SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Calcium/Vitamine D3 Viatris
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Calcium/Vitamine D3 Viatris 500 mg/800 IE filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Iedere filmomhulde tablet bevat calciumcarbonaat overeenkomend met 500 mg calcium, cholecalciferol (vitamine D3) 800 IE (20 microgram).
Hulpstof met bekend effect: sucrose 1,8 mg.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet
Witte ovale tablet, met inscriptie R150. 8,5 x 19 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Preventie en behandeling van vitamine D en calciumtekort bij volwassenen en ouderen. Vitamine D en calciumsupplement, als adjuvans bij een specifieke behandeling van osteoporose bij patiënten die een risico lopen op een vitamine D en calciumtekort.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en ouderen
Eén filmomhulde tablet (500 mg/800 IE) per dag.
De hoeveelheid calcium in Calcium/Vitamine D3 Viatris is minder dan de aanbevolen dagelijkse innamehoeveelheid. Calcium/Vitamine D3 Viatris moet daarom in eerste instantie worden gebruikt door patiënten met een behoefte aan vitamine D substitutie maar met een dagelijkse calciuminname van 500-1000 mg per dag. De voorschrijver dient de hoeveelheid calcium die door de patiënt wordt ingenomen te schatten.
Zwangere vrouwen
Calcium/Vitamine D3 Viatris mag alleen worden gebruikt bij zwangere vrouwen in geval van een bevestigd calcium- en/of vitamine D-tekort. Zie rubriek 4.6.
Pediatrische patiënten
Er is geen relevant gebruik van Calcium/Vitamine D3 Viatris door kinderen en adolescenten.
Leverfunctiestoornissen
Er is geen dosisaanpassing vereist.
Nierfunctiestoornissen
Calcium/Vitamine D3 Viatris moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten met nierfunctiestoornissen (zie rubriek 4.4).
Wijze van toediening
De tablet kan als hele tablet, fijngemaakt of gebroken worden ingenomen met water.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Hypercalciëmie en hypercalciurie en ziekten en/of omstandigheden die leiden tot hypercalciëmie en/of hypercalciurie (bijv. myelomen, botmetastasen, primair hyperparathyroïdisme).
- Nefrolithiase.
- Nefrocalcinose.
- Hypervitaminose D.
- Nierfalen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Sarcoïdose
Calcium/cholecalciferol moet met voorzichtigheid voorgeschreven worden bij patiënten die lijden aan sarcoïdose, vanwege het risico op een verhoogd metabolisme van vitamine D tot zijn actieve vorm. Bij deze patiënten moet het calciumgehalte in het serum en de urine gecontroleerd worden.
Monitoring van calciumspiegels
Tijdens een langdurige behandeling moeten de serumspiegels van calcium gevolgd worden en moet de nierfunctie gecontroleerd worden door meting van de serumcreatininespiegels. Deze controle is bijzonder belangrijk bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met hartglycosiden of diuretica (zie rubriek 4.5) en bij patiënten met een sterke neiging tot steenvorming. Zodra er verschijnselen van hypercalciurie optreden moet de behandeling stopgezet worden. De behandeling moet verlaagd worden of tijdelijk stopgezet als bij volwassenen calciumspiegels in de urine boven de 7.5 mmol/24 uur (300 mg/24 uur) komen.
Nierfunctiestoornissen
Dit product moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten met nierfunctiestoornissen en het effect op de calcium- en fosfaatspiegels moet gevolgd worden. Het risico op calcificatie van de weke weefsels moet in acht genomen worden. Bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen wordt vitamine D in de vorm van cholecalciferol mogelijk niet normaal geactiveerd. De arts kan besluiten of andere vormen van vitamine D nodig zijn ter aanvulling (zie rubriek 4.2).
Osteoporose
Calcium/cholecalciferol moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij geïmmobiliseerde patiënten met osteoporose vanwege een verhoogd risico op hypercalciëmie.
Vitamine D therapie
Het gehalte van vitamine D (800 I.E.) in calcium/cholecalciferol moet in acht genomen worden indien er andere geneesmiddelen op basis van vitamine D voorgeschreven worden. De inname van bijkomende doses calcium of vitamine D moet onder strikt medisch toezicht gebeuren. In dergelijke gevallen is het nodig de serumspiegels van calcium en de urine excretie van calcium frequent te controleren.
Melkalkalisyndroom (Burnett’s syndroom), dat wil zeggen hypercalciëmie, alkalose en nierinsufficiëntie kan ontstaan wanneer grote hoeveelheden calcium worden ingenomen met absorbeerbaar alkali.
Gelijktijdige toediening met tetracyclinen of chinolonen wordt gewoonlijk niet aanbevolen of moet met voorzichtigheid toegepast worden (zie rubriek 4.5).
Calcium/Vitamine D3 Viatris filmomhulde tabletten bevatten sucrose.
Calcium/Vitamine D3 Viatris filmomhulde tabletten bevatten 1,8 mg sucrose. Patiënten met de zeldzame erfelijke aandoening van fructose intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie mogen dit geneesmiddel niet innemen.
Hoeveelheid natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Thiazidediuretica
De thiazidediuretica verminderen de urinaire excretie van calcium. Omwille van een verhoogd risico op hypercalciëmie, moet de serumspiegel van calcium regelmatig gecontroleerd worden bij het gelijktijdig gebruik van thiazidediuretica.
Fenytoïne / barbituraten
Gelijktijdig gebruik van fenytoïne of barbituraten kan de werking van vitamine D3 verminderen omdat het metabolisme toeneemt.
Corticosteroïden
Systemische corticosteroïden verminderen de calciumabsorptie. In geval van gelijktijdig gebruik, kan het nodig zijn de dosis Calcium/Vitamine D3 Viatris te verhogen.
Hartglycosiden
Hypercalciëmie kan de toxiciteit van de hartglycosiden tijdens de behandeling met calcium en vitamine D verhogen. Bij deze patiënten moet men het elektrocardiogram (ECG) en de serumspiegels van calcium controleren.
Estramustine
Calcium vermindert de gastro-intestinale absorptie van estramustine door het vormen van een onoplosbaar complex. Als gevolg hiervan moet toediening van Calcium/Vitamine D3 Viatris en estramustine bevattende producten ten minste 2 uur uit elkaar liggen.
Levothyroxine
De effectiviteit van levothyroxine kan door het gelijktijdig gebruik van calcium worden verminderd, wegens verminderde levothyroxine absorptie. Toediening van calcium en levothyroxine dient met tenminste 4 uur ertussen, gescheiden plaats te vinden.
IJzer-, zink- en strontiumranelaat
Calciumzouten kunnen de absorptie van ijzer-, zink- en strontiumranelaat verminderen. Als gevolg hiervan moeten ijzer-, zink- en strontiumranelaat producten minstens 2 uur vóór of na Calcium/Vitamine D3 Viatris worden ingenomen.
Bisfosfonaat / natriumfluoride
Als een bisfosfonaat gelijktijdig wordt toegediend, moet dit preparaat minstens 1 uur voor de inname van Calcium/Vitamine D3 Viatris toegediend worden aangezien de gastro-intestinale absorptie verminderd kan zijn.
Calcium kan tevens de absorptie van natriumfluoride en ijzerzouten verminderen en dergelijke producten moeten minstens 3 uur voor inname van Calcium/Vitamine D3 Viatris worden toegediend.
Ion uitwisselende harsen / laxantia
Gelijktijdige behandeling met ion uitwisselende harsen zoals cholestyramine of laxantia zoals paraffineolie kunnen de gastro-intestinale absorptie van vitamine D verminderen.
Orlistat
Behandeling met orlistat kan de opname van vetoplosbare vitamines (bijv. vitamine D3) vertragen.
Tetracyclines
Calciumcarbonaat kan interfereren met de absorptie van gelijktijdig toegediende tetracyclinepreparaten. Daarom moeten tetracycline preparaten minstens twee uur voor of vier tot zes uur na de orale inname van calcium toegediend worden.
Chinolon antibiotica
De absorptie van chinolon antibiotica kan worden verminderd bij gelijktijdige toediening van calcium. Chinolon antibiotica moeten 2 uur voor of 6 uur na de inname van calcium toegediend worden.
Oxaalzuur / fytinezuur
Oxaalzuur (komt voor in spinazie en rabarber) en fytinezuur (komt voor in volkoren granen) kunnen de calciumabsorptie verminderen door de vorming van onoplosbare complexen met de calciumionen. Patiënten zouden geen calciumproducten mogen innemen binnen twee uur na het eten van voedingsmiddelen die rijk zijn aan oxaalzuur en fytinezuur.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Dierstudies lieten reproductietoxiciteit zien van hoge doses vitamine D (zie rubriek 5.3). Er zijn geen aanwijzingen dat vitamine D in therapeutische dosissen teratogeen is bij de mens. Bij zwangere vrouwen moeten overdoses van calcium en vitamine D worden vermeden aangezien permanente hypercalciëmie in verband werd gebracht met negatieve effecten op zich ontwikkelende foetus.
Bij gezonde zwangere vrouwen mag de dagelijkse inname van aanvullend calcium en vitamine D niet hoger zijn dan 1500 mg calcium en 600 IE vitamine D.
Calcium/Vitamine D3 Viatris is derhalve niet geïndiceerd voor routineprofylaxe van calcium- en vitamine D-tekort tijdens de zwangerschap. Voor zwangere vrouwen met een bevestigd calcium- en vitamine D-tekort mag de maximale dagelijkse dosis van 2000 mg calcium en 4000 IE cholecalciferol (vitamine D3) niet worden overschreden.
Borstvoeding
Calcium en vitamine D3 gaan over in de moedermelk en een overdosis moet worden vermeden in de baby. Dit moet in acht genomen worden als aanvullende vitamine D wordt toegediend aan het kind. Er moet een beslissing genomen worden om het geven van borstvoeding te staken of om Calcium/Vitamine D3 Viatris te staken of de behandeling aan te passen, rekening houdend met het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van de behandeling voor de vrouw.
Vruchtbaarheid
Het wordt niet verwacht dat normale endogene calcium- en vitamine D spiegels een negatief effect hebben of de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Kalcipos D heeft geen of een verwaarloosbare invloed op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen zijn gedefinieerd als: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1000, <1/100), zelden (>1/10.000, <1/1000), zeer zelden (<1/10.000) of niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): Overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem of larynxoedeem.
Metabolisme en voedingsstoornissen
Soms: Hypercalciëmie en hypercalciurie.
Zeer zelden: Melk-alkalisyndroom, normaal gesproken alleen gezien bij een overdosis.
Maagdarmstelselaandoeningen
Zelden: Obstipatie, flatulentie, misselijkheid, buikpijn en diarree.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zeer zelden: pruritis, huiduitslag en urticaria.
Speciale populaties
Patiënten met een verminderde nierfunctie hebben een mogelijk verhoogd risico op hyperfosfatemie, nefrolithiasis en nefrocalcinose.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Een overdosering kan leiden tot hypervitaminose en hypercalciëmie. De symptomen van hypercalciëmie kunnen omvatten: anorexie, dorst, misselijkheid, braken, obstipatie, buikpijn, spierzwakte, vermoeidheid, mentale stoornissen, polydipsie, polyurie, botpijn, nefrocalcinose, nierstenen en in ernstige gevallen, cardiale aritmieën. Extreme hypercalciëmie kan resulteren in coma en overlijden. Constant hoge calciumspiegels kunnen leiden tot irreversibele nierschade en calcificatie van de weke weefsels.
Melkalkalisyndroom kan optreden in patiënten die grote hoeveelheden calcium en absorbeerbare alkali innemen. Symptomen zijn: veelvuldige behoefte om te urineren, aanhoudende hoofdpijn, aanhoudend verlies van eetlust, misselijkheid of overgeven, ongewoon moe of zwak voelen, hypercalciëmie, alkalose en nierfunctiestoornissen.
Behandeling van hypercalciëmie: De behandeling met calcium en vitamine D moet stopgezet worden. De behandeling met thiazidediuretica, lithium, vitamine A, vitamine D en hartglycosiden moet ook stopgezet worden. Rehydratie en, afhankelijk van de ernst, een geïsoleerde of gecombineerde behandeling met lisdiuretica, bisfosfonaten, calcitonine en corticosteroïden. De serumelektrolyten, de nierfunctie en de diurese moeten gecontroleerd worden. In ernstige gevallen moeten het ECG en de CVD gecontroleerd worden.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: Calcium, combinaties met vitamine D en/of andere geneesmiddelen
ATC-code: A12AX
Vitamine D verhoogt de intestinale absorptie van calcium.
De toediening van calcium en vitamine D3 neutraliseert de stijging van het parathyroïdhormoon (PTH) die het gevolg is van het calcium tekort en die aanleiding geeft tot een verhoogde botresorptie.
Een klinische studie bij in het ziekenhuis opgenomen patiënten die leden aan vitamine D tekort, toonde aan dat een dagelijkse inname van 1000 mg calcium en 800 IE vitamine D gedurende zes maanden de waarde van de 25-gehydroxyleerde metaboliet van vitamine D3 normaliseerde en secundaire hyperparathyroïdie en de alkalische fosfatasen verminderde. Een 18 maanden dubbelblinde, placebo gecontroleerde studie bij 3270 geïnstitutionaliseerde vrouwen van gemiddeld 84 jaar oud (± 6 jaar) die suppletie van vitamine D ontvingen (800 IE / dag) en calciumfosfaat (overeenkomend met 1200 mg / dag elementair calcium), toonde een significante vermindering van PTH-secretie. Na 18 maanden toonde een "intent-to treat" analyse 80 heupfracturen bij de calcium-vitamine D groep en 110 heupfracturen bij de placebogroep (p = 0.004) aan.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Calcium
Absorptie:
De hoeveelheid calcium die geabsorbeerd wordt in de gastro-intestinale tractus, is ongeveer 30% van de ingeslikte dosis. De biologische beschikbaarheid van calcium kan licht worden verhoogd door gelijktijdige inname van voedsel.
Distributie:
99% van het calcium in het lichaam is geconcentreerd in de harde structuur van het bot en het gebit. De overige 1% is aanwezig in de intra- en extracellulaire vloeistoffen.
Biotransformatie
Ongeveer 50% van het totaal calciumgehalte in het bloed is in de fysiologisch actieve geïoniseerde vorm aanwezig, waarbij ongeveer 10% als complex met citraat, fosfaat of andere anionen, terwijl de overige 40% gebonden is aan eiwitten, vooral albumine.
Eliminatie:
Calcium wordt geëlimineerd via feces, urine en zweet. De renale excretie hangt af van de glomerulaire filtratie en de tubulaire reabsorptie van calcium.
Vitamine D
Absorptie:
Vitamine D wordt gemakkelijk geabsorbeerd in de dunne darm.
Distributie:
Cholecalciferol en zijn metabolieten circuleren in het bloed, gebonden aan een specifiek globuline. Vitamine D dat niet gemetaboliseerd wordt, wordt opgeslagen in het vet- en spierweefsel.
Biotransformatie:
Cholecalciferol wordt in de lever door hydroxylering omgezet tot de actieve vorm 25-hydroxycholecalciferol. Dit wordt dan verder in de nieren omgezet tot 1,25-hydroxycholecalciferol. 1,25-hydroxycholecalciferol is de metaboliet die verantwoordelijk is voor de verhoogde calciumabsorptie.
Eliminatie:
Vitamine D wordt uitgescheiden in feces en urine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Bij vitamine D3 doses die veel hoger lagen dan het therapeutisch bereik bij mensen, werd teratogeniciteit waargenomen in dierstudies. Er is verder geen informatie beschikbaar die relevant is voor de beoordeling van de veiligheid, afgezien van hetgeen wordt vermeld in de andere delen van de SPC.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Kern:
Maltodextrine
Natriumcroscarmellose
Silica, colloïdaal watervrij
Magnesiumstearaat
Cholecalciferol concentraat:
all-rac-alpha tocoferol
Sucrose
Middellangeketentriglyceriden
Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450)
Siliciumdioxide
Natriumascorbaat
Omhulling:
Hypromellose
Macrogol
Paraffine
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht. De verpakking zorgvuldig gesloten houden ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
20, 30, 40, 50, 60, 90, 100 en 180 tabletten in plastic flessen van HDPE met HDPE schroefdop.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Viatris Ltd
Damastown Industrial Park
Mulhuddart
Dublin 15
Dublin
Ierland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 107508
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 23 augustus 2012
Datum van laatste verlenging van de vergunning: 20 december 2016
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.1, 4.2, 4.4 en 4.6: 19 februari 2026.
