SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Cetirizine diHCl Triangle Pharma
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Cetirizine diHCl Triangle Pharma 10 mg hooikoortstabletten, filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 10 mg cetirizine dihydrochloride.
Hulpstof(fen) met bekend effect:
Elke filmomhulde tablet bevat 64,08 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Wit tot witachtig, ronde, biconvexe, omhulde tablet, met deelstreep aan één kant.
De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Cetirizine diHCl Triangle Pharma 10 mg hooikoortstabletten is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen en kinderen van 6 jaar en ouder:
- ter verlichting van neusklachten en oogklachten bij seizoensgebonden en niet-seizoensgebonden allergische rhinitis
- ter verlichting van symptomen van chronische idiopatische urticaria
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Kinderen van 6 tot 12 jaar
tweemaal daags 5 mg (tweemaal daags ½ tablet).
Volwassenen en adolescenten van 12 jaar en ouder
éénmaal daags 10 mg (éénmaal daags 1 tablet).
Speciale patiëntengroepen
Oudere patiënten
Gegevens wijzen er niet op dat bij oudere patiënten met een normale nierfunctie de dosis moet worden verlaagd.
Patiënten met een nierfunctiestoornis
Er zijn geen gegevens beschikbaar die de ratio werkzaamheid/veiligheid onderbouwen bij patiënten met een nierfunctiestoornis. Omdat cetirizine voornamelijk via de nieren wordt uitgescheiden (zie rubriek 5.2) moeten in gevallen dat geen alternatieve behandeling kan worden toegepast, de doseringsintervallen individueel worden aangepast overeenkomstig de nierfunctie. Voor het aanpassen van de dosis wordt verwezen naar onderstaande tabel.
Dosisaanpassing bij volwassen patiënten met een nierfunctiestoornis:
| Groep | Geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) (ml/min) | Dosering en frequentie |
|---|---|---|
Normale nierfunctie Licht verminderde nierfunctie Matig verminderde nierfunctie Ernstig verminderde nierfunctie Terminale nierinsufficiëntie | ≥90 60 – <90 30 – <60 15 - < 30 zonder dialyse < 15 met dialyse | 10 mg eenmaal per dag 10 mg eenmaal per dag 5 mg eenmaal per dag 5 mg eenmaal per 2 dagen gecontra-indiceerd |
Patiënten met een leverfunctiestoornis
Bij patiënten met uitsluitend een leverfunctiestoornis is geen aanpassing van de dosis nodig. Bij patiënten met een lever- en nierfunctiestoornis wordt een aanpassing van de dosis aanbevolen (zie rubriek “Patiënten met een nierfunctiestoornis” hierboven).
Pediatrische patiënten
De tablet mag niet gebruikt worden bij kinderen jonger dan 6 jaar, omdat deze vorm de nodige dosisaanpassingen niet toelaat.
Kinderen van 6 tot 12 jaar: tweemaal daags 5 mg (tweemaal daags een halve tablet). Adolescenten vanaf 12 jaar: eenmaal daags 10 mg (1 tablet).
Bij pediatrische patiënten met een nierfunctiestoornis dient de dosis te worden aangepast op individuele basis, waarbij rekening moet worden gehouden met de renale klaring, de leeftijd en het lichaamsgewicht van de patiënt.
Wijze van toediening
De tabletten dienen te worden doorgeslikt met een glas vloeistof.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, voor hydroxyzine of voor andere piperazine afgeleiden.
Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis met een eGFR (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid) onder 15 ml/min.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij therapeutische doseringen zijn geen klinisch significante interacties aangetoond met alcohol (bij een alcohol bloedspiegel van 0,5 g/l). Desalniettemin is voorzichtigheid geboden bij het gelijktijdig gebruik van alcohol.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met predisponerende factoren voor urineretentie (bijvoorbeeld laesie ter hoogte van het ruggenmerg, prostaathyperplasie) aangezien cetirizine het risico op urineretentie kan verhogen.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met epilepsie en bij patiënten met een risico op convulsies.
De reactie op allergiehuidtesten wordt geremd door antihistaminica. Hierdoor is een uitwas periode (van 3 dagen) vereist voordat een huidtest uitgevoerd wordt.
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Pruritus en/of urticaria kunnen optreden na stopzetting van de behandeling met cetirizine, zelfs als deze symptomen niet aanwezig waren vóór de start van de behandeling. In sommige gevallen, kunnen de symptomen ernstig zijn en moet de behandeling opnieuw gestart worden. Wanneer de behandeling opnieuw gestart is, zouden de symptomen moeten verdwijnen.
Pediatrische patiënten
Het gebruik van de filmomhulde tablet wordt niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 6 jaar, omdat met deze farmaceutische vorm een geschikte aanpassing van de dosering niet mogelijk is. Het wordt aanbevolen om een vorm van cetirizine te gebruiken die geschikt is voor kinderen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Vanwege het farmacokinetische, farmacodynamische en tolerantie profiel van cetirizine worden met dit antihistaminicum geen interacties verwacht. In onderzoeken naar interacties met andere geneesmiddelen, voornamelijk uitgevoerd met pseudo-efedrine of theofylline (400 mg/dag), werd noch melding gemaakt van farmacodynamische noch van significante farmacokinetische interacties.
De mate van absorptie van cetirizine wordt niet verminderd door voedsel, alhoewel de snelheid van absorptie is afgenomen.
Bij gevoelige patiënten kan het gelijktijdige gebruik van alcohol of andere onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel leiden tot een bijkomende vermindering van de alertheid en het functioneren, hoewel cetirizine het effect van alcohol niet versterkt (bloedspiegels van 0,5 g/l).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Voor cetirizine prospectief verzamelde gegevens over zwangerschapsuitkomsten suggereren geen potentiële toxiciteit voor de moeder, foetus of het embryo boven de achtergrondniveaus.
Dieronderzoek duidt niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot de zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, bevalling of postnatale ontwikkeling. Bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen dient voorzichtigheid in acht te worden genomen.
Borstvoeding
Cetirizine wordt uitgescheiden in de moedermelk. Een risico op bijwerkingen bij met moedermelk gevoede pasgeborenen kan niet worden uitgesloten. Afhankelijk van de tijd tussen toediening en monstertrekking wordt cetirizine uitgescheiden in moedermelk in concentraties van 25% tot 90% van de concentratie gemeten in het plasma. Daarom dient voorzichtigheid in acht te worden genomen bij het voorschrijven van cetirizine aan vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over de vruchtbaarheid bij de mens, maar er is geen veiligheidsprobleem geïdentificeerd.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op een veiligheidsprobleem voor de voortplanting bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Uit objectieve bepalingen van de rijvaardigheid, de slaaplatentie en de uitvoering van lopende band werkzaamheden is niet gebleken dat, bij de aanbevolen dosis van 10 mg, sprake is van klinisch relevante effecten.
Patiënten die van plan zijn te gaan rijden, mogelijk gevaarlijke activiteiten te gaan ondernemen of machines te gaan bedienen, dienen de aanbevolen dosis niet te overschrijden en dienen rekening te houden met hun reactie op het gebruik van dit geneesmiddel.
Bij daarvoor gevoelige patiënten kan het gelijktijdige gebruik van alcohol of andere onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel leiden tot een verminderde alertheid en een verminderd functioneren.
4.8 Bijwerkingen
Klinische onderzoeken
- Overzicht
Uit klinische onderzoeken is gebleken dat cetirizine in de aanbevolen dosering lichte bijwerkingen heeft op het centrale zenuwstelsel, waaronder slaperigheid, vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn. In sommige gevallen is melding gemaakt van paradoxale stimulatie van het centrale zenuwstelsel.
Hoewel cetirizine een selectieve perifere H1-receptor antagonist is en relatief vrij van anticholinerge activiteit, werden geïsoleerde gevallen gemeld van moeilijkheden bij het urineren, oogaccommodatiestoornissen en droge mond.
Gevallen van een verminderde leverfunctie met verhoogde leverenzymen in combinatie met een verhoogd bilirubinegehalte zijn gerapporteerd. Meestal verdwijnt dit vanzelf bij het staken van de behandeling met cetirizine dihydrochloride.
- Lijst van bijwerkingen
Dubbelblinde, gecontroleerde klinische onderzoeken, waarin cetirizine in de aanbevolen dosering (eenmaal daags 10 mg cetirizine) werd vergeleken met placebo of andere antihistaminica en waarvan gekwantificeerde veiligheidsgegevens beschikbaar zijn, omvatten meer dan 3.200 proefpersonen, die werden blootgesteld aan cetirizine.
Uit het geheel aan gegevens werden voor cetirizine 10 mg in placebogecontroleerde onderzoeken de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1,0% of meer:
Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine 10 mg (n= 3260) | Placebo (n = 3061) |
|---|---|---|
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: vermoeidheid | 1,63 % | 0,95 % |
Zenuwstelselaandoeningen: duizeligheid hoofdpijn | 1,10 % 7,42 % | 0,98 % 8,07 % |
Maagdarmstelselaandoeningen: buikpijn droge mond misselijkheid | 0,98 % 2,09 % 1,07 % | 1,08 % 0,82 % 1,14 % |
Psychische stoornissen: slaperigheid | 9,63 % | 5,00 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen faryngitis | 1,29 % | 1,34 % |
Hoewel slaperigheid statistisch vaker voorkwam bij cetirizine dan bij placebo, was deze bijwerking in het merendeel van de gevallen licht tot matig van aard. Zoals is gebleken uit andere onderzoeken hebben objectieve testen aangetoond dat in de aanbevolen dagelijkse dosering bij gezonde jonge vrijwilligers de gebruikelijke dagelijkse activiteiten niet werden beïnvloed.
Pediatrische patiënten
In placebogecontroleerde klinische onderzoeken bij kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 12 jaar werden de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1% of meer:
Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine (n=1656) | Placebo (n =1294) |
|---|---|---|
Maagdarmstelselaandoeningen: diarree | 1,0 % | 0,6 % |
Psychische stoornissen: slaperigheid | 1,8 % | 1,4 % |
Ademhalingsstelsel- borstkas- en mediastinumaandoeningen: rhinitis | 1,4 % | 1,1 % |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: vermoeidheid | 1.0 % | 0,3 % |
Post-marketingervaring
Naast de hierboven genoemde bijwerkingen die werden gemeld tijdens klinische onderzoeken werden de volgende bijwerkingen gemeld tijdens de post-marketingervaring.
Bijwerkingen worden beschreven per systeem-/orgaanklasse volgens MedDRA en per schatting van hun frequentie gebaseerd op post-marketingervaring.
De frequentiecategorieën worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
zeer zelden: trombocytopenie
Immuunsysteemaandoeningen
zelden: overgevoeligheid
zeer zelden: anafylactische shock
Voedings- en stofwisselingsstoornissen:
niet bekend: toegenomen eetlust
Psychische stoornissen
soms: agitatie
zelden: agressie, verwardheid, depressie, hallucinatie, slapeloosheid
zeer zelden: tics
niet bekend: zelfmoordgedachten, nachtmerrie
Zenuwstelselaandoeningen
soms: paresthesie
zelden: convulsies
zeer zelden: dysgeusie, syncope, tremor, dystonie, dyskinesie
niet bekend: amnesie, geheugenstoornis
Oogaandoeningen
zeer zelden: accommodatiestoornissen, wazig zien, oculogyrische crisis
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
niet bekend: vertigo
Hartaandoeningen
zelden: tachycardie
Maagdarmstelselaandoeningen
soms: diarree
Lever- en galaandoeningen
zelden: afwijkende leverfunctie (verhoogde transaminasen, alkalische fosfatase, γ-GT en bilirubine)
niet bekend: hepatitis
Huid- en onderhuidaandoeningen
soms: pruritus, rash
zelden: urticaria
zeer zelden: angioneurotisch oedeem, fixed drug eruption
niet bekend: acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
niet bekend: artralgie, myalgie
Nier- en urinewegaandoeningen
zeer zelden: dysurie, enuresis
niet bekend: urineretentie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
soms: asthenie, malaise
zelden: oedeem
Onderzoeken
zelden: gewichtstoename
Omschrijving van bijzondere bijwerkingen
Na stopzetting van de behandeling met cetirizine werden pruritus (ernstige jeuk) en/of urticaria gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
Verschijnselen die na een overdosering met cetirizine werden waargenomen kunnen voornamelijk in verband worden gebracht met effecten op het centrale zenuwstelsel of met anticholinerge effecten. Bijwerkingen waarvan melding is gemaakt na inname van minimaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse dosis zijn: verwardheid, diarree, duizeligheid, vermoeidheid, hoofdpijn, malaise, mydriasis, pruritus, rusteloosheid, sedatie, slaperigheid, stupor, tachycardie, tremor en urineretentie.
Behandeling
Er bestaat geen specifiek antidotum voor cetirizine. In geval van overdosering wordt een symptomatische of ondersteunende behandeling aanbevolen. Kort na inname van het geneesmiddel kan maagspoelen worden overwogen. Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Antihistaminica voor systemisch gebruik, piperazine afgeleiden, ATC-code: R06A E07.
Werkingsmechanisme
Cetirizine, een humane metaboliet van hydroxyzine, is een krachtige en selectieve antagonist van de perifere H1-receptoren. Uit in-vitro receptor bindingsonderzoeken is niet gebleken dat er een meetbare affiniteit is voor andere receptoren dan H1-receptoren.
Farmacodynamische effecten
Aangetoond is dat cetirizine, naast een antihistaminerge werking, ook anti-allergische eigenschappen bezit. Bij atopische proefpersonen die een allergeenprovocatie ondergingen, werd bij een dosering van een- of tweemaal daags 10 mg, de late fase van het aantrekken van eosinofielen in de huid en de conjunctiva geremd.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Onderzoeken bij gezonde vrijwilligers hebben aangetoond dat cetirizine, bij doseringen van 5 en 10 mg, in sterke mate een remmend effect heeft op de wheal en flare reacties, geïnduceerd door zeer hoge histamineconcentraties in de huid, maar de correlatie met effectiviteit is niet vastgesteld.
In een zes weken durend placebogecontroleerd onderzoek bij 186 patiënten met allergische rhinitis en licht tot matig astma, verbeterde eenmaal daags 10 mg cetirizine de symptomen van rhinitis en veranderde de longfunctie niet. Dit onderzoek ondersteunt de veiligheid van de toediening van cetirizine aan allergische patiënten met licht tot matig astma.
Uit een placebogecontroleerd onderzoek is gebleken dat cetirizine, bij een hoge dagelijkse dosis van 60 mg gedurende zeven dagen, geen statistisch significante verlenging van het QT-interval veroorzaakte.
Er werd aangetoond dat cetirizine, in de aanbevolen dosering, de levenskwaliteit van patiënten met seizoensgebonden en niet-seizoensgebonden allergische rhinitis verbetert.
Pediatrische patiënten
In een 35 dagen durend onderzoek bij kinderen van 5 tot 12 jaar werd geen tolerantie voor het antihistaminerge effect van cetirizine (onderdrukking van wheal en flare) gevonden. Wanneer na herhaalde toediening een behandeling met cetirizine wordt gestopt, wordt binnen 3 dagen de normale huidreactiviteit voor histamine hersteld.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De steady-state piekplasmaconcentratie bedraagt ongeveer 300 ng/ml en wordt binnen 1,0 ± 0,5 uur bereikt.
De verdeling van de farmacokinetische parameters, zoals piekplasmaconcentratie (Cmax) en de oppervlakte onder de curve (AUC), is unimodaal.
Voedselinname vermindert de mate van absorptie van cetirizine niet, maar de absorptiesnelheid neemt wel af. De mate van biologische beschikbaarheid is gelijkaardig wanneer cetirizine wordt gegeven in een oplossing, als capsules of tabletten.
Distributie
Het schijnbare distributievolume bedraagt 0,50 l/kg. Cetirizine wordt voor 93 ± 0,3% gebonden aan plasma-eiwitten. Cetirizine beïnvloedt de eiwitbinding van warfarine niet.
Biotransformatie
Cetirizine ondergaat geen uitgebreid first-pass metabolisme.
Eliminatie
De terminale halfwaardetijd bedraagt ongeveer 10 uur en er werd voor cetirizine geen accumulatie waargenomen na dagelijkse doses van 10 mg gedurende 10 dagen. Ongeveer twee derde van de dosis wordt onveranderd in de urine uitgescheiden.
Lineariteit/non-lineariteit
Bij doseringen variërend van 5 tot 60 mg vertoont cetirizine een lineaire kinetiek.
Speciale populaties
Ouderen: bij 16 oudere proefpersonen was, na een eenmalige orale dosis van 10 mg de halfwaardetijd met ongeveer 50% gestegen en de klaring met 40% gedaald, vergeleken met jongere proefpersonen. Bij deze oudere vrijwilligers lijkt de daling van de klaring van cetirizine verband te houden met een verminderde nierfunctie.
Pediatrische patiënten: bij kinderen van 6 tot 12 jaar bedraagt de halfwaardetijd van cetirizine ongeveer 6 uur en bij kinderen van 2 tot 6 jaar 5 uur. Bij zuigelingen en peuters van 6 tot 24 maanden is de halfwaardetijd afgenomen tot 3,1 uur.
Patiënten met een verminderde nierfunctie: vergeleken met gezonde vrijwilligers was de farmacokinetiek bij patiënten met een lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring meer dan 40 ml/min) gelijk. Bij patiënten met een matige nierfunctiestoornis was sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%, vergeleken met gezonde vrijwilligers. Bij patiënten die hemodialyse (creatinineklaring onder 7 ml/min) ondergingen en een eenmalige orale dosis van 10 mg cetirizine toegediend kregen, was sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%, vergeleken met normale patiënten. Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse. Bij patiënten met een matige tot ernstige nierfunctiestoornis is een aanpassing van de dosis noodzakelijk (zie rubriek 4.2).
Patiënten met een verminderde leverfunctie: vergeleken met gezonde vrijwilligers was bij patiënten met chronische leveraandoeningen (hepatische, cholestatische en biliaire cirrose), die een eenmalige dosis van 10 of 20 mg cetirizine kregen toegediend, sprake van een stijging van de halfwaardetijd met 50% en een daling van de klaring met 40%. Een aanpassing van de dosis is alleen noodzakelijk bij patiënten met zowel een leverfunctiestoornis als een nierfunctiestoornis.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Kern:
lactosemonohydraat
microkristallijne cellulose (E460)
natriumcroscarmellose (E468)
magnesiumstearaat (E470b)
watervrij colloïdaal siliciumdioxide (E551)
Filmcoating:
macrogol 400
hydroxypropylmethylcellulose (E464)
titaandioxide (E171)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
PVC/PVdC/Aluminium blisters.
Cetirizine diHCl Triangle Pharma 10 mg hooikoortstabletten is verpakt in blisterverpakkingen à 2, 7, 10, 14, 20, 20x1, 21, 30, 50, 90, 100, 100x1 tabletten.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
MAE Holding B.V.
Stationsweg 4
5211 TW 's-Hertogenbosch
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 100881
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 21 november 2007
Datum van laatste verlenging: 21 november 2012
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 3, 4.2, 4.3, 4.4, 4.8, 5.1 t/m 5.3: 5 maart 2025
