SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Divisun 800 IE tablet
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Divisun 800 IE, tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Iedere tablet bevat 800 IE cholecalciferol (vitamine D3), overeenkomend met 20 microgram vitamine D3.
Hulpstoffen met bekend effect:
Iedere tablet bevat 91 mg isomalt en 1,68 mg sucrose.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
Witte tot lichtgele biconvexe tablet, met een diameter van 7 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Preventie en behandeling van vitamine D tekort bij ouderen en adolescenten. Vitamine D tekort wordt gedefinieerd door serumspiegels 25-hydroxycholecalciferol (25(OH)D) < 25 nmol/l.
Als adjuvans bij een specifieke behandeling van osteoporose bij patiënten die een risico lopen op een vitamine D tekort, bij voorkeur in combinatie met calcium.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Aanbevolen dosis: één tablet per dag.
Voor de behandeling van vitamine D tekort kunnen hogere doses nodig zijn, waarbij de dosis dient te worden aangepast op geleide van de gewenste serumspiegels 25-hydroxycholecalciferol (25(OH)D), de ernst van de aandoening en de respons van de patiënt op de behandeling.
De dagelijkse dosis is maximaal 4000 IE (vijf tabletten per dag).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Divisun bij kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet vastgesteld.
Dosering bij leverstoornissen
Er is geen dosisaanpassing vereist.
Dosering bij nierstoornissen
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met nierstoornissen (zie rubriek 4.4).
Wijze van toediening
De tabletten kunnen in zijn geheel, gebroken of fijngemaakt worden doorgeslikt. De tabletten kunnen met voedsel worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
- Ziekten en/of omstandigheden die leiden tot hypercalciëmie en/of hypercalciurie.
- Nefrolithiase.
- Nefrocalcinose.
- Hypervitaminose D.
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid voorgeschreven worden bij patiënten die lijden aan sarcoïdose, vanwege het risico op een verhoogd metabolisme van vitamine D tot zijn actieve vorm. Bij deze patiënten moet het calciumgehalte in het serum en de urine gecontroleerd worden.
Tijdens een langdurige behandeling moeten de serumspiegels van calcium gevolgd worden en moet de nierfunctie gecontroleerd worden door meting van de serumcreatininespiegels. Deze controle is bijzonder belangrijk bij ouderen die gelijktijdig behandeld worden met hartglycosiden of diuretica (zie rubriek 4.5) en bij patiënten met een sterke neiging tot steenvorming. In geval van hypercalciurie (meer dan 300 mg (7,5 mmol)/24 uur) of verschijnselen van nierfunctiestoornissen moet de dosis verminderd worden of moet de behandeling stopgezet worden.
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten met nierfunctiestoornissen en het effect op de calcium- en fosfaatspiegels moet gevolgd worden. Het risico op calcificatie van de weke weefsels moet in acht genomen worden. Bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie, wordt vitamine D in de vorm van cholecalciferol niet normaal gemetaboliseerd en daarom kunnen andere vormen van vitamine D nodig zijn.
Het gehalte van vitamine D (800 IE) in Divisun moet in acht genomen worden indien er andere geneesmiddelen die vitamine D bevatten worden voorgeschreven. De inname van bijkomende doses calcium of vitamine D moet onder strikt medisch toezicht gebeuren. In dergelijke gevallen is het nodig de serumspiegels van calcium en de urine excretie van calcium frequent te controleren.
Divisun bevat sucrose, isomalt en natrium.
Patiënten met de zeldzame erfelijke aandoening van fructose intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie mogen dit geneesmiddel niet innemen.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet. Dat wil zeggen dat het in wezen “natriumvrij” is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Thiazidediuretica verminderen de urinaire excretie van calcium. Omwille van een verhoogd risico op hypercalciëmie, moet de serumspiegel van calcium regelmatig gecontroleerd worden bij het gelijktijdig gebruik van thiazidediuretica.
Gelijktijdig gebruik van fenytoïne of barbituraten kan de werking van vitamine D verminderen omdat het metabolisme toeneemt.
Overmatige dosering van vitamine D kan hypercalciëmie induceren wat ten gevolge van additieve inotrope effecten het risico op digitalis toxiciteit en ernstige aritmieën kan verhogen. Bij deze patiënten moet men het elektrocardiogram (ECG) en de serumspiegels van calcium controleren.
Glucocorticoïden kunnen het metabolisme en eliminatie van vitamine D versnellen. Bij gelijktijdig gebruik kan het nodig zijn om de dosis cholecalciferol te verhogen.
Gelijktijdige behandeling met orlistat of ion uitwisselende harsen zoals cholestyramine of laxantia zoals paraffineolie kunnen de gastro-intestinale absorptie van vitamine D verminderen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens over het effect van cholecalciferol op de zwangerschap. Het wordt echter niet verwacht dat normale endogene vitamine D spiegels een negatief effect hebben of de vruchtbaarheid.
Zwangerschap
Cholecalciferol mag alleen in het geval van vitamine D deficiëntie gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Cholecalciferol wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap bij patiënten zonder vitamine D deficiëntie omdat de dagelijkse inname niet dan 600 IE vitamine D mag bedragen. Dierstudies lieten reproductietoxiciteit zien van hoge doses vitamine D (zie rubriek 5.3). Er zijn geen aanwijzingen dat therapeutische doses vitamine D teratogeen zijn bij mensen.
Borstvoeding
Vitamine D mag gebruikt worden tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven. Vitamine D3 gaat over in de moedermelk. Dit moet in acht genomen worden als aanvullende vitamine D wordt toegediend aan het kind.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens over het effect van dit geneesmiddel op het vermogen om voertuigen te besturen. Een effect is echter onwaarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen zijn gedefinieerd als: soms (≥1/1000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1000) of niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): Overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem of larynxoedeem.
Metabolisme en voedingsstoornissen
Soms: Hypercalciëmie en hypercalciurie.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zeer zelden : pruritis, huiduitslag en urticaria.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Een overdosering kan leiden tot hypervitaminose D. Een overmaat vitamine D veroorzaakt abnormaal hoge calciumspiegels in het bloed, die uiteindelijk ernstige schade kunnen toebrengen aan de weke weefsels en nieren. De bovenlimiet van getolereerde ingenomen hoeveelheid Vitamine D3 (cholecalciferol) is gesteld op 4000 IE (100 microgram) per dag. Vitamine D3 dient niet te worden verward met de actieve metabolieten.
De symptomen van hypercalciëmie kunnen omvatten: anorexie, dorst, misselijkheid, braken, obstipatie, buikpijn, spierzwakte, vermoeidheid, mentale stoornissen, polydipsie, polyurie, botpijn, nefrocalcinose, nierstenen en in ernstige gevallen, cardiale aritmieën. Extreme hypercalciëmie kan resulteren in coma en overlijden. Constant hoge calciumspiegels kunnen leiden tot irreversibele nierschade en calcificatie van de weke weefsels.
Behandeling van hypercalciëmie: De behandeling met vitamine D moet stopgezet worden. De behandeling met thiazidediuretica, lithium, vitamine A en hartglycosiden moet ook stopgezet worden. Rehydratie en, afhankelijk van de ernst, een geïsoleerde of gecombineerde behandeling met lisdiuretica, bisfosfonaten, calcitonine en corticosteroïden moet worden overwogen. De serumelektrolyten, de nierfunctie en de diurese moeten gecontroleerd worden. In ernstige gevallen moeten het ECG en de CVD gecontroleerd worden.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Vitaminesupplementen
ATC-code: A11C C05
Vitamine D verhoogt de intestinale absorptie van calcium en fosfaat.
De toediening van vitamine D3 gaat ontwikkeling van rachitis bij kinderen en osteomalacie bij volwassenen tegen. Het neutraliseert ook de stijging van het parathyroïdhormoon (PTH) die het gevolg is van het calcium tekort en die aanleiding geeft tot een verhoogde botresorptie. Naast bot en intestinale mucosa kunnen vele andere weefsels vitamine D receptoren hebben waaraan de actieve hormonale vorm vitamine D, calcitriol, bindt.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Vitamine D
Absorptie
Vitamine D wordt gemakkelijk geabsorbeerd in de dunne darm.
Distributie en biotransformatie
Cholecalciferol en zijn metabolieten circuleren in het bloed, gebonden aan een specifiek globuline. Cholecalciferol wordt in de lever door hydroxylering omgezet tot de actieve vorm 25-hydroxycholecalciferol. Dit wordt dan verder in de nieren omgezet tot 1,25-dihydroxycholecalciferol. 1,25-dihydroxycholecalciferol is de metaboliet die verantwoordelijk is voor de verhoogde calciumabsorptie. Vitamine D dat niet gemetaboliseerd wordt, wordt opgeslagen in het vet- en spierweefsel.
Eliminatie
Vitamine D wordt uitgescheiden in feces en urine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Bij doses die veel hoger lagen dan het therapeutisch bereik bij mensen, werd teratogeniciteit waargenomen in dierstudies. Er is geen verdere informatie beschikbaar die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid, afgezien van hetgeen wordt vermeld in de andere delen van de SPC.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Maïszetmeel, gepregelatiniseerd
Isomalt (E 953)
Magnesiumstearaat
Sucrose
Natriumascorbaat
Triglyceriden, medium chain
Silica, colloïdaal watervrij
Gemodificeerd voedingszetmeel (mais)All-rac-alpha tocoferol
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30 °C.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht. De verpakking zorgvuldig gesloten houden ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
30, 60, 90 tabletten in witte, opake PVC/PVDC/Aluminium blisterverpakking in een kartonnen doos.
250 tabletten in plastic potten van HDPE met LDPE dop.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen speciale vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Viatris Healthcare Ltd
Damastown Industrial Park
Mulhuddart
Dublin 15
Dublin
Ierland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 109770
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 28 juni 2012
Datum van laatste verlenging: 18 april 2017
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 15 oktober 2025
