SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Atropinesulfaat CF
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Atropinesulfaat CF 0,25 mg/ml, oplossing voor injectie
Atropinesulfaat CF 0,5 mg/ml, oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Atropinesulfaat CF 0,25 mg/ml, oplossing voor injectie bevat 0,25 mg atropinesulfaat per ml.
Atropinesulfaat CF 0,5 mg/ml, oplossing voor injectie bevat 0,5 mg atropinesulfaat per ml.
Hulpstof(fen) met bekend effect: de oplossing bevat 9 mg natriumchloride per ml.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
Heldere, kleurloze vloeistof, vrij van deeltjes.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Premedicatie voor anesthesie ter vermindering van speeksel- en bronchiale secretie en vagusstimulatie.
Als antagonist bij vergiftiging met cholinesteraseremmende stoffen en andere parasympathicomimetica.
Sinusbradycardie in de acute fase van het hartinfarct.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Premedicatie voor anesthesie
Volwassenen : 0,25 mg - 0,6 mg atropinesulfaat subcutaan, intramusculair of intraveneus per keer Maximaal 1 mg per keer en 2 mg per dag.
Kinderen : 10 - 30 μg/kg lichaamsgewicht subcutaan, intramusculair of intraveneus Maximaal 400 μg per keer en 1 mg per dag.
Als antagonist voor organische fosforzure esters
Volwassenen : 2 - 4 mg atropinesulfaat intramusculair of intraveneus per keer als begindosering Verdere toediening dient te geschieden op geleide van hartslagfrequentie (tussen 80 en 100 per minuut).
Kinderen : Begindosering 1 mg atropinesulfaat intraveneus of intramusculair Verdere toediening dient te geschieden op geleide van hartslagfrequentie (tussen 80 en 100 per minuut).
Als antagonist voor andere parasympathicomimetica
Volwassenen : 1 - 2 mg atropinesulfaat subcutaan, intramusculair of intraveneus
Kinderen : Begindosering : 0,5 mg atropinesulfaat intraveneus of intramusculair.
Bij sinusbradycardie
Volwassenen : 0,5 mg atropinesulfaat intraveneus per keer Maximaal 2 mg per dag
Kinderen : 10 – 30 μg/kg lichaamsgewicht intraveneus per keer Maximaal 1 mg per dag.
4.3 Contra-indicaties
- overgevoeligheid voor atropine
- prostaathypertrofie
- obstructieve aandoeningen van het maagdarmkanaal (bijv. pylorusstenose)
- paralytische ileus
- nauwe-kamerhoekglaucoom
- onbehandeld open-kamerhoekglaucoom.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Atropine moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij kinderen en ouderen, diarree, koorts of hoge omgevingstemperatuur, lever- of nierfunctiestoornis, infectie van het maagdarmkanaal, autonome neuropathie, hartaandoeningen en hiatus hernia met reflux-oesophagitis.
Verder is voorzichtigheid geboden bij tachycardie ten gevolge van onder andere thyreotoxicose en decompensatio cordis.
Ook is voorzichtigheid vereist bij myasthenia gravis, intestinale atonie, vooral bij de oudere of verzwakte patiënt, instabiele cardiovasculaire status bij acute bloeding, bij acuut myocard infarct, bij ernstige colitis ulcerosa en toxisch megacolon als complicatie van colitis ulcerosa.
Verder dient men bij astmapatiënten rekening te houden met indikking van het bronchussecreet ten gevolge van atropine toediening.
Tevens kan atropine door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat 3,54 mg natrium per ml overeenkomend met 0,18% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g door een volwassene.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het effect van atropine kan worden versterkt door de gelijktijdige toediening van andere stoffen met een anticholinerge werking zoals amantadine, fenothiazines en butyrofenonen, parasympathicolytische parkinsonmiddelen, tricyclische antidepressiva en sommige antihistaminica.
De reductie in motiliteit van het maagdarmkanaal veroorzaakt door atropine kan de absorptie van andere geneesmiddelen beïnvloeden; zo neemt de absorptie van levodopa af en neemt de absorptie van digoxine in een preparaat met gereguleerde afgifte toe.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij dierproeven.
Borstvoeding
Atropine passeert de placenta en gaat over in de moedermelk. Gebruik tijdens de lactatie wordt ontraden gezien de verhoogde gevoeligheid voor kinderen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over de invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Voor de indeling naar frequentie is de volgende conventie gebruikt: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥ 1/100 tot <1/10), soms ((≥1/1000 tot <1/100), zelden ((≥ 1/10.000 tot <1/1000), zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: overgevoeligheidsreacties, meestal huiduitslag en conjunctivitis
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Niet bekend: dorst
Psychische stoornissen
Niet bekend: nervositeit, mentale verwardheid (vooral bij ouderen), hallucinaties, desoriëntatie en opwinding
Zenuwstelselaandoeningen
Niet bekend: mydriasis, cycloplegie, fotofobie, duizeligheid, hoofdpijn, slaperigheid en slapeloosheid
Hartaandoeningen
Niet bekend: tachycardie, palpitaties en aritmie
Bloedvataandoeningen
Niet bekend: blozen
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Niet bekend: droge neus
Maagdarmstelselaandoeningen
Niet bekend: droge mond, obstipatie, misselijkheid, braken, verlies van smaak
Huid- en onderhuidaandoeningen
Niet bekend: droge huid
Nier- en urinewegaandoeningen
Niet bekend: dysurie en acute urineretentie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Niet bekend: verminderde zweetsecretie en zwakheid
Onderzoeken
Niet bekend: verhoogde intra-oculaire druk
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
In toxische dosering veroorzaakt atropine tachycardie, snelle ademhaling, hoge koorts en stimulering van het centraal zenuwstelsel zich uitend in rusteloosheid, verwardheid, opwinding en hallucinaties overgaand in delirium.
Ernstige intoxicatie geeft depressie van het centraal zenuwstelsel met hypertensie of circulatiestoornissen en ademhalingsdepressie, coma en de dood.
Behandeling
Behandeling van overdosering bestaat uit stimulering van de ademhaling en bestrijding van de symptomen. Kunstmatige beademing met zuurstof is noodzakelijk wanneer de ademhaling wordt belemmerd. Fysostigmine kan soms effectief zijn voor de behandeling van de perifere en centrale effecten van atropine.
Bij opwinding kan een kort werkend barbituraat ter kalmering worden toegediend.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: antibradycardiemiddelen
ATC-code: A03BA01
Atropine is een belladonna alkaloïd behorend tot de groep van parasympathicolytica.
Atropine remt de werking van acetylcholine op muscarine receptoren en heeft weinig of geen effect op de nicotine receptoren. Atropine heeft zowel een centrale als perifere werking.
De belangrijkste effecten van atropine zijn :
a. stimulatie en in hoge dosering depressie van het centrale zenuwstelsel
b. ontspanning van de spieren van de urogenitale organen, met als gevolg dilatatie van nierbekken, blaas en uterus
c. vermindering van de secretie van de speeksel-, bronchus- en zweetklieren
d. verlaging van de tonus en motiliteit van het maagdarmkanaal
e. vermindering van de motiliteit van de maag en de secretie van maagzuur
f. remmende invloed op de nervus vagus met als gevolg een verhoging van de hartfrequentie en versnelling van de prikkelgeleiding in de bundel van His
g. mydriasis en ontspanning van de musculus ciliaris met als gevolg vermindering van de accommodatie
5.2 Farmcokinetische eigenschappen
Na parenterale toediening wordt atropine snel uit plasma geëlimineerd en over het gehele lichaam gedistribueerd.
Atropine passeert de bloed-liquor barrière.
Het wordt door de lever voor een gedeelte omgezet in metabolieten en vervolgens in de urine uitgescheiden voor een deel in onveranderde vorm en de rest hoofdzakelijk in de vorm van de metaboliet tropine.
Atropine passeert de placenta en sporen atropine komen voor in de moedermelk.
Na intraveneuze toediening van 1 mg aan 6 proefpersonen wordt een snelle afname van de initiële plasmaconcentratie waargenomen met 2 minuten na toediening een plasmawaarde van 0,25 μg/ml en na 20 minuten van 0,005 μg/ml.
De gemiddelde plasma eliminatie halfwaardetijd (t ½ e) varieert van ongeveer 2 tot 4 uur (Clarke).
Na intramusculaire injectie worden maximale plasma atropine concentraties van 0,003 μg/ml bereikt
30 min na toediening en het geneesmiddel was 4 uur na toediening nog steeds detecteerbaar in plasma (L. Berghem et al.).
Een uur na intraveneuze en intramusculaire toediening worden vergelijkbare atropine plasma concentraties waargenomen (L. Berghem et al.).
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen gegevens bekend.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride, verdund zwavelzuur, water voor injecties.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren.
Bewaren beneden 25°C in de oorspronkelijke verpakking.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Ampullen, kleurloos glas, nominaal volume 1 ml.
Verpakkingsgrootten: 10 en 100 ampullen in een kartonnen of polystyreen doos.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Centrafarm B.V.
Van de Reijtstraat 31-E
4814 NE Breda
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 50080 Atropinesulfaat CF 0,25 mg/ml, oplossing voor injectie
RVG 50079 Atropinesulfaat CF 0,5 mg/ml, oplossing voor injectie
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning:19 juni 1992
Datum van verlenging van de vergunning: 19 juni 2017
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 14 juni 2021
