van de metabolieten is ongeveer 1 dag.

Steady-state-concentratie

Steady-state-waarden worden tijdens de tweede helft van een behandelingscyclus bereikt. De ethinylestradiolspiegels in het serum accumuleren met een factor van ongeveer 2,0 tot 2,3.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Bij laboratoriumdieren bleven de effecten van drospirenon en ethinylestradiol beperkt tot degene die samenhangen met de bekende farmacologische werking. In het bijzonder hebben toxiciteitsstudies met betrekking tot de voortplanting bij dieren embryotoxische en foetotoxische effecten aan het licht gebracht die als soort-specifiek kunnen worden beschouwd. Bij blootstelling aan hogere doses dan die bij gebruiksters van drospirenon 3mg/ethinylestradiol 0,020mg zijn effecten op de geslachtsdifferentiatie waargenomen bij ratfoetussen, maar niet bij apen.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Werkzame filmomhulde tabletten (roze):

Tabletkern:

Lactosemonohydraat,

Gepregelatineerd zetmeel (maïs)

Povidon K-30 (E1201)

Croscarmellosenatrium

Polysorbaat 80

Magnesiumstearaat (E572)

Tabletomhulling:

Polyvinylalcohol

Titaniumdioxide (E171)

Macrogol 3350

Talk

IJzeroxide geel (E172)

IJzeroxide rood (E172)

IJzeroxide zwart (E172).

Filmomhulde placebotabletten (wit):

Tabletkern:

Watervrij lactose

Povidon K-30 (E1201)

Magnesiumstearaat (E572)

Tabletomhulling:

Polyvinylalcohol

Titaniumdioxide (E171)

Macrogol 3350

Talk.

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

3 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Heldere tot licht doorzichtige PVC/PVdC/Al blisterverpakking.

Iedere strip bevat 24 roze, werkzame filmomhulde tabletten en 4 witte filmomhulde placebotabletten.

Verpakkingsgrootten:

1x28 filmomhulde tabletten

3x28 filmomhulde tabletten

6x28 filmomhulde tabletten

13x28 filmomhulde tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Sandoz B.V.

Hospitaaldreef 29

1315 RC Almere

Nederland

8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 109939

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 25 april 2013

Datum van laatste verlenging: 4 juli 2017

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 8 februari 2024

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 109939

Datum van herziening volgens de tekst: 08-02-2024

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Drospirenon/Ethinylestradiol 3 0,02 mg filmomhulde tablet (Sandoz B.V.)

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stoffen Drospirenon, Ethinylestradiol
Farmaceutische vorm Filmomhulde tablet
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
croscarmellose natrium (e 468), ijzeroxide geel (e 172), ijzeroxide rood (e 172), ijzeroxide zwart (e 172) … (+15)+

croscarmellose natrium (e 468), ijzeroxide geel (e 172), ijzeroxide rood (e 172), ijzeroxide zwart (e 172), lactose 0-water, macrogol 3350, macrogol 3350, magnesiumstearaat (e 470b), magnesiumstearaat (e 470b), maïszetmeel, gepregelatineerd, polysorbaat 80 (e 433), polyvinylalcohol, gedeeltelijk gehydrolyseerd (e1203), polyvinylalcohol, gedeeltelijk gehydrolyseerd (e1203), povidon k 30 (e 1201), povidon k 30 (e 1201), talk (e 553b), talk (e 553b), titaandioxide (e 171), titaandioxide (e 171)

ATC-indeling
  1. G Middelen voor urogenitaal stelsel en geslachtshormonen
    1. G03 Geslachtshormonen en modulatoren van het genitale systeem
      1. G03A Hormonale anticonceptiva voor systemisch gebruik
        1. G03AA Progestagenen en oestrogenen, systemische anticonceptiva, vaste combinaties
          1. G03AA12 drospirenone and ethinylestradiol
Registratiehouder Sandoz B.V.
Registratie 109939 sinds 25-04-2013 Procedure: NL/H/2347/001

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.