SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Bactroban Huidzalf
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Bactroban Huidzalf 2% hydrofiele zalf 20 mg/g
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
20 mg mupirocine per gram zalf.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Een doorzichtige gebroken-witte hydrofiele zalf
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Bactroban Huidzalf is geïndiceerd voor de lokale behandeling van bacteriële huidinfecties veroorzaakt door Gram-positieve micro-organismen, vooral stafylokokken en streptokokken (zie rubriek 5.1): zowel acute primaire bacteriële huidinfecties als secundaire bacterieel geïnfecteerde dermatosen en geïnfecteerde traumatische beschadigingen.
De officiële richtlijnen voor het juist gebruik van antibacteriële middelen moeten in beschouwing worden genomen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Voor volwassenen, kinderen en ouderen 2 tot 3 maal daags een kleine hoeveelheid van de zalf aanbrengen gedurende maximaal 10 dagen, afhankelijk van het resultaat.
Patiënten die binnen 7 dagen geen klinische verbetering vertonen, dienen opnieuw te worden onderzocht. Normaliter mag de behandeling niet langer dan 10 dagen duren.
Dosering bij verminderde nierfunctie
Zie rubriek 4.4.
Dosering bij verminderde leverfunctie
Dezelfde dosering als voor volwassenen, kinderen en ouderen.
Wijze van toediening
Alleen voor uitwendig gebruik op de huid.
Een kleine hoeveelheid van de zalf aanbrengen op de aangedane huid.
De behandelde plek kan, indien gewenst, met een verband worden afgedekt.
Bactroban Huidzalf niet mengen met andere preparaten (zie rubriek 6.2).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof mupirocine of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
In geval van het optreden van een overgevoeligheidsreactie of een ernstige lokale irritatie door het gebruik van Bactroban Huidzalf, moet de behandeling worden stopgezet. Restanten van de zalf moeten verwijderd worden en er moet een passende alternatieve behandeling van de infectie worden gestart.
Net als bij andere antibacteriële middelen kan langdurig gebruik resulteren in een toename van niet-gevoelige organismen. Daarom moet de aanbevolen behandelingsduur niet worden overschreden, tenzij op geleide van gevoeligheidsonderzoek.
Verminderde nierfunctie
Polyethyleenglycol kan via open wonden of een beschadigde huid worden geabsorbeerd en wordt via de nieren uitgescheiden. Net als andere zalven op basis van polyethyleenglycol moet Bactroban Huidzalf niet worden gebruikt onder omstandigheden waarbij absorptie van grote hoeveelheden polyethyleenglycol mogelijk is, met name indien er aanwijzingen zijn voor een matig of ernstig verminderde nierfunctie.
Bactroban Huidzalf is niet geschikt voor:
* oogheelkundige toepassing
* toepassing in de neus
* gebruik met een katheter en
* op de plaats waar een centraal veneus infuus is aangebracht
Voorkom contact met de ogen. Wanneer dit toch gebeurt, moet het oog grondig met water worden gespoeld totdat alle zalfresten zijn verwijderd.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Deze zijn niet waargenomen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er is geen (gedocumenteerde) klinische ervaring met het gebruik van mupirocine tijdens de zwangerschap bij de mens. Studies met hoge parenterale doseringen bij dieren wijzen niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Mupirocine wordt bij gebruik op intacte huid niet geresorbeerd (zie rubriek 5.2). Enige absorptie na gebruik op kapotte of aangedane huid kan niet worden uitgesloten, maar dan wordt het snel omgezet in een inactieve metaboliet. Op grond van verwaarloosbare absorptie kan Bactroban Huidzalf tijdens de zwangerschap worden gebruikt op intacte huid of op kleine oppervlakken. Bij gebruik op een groot beschadigd oppervlak, dient het verwachte voordeel voor de moeder te worden afgewogen tegen het eventuele risico voor de foetus.
Borstvoeding
Op grond van verwaarloosbare absorptie kan Bactroban Huidzalf tijdens de borstvoeding worden gebruikt op intacte huid of op kleine oppervlakken. Bij gebruik op een groot beschadigd oppervlak, dient het verwachte voordeel voor de moeder te worden afgewogen tegen het voordeel van borstvoeding voor de zuigeling. Bij de behandeling van tepelkloven moet de melk van de te behandelen borst tot het einde van de behandeling worden afgekolfd en weggegooid.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens over de effecten van mupirocine op de menselijke vruchtbaarheid. Studies bij ratten lieten geen effecten op de vruchtbaarheid zien (zie rubriek 5.3 “Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek”).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Nadelige invloeden op de rijvaardigheid en de bekwaamheid om machines te gebruiken, zijn niet beschreven.
4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen worden weergegeven op basis van systeem/orgaanklassen en frequenties. Frequenties zijn gedefinieerd als:
zeer vaak (>1/10)
vaak (>1/100, < 1/10)
soms (>1/1.000, <1/100)
zelden (>1/10.000, <1/1.000)
zeer zelden (<1/10.000), inclusief incidentele meldingen
Bijwerkingen die vaak en soms voorkomen werden bepaald aan de hand van de gepoolde veiligheidsgegevens van een klinische studiepopulatie van 1.573 behandelde patiënten uit 12 klinische studies. Zeer zelden gemelde bijwerkingen werden voornamelijk bepaald aan de hand van postmarketing gegevens en verwijzen derhalve naar gerapporteerde aantallen in plaats van ware frequentie.
Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Immuunsysteemaandoeningen
Zeer zelden: systemische allergische reacties, waaronder anafylaxie, gegeneraliseerde huiduitslag, urticaria en angio-oedeem
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: brandend gevoel op de plaats van toedienen
Soms: overgevoeligheidsreacties van de huid, jeuk, erytheem, prikkelende en droge huid op de plaats van toediening, sensibilisatiereacties van de huid op mupirocine of op de zalfbasis
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb; website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
De toxiciteit van mupirocine is zeer laag. Het is niet erg waarschijnlijk dat er een overdosering optreedt met een lokale zalf als Bactroban. Als deze zich toch voordoet en gepaard gaat met een ernstige lokale reactie, moet de huid grondig worden gewassen.
Bactroban Huidzalf is niet bestemd voor orale toediening. Indien een grote hoeveelheid zalf per ongeluk wordt ingenomen door een patiënt met een verminderde nierfunctie moet in ieder geval de nierfunctie worden gevolgd vanwege de mogelijke effecten van de ingenomen hoeveelheid polyethyleenglycol.
Er is op dit moment beperkte ervaring met een overdosering van mupirocine. Er is geen specifieke behandeling van een overdosering. In het geval van een overdosering moet de patiënt ondersteunend worden behandeld met, indien nodig, de aangewezen monitoring. Verdere behandeling moet plaatsvinden op geleide van de klinische situatie of zoals aangeraden wordt door het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC).
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: dermatologica, ATC-code: D06AX09, antibiotica en chemotherapeutica voor dermatologisch gebruik.
Werkingsmechanisme
Mupirocine is een antibioticum dat door fermentatie van Pseudomonas fluorescens wordt geproduceerd. Mupirocine remt de eiwitsynthese van bacteriën in vivo door een reversibele en specifieke binding aan bacterieel iso-leucyl-transfer-RNA synthetase.
Mupirocine heeft bacteriostatische eigenschappen op het niveau van de minimaal remmende concentratie. Bij hogere concentraties zoals bereikt bij lokale toepassing, wordt de werking bactericide.
Resistentiemechanisme
Er wordt aangenomen dat de laaggradige resistentie in stafylokokken het gevolg is van puntmutaties in het gebruikelijke stafylokokken chromosomale gen (ileS) voor het betreffende isoleucyl tRNA synthetase-enzym. Van de hooggradige resistentie in stafylokokken is aangetoond dat deze het gevolg is van een afwijkend, door een plasmide gecodeerd, isoleucyl tRNA synthetase-enzym.
Inherente resistentie van Gram-negatieve organismen zoals Enterobacteriaceae zou het gevolg kunnen zijn van een geringe doordringbaarheid van de buitenste celmembraan van de Gram-negatieve bacteriële celwand.
Door dit specifieke werkingsmechanisme en de unieke chemische structuur vertoont mupirocine geen kruisresistentie met andere groepen algemeen gebruikte en klinisch belangrijke antibiotica.
Microbiologische gevoeligheid
De prevalentie van verworven resistentie kan voor bepaalde soorten geografisch en in de loop der tijd variëren en lokale informatie over resistentie is wenselijk, met name bij de behandeling van ernstige infecties. Zonodig moet deskundig advies worden gevraagd als de lokale prevalentie van resistentie zodanig is dat de bruikbaarheid van het middel voor de behandeling van ten minste een aantal soorten infecties twijfelachtig is.
| Meestal gevoelige soorten |
|---|
| Staphylococcus aureus* |
| Streptococcus pyogenes* |
| Streptococcus spp. ((β-haemolitisch, behalve S. pyogenes) |
| Micro-organismen waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn |
| Staphylococcus spp., coagulase negatief |
| Inherent resistente micro-organismen |
| Corynebacterium spp. |
| Micrococcus spp. |
∗ De activiteit werd toereikend aangetoond in klinische onderzoeken
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na toepassing bij de mens van 14C-gelabeld mupirocine op de intacte huid van de onderarm, gevolgd door occlusie gedurende 24 uur, werd geen merkbare systemische absorptie van het antibioticum vastgesteld.
Biotransformatie
Mupirocine is alleen geschikt om lokaal toegepast te worden. Na intraveneuze of orale toediening, of na absorptie (bijvoorbeeld via kapotte of aangedane huid) wordt mupirocine snel gemetaboliseerd tot het inactieve monaanzuur.
Eliminatie
Monaanzuur wordt snel via de urine uitgescheiden.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Genotoxiciteitsonderzoek wijst niet op genotoxiciteit van mupirocine. Er zijn geen carcinogeniteitsstudies met mupirocine uitgevoerd. Studies met subcutane toediening van hoge doseringen mupirocine leverden geen aanwijzingen op voor nadelige effecten van mupirocine op de vruchtbaarheid of embryofoetale ontwikkeling van ratten. In konijnen werd bij zeer hoge subcutane, maternaal toxische, doseringen embryofoetale toxiciteit gezien, maar er waren geen aanwijzingen voor ontwikkelingsstoornissen bij foetussen van konijnen met een voldragen zwangerschap. Gezien de verwaarloosbare systemische beschikbaarheid van Bactroban huidzalf/neuszalf in de mens, zijn op grand van deze studies bij topicaal gebruik geen nadelige effecten op de reproductie te verwachten.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Witte doorzichtige in water oplosbare polyethyleenglycol-zalfbasis. De zalfbasis bestaat uit een mengsel van polyethyleenglycol 400 USNF en 3350 USNF (zie rubriek 4.4 “Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik”).
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Bactroban Huidzalf mag niet worden gemengd met andere preparaten omdat door verdunning de antibacteriële werkzaamheid of de stabiliteit van mupirocine in de zalf kan verminderen.
6.3 Houdbaarheid
24 maanden.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C in de originele verpakking. Niet in de koelkast of vriezer bewaren.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Gecoate aluminium tube met geïntegreerde aluminium membraanverzegeling en polyethyleen afsluitdop. De tube bevat 15 gram hydrofiele zalf.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
De tube is te openen door de afsluitfolie door te prikken met de achterkant van de dop.
Na het aanbrengen van de zalf wordt aanbevolen de handen te wassen.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
GlaxoSmithKline BV
Van Asch van Wijckstraat 55H
3811 LP Amersfoort
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 11651
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste goedkeuring: 13 januari 1988
Datum van laatste hernieuwing: 13 januari 2013
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste wijziging betreft de opmaak: 11 juni 2026
