SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Cetirizine 2HCl Teva
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Cetirizine 2HCl Teva 1 mg/ml, drank.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke ml drank bevat 1 mg cetirizine dihydrochloride.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke ml bevat 1,35 mg methylparahydroxybenzoaat, 0,15 mg propylparahydroxybenzoaat, 49,4 mg propyleenglycol en 450 mg sorbitol.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Drank
Heldere, kleurloze oplossing met bananengeur.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Cetirizine dihydrochloride 1 mg/ml drank is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen en kinderen van 2 jaar en ouder:
- ter verlichting van neusklachten en oogklachten bij seizoensgebonden en niet-seizoensgebonden allergische rhinitis.
- ter verlichting van symptomen van chronische idiopathische urticaria.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen
Eenmaal daags 10 mg (10 ml drank (2 volle maatlepeltjes)).
Speciale populaties
Ouderen
Gegevens wijzen er niet op dat bij ouderen met een normale nierfunctie de dosis moet worden verlaagd.
Nierfunctiestoornis
Er zijn geen gegevens voorhanden voor het vaststellen van de ratio werkzaamheid/veiligheid bij patiënten met een nierfunctiestoornis. Omdat cetirizine voornamelijk via de nieren wordt uitgescheiden (zie rubriek 5.2) moeten in gevallen dat geen alternatieve behandeling kan worden toegepast, de doseringsintervallen individueel worden aangepast overeenkomstig de nierfunctie. Voor het aanpassen van de dosis wordt verwezen naar onderstaande tabel.
Dosisaanpassing bij volwassen patiënten met een nierfunctiestoornis:
Groep frequentie | Creatinineklaring (ml/min) | Dosering en frequentie |
|---|---|---|
| Normale nierfunctie | ≥90 | 10 mg eenmaal per dag |
| Licht verminderde nierfunctie | 60 – < 90 | 10 mg eenmaal per dag |
| Matig verminderde nierfunctie | 30 – < 60 | 5 mg eenmaal per dag |
| Ernstig verminderde nierfunctie | 15 -<30 zonder dialyse | 5 mg eenmaal per 2 dagen |
| Eindstadium nierinsufficiëntie - | <15 met dialyse | Gecontra-indiceerd |
Leverfunctiestoornis
Bij patiënten met uitsluitend een leverfunctiestoornis is geen aanpassing van de dosis nodig. Bij patiënten met een lever- en nierfunctiestoornis wordt een aanpassing van de dosis aanbevolen (zie rubriek “Nierfunctiestoornis” hierboven).
Pediatrische patiënten
Kinderen van 2 tot 6 jaar
Tweemaal daags 2,5 mg (tweemaal daags 2,5 ml drank (tweemaal daags een half maatlepeltje)).
Kinderen van 6 tot 12 jaar
Tweemaal daags 5 mg (tweemaal daags 5 ml drank (tweemaal daags een vol maatlepeltje)).
Adolescenten vanaf 12 jaar
Eenmaal daags 10 mg (10 ml drank (2 volle maatlepeltjes)).
Bij pediatrische patiënten met een nierfunctiestoornis dient de dosis te worden aangepast op individuele basis, waarbij rekening moet worden gehouden met de renale klaring, de leeftijd en het lichaamsgewicht van de patiënt.
Wijze van toediening
De drank kan als zodanig worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, voor hydroxyzine of voor andere piperazine afgeleiden.
Patiënten met eindstadium nierfalen met een eGFR (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid ) onder 15 ml/min.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij therapeutische doseringen zijn geen klinisch significante interacties aangetoond met alcohol (bij een alcohol bloedspiegel van 0,5 g/l). Toch is voorzichtigheid geboden bij het gelijktijdig gebruik van alcohol.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met predisponerende factoren voor urineretentie
(bijvoorbeeld laesie ter hoogte van het ruggenmerg, prostaat hyperplasie) aangezien cetirizine het risico op urineretentie kan verhogen.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met epilepsie en bij patiënten met een risico op convulsies.
De reactie op allergiehuidtesten wordt geremd door antihistaminica. Hierdoor is een uitwasperiode (van 3 dagen) vereist voordat een huidtest wordt uitgevoerd.
Pruritus en/of urticaria kunnen optreden na stopzetting van de behandeling met cetirizine, zelfs als deze symptomen niet aanwezig waren vóór de start van de behandeling. In sommige gevallen kunnen de symptomen ernstig zijn en moet de behandeling opnieuw gestart worden. Wanneer de behandeling opnieuw gestart is, zouden de symptomen moeten verdwijnen.
Pediatrische patiënten
Door de hoeveelheid van bepaalde hulpstoffen van het preparaat, wordt het gebruik van het product niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 2 jaar.
Hulpstoffen
Parahydroxybenzoaten
Dit middel bevat methylparahydroxybenzoaat en propylparahydroxybenzoaat. Deze stoffen kunnen allergische reacties veroorzaken (wellicht vertraagd).
Propyleenglycol
Dit middel bevat 494 mg propyleenglycol per 10 ml drank.
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per 10 ml drank, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Sorbitol
Dit middel bevat 4,5 g sorbitol per 10 ml drank.
Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie mogen dit geneesmiddel niet innemen. Sorbitol kan maag-darmklachten veroorzaken en een licht laxerende werking hebben.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Vanwege het farmacokinetische, farmacodynamische en tolerantie profiel van cetirizine zijn met dit antihistaminicum geen interacties te verwachten. In onderzoeken naar interacties met andere geneesmiddelen, voornamelijk uitgevoerd met pseudo-efedrine of theofylline (400 mg/dag), werd noch melding gemaakt van farmacodynamische interacties noch van significante farmacokinetische interacties.
De mate van absorptie van cetirizine wordt niet verminderd door voedsel, alhoewel de snelheid van absorptie is afgenomen.
Bij gevoelige patiënten kan het gelijktijdige gebruik van alcohol of andere onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel leiden tot een bijkomende vermindering van de alertheid en het functioneren, hoewel cetirizine het effect van alcohol niet versterkt (bloedspiegels van 0,5 g/l).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Voor cetirizine prospectief verzamelde gegevens over zwangerschapsuitkomsten suggereren geen potentiële toxiciteit voor de moeder, foetus of het embryo boven de achtergrondniveaus.
Dieronderzoek duidt niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot de zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, bevalling of postnatale ontwikkeling. Voorzichtigheid is echter geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen.
Borstvoeding
Cetirizine wordt uitgescheiden in de moedermelk. Een risico op bijwerkingen bij met moedermelk gevoede pasgeborenen kan niet worden uitgesloten. Afhankelijk van de tijd tussen toediening en monstertrekking wordt cetirizine uitgescheiden in moedermelk in concentraties van 25% tot 90% van de concentraties gemeten in het plasma. Daarom dient voorzichtigheid in acht te worden genomen bij het voorschrijven van cetirizine aan vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over de vruchtbaarheid bij de mens, maar er is geen veiligheidsprobleem geïdentificeerd. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op een veiligheidsprobleem voor de voortplanting bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Uit objectieve bepalingen van de rijvaardigheid, de slaaplatentie en de uitvoering van lopende band werkzaamheden is niet gebleken dat, bij de aanbevolen dosis van 10 mg, sprake is van klinisch relevante effecten.
Patiënten die last hebben van slaperigheid dienen echter niet te rijden, mogelijk gevaarlijke activiteiten te ondernemen of machines te bedienen. Ze dienen de aanbevolen dosis niet te overschrijden en dienen rekening te houden met hun reactie op het gebruik van dit geneesmiddel.
4.8 Bijwerkingen
Klinische onderzoeken
Overzicht
Uit klinische onderzoeken is gebleken dat cetirizine in de aanbevolen dosering lichte bijwerkingen heeft op het centrale zenuwstelsel, waaronder slaperigheid, vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn.
In sommige gevallen is melding gemaakt van paradoxale stimulatie van het centrale zenuwstelsel.
Alhoewel cetirizine een selectieve perifere H1-receptor antagonist is en relatief vrij van anticholinerge activiteit, werd incidenteel melding gemaakt van moeilijkheden bij het urineren, visusstoornissen en droge mond.
Gevallen van een verminderde leverfunctie met verhoogde leverenzymen en vergezeld van een verhoogd bilirubine zijn gerapporteerd. Meestal verdwijnt dit vanzelf bij het staken van de behandeling met cetirizine dihydrochloride.
Lijst van bijwerkingen
Dubbelblinde, gecontroleerde klinische onderzoeken, waarin cetirizine, in de aanbevolen dosering (eenmaal daags 10 mg cetirizine), werd vergeleken met placebo of andere antihistaminica en waarvan de gekwantificeerde veiligheidsgegevens beschikbaar zijn, omvatten meer dan 3200 proefpersonen, die werden blootgesteld aan cetirizine.
Uit het geheel aan gegevens werden onder cetirizine 10 mg in placebogecontroleerde onderzoeken de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1% of meer:
Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine 10 mg (n= 3260) | Placebo (n = 3061) |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vermoeidheid | 1,63 % | 0,95 % |
Zenuwstelselaandoeningen Duizeligheid Hoofdpijn | 1,10 % 7,42 % | 0,98 % 8,07 % |
Maagdarmstelselaandoeningen Buikpijn Droge mond Misselijkheid | 0,98 % 2,09 % 1,07 % | 1,08 % 0,82 % 1,14 % |
Psychische stoornissen Slaperigheid | 9,63 % | 5,00 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Faryngitis | 1,29 % | 1,34 % |
Alhoewel statistisch vaker voorkomend dan bij placebo was in het merendeel van de gevallen slaperigheid licht tot matig van aard. Zoals is gebleken uit andere onderzoeken hebben objectieve testen aangetoond dat, in de aanbevolen dagelijkse dosering bij gezonde jonge vrijwilligers, de gebruikelijke dagelijkse activiteiten niet werden beïnvloed.
Pediatrische patiënten
In placebogecontroleerde klinische onderzoeken bij kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 12 jaar werden de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1% of meer:
Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine (n=1656) | Placebo (n =1294) |
Maagdarmstelselaandoeningen Diarree | 1,0 % | 0,6 % |
Psychische stoornissen Slaperigheid | 1,8 % | 1,4 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Rhinitis | 1,4 % | 1,1 % |
Algemene aandoeningen en toedieningsstoornissen Vermoeidheid | 1,0 % | 0,3 % |
Post-marketingervaring
Naast de hierboven genoemde bijwerkingen en de bijwerkingen die werden gemeld tijdens klinische onderzoeken werd incidenteel melding gemaakt van de volgende bijwerkingen.
Bijwerkingen worden beschreven volgens het MedDRA Orgaan Klasse Systeem en door een geschatte frequentie gebaseerd op de ervaring in de periode na marktintroductie.
De frequenties worden als volgt omschreven: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100 tot <1/10); soms (≥1/1.000 tot <1/100); zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zeer zelden: trombocytopenie
Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: hypersensitiviteit
Zeer zelden: anafylactische shock
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Niet bekend: toegenomen eetlust
Psychische stoornissen
Soms: agitatie
Zelden: agressie, verwardheid, depressie, hallucinatie, slapeloosheid
Zeer zelden: tics
Niet bekend: zelfmoordgedachten, nachtmerrie
Zenuwstelselaandoeningen
Soms: paresthesie
Zelden: convulsies
Zeer zelden: dysgeusie, syncope, tremor, dystonie, dyskinesie
Niet bekend: amnesie, geheugenproblemen
Oogaandoeningen
Zeer zelden: accommodatie stoornissen, wazig zien, oculogyrische crisis
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Niet bekend: vertigo
Hartaandoeningen
Zelden: tachycardie
Maagdarmstelselaandoeningen
Soms: diarree
Lever- en galaandoeningen
Zelden: verminderde leverfunctie (stijging transaminases, alkaline fosfatase, γ-GT en bilirubine)
Niet bekend: hepatitis
Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms: pruritus, rash
Zelden: urticaria
Zeer zelden: angioneurotisch oedeem, erythema fixatum
Niet bekend: acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Niet bekend: artralgie, myalgie
Nier- en urinewegaandoeningen
Zeer zelden: dysurie, enuresis
Niet bekend: urineretentie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Soms: asthenie, malaise
Zelden: oedeem
Onderzoeken
Zelden: gewichtstoename
Omschrijving van bijzondere bijwerkingen
Na stopzetting van de behandeling met cetirizine werden pruritus (ernstige jeuk) en/of urticaria gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
Verschijnselen die na een overdosering met cetirizine werden waargenomen kunnen voornamelijk in verband worden gebracht met effecten op het centrale zenuwstelsel of met anticholinerge effecten.
Effecten waarvan melding is gemaakt na inname van minimaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse dosis zijn: verwardheid, diarree, duizeligheid, vermoeidheid, hoofdpijn, malaise, mydriasis, pruritus, rusteloosheid, sedatie, slaperigheid, stupor, tachycardie, tremor en urineretentie.
Behandeling
Er bestaat geen specifiek antidotum voor cetirizine.
In geval van overdosering wordt een symptomatische of ondersteunende behandeling aanbevolen. Kort na inname van het geneesmiddel kan een maagspoeling worden overwogen.
Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: Antihistaminica voor systemisch gebruik, piperazine derivaten
ATC-code: R06A E07
Werkingsmechanisme
Cetirizine, een humane metaboliet van hydroxyzine, is een krachtige en selectieve antagonist van de perifere H1-receptoren. Uit in-vitro receptorbindingsonderzoeken is niet gebleken dat er een meetbare affiniteit is voor andere receptoren dan H1-receptoren.
Farmacodynamische effecten
Aangetoond is dat cetirizine, naast een antihistaminerge werking, ook anti-allergische eigenschappen bezit. Bij atopische proefpersonen die een allergeenprovocatie ondergingen, werd bij een dosering van een- of tweemaal daags 10 mg, de late fase van het aantrekken van eosinofielen in de huid en de conjunctiva geremd.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Onderzoeken bij gezonde vrijwilligers hebben aangetoond dat cetirizine, bij doseringen van 5 en 10 mg, in sterke mate de wheal en flare reacties, geïnduceerd door zeer hoge histamineconcentraties in de huid, remt, maar de correlatie met effectiviteit is niet vastgesteld.
In een zes weken durend placebogecontroleerd onderzoek met 186 patiënten met allergische rhinitis en licht tot matig astma, verbeterde eenmaal daags 10 mg cetirizine de rhinitis verschijnselen en de longfunctie veranderde niet. Dit onderzoek ondersteunt de veiligheid van de toediening van cetirizine aan allergische patiënten met licht tot matig astma.
In een placebogecontroleerd onderzoek is gebleken dat cetirizine, bij een hoge dagelijkse dosis van 60 mg gedurende zeven dagen, geen statistisch significante verlenging van de QT-interval veroorzaakte.
Aangetoond is dat cetirizine, in de aanbevolen dosering, de kwaliteit van leven van patiënten met seizoengebonden en niet-seizoengebonden allergische rhinitis verbetert.
Pediatrische patiënten
In een 35 dagen durend onderzoek bij kinderen van 5 tot 12 jaar werd geen tolerantie voor het antihistaminerge effect van cetirizine (onderdrukking van wheal en flare) gevonden. Wanneer een behandeling met cetirizine na herhaalde toediening wordt gestaakt, wordt binnen 3 dagen de normale huidreactiviteit voor histamine hersteld.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De steady-state piekplasmaconcentratie bedraagt ongeveer 300 ng/ml en wordt binnen 1,0 ± 0,5 uur bereikt. De verdeling van de farmacokinetische parameters, zoals piekplasmaconcentratie (Cmax) en de oppervlakte onder de curve (AUC), is unimodaal.
Voedselinname vermindert de mate van absorptie van cetirizine niet, maar de absorptiesnelheid neemt wel af. De mate van biologische beschikbaarheid is gelijkaardig wanneer cetirizine wordt gegeven in een oplossing, als capsules of tabletten.
Distributie
Het schijnbare distributievolume bedraagt 0,50 l/kg. Cetirizine wordt voor 93 ± 0,3% gebonden aan plasma-eiwitten. Cetirizine beïnvloedt de eiwitbinding van warfarine niet.
Biotransformatie
Cetirizine ondergaat geen uitgebreid first-pass metabolisme.
Eliminatie
De terminale halfwaardetijd bedraagt ongeveer 10 uur en er werd voor cetirizine geen accumulatie waargenomen na dagelijkse doses van 10 mg gedurende 10 dagen. Ongeveer twee derde van de dosis wordt onveranderd in de urine uitgescheiden.
Lineariteit/non-lineariteit
Bij doseringen variërend van 5 tot 60 mg vertoont cetirizine een lineaire kinetiek.
Speciale populaties
Nierfunctiestoornis
Vergeleken met normale vrijwilligers was de farmacokinetiek bij patiënten met een lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring meer dan 40 ml/min) gelijk. Vergeleken met normale vrijwilligers was bij patiënten met een matige nierfunctiestoornis sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%.
Vergeleken met normale patiënten was bij patiënten die hemodialyse (creatinineklaring onder 7 ml/min) ondergingen en die een eenmalige orale dosis van 10 mg cetirizine kregen toegediend, sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%.
Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse. Bij patiënten met een matige tot ernstige nierfunctiestoornis is aanpassing van de dosis noodzakelijk (zie rubriek 4.2).
Leverfunctiestoornis
Vergeleken met gezonde vrijwilligers was bij patiënten met chronische leveraandoeningen (hepatische, cholostatische en biliaire cirrose), die een eenmalige dosis van 10 of 20 mg cetirizine kregen toegediend, sprake van een stijging van de halfwaardetijd met 50% en een daling van de klaring met 40%.
Aanpassing van de dosis is alleen noodzakelijk bij patiënten met zowel een leverfunctiestoornis als een nierfunctiestoornis.
Ouderen
Bij 16 oudere proefpersonen was na een eenmalige orale dosis van 10 mg de halfwaardetijd met ongeveer 50% gestegen en de klaring met 40% gedaald, vergeleken met jongere proefpersonen. De daling in de cetirizineklaring bij deze oudere vrijwilligers lijkt verband te houden met hun verminderde nierfunctie.
Pediatrische patiënten
Bij kinderen van 6 tot 12 jaar bedraagt de halfwaardetijd van cetirizine ongeveer 6 uur en bij kinderen van 2 tot 6 jaar 5 uur. Bij zuigelingen en peuters van 6 tot 24 maanden neemt de halfwaardetijd af tot 3,1 uur.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig uit conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit na herhaalde toediening, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie en ontwikkelingstoxiciteit.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Glycerol
Propyleenglycol
Sorbitol 70% oplossing (niet gekristalliseerd) (E420)
Methylparahydroxybenzoaat (E218)
Propylparahydroxybenzoaat (E216)
Natriumacetaat
IJsazijn
Saccharine natrium
Bananen essence (bevat o.a. propyleenglycol)
Gezuiverd water
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
Na opening van de fles nog 3 maanden houdbaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Geelbruine glazen fles, met polypropyleen ‘duw-en-draai’-schroefdop met een zichtbare afsluitende sluiting (geel polyethyleen).
Verpakkingsgroottes: flessen gevuld met 75, 150 en 200 ml.
Maatlepel: 5 ml plastic PP maatlepel gemerkt op 2,5 ml.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Teva B.V.
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 32486, drank
9. DATUM VAN GOEDKEURING/VERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 10 januari 2006
Datum van laatste verlenging: 12 november 2007
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE SAMENVATTING
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.2, 4.3, 4.8 en 5.3: 9 juli 2024.
0224.20v.JK
