Bijsluiter-info.nl

Bumetanide CF – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
1 mg, 5 mg, 2 mg
Werkzame stof:
ATC-code:
Vergelijkbare geneesmiddelen:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Bumetanide CF

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Bumetanide CF 1 mg, tabletten

Bumetanide CF 2 mg, tabletten

Bumetanide CF 5 mg, tabletten

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Bumetanide CF 1, 2 en 5 mg, tabletten bevatten respectievelijk 1, 2 en 5 mg bumetanide per tablet.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Tabletten

Bumetanide CF 1 mg, tabletten

Witte tot nagenoeg witte tablet. De tablet is vlak aan de ene zijde en heeft een breukstreep aan de andere kant met een opdruk “1” boven en “BMT” onder de breukstreep.

Bumetanide CF 2 mg, tabletten

Witte tot nagenoeg witte tablet. De tablet is vlak aan de ene zijde en heeft een breukstreep aan de andere kant met een opdruk “2” boven en “BMT” onder de breukstreep.

Bumetanide CF 5 mg, tabletten

Witte tot nagenoeg witte tablet. De tablet is vlak aan de ene zijde en heeft een breukstreep aan de andere kant met een opdruk “5” boven en “BMT” onder de breukstreep

De tablet kan verdeeld worden in gelijke doses.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Acuut longoedeem en oedeem ten gevolge van decompensatio cordis, levercirrose, nefrotisch syndroom en geneesmiddelen bij volwassenen. Diuretische therapie bij chronische nierinsufficiëntie bij volwassenen. Geneesmiddelintoxicaties waarbij geforceerde diurese is gewenst.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Doorgaans kan iedere ochtend 0,5 tot 1 mg gegeven worden. Afhankelijk van de reactie van de patiënt kan de dosering om de 6-8 uur worden herhaald. In hardnekkige gevallen kan de dosering worden verhoogd tot een bevredigend resultaat wordt verkregen. De onderhoudsdosering dient, wanneer mogelijk, te worden teruggebracht tot minder dan de aanvangsdosering.

Het zal zelden nodig zijn om meer dan 4 mg per dag toe te dienen.

Bumetanide

Oedeem bij nefrotisch syndroom:

Indien met de gebruikelijke lage dosering onvoldoende effect wordt bereikt kan de dosering worden verhoogd tot 2-5 mg, indien nodig iedere 6-8 uur te herhalen.

Pediatrische patiënten:

Het geneesmiddel wordt niet aanbevolen voor kinderen, aangezien er beperkte informatie is over de veiligheid, de werkzaamheid en de dosering bij kinderen.

Ouderen

Wegens een gewijzigde farmacokinetiek en farmacodynamiek kan bij oudere patiënten een afname van het diuretisch effect optreden met een verhoogde kans op bijwerkingen. De dosering dient daarom aangepast te worden op basis van de effectiviteit en mogelijke ongewenste reacties op het geneesmiddel.

Patiënten met lever- of nierinsufficiëntie

Wegens een gewijzigde farmacokinetiek en/of farmacodynamiek kan bij patiënten met lever- of nierinsufficiëntie een afname van het diuretisch effect optreden met een verhoogde kans op bijwerkingen. De dosering dient daarom aangepast te worden op basis van de effectiviteit en mogelijke ongewenste reacties op het geneesmiddel.

4.3 Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
  • Ernstige elektrolytendepletie
  • Aanhoudende anurie
  • Hepatogene encefalopathie met inbegrip van coma

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Voorzichtigheid is geboden als bumetanide toegediend wordt aan patiënten met een ernstige leverinsufficiëntie of aan patiënten met hypotensie.

Bij patiënten, die gedurende langere tijd of met hoge doses worden behandeld, is het aan te bevelen regelmatig het elektrolytengehalte (met name natrium, magnesium en kalium) te bepalen, vooral van patiënten die lijden aan andere ziekten (bijvoorbeeld levercirrose) of bij gelijktijdige behandeling met andere medicijnen (waaronder protonpompremmers) die geassocieerd worden met het ontstaan van hyponatriëmie, hypomagnesiëmie of hypokaliëmie (zie rubriek 4.5). Bij patiënten met een zoutarm dieet kan een NaCl-tekort ontstaan.

Bij gelijktijdige behandeling met corticosteroïden, bij eenzijdige voeding en bij misbruik met laxeermiddelen dient rekening gehouden te worden met het ontstaan van hypokaliëmie. Het verdient aanbeveling om altijd, maar zeker bij hogere doseringen en bij patiënten met een nierfunctiestoornis de kaliumconcentratie van het plasma regelmatig te controleren en zo nodig een aanvullende kaliumtherapie te geven. De eerste keus in de genoemde gevallen is de toediening van een kaliumsparend diureticum. Dit is in bijzonder van belang bij een gelijktijdige behandeling met digitalisglycosiden, omdat een kaliumtekort de verschijnselen van digitalisintoxicatie kan provoceren of verergeren. De symptomen van kaliumtekort zijn zwakte, duizeligheid, lethargie, beenkrampen, gebrek aan eetlust, braken of mentale verwardheid.

Een toename van het urinezuur gehalte in het serum is mogelijk, men dient daarom voorzichtig te zijn met patiënten die ooit hyperurikemie hebben gehad.

Bumetanide

Een therapie met diuretica kan reeds bestaande symptomen van urinewegobstructie verergeren (bijv. bij patiënten met prostaathypertrofie). Met name bij bejaarden dient men voorzichtig te beginnen en in het begin van de behandeling laag te doseren, omdat abrupte diurese kan leiden tot hypovolemie en dientengevolge tot symptomen van circulatoire insufficiëntie.

Sterke diurese bij een gestoorde nierfunctie kan een reversibele nierfunctievermindering veroorzaken. Een adequate vochttoevoer is bij dergelijke patiënten noodzakelijk. Indien het ureumgehalte in het bloed aanzienlijk toeneemt of oligurie ontstaat is staken van de behandeling gewenst.

Bij patiënten met ernstige decompensatio cordis dient de behandeling onder strenge controle en met de nodige terughoudendheid te geschieden.

Bij diabetici en patiënten met een mogelijke latente diabetes dient regelmatig het glucosegehalte in urine en bloed te worden gecontroleerd. Evenals dat het geval is bij andere diuretica, kan een ongunstige beïnvloeding van de koolhydraatstofwisseling optreden waardoor een bestaande koolhydraatintolerantie of diabetes mellitus kunnen verergeren.

Bij bekende overgevoeligheid voor sulfonamiden bestaat een potentieel risico voor overgevoeligheid voor bumetanide.

Toxische epidermale necrolyse (TEN) en Stevens-Johnson-syndroom (SJS), die levensbedreigend of dodelijk kunnen zijn, zijn gemeld in verband met niet-antibiotische sulfonamide bevattende producten, waaronder bumetanide. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de tekenen en symptomen van SJS en TEN en moeten er nauwlettend op worden gecontroleerd. Indien zich tekenen en symptomen voordoen die duiden op deze reacties, moet het gebruik van bumetanide worden stopgezet en moet een alternatieve behandeling worden overwogen. Als de patiënt bij gebruik van bumetanide een ernstige reactie zoals SJS of TEN heeft ontwikkeld, mag de behandeling met bumetanide bij deze patiënt op geen enkel tijdstip worden hervat.

Bumetanide CF bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Digitalis glycosiden

Hypokaliëmie verhoogt de gevoeligheid voor digitalis glycosiden, wat kan leiden tot digitalis toxiciteit (misselijkheid, braken en aritmie). Controle van de kaliumspiegels en controle op tekenen van digitalis toxiciteit zijn vereist. Kaliumsuppletie en dosisverlaging van digitalis glycosidenkunnen nodig zijn.

Niet-depolariserende spierrelaxantia

Hypokaliëmie verhoogt de gevoeligheid voor niet-depolariserende spierrelaxantia.

Lithium

Bumetanide vermindert de klaring van lithium, wat leidt tot hoge serumspiegels van lithium. Daarom dienen de lithiumspiegels gecontroleerd te worden. Verlaging van de lithiumdosis kan nodig zijn.

Antiaritmica

Gelijktijdig gebruik van bumetanide en klasse III antiaritmica kan een verhoogd risico op elektrolytenstoornissen met zich meebrengen en daardoor is ook het risico op cardiotoxiciteit (QT-verlenging, torsades de pointes, hartstilstand) verhoogd. De elektrolytenspiegels van de patiënten dienen gecontroleerd te worden, net als symptomen van aritmie.

Bumetanide

NSAIDs

Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAIDs) remmen het effect van bumetanide. De effecten van gelijktijdig gebruik dienen gemonitord te worden (bijv. bloeddruk, tekenen van nierfalen). Diuretica kunnen de nefrotoxiciteit van NSAIDs versterken.

Antihypertensiva en geneesmiddelen die orthostatische hypotensie veroorzaken

Bumetanide kan het effect van antihypertensiva versterken, waaronder diuretica en geneesmiddelen die orthostatische hypotensie veroorzaken (bv. tricyclische antidepressiva en MAO -inhibitoren). Bij de eerste dosis kan hypotensie voorkomen. Een verlaging van de dosering van deze middelen kan gewenst zijn indien bumetanide wordt gebruikt voor de behandeling van oedemen bij hypertensie.

Kaliumuitdrijvende middelen

Het kaliumverlies door bumetanide kan worden versterkt door andere kaliumuitdrijvende middelen. Drop is ook een kaliumuitdrijvend middel.

Ototoxiciteit

De ototoxische effecten van bijvoorbeeld aminoglycosiden kunnen versterkt worden bij gelijktijdige toediening van bumetanide. De optredende gehoorstoornissen kunnen irreversibel zijn.

Probenecide

Probenecide remt de renale tubulaire secretie van bumetanide, wat leidt tot een verminderde natriurese.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap:

De resultaten van dieronderzoek duiden niet op teratogene effecten. Bumetanide kan schadelijke farmacologische effecten veroorzaken tijdens de zwangerschap en/of op de foetus/pasgeborene. Diuretica kunnen de placentaire doorbloeding verminderen. Bumetanide CF mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij de klinische toestand van de vrouw behandeling met bumetanide noodzakelijk maakt. Het kan uitsluitend gebruikt worden in geval van hartfalen wanneer het potentiële voordeel het potentiële risico voor de foetus rechtvaardigt.

Borstvoeding:

Diuretica kunnen de melkproductie verminderen. Er zijn geen gegevens over de uitscheiding van bumetanide in moedermelk. Tijdens behandeling met bumetanide mag geen borstvoeding worden gegeven.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens over de invloed van bumetanide op de vruchtbaarheid.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Aangezien in incidentele gevallen hypovolemie kan optreden, aanleiding gevend tot onder andere duizeligheid en verminderd gezichtsvermogen, kan vooral bij het begin van de behandeling het vermogen om deel te nemen aan het verkeer of gebruik te maken van machines nadelig beïnvloed worden.

4.8 Bijwerkingen

De meest gemelde bijwerkingen tijdens de behandeling zijn hoofdpijn en stoornissen in de elektrolytenbalans (waaronder hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypochloremie en hyperkaliëmie), die

Bumetanide

optreden bij ongeveer 4% van de patiënten, gevolgd door duizeligheid (waaronder orthostatische hypotensie en vertigo) en vermoeidheid bij ongeveer 3% van de patiënten.

Elektrolytenstoornissen kunnen in het bijzonder gedurende lange-termijn behandeling voorkomen.

Nierfalen werd gerapporteerd in veiligheidsonderzoeken na het op de markt brengen.

Ernstige cutane bijwerkingen (‘severe cutaneous adverse reactions’, SCAR’s), waaronder het syndroom van Stevens-Johnson (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN), zijn gemeld in verband met bumetanide (zie rubriek 4.4).

De schatting van de frequentie van bijwerkingen is gebaseerd op de analyse van gegevens uit klinische onderzoeken en van spontane meldingen. De bijwerkingen worden naar orgaansysteem volgens MedDRA gerangschikt. Per orgaansysteem worden de bijwerkingen gerangschikt naar aflopende frequentie. Binnen elke frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Zeer vaak ≥1/10

Vaak ≥1/100 en <1/10

Soms ≥1/1.000 en <1/100

Zelden ≥1/10.000 en <1/1.000

Zeer zelden <1/10.000

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Soms

Beenmergfalen en pancytopenie

Thrombocytopenie

Leukopenie waaronder neutropenie en agranulocytose

Anemie

Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekendAllergische reacties
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
VaakElektrolyten abnormaal (waaronder hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypochloremie, hypomagnesiëmie en hyperkaliëmie)
Soms

Dehydratie

Glucosemetabolisme abnormaal (diabetus mellitus, hyperglycaemia/ hypoglycaemia)

Hyperuricemie en jicht

Niet bekendMetabole-alkalose
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak

Duizeligheid (waaronder orthostatische hypotensie en vertigo)

Lethargie

Somnolentie

Hoofdpijn

SomsSyncope
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
SomsGehoorstoornissen
Hartaandoeningen
SomsPijn en ongemak op de borst

Bumetanide

Niet bekend

Bradycardie

Tachycardie

Bloedvataandoeningen
Soms

Hypotensie

Orthostatische hypotensie

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Soms

Dyspneu

Hoesten

Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak

Abdominale pijn

Misselijkheid

Soms

Braken

Diarree

Constipatie

Droge mond en dorst

Lever- en galaandoeningen
Niet bekend

Cholestase

Geelzucht

Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms

Huiduitslag*

Dermatitis en eczeem

Urticaria

Pruritus

Fotosensitiviteit

*Diverse typen huiduitslag zoals erythemateus, maculo-papulair en pustulair werden gemeld

Niet bekendStevens-Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN)
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Vaak

Spierspasmen

Pijn en myalgie

Nier- en urinewegaandoeningen
VaakMictiestoornis
SomsNierstoornis (waaronder nierfalen)
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
VaakVermoeidheid (waaronder asthenie en malaise)
SomsPerifeer oedeem

Pediatrische populatie

Het veiligheidsprofiel van bumetanide is niet vastgesteld bij de pediatrische populatie.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Bumetanide

In hoge doses en bij langdurige behandeling kunnen lisdiuretica verstoring van de elektrolytenbalans, dehydratie en polyurie veroorzaken, met als gevolg acute hypotensie, dehydratie, hyponatriëmie en hypokaliëmie met de daarbij behorende symptomen (droge mond, dorst, zwakte, lethargie, slaperigheid, verwardheid, gastro-intestinale stoornissen, rusteloosheid, spierpijn, krampen en epileptische aanvallen). Er bestaan geen specifieke maatregelen. Na ingestie van een grote hoeveelheid tabletten kan men overwegen de patiënt te laten braken of de maag te spoelen. Ondersteunende maatregelen bestaan uit het herstellen van de vocht- en elektrolytenbalans.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Lisdiuretica, ATC code: C 03 CA 02

Bumetanide is een krachtig lisdiureticum met een snelle en korte werking. Farmacologische en klinische proeven hebben aangetoond, dat de diuretische werking van 1 mg bumetanide overeenkomt met ongeveer 40 mg furosemide. Er moet echter wel rekening gehouden worden met verschil in individuele reacties. Het diuretisch effect van bumetanide is dosisafhankelijk. Patiënten die niet reageren op een lage aanvangsdosering reageren gewoonlijk als de dosis wordt verhoogd. Bumetanide blijkt het grootste effect uit te oefenen op het proximale deel van de lis van Henle, maar kan tevens een additionele werking hebben op de proximale tubulus.

De diurese begint 30 minuten na orale toediening, terwijl maximaal effect na 1 tot 2 uur wordt bereikt. Het diuretisch effect is praktisch voltooid binnen 4-6 uur. Na intraveneuze toediening begint de diurese binnen enkele minuten en houdt doorgaans na ongeveer 2 uur op.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Bumetanide wordt goed geabsorbeerd na orale toediening met een biologische beschikbaarheid tussen de 80 en 95%. Bumetanide wordt voor ongeveer 50% door de nier en voor ongeveer 50% door de lever geklaard. Bij lever- of nierziekte neemt de eliminatiehalfwaardetijd toe. De halfwaardetijd varieert tussen de 40-150 minuten. Er zijn geen actieve metabolieten bekend.

Bij pasgeborenen en zuigelingen blijkt de eliminatie langzamer te verlopen dan bij oudere kinderen en volwassenen, mogelijk door onvolwassen renale en hepatobiliaire functies. De gemiddelde halfwaardetijd voor eliminatie uit het serum neemt af gedurende de eerste levensmaand, van 6 uur bij pasgeborenen tot 2,4 uur bij zuigelingen van 1 maand oud. De gemiddelde halfwaardetijd voor eliminatie uit het serum bedraagt 2,5 en 1,5 uur bij zuigelingen jonger dan 2 maanden en bij die van 2 tot 6 maanden oud, respectievelijk. De schijnbare eliminatiehalfwaardetijd kan verlengd zijn tot ongeveer 6 uur (met een bereik tot 15 uur) na IV toediening bij premature of voldragen pasgeborenen met ademhalingsstoornissen. Gegevens voor jongere kinderen, met inbegrip van pasgeborenen en zuigelingen, zijn onvoldoende om doseringsaanbevelingen mogelijk te maken, zie 4.2.

5.3 Gegevens uit preklinisch veiligheidsonderzoek

Geen bijzonderheden.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Bumetanide

Microkristallijne cellulose (E460), lactose monohydraat, magnesiumstearaat (E470b), maïszetmeel, natriumlaurylsulfaat.

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

Bumetanide CF 1 mg: blisterverpakking: 36 maanden – tablettencontainer: 36 maanden

Bumetanide CF 2 mg: blisterverpakking: 36 maanden – tablettencontainer: 36 maanden

Bumetanide CF 5 mg: blisterverpakking: 36 maanden – tablettencontainer: 36 maanden

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

  • Al/Al of Al/PVC/PVDC blisterverpakking: 20, 28, 30, 50, 56, 60, 84 en 120 tabletten.
  • Polypropyleen tablettencontainer met polyethyleen deksel: 200 tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Centrafarm B.V.

Van de Reijtstraat 31-E

4814 NE Breda

Nederland

8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 23140 Bumetanide CF 1 mg, tabletten

RVG 24313 Bumetanide CF 2 mg, tabletten

RVG 23141 Bumetanide CF 5 mg, tabletten

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Bumetanide CF 1 mg, tabletten:

Datum van eerste verlening van de vergunning: 22 maart 1999

Datum verlenging van de vergunning: 22 maart 2014

Bumetanide

Bumetanide CF 2 mg, tabletten:

Datum van eerste verlening van de vergunning: 7 september 1999

Datum verlenging van de vergunning: 7 september 2014

Bumetanide CF 5 mg, tabletten:

Datum van eerste verlening van de vergunning: 22 maart 1999

Datum verlenging van de vergunning 22 maart 2014

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.4 en 4.8: 16 september 2024

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 24313

Datum van herziening volgens de tekst: 16-09-2024

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Bumetanide CF

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Bumetanide
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen Cellulose, microkristallijn (e 460(i)), lactose 1-water, magnesiumstearaat (e 470b), maïszetmeel, natriumlaurilsulfaat
ATC-indeling
  1. C Middelen voor hart en bloedvaten
    1. C03 Diuretica
      1. C03C Sterk werkzame diuretica
        1. C03CA Sulfonamiden, sterk werkzame diuretica, enkelvoudig
          1. C03CA02 Bumetanide
Registratiehouder Centrafarm B.V.
Sterkten en vormen
  • 1 mg tablet 23140
  • 5 mg tablet 23141
  • 2 mg tablet 24313
Registratie 23140, 23141, 24313

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.