Bijsluiter: gebruik, bijwerkingen, dosering - Berinert 1500 IE poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie
1. WAT IS BERINERT EN WAARVOOR WORDT DIT MEDICIJN GEBRUIKT?
Wat is Berinert?
Dit medicijn wordt geleverd als een poeder en een oplosmiddel. De bereide oplossing moet via injectie in een ader worden ingespoten.
Dit medicijn wordt bereid uit menselijk plasma (het vloeibare deel van bloed). Het bevat het proteïne humaan C1-esteraseremmer als werkzame stof.
Waarvoor wordt dit medicijn gebruikt?
Dit medicijn wordt gebruikt voor de behandeling van hereditair angio-oedeem type I en II (HAE, oedeem = uw lichaam houdt te veel vocht vast). Het wordt ook gebruikt voordat er begonnen wordt met een operatie om HAE te behandelen. HAE is een ziekte aan de bloedvaten vanaf de geboorte. Het is geen allergische ziekte. HAE wordt veroorzaakt door te weinig C1-esteraseremmer of het niet hebben ervan. HAE treedt ook op als er problemen zijn met het aanmaken van C1-esteraseremmer door het lichaam. C1-esteraseremmer is een belangrijke proteïne. U herkent de ziekte HAE door de volgende klachten:
- plotselinge zwelling van handen en voeten,
- plotselinge zwelling van het gezicht. Dit gaat samen met een gespannen gevoel,
- zwelling van de oogleden, zwelling van de lippen, mogelijk zwelling van het strottenhoofd met ademhalingsproblemen,
- zwelling van de tong,
- koliekpijn in de buikstreek.
In het algemeen kunt u klachten krijgen aan alle delen van het lichaam.
2. WANNER MAG U DIT MEDICIJN NIET GEBRUKEN OF MOET U ER EXTRA VOORZICHTIG MEE ZIJN?
De volgende rubrieken bevatten informatie waar uw arts over na moet denken voordat uw arts dit medicijn aan u geeft.
Wanneer mag u dit medicijn niet gebruiken?
U bent allergisch voor de proteïne C1-esteraseremmer of voor 1 van de andere stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
Vertel het uw arts of apotheker als u allergisch bent voor sommige medicijnen of voedsel.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt.
- als u allergische reacties heeft gehad op dit medicijn in het verleden. Als u arts dit adviseert moet u medicijnen nemen tegen allergie (antihistamines) en medicijnen nemen die ontstekingen en allergische reacties minder erg maken (corticosteroïden). Dit moet om te zorgen dat u geen allergische reacties krijgt.
- als u allergische of anafylactische reacties krijgt (erge allergische reacties die erge ademhalingsproblemen of duizelig zijn veroorzaken). De toediening van dit medicijn moet dan direct gestopt worden (bijvoorbeeld de infusie stoppen).
- als u een zwelling heeft van het strottenhoofd (laryngaal oedeem). U moet goed worden gecontroleerd met spoedeisende hulp dichtbij.
- als het wordt gebruikt voor ziekten of doseringen waarvoor het niet bedoeld is (bijvoorbeeld bij Capillary Leak Syndrome, CLS). Zie rubriek 4. "Mogelijke bijwerkingen".
Uw arts weegt de voordelen van een behandeling met dit medicijn goed af tegen het risico op deze problemen.
Virale veiligheid
Als medicijnen worden gemaakt van menselijk bloed of plasma, worden maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat patiënten geen infecties krijgen. Bij deze maatregelen horen:
- het met veel aandacht uitkiezen van bloeddonoren en plasmadonoren. Zo worden mogelijke dragers van een infectie uitgesloten, en
- het testen van elke donatie van bloed en plasma op tekenen van virussen/infecties.
De fabrikanten van deze producten zorgen bij het verwerken van bloed of plasma dat virussen verwijderd worden of onschadelijk worden gemaakt. Ondanks deze maatregelen bestaat er nog steeds een klein risico op een infectie. Dit risico bestaat altijd bij het geven van medicijnen die bereid zijn uit menselijk bloed of plasma. Dit geldt ook voor onbekende of nieuwe virussen of andere ziekteverwekkers.
De genomen maatregelen werken goed voor omhulde virussen, zoals hiv (hiv is het virus waar u aids van kunt krijgen), het hepatitis B-virus (leverontsteking), het hepatitis C-virus (leverontsteking) en voor niet omhulde virussen hepatitis A (leverontsteking) en parvovirus B19.
Uw arts kan u adviseren om u te laten inenten tegen hepatitis A en B als u regelmatig/herhaald producten krijgt die bereid zijn uit menselijk plasma.
Het wordt sterk geadviseerd om elke keer als dit medicijn wordt gegeven, de datum van toediening en het partijnummer van het product op te schrijven. Doe dit ook voor de ingespoten hoeveelheid.
Gebruikt u nog andere medicijnen?
- Gebruikt u naast Berinert nog andere medicijnen, heeft u dat kortgeleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor medicijnen die u zonder voorschrift kunt krijgen.
- Berinert mag niet worden gemengd met andere medicijnen of oplosmiddelen in de injectiespuit/toedieningsset.
Zwangerschap en borstvoeding
- Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt.
- Dit medicijn mag tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding alleen worden gegeven als het echt nodig is.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Er is geen onderzoek gedaan naar de invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te gebruiken.
Berinert bevat natrium
Dit medicijn bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per injectieflacon, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
3. HOE GEBRUIKT U DIT MEDICIJN?
De behandeling moet worden gestart en onder controle van een arts. Deze arts moet ervaring hebben met het behandelen van patiënten met te weinig C1-esteraseremmer.
Dosering
Volwassenen
Behandeling van angio-oedeem aanvallen die opeens optreden (acuut):
20 IE per kilogram lichaamsgewicht (20 IE/kg lichaamsgewicht).
Voordat begonnen wordt met een operatie om te zorgen dat angio-oedeemaanvallen niet optreden:
1.000 IE minder dan 6 uur voor een medische behandeling, een behandeling bij de tandarts of een operatie.
Gebruik bij kinderen
Behandeling van acute angio-oedeem aanvallen:
20 IE per kilogram lichaamsgewicht (20 IE/kg lichaamsgewicht)
Voordat begonnen wordt met een operatie om te zorgen dat angio-oedeemaanvallen niet optreden:
15 tot 30 IE per kilogram lichaamsgewicht (15 tot 30 IE/kg lichaamsgewicht) minder dan 6 uur voor een medische behandeling, een behandeling bij de tandarts of een operatie. De dosis hangt af van de klinische omstandigheden (bijvoorbeeld het soort ingreep en hoe erg de ziekte is).
Overdosering
Er zijn geen gevallen van overdosering bekend.
Bereiding en wijze van toediening
Dit medicijn wordt meestal in een ader (intraveneus) ingespoten door uw arts of verpleegkundige. U of uw zorgverlener kan dit medicijn ook aan u geven als injectie. Dit mag alleen na het volgen van een geschikte opleiding. Als uw arts beslist dat u zichzelf thuis kunt behandelen dan geeft uw arts u een duidelijke uitleg. U moet een dagboek bijhouden om elke behandeling die u heeft gehad op te schrijven. Deze moet u meenemen naar elk bezoek aan uw arts. De manier waarop u de injectie aan uzelf geeft of de manier waarop uw zorgverlener u de injectie geeft, wordt regelmatig gecontroleerd. Dit om zeker te weten dat het op een goede manier gebeurt.
Algemene instructies
- Het oplossen van het poeder en het opzuigen van de oplossing uit de injectieflacon moet gebeuren in een omgeving die steriel is. Gebruik de spuit die bij het product geleverd wordt.
- De bereide oplossing moet kleurloos en helder zijn. Na filtratie of opzuigen (zie hieronder) moet gekeken worden of het bereide product geen kleine deeltjes bevat of verkleurd is. Dit moet gebeuren voordat het medicijn wordt gegeven.
- Gebruik geen oplossingen die troebel zijn of neerslag of deeltjes bevatten.
- Alle niet-gebruikte resten van het product of afvalmateriaal moeten in overeenstemming met de plaatselijke regels en volgens de uitleg van uw arts worden vernietigd.
Bereiding
Breng het poeder en oplosmiddel van dit medicijn op kamertemperatuur zonder de injectieflacons te openen. U kunt dit doen door de injectieflacons ongeveer een uur bij kamertemperatuur te laten staan. Het is ook mogelijk om de injectieflacons een paar minuten in uw handen te houden. Zorg ervoor dat de injectieflacons NIET in aanraking komen met een directe warmtebron. De injectieflacons mogen niet warmer worden dan lichaamstemperatuur (37°C).
Verwijder voorzichtig de doppen van de injectieflacon van het product en van de injectieflacon met het oplosmiddel. Maak de nu zichtbare rubberstoppen van de flacons schoon. Gebruik voor beide stoppen een apart doekje met alcohol en laat ze drogen. Het oplosmiddel kan nu in de injectieflacon met poeder worden gedaan. Doe dit met behulp van de toedieningsset (Mix2Vial). Volg de instructies hieronder.
![]() |

